Door:
Evanne Nowak

4 oktober 2018

Tags

Programmamaker Evanne Nowak organiseerde voor Vice Versa een gespreksoefening over toekomstperspectieven op mondiale solidariteit. De somberheid over de toekomst die dit gesprek losmaakte, zette haar aan het denken. Hoe kunnen we omgaan met onze eigen apathie?

Delen wij onze kennis en welvaart met onbekende anderen?  Na wat zwoegen op het vinden van de juiste woorden, het afzweren van de term ‘hulp’ (want: gaat uit van machtsdynamiek) en het bekritiseren van het woord ‘solidariteit’ (want: containerbegrip), besluiten tien betrokken professionals uit de sector op een dinsdagmiddag dat deze zin de tijdloze essentie is van mondiale samenwerking.

Deze vraag vormt de kern van gespreksoefening Time Loop, waarin we ons proberen in te leven in hoe men dertig, zestig, honderd, duizend of zelfs tien- en honderdduizend jaar geleden heeft gedacht, en hoe men in de toekomst zal denken. Het gesprek wordt geleid door theatermaker Lotte van den Berg van kunstenaarscollectief Building Conversation. De gespreksvorm is geïnspireerd op de praktijk van de oorspronkelijke bewoners van het Great Lake District in Canada. Zij hebben de gewoonte om bij een belangrijke beslissing eerst de voorouders van zeven generaties voor hen en vervolgens hun nakomelingen zeven generaties na hen te raadplegen. Pas in derde instantie onderzoeken ze welke impact de mogelijke beslissing zou hebben op het heden.

Wat ongemakkelijk nemen we plaats op de met schildertape geplakte lijnen op de vloer, die verschillende tijdsperiodes symboliseren. We sluiten onze ogen en stellen ons voor wat de stem uit het verleden of toekomst ons te vertellen heeft. Met de associaties die opborrelen, starten we voorzichtig het gesprek.

Achter me staat een ambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ze is de stem van tienduizend jaar geleden. Ze interrumpeert het gesprek telkens, roepend dat we moeten leren van haar, van onze diepgewortelde intuïtie: dat het gaat om verbondenheid met de natuur en zorg voor elkaar. Misschien op kleinere schaal, en niet met iedereen – maar delen is een vorm van overleven. Natuurlijk delen we onze kennis en welvaart. De stem uit de verre toekomst – een journalist – geeft haar gelijk: we zullen over tienduizend jaar collectief inzien dat we als mensheid verbonden zijn op deze planeet, als ruimtevaarders op een ruimteschip. De toekomstige mens is bewust en verlicht, voorbij kortzichtigheid en egoïsme. We leven in een nieuwe wereldorde die in balans is. Natuurlijk delen we onze kennis en welvaart met onbekende anderen.

Maar de kloof tussen dat verre verleden en de verre toekomst – we weten nauwelijks hoe we die kunnen dichten met een optimistisch verhaal. De stemmen uit de toekomst kijken verwijtend achterom: de komende dertig, zestig, honderd of misschien zelf wel duizend jaar zullen we de wereld ontwrichten, en de deelnemers die in deze tijdszones staan, kunnen er weinig tegenin brengen. We kunnen ons niet voorstellen dat we dan nog onze kennis en welvaart zullen delen met onbekende anderen. In ons toekomstbeeld is geen plaats voor mondiale solidariteit.

In ons voorstellingsvermogen is de toekomst niet langer een tijd en plaats van ongelimiteerde positieve mogelijkheden, waarin we als mensheid tot bloei komen. Sterker nog: we zien een wereld voor ons van ieder voor zich, van survival of the fittest, op een planeet waar schaarste in water en leefruimte heerst. We schetsen beelden van een samenleving geplaagd door overbevolking, een uitstervingsgolf of juist chronische onvruchtbaarheid. We zien onszelf als onbeholpen mens, opgejaagd door conflict, op zijn hoede voor radioactief afval, manoeuvrerend in vergiftigde voedselketens, te midden van dood land en dood water. Al was de opdracht dat we door de tijd heen zouden bewegen – we worden in elke tijdzone somberder, en zijn nauwelijks nog in beweging te krijgen. We staan stil, aan de grond genageld door de projecties van onze sluimerende angsten voor de toekomst.

Dader, slachtoffer én toeschouwer

Het is een wonderlijke gewaarwording: professionals die in hun dagelijks leven bezig zijn met het smeden van innovatieve plannen en optimistische campagnes, zien in deze gespreksoefening op de lange termijn eerder een toename dan een afname van armoede en conflict. Het doet me denken aan de Amerikaanse auteur James Howard Kunstler die in zijn gelijknamige boek stelt dat we leven in een tijdperk van ‘The Long Emergency’: een tijd waarin we geconfronteerd worden met een overweldigende realiteit die we niet onder controle lijken te hebben en die steeds verder escaleert in schaarste, conflict en chaos. Hij voorziet dat dit een periode van generaties, decennia, misschien zelfs eeuwen zal duren: we verkeren in een permanente crisis die ons leven lang zal voortduren en waar we niet aan kunnen ontsnappen. We zitten gevangen in een oneindige noodsituatie, waarin we dader, slachtoffer en toeschouwer zijn.

Klimaatverandering is officieel geen aanwezig thema, geen gepland onderwerp in dit gesprek. En toch overschaduwt ecologische ontwrichting ons denken over de toekomst van mondiale solidariteit. De verhalen die ‘de sector’ vertelt – verhalen van verandering, groei, opbouwen en verbeteren, van het bereiken van de stip op de horizon – moeten wedijveren met een groeiend gevoel dat we hopeloos verdwaald zijn en dat we allerminst grip hebben op de door onszelf gebouwde economische systemen die niemand helemaal begrijpt en waarvoor niemand verantwoordelijkheid lijkt de dragen.

Verhalen van aanwijsbare en wezenlijke successen – van behaalde millenniumdoelen, statistieken van naar schoolgaande meisjes, geredde levens van bestreden aidsepidemieën – worden onbewust of bewust overschaduwd door de groeiende kennis van voorspellende grafieken over onze onhoudbare manier van leven, waarmee we de toekomstige, verre ander met een weergaloze rekening opzadelen. En van het besef dat we collectief vele malen trager veranderen dan dat klimaatontwrichting zich voltrekt.

Apathie

In het nagesprek spreken de deelnemers elkaar onthutst, bijna verwijtend aan op elkaars somberheid: we moeten toch optimistisch en hoopvol zijn? Als wij dat niet zijn, wie dan wel? Ofwel: hoe kunnen we geloven in de zin van het streven naar een andere wereld, als ons toekomstbeeld met zoveel angst voor zinloosheid is doordrongen?

De dekken de nuances van het gesprek van zo-even toe en vatten het gesprek samen in optimisme versus pessimisme. Mijn angsten die ik zojuist nog heb gedeeld, worden gerelativeerd; het argument dat het steeds beter gaat met de wereld wordt van stal gehaald. Ik voel frustratie opkomen – er borrelt een enorm verlangen op om serieus te worden genomen in mijn somberheid en angsten voor de toekomst. Er bekruipt me een gevoel dat ‘wij’ de optimisten dienen zijn, de hoopvolle changemakers. ‘De ander’ is de te overtuigen, ontkennende, apathische ander die ‘het allemaal niks kan schelen’. Een palet van gespreksnormen schemert door: vooruitgangsgeloof is heilig, optimisme de norm, apathie taboe.

Om apathie, moedeloosheid en ontkenning beter te begrijpen, valt er veel te leren van de groeiende wetenschap rondom klimaatcommunicatie en -psychologie. In de Verenigde Staten is eco-psychologie een snel groeiende discipline. Joanna Macy, auteur van How to face the mess of the world without going crazy ziet apathie als een ‘mask of suffering’. Zij verwijst naar de Griekse wortels van dit woord – apatheia – wat de ‘weigering of het verzet tegen pijn’ betekent. Apathie kunnen we dus begrijpen als een beschermingsmechanisme bij situaties die overweldigend zijn en waarvan het einde niet in zicht is. De Amerikaanse eco-psycholoog Renee Lerzman betoogt in haar theorie over ‘environmental melancholia’ dat apathie niet zozeer een tekort aan ‘care’ is, maar een teveel: we raken verstrikt in zorgen, emoties en machteloosheid. Onze verwevenheid en medeplichtigheid met het klimaatvraagstuk en andere complexe mondiale vraagstukken, zoals moderne slavernij, landroof en kinderarbeid, is zo pijnlijk en complex, en de omvang van dergelijke vraagstukken zijn zo overweldigend, dat we volgens haar vaak niet anders kunnen dan dichtklappen, wegkijken en doorgaan met de orde van dag.

Politiek van compassie

Lerzman nodigt ons uit om in communicatie en verhalen over grote vraagstukken zoals klimaatverandering, ecologische onrechtvaardigheid, natuurrampen,  klimaatvluchtelingen, verlies van biodiversiteit – voorbij het dualisme te gaan van optimisme en pessimisme. Er is immers een veel breder spectrum aan verhalen dan ‘als je er maar in gelooft, dan komt het goed’ en ‘het heeft allemaal geen zin’.

Het gaat erom dat het veel normaler wordt om eerlijk te spreken over hoe we ons voelen over de angstaanjagende ontwikkelingen op onze planeet, en bezorgdheid, twijfel, schaamte en schuldgevoel, enthousiasme en strijdlust gewoon op tafel te leggen. Het bespreekbaar maken van deze gevoelens kan helpen om oplossingen en betrokkenheid los te weken, zegt Lertzman. Want creativiteit, zorg en bezorgdheid zijn nauw met elkaar verbonden. In een interview met Jelmer Mommers van De Correspondent houdt ze een pleidooi voor het opbrengen van compassie voor onszelf en anderen, in de communicatie over zorgwekkende feiten en toekomstscenario’s. Daarmee bedoelt ze:

‘Bereidheid om de ongelooflijke pijn te erkennen die ons op deze plek heeft gebracht. Niemand heeft het zo bedoeld en toch zijn we hier beland. Het gevoel dat we stuurloos zijn. Dat ons hele onzekere tijden staan te wachten. Dat dingen instabiel voelen. We hebben een diepe toewijding nodig aan samenwerking en naar elkaar luisteren. Je kunt het een politiek van compassie noemen. Dit is een kans om dat echt te oefenen. Het zou ontwapenend kunnen werken.’

Deze visie over het belang van compassievolle communicatie waarin meer ruimte is voor ambiguïteit en waarin we onze emoties uiterst serieus nemen, inspireert me. In de context van armoedebestrijding en strijd tegen sociale onrechtvaardigheid, vragen we namelijk nogal wat van onszelf en onze lezer, donateur of gesprekspartner. Namelijk: om zich open te stellen voor complexe situaties waar niet direct een eenduidige oplossing voor is, om te luisteren naar pijnlijke verhalen, zich in te leven in verdrietige gebeurtenissen. In de hoop dat de ander eenzelfde morele woede, vurig enthousiasme of voorzichtige nieuwsgierigheid kan voelen om zich te verbinden met mensen en situaties die in eerste instantie – veilig – ver van hun /ons bed zijn.

Reinventing the Message is dan misschien ook vooral een uitnodiging aan onszelf: welke verhalen en gesprekken hebben wij zelf nodig om te blijven geloven in het werk dat we doen, om niet apathisch te worden? Het zijn vragen naar betekenis en zingeving, die het jargon van ‘theories of change’ en ‘frames’ ontstijgen. Ze gaan over levensbeschouwing, psychologie, filosofie, religie. Ze vragen om een ander gesprek: een gesprek waarin het niet gaat over het betwisten of het wel of niet goed gaat met de wereld, maar waarin we elkaar uitnodigen tot het openhartig delen van emoties en ervaringen en het onderzoeken van onderliggende betekenis en waarden.

Laten we samen oefenen in het bestendigen van een veerkrachtige levenshouding en elkaar steunen in het uithouden met en werken aan een wereld die steeds aan ons ontglipt.

 

Het journalistieke project Reinventing the Message is bedoeld om met onder andere filosofen, schrijvers,  sociaal ondernemers, activisten, wetenschappers en professionals uit de ontwikkelingssector nieuwe ideeën te genereren om mensen te raken en te betrekken bij internationale samenwerking en mondiale solidariteit.

‘Empathie gaat armoede niet oplossen’

Door Lys-Anne Sirks | 18 oktober 2018

Tien jaar lang werkte de Oegandees Sean Patrick binnen de ontwikkelingssector. Maar omdat hij daar naar eigen zeggen geen duurzame verandering kon bewerkstelligen, begon hij als ‘pastarebel’ zijn eigen bedrijf, de Green Banana Food Company. Hoe kijkt hij aan tegen de beleidsnota ‘Investeren in perspectief’ van minister Kaag?

Deel 1 van een serie waarin zuidelijke experts hun visie op de beleidsnota geven.

Lees artikel

Internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen staat nog in de kinderschoenen

Door Lennaert Rooijakkers | 15 oktober 2018

Iedereen heeft de mond vol over internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO). En inmiddels zijn er al vijf convenanten die dat moeten bevorderen van kracht en zitten er nog vier in de pijplijn. Maar is het daarmee ook al integraal onderdeel van het zaken doen in het buitenland geworden?Vice Versa duikt aan begin van week twee van het dossier hulp en handel in de wondere wereld van IMVO.

Lees artikel

‘Beleid hulp en handel alleen succesvol als Nederlandse bedrijven meer lokaal inkopen’

Door Joris Tielens | 12 oktober 2018

De Nederlandse overheid moet Nederlandse bedrijven in Afrika aansporen om lokaal grondstoffen in te kopen, werk te bieden aan Afrikanen en te investeren in Afrikaanse bedrijven. Alleen dan kan het beleid van minister Kaag een succes worden, denkt prof. Chibuike Uche, hoogleraar bij het Afrika Studie Centrum.

Lees artikel