Door:
Vice Versa

8 oktober 2018

Waar kan Nederland binnen de hulp en handelsagenda de komende jaren het beste op inzetten? Deze vraag staat de komende weken centraal op de website van Vice Versa en tijdens het congres ‘Hulp en Handel in Perspectief’ op dinsdagmiddag 16 oktober in Den Haag.

Het is alweer enkele maanden geleden dat minister Kaag haar beleidsnota voor de komende jaren ontvouwde. In de nota ‘Investeren in perspectief’ wordt duidelijk dat dit kabinet het beleid op het snijvlak van hulp en handel voortzet en zelfs intensiveert.

Minister Kaag wil dat het Nederlandse bedrijfsleven niet alleen met innovatieve oplossingen helpt om de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (SDG’s) te realiseren, maar denkt dat ze daarmee tevens nieuwe markten voor Nederlandse bedrijven kan aanboren. Nederland kan als handelsland en als partner in ontwikkelingssamenwerking bijdragen aan duurzame en inclusieve groei in het buitenland, en wil hier een voortrekkersrol in spelen.

Op de website van het ministerie van Buitenlandse Zaken omschrijft Kaag haar eigen drijfveren en missie als volgt:  ‘Als minister zet ik me in voor onze handel in het buitenland én voor meer stabiliteit en groei in ontwikkelingslanden. Bedrijven verdienen een groot deel van onze boterham over de grens, goed voor een derde van ons inkomen. Daarnaast kunnen we niet zonder het bedrijfsleven om mensen perspectief op een beter bestaan te bieden. Samen creëren we banen en welvaart. Andere cruciale punten zijn hulp aan mensen die noodgedwongen huis en haard moeten verlaten en de aanpak van klimaatverandering, terrorisme en armoede. Want meer stabiliteit daar, betekent ook meer veiligheid hier.’

 

Rozengeur en maneschijn?

Maar is het allemaal rozengeur en maneschijn? Kent de hulp en handelsagenda van Nederland alleen maar positieve kanten? Of zijn er ook kritische kanttekeningen te maken? De komende weken gaat Vice Versa deze vraag verder uitdiepen. We gaan met elkaar het gesprek aan over waar Nederland binnen de hulp en handelsagenda de komende jaren het best op kan inzetten en hoe we gezamenlijk onze positieve impact kunnen vergroten en negatieve impact kunnen verkleinen -ieder vanuit zijn of haar eigen rol. Dat doen we tijdens een congres op dinsdagmiddag 16 september in het gebouw van de Sociaal-Economische Raad in Den Haag. En dat doen we de komende maand op onze website.

We trappen af met een stuk over publiek-private samenwerking. Dat is niet meer weg te denken uit het ontwikkelingsbeleid. Maar wie profiteert daarvan nou echt? Onderzoekers zijn kritisch: er is te weinig inzicht op de impact, en projecten bereiken niet de allerarmsten.

Deze week zal ook professor Chibuike Uche van het Afrika Studiecentrum zijn licht over de agenda van minister Kaag laten schijnen. Hij spreekt van ‘prijzenswaardige beleidsdoelen’ en vindt het gerechtvaardigd dat Nederlandse bedrijven óók mogen profiteren van geld uit de begroting van ontwikkelingssamenwerking.  ‘Maar om haar beleid van hulp en handel tot een succes te maken zou de Nederlandse overheid niet alleen investeringen van Nederlandse bedrijven in Afrika moeten aanmoedigen, maar ook meer moeten aandringen dat ze lokaal grondstoffen inkopen en Afrikaanse bedrijven en boeren opnemen in de waardeketens die hun grondstoffen leveren’, aldus de Nigeriaanse hoogleraar die in dit kader opvallend positief is over het veel bekritiseerde Heineken, maar juist kritisch op Friesland Campina.

 

En verder nog….

Andere artikelen die we de komen weken publiceren gaan onder andere over het beleid rondom Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO). Wat is beter: werken met een kleine voorhoede van innovatieve bedrijven die echt werk maken van een leefbaar loon en goede arbeidsvoorzieningen of werken aan zo breed mogelijke afspraken met hele sectoren die vervolgens weinig ambitieus dreigen te worden? Ook nemen we het onderwerp van toegang tot financiering voor ondernemers uit het Zuiden onder de loep. Afrikaanse MKB’ers dreigen vaak tussen wal en schip te vallen om financiering te vinden om verder te groeien: ze zijn te groot om in aanmerking te komen voor microfinanciering, maar te klein voor een investering van banken en private investeerders. Hoe kan het wél?

Daarnaast zoomen we uitgebreid in op de rol van de financiële sector binnen de hulp en handelsagenda. Wat zijn de belemmeringen voor de financiële sector om duurzaam te opereren? Kunnen financiële instellingen bijdragen aan impact de hulp en handelsagenda? Verder gaan we ook met politici in gesprek: wat vinden zij van het beleid? Tot slot interviewen we een reeks experts uit het Zuiden. Hoe kijken zij aan tegen de beleidsnota van minister Kaag? Waar zien ze kansen en belemmeringen?

Wil je een verhaal of een opiniestuk over dit onderwerp met ons delen? stuur een email naar info@viceversaonline.nl

 

Waar kan Nederland binnen de hulp en handelsagenda de komende jaren het beste op inzetten? Deze vraag staat de komende weken centraal op de website van Vice Versa en tijdens het congres ‘Hulp en Handel in Perspectief’ op dinsdagmiddag 16 oktober in Den Haag.

Hulp en Handel in Perspectief is een gezamenlijk initiatief van  ViceVersa, Solidaridad, Fair Green and Global Alliance (FGG), de Civic Engagement Alliance, FMO, IDH en het KIT.

Vechten voor het recht op liefde

Door Siri Lijfering | 05 december 2019

De antihomowet die in Nigeria is ingevoerd, maakt de lhbt-gemeenschap nòg kwetsbaarder. Zo is opkomen voor lesbische vrouwen zowel broodnodig als gevaarlijk; een kat-en-muisspel met hoge inzet. Hoe gaat het strategisch partnerschap Count Me In! ermee om?

Lees artikel

Venezolaanse vluchtelingen op Curaçao vallen tussen wal en schip

Door Bob van Dillen | 05 december 2019

Nu er een humanitaire crisis is in onze eigen regio, geeft de Nederlandse overheid niet thuis. Dat schrijft Bob van Dillen van Cordaid, die de situatie nauwgezet volgt, in deze opiniebijdrage. Ondertussen wordt de situatie steeds nijpender en krijgen vluchtelingen op Curaçao geen menswaardige behandeling.

Lees artikel

Strijd op twee fronten

Door Siri Lijfering | 04 december 2019

De Nigerdelta is aantrekkelijk voor sekswerkers, maar ook gevaarlijk: geweld en vervolging liggen op de loer. Het strategisch partnerschap Count Me In! probeert hun rechten te beschermen; beeldvorming en beïnvloeding van beleid lijken de sleutel te zijn. Twee sekswerkers doen hun verhaal.

Lees artikel