Door:
Hans Ariëns

22 oktober 2018

Tags

Ebola in Oost-Congo is een stille ramp die niet toevallig op die plek plaatsvindt. Hoe ga je een uitbraak te lijf, terwijl het geweld van van milities je werk ondermijnt? Vice Versa sprak met Peter Salama, adjunct-directeur van wereldgezondheidsorganisatie WHO.

Wat kan er frustrerender zijn? Je bent druk bezig de uitbraak van ebola, een van de gevaarlijkste ziektes die we kennen, te beteugelen. Door de contacten van besmette mensen na te gaan en ze te vaccineren, door doden veilig te begraven en door de gemeenschappen te onderrichten hoe ze zo min mogelijk gevaar lopen. Maar dan moeten die activiteiten worden gestaakt, omdat rebellengroeperingen Beni aanvallen, de stad van waaruit de Wereldgezondheidsdienst opereert. En vervolgens ben je het zicht op de epidemie kwijt.

Ziehier de situatie in Noord-Kivu, Oost-Congo, op dit moment. Zo presenteerde dr. Peter Salama, WHO-adjunct directeur en chef noodprogramma’s, ‘m eerder deze maand tijdens een bijeenkomst in Den Haag. De Australische epidemioloog hield in de Humanity Hub Den Haag een verhaal dat tot nadenken stemde: ‘Weer ebola: hoe fragiliteit en bedreigingen van de wereldgezondheid steeds meer verweven raken’. Hij deed dat aan de hand van de recente uitbraak in het oosten van de DRC Congo, die sinds 1 augustus volgens de laatste cijfers tot 211 besmettingen leidde (waarvan 176 bevestigd) en 135 doden (100 bevestigd). Op dezelfde dag hield zijn chef dr. Tedros Adhanom Ghebreyesus de VN Veiligheidsraad voor dat de Ebola-uitbraak tot een epidemie zou kunnen uitgroeien die de hele regio – Uganda, Rwanda, Zuid-Sudan, Burundi, Tanzania – kan ontwrichten. Net zoals dat tussen 2014 en 2016 in West-Afrika (Sierra Leone, Liberia, Guinee) gebeurde.

 

Peter Salama

Wat maakt de bestrijding van Ebola in Oost-Congo zo ingewikkeld en meer dan ziektebestrijding alleen? Salama schetste de combinatie van complicerende factoren: ‘Je hebt het bij de DR Congo over een fragiele staat die nauwelijks basale diensten aan zijn eigen bevolking kan leveren. Elk jaar sterven er 300.000 duizend kinderen onder de 5 jaar. In de tijd van de Millenniumdoelen is de kloof in moeder- en kindersterfte tussen stabiele en instabiele landen flink vergroot. Dat dreigt nu onder de Duurzame Ontwikkelingsdoelen weer te gebeuren.

‘De provincies Noord-Kivu en Ituri hebben een geschiedenis van grootschalig geweld. Er zijn zo’n honderd rebellengroeperingen actief. Rond de steden Beni en Mandima waar wij onze activiteiten concentreren zijn dat er al twintig. Daardoor zijn veel mensen, 1 miljoen in totaal, op de vlucht geslagen.’

 

Daarbij is Oost-Congo ook nog eens dichtbevolkt, legde Salama uit. ‘Ebola in landelijke gebieden met weinig kans op besmetting is niet zo’n groot probleem, dat sterft vanzelf uit. In stedelijke gebieden is het veel lastiger de ziekte-uitbraken in te dammen. Dat hebben we in West-Afrika door schade en schande ondervonden.’Met infographics kon Salama zijn Haagse gehoor laten zien dat bijna elke nieuwe infectiehaard de afgelopen maanden samenviel met oplevend geweld. ‘Op zo’n moment kunnen we de keten van besmetting niet meer vastleggen en raken we de greep op de ziekte kwijt.’

 

En tel daar nog eens het wantrouwen van de bevolking tegen de ‘vreemde dokters’ bij op. ‘Dat heeft sociaal-culturele oorzaken, maar ook politieke. De mensen daar zijn – heel begrijpelijk – wantrouwig tegenover alles wat van buiten komt. Ze vertrouwen gezondheidswerkers niet, en ze vertrouwen het regeringssysteem niet. Vaak nemen ze hun toevlucht tot traditionele genezers en soms verzetten ze zich tegen onze behandeling.’

De dag na Salama’s verhaal raakten twee Rode Kruis-medewerkers zelfs ernstig gewond. Toen ze een veilige begrafenis van een ebola-slachtoffer uitvoerden, werden ze aangevallen door de lokale bevolking. Een WHO’er zou van minder behoorlijk depressief kunnen raken. Maar Peter Salama ziet zelfs in Oost-Congo lichtpuntjes, zo bleek uit het interview dat Vice Versa na afloop met hem had.

 

U pleit voor een integrale en gecoördineerde aanpak van de ebola-crisis, die verder gaat dan ziektebestrijding alleen. Juist op dat punt heeft de VN geen beste reputatie.

‘Dat klopt. Maar juist in de DRC Congo hebben we een nieuw model van samenwerking binnen het VN-systeem ontwikkeld. Dat is de combinatie van technische expertise, met name in medische logistiek, van de WHO met de bredere operationele kracht van andere VN-agentschappen. Tijdens een eerdere ebola-uitbraak in de Congolese Equateur-provincie dit voorjaar werkte WHO eendrachtig samen met het Wereldvoedselprogramma WFP en UNICEF. Wij zaten daar met driehonderd man – epidemiologen, artsen, medische logistiek-experts, sociaal antropologen, echte specialisten dus. WFP vulde dat aan met general managers, en met hun transportfaciliteiten. Zij verzorgden de luchtbruggen waarmee we diep het veld in konden. En bouwden heel snel kampementen voor 50 tot 100 man als we naar nieuwe infectiehaarden toe moesten. Daardoor konden we een mogelijke epidemie in de kiem smoren.

‘In Noord-Kivu speelt de VN-vredesmissie Monusco een vergelijkbare rol. Zij zetten bijvoorbeeld een luchtbrug op tussen Kinshasa en Noord-Kivu. En ze werken hard aan de veiligheid in het gebied – dat is natuurlijk cruciaal voor ons. Dat is een ander verhaal dan bij de ebola-uitbraken in West-Afrika. Daar had je te maken met een nieuw VN-agentschap (UNMEER, red.) dat alle inspanningen moest coördineren. Dat was heel kostbaar, en werkte enorm traag. Uiteindelijk leidde zo’n overkoepelend agentschap ook niet tot een beter resultaat.’

 

U bent afhankelijk van Monusco, maar dat lijkt niet in staat burgers te beschermen en is ook zelf doelwit van aanvallen.

‘Ze doen hun best in een extreem moeilijke situatie. Met honderd gewapende groepen en grote belangen bij het voortduren van onzekerheid, en dan ook nog eens omstreden verkiezingen in aantocht. Er is nu eenmaal geen simpele oplossing om vrede en stabiliteit te bereiken in Oost-Congo. Het geweld houdt er al tientallen jaren aan.’

 

Peter Salama in de Humanity Hub

Zijn er rebellengroeperingen die oog hebben voor de belangen van de bevolking en met wie te praten is over het bestrijden van ebola?

‘Onder die honderd groepen heb je een enorme verscheidenheid. In het zuidelijke deel van Kivu heb je de Mai Mai die tamelijke sterke banden met de gemeenschappen schijnen te hebben en met wie gesprekken plaatsvinden. We hebben veel meer last van de grote ADF (Allied Democratic Forces) die geen duidelijke commandostructuur kent en vaak uit niet meer dan criminele bendes bestaat. Geen enkele organisatie heeft contacten met de ADF voor zover ik weet.’

 

U bent in Oost-Congo in het veld geweest. Wat trof u het meest?

‘Er was veel dat me verraste, maar dit het meest: we werden nog nooit geconfronteerd met ebola in zo’n extreem lastige context. Ebola is altijd een vreselijke ziekte, met hoge sterftecijfers, maar deze combinatie met onveiligheid, mensen op de vlucht, hoge bevolkingsdichtheid, wijdverspreide uitbraken en de grenzen van Rwanda en Uganda dichtbij is uniek. Daarom noem ik het een perfect storm, al die ingrediënten bij elkaar maken het een hele giftige mix.’

 

En daarom buigt de Veiligheidsraad zich over ebola in Noord-Kivu?

‘Ja, Ebola boezemt mensen natuurlijk angst in, maar we hebben hier ook te maken met serieuze veiligheids- en stabiliteitsrisico’s die we niet onder controle krijgen als we de uitbraken niet stoppen.’

 

Van geopolitieke aard?

‘Nee, vooral regionaal. Maar daarmee kunnen ze de politieke stabiliteit in de landen in de regio wel bedreigen. En dat heeft dan weer mondiale implicaties.’

 

U was in uw lezing uitermate kritisch over de gezondheidssystemen in West-Afrika, waar veel donorgeld in is gegaan, maar die niet functioneel bleken ten tijde van de ebola-uitbraak daar. Wat is daar mis gegaan?

‘We hebben te weinig gemeten of het geld dat we erin staken ook de gewenste effecten sorteerde. En de fasering klopte niet. Bij een zwak stelsel van gezondheidszorg in een post-conflict omgeving begin je niet eerst geavanceerde programma’s uit te rollen, maar zorg je dat de basis goed is, dat er stromend water is en de sanitatie in orde bijvoorbeeld. Dat willen we nog wel eens vergeten. Identificeer waar je makkelijk winst kunt behalen en bouw het systeem van daar af op. Afghanistan is daar een goed voorbeeld van.’

 

Hoe hebben ze het daar aangepakt?

‘Ze zijn daar eerst met de epidemiologische analyse begonnen. Wat is de ziektelast, welke ziektes maken de meeste slachtoffers? Zorg dan dat de diensten die je wilt leveren, aansluiten bij die ziektelast. En vraag je vervolgens af wie die diensten gaat uitvoeren. In de meeste fragiele staten krijgen overheden dat niet voor elkaar. Maar als de overheden de prioriteiten stellen en de plannen formuleren, dan kunnen ze de uitvoering overlaten aan ngo’s en andere partners.’

 

Veel donorgeld gaat tegenwoordig naar programma’s die migratie naar Europa moeten indammen. Kun je voor ebola in Congo ook zo’n verband aanwijzen?

‘Er zijn inderdaad veel mensen op drift geraakt. Ze bewegen zich vooral regionaal of binnen Congo. Maar de grootste zorg voor het Westen is niet migratie, maar het feit dat infectieziekten geen grenzen kennen. Er is maar éen besmette persoon nodig die op een vliegtuig stapt, en je hebt Ebola in de VS, Londen of Nederland.’

 

Moeten we ons echt zorgen maken? De titel van het volgende Global Health Café luidt: Ebola in Bavel? Met een vraagteken dus.

‘Jazeker, zo lang er ebola-uitbraken waar ook ter wereld plaatsvinden. Nog belangrijker: we moeten die angst kanaliseren in steun voor het werk in Oost-Congo zodat we de uitbraak tijdig kunnen stoppen.’

 

Staan de budgetten voor medische hulp onder druk door het accent op de combinatie van hulp & handel, en het tegengaan van migratie?

‘Niet per se. Natuurlijk bekijkt elk land tegenwoordig hulp en handel door de bril van het eigenbelang. Dat is op zich niet verkeerd. Zolang je dan alle verbanden in ogenschouw neemt. Als je het hele plaatje bekijkt, kun je prima resultaten voor de wereld boeken terwijl je toch het eigenbelang dient. Er zijn win-wins. Mondiale publieke goederen als vrede en stabiliteit, en wereldgezondheid, helpen Nederland, maar ook de hele wereld.’

 

Weer een Ebola-uitbraak, grotendeels door menselijk toedoen…hoe voorkomt u dat u cynisch wordt?

‘Nou, ik zit regelmatig in het veld, en ben daar ook getuige van belangrijke doorbraken. In Afghanistan gaan er nu beduidend minder kinderen en vrouwen in het kraambed dood dan vijftien jaar geleden. Ik ben daar persoonlijk bij betrokken geweest, het raakt me zeer. Het is zo inspirerend dat je het leven voor mensen beter kunt maken, zelfs in de moeilijkste omstandigheden. In de DR Congo kunnen we een experimenteel vaccin inzetten dat effectief lijkt te zijn, naast de meest geavanceerde nieuwe medicijnen die we kennen. Niemand had voorspeld dat we dat zo snel voor elkaar zouden krijgen.’

 

Maar al met al blijft de situatie in Oost-Congo tamelijk uitzichtloos.

‘Zeker. Sommige gemeenschappen zeggen tegen ons: mooi dat jullie alle aandacht aan ebola geven, maar wie zorgt er voor onze veiligheid? Dat is een heel legitieme vraag. Op zo’n moment voel je je machteloos. Maar we kunnen meehelpen in elk geval een deel van het lijden te verlichten – al hebben we geen enkele greep op het conflict daar.’

 

Meer weten over globale epidemieën en hoe we het beste daarop kunnen reageren? Kom naar ons Global Health Café op maandag 12 november in Amsterdam! Voor meer informatie en registratie, klik hier.

Amref Flying Doctors, Cordaid, het KIT, KNCV Tuberculosefonds, Wemos en Vice Versa hebben het initiatief genomen voor het project ‘Mondiale gezondheid: naar een grensoverschrijdende behandeling.’ Vier keer per jaar organiseren we een Global Healh café waarin we de trends op het gebied van mondiale gezondheid bespreken en telkens één onderwerp echt uitdiepen. Daarnaast produceert de redactie van Vice Versa artikelen over de trends, achtergronden en actualiteit binnen het beleidsterrein van mondiale gezondheid, en is er ruimte voor blogs van professionals en studenten.

Amref Flying Doctors, Cordaid, het KIT, KNCV Tuberculosefonds, Wemos en Vice Versa hebben het initiatief genomen voor het project ‘Mondiale gezondheid: naar een grensoverschrijdende behandeling.’ Vier keer per jaar organiseren we een Global Healh café waarin we de trends op het gebied van mondiale gezondheid bespreken en telkens één onderwerp echt uitdiepen. Daarnaast produceert de redactie van Vice Versa artikelen over de trends, achtergronden en actualiteit binnen het beleidsterrein van mondiale gezondheid, en is er ruimte voor blogs van professionals en studenten.

Een nieuwe generatie zoekt verandering in Guatemala

Door Edwin Koopman | 12 november 2018

Jong, hoog opgeleid, en vol idealen; een nieuwe generatie in Guatemala zet in op een radicale politieke vernieuwing. Álvaro Montenegro is een van de leiders van een brede beweging tegen corruptie en straffeloosheid. ‘Dit is geen sprint maar een marathon.’

Lees artikel

‘Als je doelgroep de minstbedeelden zijn, is de nota van Kaag niet het juiste instrument.’

Door Lennaert Rooijakkers | 09 november 2018

Als lid van de adviesraad van de Fair, Global and Green Alliance was Ruchi Tripathi deze zomer in Den Haag om op het ministerie te discussiëren over de nota van Kaag. Ze is kritisch op de Nederlandse hulp- en handelagenda. ‘Ik zou het gek vinden als ik onder de noemer “hulp” belasting zou betalen voor bedrijfsinitiatieven.’

Lees artikel

Leren van Evalueren 2018: het complete programma

Door Marc Broere | 08 november 2018

Het complete programma van ‘Leren van Evalueren -bewegen tussen belangen’ op 23 november is bekend. De centrale vraag van de bijeenkomst is: welke belangen spelen er bij evaluaties en hoe ga je hiermee om? Hieronder het complete programma en een overzicht van de acht deelsessies. Aanmelden kan via deze link.

Lees artikel