Door:
Roman Baatenburg de Jong

2 oktober 2018

Tags

Solidariteit begint daar waar de vrijheid of bestaanszekerheid van anderen wordt aangetast. Met andere woorden: bij ons eigen handelen, stelt Roman Baatenburg de Jong. Want de vernietiging van de aarde en de misère van anderen is een te hoge prijs voor onze welvaart.

Ooit had een collega een ansichtkaart aan de muur geplakt met daarop het opschrift: Mein Arbeitsplatz, mein Kampfplatz für den Frieden. Deze leus stamt uit de DDR, voormalig Oost-Duitsland, waar de Eenheidspartij het arbeidersparadijs op aarde gestalte gaf.

Achter de façade van de communistische propaganda bestond een totalitaire staat die zijn burgers gevangenhield en bespioneerde. Montere collega’s die deze achtergrond kenden, moesten gniffelen om de Arbeitsplatz-ansicht: mooie vrede, achter prikkeldraad, en op zaterdag een uur in de rij voor wc-papier!

Mijn grootvader leefde in zo’n socialistische heilstaat – niet de DDR, maar het aangrenzende Tsjecho-Slowakije. Als directeur van een parelmoeren knopenfabriek verdiende hij in de jaren dertig een goed inkomen en reisde hij kledingbeurzen af; Milaan, Brussel, Wenen. Toen na de Tweede Wereldoorlog de Sovjet-Unie haar invloedsfeer in Oost- en Centraal-Europa definitief vestigde en er in Oost-Duitsland, Tsjecho-Slowakije en een boel andere staten communistische partijen aan de macht kwamen, werd hij van directeur plotsklaps arbeider. Als fabriekseigenaar was hij natuurlijk een kapitalist, die tijdens de nationalisatie van de productiemiddelen in 1948 zo snel mogelijk onteigend moest worden. Een duistere tijd brak aan.

Hij werd te werk gesteld als machinist bij een metaalfabriek in een kleine provinciestad. Vuil, zwaar werk was het waarvoor hij iedere dag om vijf uur ’s ochtends zijn bed uit moest. Als hij zich een uur later meldde bij de fabriek, zag hij op de ijzeren toegangspoort de vijfpuntige rode ster. Ik kan me de leus daaronder nog goed herinneren. ‘Voor vrede, vaderland en socialisme’, stond er onder de iconische ster geëmailleerd. Mijn opa vervloekte die ster, het embleem van de communisten, corrupte zwijnen die geld en spullen achteroverdrukten of het niets was. Elke zondag ging hij naar de kerk, een stille daad van verzet tegen het atheïstische regime.

Thuis, in de garage aan het grote erf waar zijn witte Škoda stond te blinken, waar zijn gereedschap lag, vond hij zijn vrijheid. Daar rookte hij filterloze sigaretten, timmerde konijnenhokken in elkaar en luisterde hij stiekem naar Voice of America, de klassenvijand van de communisten. Als Kennedy, Adenauer en later Helmut Schmidt en ja, ook Ronald Reagan via de korte golf van zijn wereldontvanger de garage binnendrongen, boog hij zich nog iets dichter naar de speaker om door het gekraak hun geluid te kunnen horen. In de grote wereld was hij maar een klein radertje dat knarsend meedraaide maar zich op gezette tijden schrap zette en dwars tegen de draairichting in ging.

Het dogma van de wereldeconomie: winstmaximalisatie

Volgend jaar is het dertig jaar geleden dat de Muur viel. De wereld is sindsdien drastisch veranderd. Globalisering bepaalt het politieke en economische spel, waarin wij slechts een radertje zijn met een avatar op sociale media. We laten een spoor van koekkruimels achter op onze favoriete online-wegen, als een soort klein duimpje op de digitale snelweg, met het grote verschil dat niet alleen klein duimpje zelf maar ook de (economische) reuzen het spoor volgen. Ze volgen ons (koop)gedrag in het permanente streven naar winstmaximalisatie: het dogma in de wereldeconomie. Iedereen lijkt er nog altijd van overtuigd dat winstmaximalisatie nodig is, omdat bedrijven anders failliet gaan.

Tegelijk zijn we ons ervan bewust dat het zoveel mogelijk produceren tegen zo laag mogelijke kosten leidt tot de grote sociale, economische én ecologische problemen van nu: ongelijkheid, uitputting van de aarde, degradatie van de leefomgeving en armoede. Problemen die in hoge mate met elkaar samenhangen.

Maar alles om de westerse consument te paaien. En zo betalen we nog altijd veel te weinig voor de spullen die we dagelijks kopen. Inmiddels is vastgesteld dat iedereen die zijn mandje met boodschappen vult bij om het even welke supermarkt, of het nu Albert Heijn is, Jumbo of Lidl, bijdraagt aan economische uitbuiting. Of het nu gaat om garnalenpelsters in Azië of bloemenplukkers in Afrika. Dat is de conclusie van het onderzoek Behind the Barcodes dat OxfamNovib deze zomer publiceerde. Die supermarkten dragen een grote verantwoordelijkheid waar ze steeds op moeten worden aangesproken.

We weten dus dat het systeem gebaseerd op concurrentie en ongebreidelde winstmaximalisatie niet houdbaar is voor mens en planeet en vraagt om een drastische ommezwaai. Maar hoe? Dat is de vraag.

Grenzen aan groei

Drie dingen kunnen we meteen doen. Ten eerste: ons koopgedrag aanpassen en zo solidair zijn met de slachtoffers van economische uitbuiting.

Maar we moeten ook eindelijk grenzen gaan stellen aan groei, 46 jaar nadat de Club van Rome met het beruchte gelijknamige rapport kwam. De ‘donuteconomie’ van Kate Raworth helpt ons op weg: aan onze wijze van produceren zit een ecologische bovengrens – de buitenrand van de donut – en een sociale ondergrens, de binnenring. Haar visie breekt radicaal met het heersende economische dogma van winstmaximalisatie, van het zoveel mogelijk produceren tegen zo laag mogelijke kosten. Het is hoopgevend dat Raworth’s boek een wereldwijze bestseller is geworden. Het heeft duidelijk een snaar geraakt bij velen.

Stop belastingontwijking

Ten tweede, de hand in eigen boezem steken. Sinds de dagen van de neo-Marxistische dependencia theorie uit de jaren vijftig en zestig is er in de economische relatie tussen Noord en Zuid iets wezenlijks ongewijzigd gebleven. Veel landen in Afrika leveren nog steeds grondstoffen voor de wereldmarkt (zoals coltan en kobalt), terwijl ze kant-en-klare industriële producten met een toegevoegde waarde importeren. De elite in Afrika profiteert van het systeem achter deze ‘ongelijke ruilverhouding’ dat het land ‘arm’ houdt en parkeert haar vermogen bij banken in Europese hoofdsteden. Op soortgelijke wijze sluizen westerse multinationals hun in Afrika onttrokken winst door naar brievenbusfirma’s aan de Amsterdamse Zuidas en ontwijken daar belasting. Nog altijd vloeit er op deze manieren meer geld het continent uit dan erin komt en blijft ruwweg de helft van de bevolking in Afrika op of onder de armoedegrens leven. Nederland moet ophouden dit te faciliteren!

Ruimte voor maatschappelijke organisaties

Ten derde, omdat bedrijven de logica van de race to the bottom volgen – produceren tegen zo laag mogelijke kosten – is het zaak dat we pressiegroepen aan diezelfde bottom blijven versterken. Bij Hivos voeren we al ruim zes jaar campagne om de arbeidsomstandigheden in de Oost-Afrikaanse bloemenindustrie, waar veelal vrouwen werken, te verbeteren. Afrikaanse rozen liggen hier blozend in de schappen terwijl de plukkers daar geen leefbaar loon verdienen om hun gezin te onderhouden. Waar mensen hier in potentie invloed kunnen uitoefenen via hun portemonnee, kunnen bedrijven dáár vaak hun goddelijke gang gaan. Illustratief is Heineken, dat Afrikaanse promotiemeisjes inzet die zich prostitueren om maar meer bier te verkopen. Daarom zijn maatschappelijke organisaties zo belangrijk; kritische media, mensenrechtengroepen, vakbonden, pressiegroepen die aan de bel trekken, de boel in beweging brengen en recht opeisen. Maar het zijn juist deze countervailing powers wier ruimte slinkt.

Hoogmoed komt voor de val

Toen de Muur viel, was mijn Tsjechische opa de pensioengerechtigde leeftijd inmiddels gepasseerd. Maar nog altijd werkte hij als receptionist in een hotel. Kwam-ie nog een beetje onder de mensen. Hij verlangde naar een betere wereld en was blij dat het politiek-economische systeem dat een groot deel van zijn leven had bepaald, was ingestort. Eindelijk gerechtigheid! Corruptie, vriendjespolitiek en cynisme waren het rot dat de fundamenten van het socialistische gebouw hadden aangetast. Het lijdt geen twijfel dat de mislukking van het Sovjet-experiment het geloof in de vrijemarkteconomie tot grote hoogte opstuwde. Er was zelfs een filosoof – de Amerikaanse denker Francis Fukuyama – die eind vorige eeuw stelde dat de geschiedenis een eindstadium had bereikt: de liberale democratie. Hoogmoed komt voor de val.

Tijd om van koers te veranderen

Ik denk dat we een nieuw stadium hebben bereikt en op het punt zijn beland dat we moeten vaststellen dat we er een potje van maken. Dat het tijd is om tegen de heersende draairichting in te gaan. Dat vernietiging van bossen en regenwouden en de misère van anderen een te hoge prijs is voor onze welvaart. Dat we behoefte hebben aan alternatieven voor winstmaximalisatie. Niet direct een retour richting het plan-socialisme zonder markt, maar wel een enkele reis richting mondiale bestaanszekerheid, gelijkwaardigheid, duurzame energiezekerheid en eerlijke prijzen zodat er wordt betaald voor verborgen kosten (denk aan CO2-uitstoot, vervuiling en belasting van de leefomgeving). Solidariteit in deze context betekent werken aan productieketens waarin waarde eerlijker wordt verdeeld zodat mensen in ieder geval een leefbaar loon krijgen en in vrijheid kunnen leven. Want solidariteit begint daar waar de vrijheid of bestaanszekerheid van anderen wordt aangetast. Met andere woorden: bij ons eigen handelen.

Juist voor degenen die zich op of buiten hun Arbeitsplatz dagelijks inzetten voor een betere wereld geldt: it’s the (political-)economy stupid! Laat INGO’s in Nederland hun krachten bundelen om de tanker die de politieke economie nu eenmaal is van richting te doen veranderen!

Roman Baatenburg de Jong werkt bij Hivos en is politicoloog

 

Het journalistieke project Reinventing the Message is bedoeld om met onder andere filosofen, schrijvers,  sociaal ondernemers, activisten, wetenschappers en professionals uit de ontwikkelingssector nieuwe ideeën te genereren om mensen te raken en te betrekken bij internationale samenwerking en mondiale solidariteit.

Blog: Gezondheidszorg voor iedereen of alleen de happy few?

Door Remco van der Veen | 12 december 2018

Vandaag is het Universal Health Coverage Day. Ministers van Financiën zien gezondheidszorg helaas vaak slechts als een uitgavenpost en geven prioriteit aan productieve investeringen in landbouw en infrastructuur. Dat moet anders, schrijft Remco van der Veen, director International Offices bij Cordaid.

Lees artikel

‘De oudere generatie heeft kennis, de jongere generatie heeft de energie en de toekomst.’

Door Lys-Anne Sirks | 11 december 2018

In haar beleidsnota ‘Investeren in perspectief’ zet minister Kaag sterk in op jongeren, maar wat vinden die zelf eigenlijk van de nota en de rol die hen daarin wordt opgelegd? Volgens Francis Arinaitwe, een jonge ondernemer uit Kenia,  is het vooral cruciaal om ‘jongeren zeggenschap te geven over hun eigen toekomst’.  

Lees artikel

Bossen: onze krachtigste high-tech klimaatoplossing

Door Han de Groot | 03 december 2018

Als we over klimaat oplossingen praten, gaat het gesprek bijna altijd over de vermindering van fossiele brandstoffen. Maar volgens Han de Groot, CEO van de Rainforest Alliance, is dat maar een deel van de oplossing en zou het veel meer over bossen moeten gaan: de meest krachtige en efficiënte CO2 opnemende technologie die het wereld ooit heeft gezien.

Lees artikel