Door:
Vice Versa

1 oktober 2018

Categorieën

Commentaar- Minister Kaag voert een zero tolerance beleid als het gaat om seksueel grensoverschrijdend gedrag in de ngo-sector. Maar worden op het ministerie van Buitenlandse Zaken wel diezelfde richtlijnen gehanteerd?

Door Marc Broere en Ayaan Abukar

Een ambtenaar die verantwoordelijk was voor de bescherming van vrouwenrechten wereldwijd, maar zelf (seksueel) grensoverschrijdend gedrag vertoont richting vrouwen van Nederlandse ngo’s met wie hij moest samenwerken. Het klinkt zo onwaarschijnlijk dat het niet verwonderlijk is dat er veel ophef is uitgebroken na het nieuws van afgelopen weekend in NRC en het radioprogramma Reporter dat een ambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken, die als coördinator werkte voor een internationaal project om vrouwenrechten te beschermen, zich schuldig heeft gemaakt aan (seksuele) intimidatie, financieel machtsmisbruik en ‘pesten’. Door medewerkers van Cordaid, PAX en WO=MEN werden in 2016 acht klachten tegen hem ingediend, waarvan een interne commissie van het ministerie er uiteindelijk zes gegrond verklaarde.

Uit het onderzoek van het radioprogramma Reporter bleek verder dat de slachtoffers teleurgesteld zijn over de afhandeling van hun zaak door het ministerie. Ze hebben tot op de dag van vandaag niet gehoord wat de sancties zijn tegen de ambtenaar en hebben ook niet het gevoel dat hij gestraft is voor zijn gedrag. De betrokken ambtenaar werd nog tijdens het onderzoek overgeplaatst naar een andere afdeling, waar hij een functie kreeg die formeel gelijkwaardig is aan zijn vorige. Ook in zijn huidige functie heeft hij te maken met medewerkers van ngo’s en behoort vrouwenrechten wederom tot de onderwerpen waar hij over meepraat. De slachtoffers vrezen dat zij hem opnieuw zullen tegenkomen op het ministerie.

Uit de reportage bleek ook dat de slachtoffers hun klachten pas indienden nadat hun werkgevers van de hoogste ambtenaar van het ministerie schriftelijk de garantie hadden gekregen dat de organisaties niet (financieel) zouden worden getroffen door deze zaak.

In NRC steekt Joke Brandt, de secretaris-generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken, deels de hand in eigen boezem. Ze zegt dat de nazorg aan de slachtoffers beter had gekund, belooft verbetering als het gaat om integriteitbeleid op het ministerie en erkent dat de drempel voor externe organisaties om een klacht in te dienen te hoog is. Er zal daarom een apart meldpunt komen. Daarentegen verdedigt ze het beleid om de slachtoffers niet in te lichten over de sancties die zijn genomen uit oog van de privacy van de ambtenaar en zegt ze dat het feit dat de betreffende ambtenaar nog steeds met ngo’s werkt niet anders kan omdat dit ligt ‘aan de aard van het werk dat wij doen’.

In het programma Reporter wilde Annelies Faro, de centrale coördinator integriteit op het ministerie, eveneens niet ingaan op de precieze aard van de sancties. Wel gaf ze een aantal mogelijke sanctiemaatregelen aan die er tot haar beschikking staan: korten op vakantiedagen of salaris, en iemand verplicht een cursus laten volgen. Ze benadrukte daarbij ook dat de medewerkers van de drie organisatie volgens haar wel degelijk tevreden waren over het proces vanuit het ministerie en voegde daar aan toe dat ze hen ook niet als ‘slachtoffers’ zag.

De PvdA heeft inmiddels om opheldering over de misdragingen van de ambtenaar gevraagd. Ook GroenLinks gaat dat doen.  Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul (PvdA) wil onder meer weten waarom de disciplinaire maatregelen niet bekend zijn gemaakt.

Vragen die blijven hangen 

Wat zijn nu de meest in het oog springende vragen die deze zaak oproept?

Dat is in de eerste plaats dat er pas een klacht werd ingediend nadat de medewerkers van de drie organisaties schriftelijk een garantie hadden gekregen dat de organisaties niet (financieel) zouden worden getroffen door deze zaak. Dat is opmerkelijk.  We hebben het hier immers over drie organisaties die projecten op het gebied van vrouwenrechten wereldwijd ondersteunen; vaak projecten waarin vrouwen in de meest vijandige omgeving voor hun rechten opkomen.

Het valt ontzettend goed te begrijpen dat de drempel om een klachtenprocedure in te gaan hoog en vooral pijnlijk is voor de individuele medewerkers.  Aan de andere kant ontstaat nu het beeld dat het veilig stellen van bepaalde belangen belangrijker was dan adequaat en snel reageren op deze klachten. De drie directeuren laten in een gezamenlijke reactie bovendien weten dat ze afgezien hebben van medewerking aan de journalistieke publicaties. Dit geeft een onbevredigend gevoel omdat er toch een aantal kritische vragen zijn blijven liggen waarop hun antwoord gewenst lijkt.

En dan het optreden van het ministerie zelf. Hier blijft toch een wrange nasmaak hangen. Minister Kaag voert sinds de ophef over het sekschandaal bij Oxfam UK en het bekend worden van andere #MeToo zaken binnen de Nederlandse ontwikkelingssector een ‘zero tolerance’ beleid op dit terrein. Eind april stuurde ze hierover nog een brief aan de Tweede Kamer. Deze richtlijnen werden zelfs nog door de minister persoonlijk aangescherpt omdat ze vond dat de eerste versie niet ver genoeg ging. Zo pleit ze onder andere voor de introductie van een humanitair paspoort om te voorkomen dat veroordeelde personen elders weer aan de slag kunnen, een aanscherping van de toetsingscriteria en subsidiekaders op dit terrein, en voor de mogelijkheid om subsidies weer terug te vorderen.

Het beeld dat nu ontstaat is dat er voor ambtenaren andere criteria gelden dan voor medewerkers van ngo’s. We hebben het hier ook niet over een eenmalig incident, maar over een ambtenaar tegen wie maar liefst acht klachten werden ingediend, waarvan er zes gegrond verklaard werden. Het roept de terechte vraag op hoe ver je op het ministerie blijkbaar kunt gaan met grensoverschrijdend gedrag voordat je wordt ontslagen.

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel