Door:
Bart Romijn

26 september 2018

Categorieën

Tags

Mensen voelen zich niet serieus genomen door overheid, politiek en maatschappelijke organisaties. Dat maakt ze sceptisch, óók over ontwikkelingsorganisaties. Bart Romijn, directeur van branchevereniging Partos, roept de sector op tot meer verbinding met de Nederlandse burger. ‘Luister naar mensen die zich buitengesloten voelen en bied handelingsperspectief.’

 

Bart Romijn | Foto: Roos Trommelen

Is Nederland een ontwikkelingsland? Met deze vraag begon Marjon Bolwijn een tijdje geleden haar artikel in de Volkskrant, waarin zij een overzicht geeft van ontwikkelingsorganisaties die hun werkveld steeds meer naar Nederland verleggen. Zo past Cordaid haar opgedane kennis in ontwikkelingslanden toe in sociale coöperaties in verschillende Nederlandse steden. Hierbij richt de organisatie zich op volwassenen die al jaren in de bijstand zitten en in een sociaal isolement leven. Zij krijgen de kans in samenwerkingsverbanden hun talenten te ontwikkelen, werkervaring op te doen en zo weer actiever mee te doen in de samenleving. Of neem Wemos, dat een ommekeer hoopt te bewerkstelligen in het ‘wegkopen’ van ziekenhuispersoneel door Nederland, uit landen als Malawi en Tanzania – landen die zelf een schrijnend personeelstekort hebben.

Twee voorbeelden met twee verschillende invalshoeken: ook Nederland kent haar interne ontwikkelingsproblemen als armoede en uitsluiting, én Nederland benadeelt landen waar de problemen veel ernstiger zijn dan hier. Of, meer algemeen: Nederland heeft een negatieve voetafdruk in de wereld, zoals het Planbureau voor de Leefomgeving en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat jaarlijks met harde data onderbouwen. De Nederlandse voetafdruk op biodiversiteit, grondstoffen en land is groot, net als onze bijdrage aan broeikasgasemissie (en, door beide organisaties nog niet genoemd, aan belastingontwijking). Het antwoord op de vraag van Marjon Bolwijn kunnen we beantwoorden met “ja, Nederland is een ontwikkelingsland”. Aandacht en inzet hiervoor zijn belangrijk.

Met dit antwoord wil ik echter geen pleidooi houden richting ontwikkelingsorganisaties om hun focus te verleggen naar binnenlandse problemen in Nederland. Door hun internationale oriëntatie en netwerken zijn ontwikkelingsorganisaties veel beter toegerust om de mondiale voetafdruk van Nederland ten positieve te doen keren. En dat doen ze ook. Vele organisaties richten zich al op verduurzaming van handelsketens, het verbeteren van lokale omstandigheden en het bevorderen van samenwerking en samenhang, om te voorkomen dat wat we met één hand geven, we met veel handen weer ondermijnen (ofwel, beleidscoherentie voor ontwikkeling).

Wel wil ik bij ontwikkelingsorganisaties een pleidooi houden voor meer verbinding met Nederlandse burgers. Verbinden door te luisten en door handelingsperspectief te bieden dat verder gaat dan doneren. Luisteren naar mensen die zich buitengesloten voelen. Begrijpen wat in er in Nederland leeft als het gaat om die gevoelens van buitengesloten zijn. Net als in veel landen voelen mensen zich niet serieus genomen door politiek, overheid, zorginstellingen, en ga zo maar door. Dit vertaalt zich in scepsis en boosheid over instituties in het algemeen die ook ontwikkelingsorganisaties raakt. En bij gebrek aan handelingspersectief voelt een groep mensen zich aangetrokken tot partijen die de boosheid uitvergroten en polarisatie vergroten.

Zelf kom ik uit een arm gezin. Alle wijsheid, liefde en goede zorgen van mijn ouders ten spijt, een ding maakte mij opstandig: de opmerking en daarbij horende houding ‘naar ons soort mensen wordt toch niet geluisterd’. Dat wilde ik me nooit laten overkomen. Ik wil dat er wel naar mij wordt geluisterd. Is het niet naar mijn boosheid, dan wel naar mijn ideeën.

Hier is voor ontwikkelingsorganisaties een wereld te winnen, letterlijk en figuurlijk. Door het luisteren naar en het verbinden en mobiliseren van burgers, in Nederland en in andere landen. Door duidelijk te maken dat problemen van armoede, uitsluiting, tweedeling en onveiligheid in Nederland en in de rest van de wereld met elkaar samenhangen. Dit verhaal moeten we blijven vertellen. Daarmee kunnen we mensen mobiliseren.

Ontwikkelingsorganisaties hebben genoeg te bieden. Naar het voorbeeld van de sociale coöperaties van Cordaid kunnen zij hun ervaringen met microkrediet- en zelfhelpprogramma’s elders delen met woningcoöperaties, schuldhulpinstanties en wijkteams in grote steden hier. Een ander voorbeeld is E-Motive – ooit vanuit Oxfam Novib ontstaan om in Nederland te leren van ‘het Zuiden’. E-Motive faciliteert gezamenlijk leren tussen groepen die zichzelf uit de armoede of uitsluiting vechten. Ze putten kracht uit de gezamenlijkheid en de herkenning van gemeenschappelijke problemen. Meer en meer verschuift de focus van E-Motive naar Zuid-Zuid leren, terwijl het bij uitstek een platform is dat in Nederland veel te bieden heeft.

Niet alleen uit solidariteit moeten we in het geweer komen. Het is een noodzaak. De doorwrochte studie Pathways for Peace van de VN en de Wereldbank voorspelt dat in 2030 de helft van alle armen in conflictgebieden leeft. Met als belangrijkste oorzaak van conflicten: grieven onder grote bevolkingsgroepen als gevolg van uitsluiting. Geen of beperkte toegang tot bestuur en macht, natuurlijke hulpbronnen, sociale voorzieningen, veiligheid en recht zijn factoren die hierin meespelen. De aanpak van grondoorzaken is een kwestie van toegang verschaffen tot deze essentiële domeinen.

Door allerlei gevestigde belangen gebeurt dat niet zomaar. We kunnen daar alleen verandering in brengen als we allemaal, met zijn allen, man, vrouw, jong en oud, met alle macht daaraan werken. Want we willen toch een wereld waarin iedereen veilig en gezond is en voldoende te eten heeft? Een wereld zonder armoede, waarin iedereen toegang heeft tot bestuur, hulpbronnen en gemeenschappelijke voorzieningen, veiligheid en recht?

Deze wensen zijn vastgelegd in de 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelen, die zich laten samenvatten in ‘Leave No One Behind’; laat niemand in de steek. Als het ons menens is, dan kunnen we niet doorgaan zoals we altijd deden. Dan komen we niet verder met reageren op wat niet goed is. Als we serieus impact willen hebben, dan moeten we op alle fronten een transformatie bewerkstelligen. Van reactie naar transformatie. Van een door financieel gedreven groeieconomie naar een circulaire economie die de grenzen van de planeet respecteert. Van een samenleving die de armsten en meest kwetsbaren laat staan naar een maatschappij waarin we echt samenleven, elkaar respecteren en sociale systemen ontwikkelen waarin ook de zwaksten tot hun recht kunnen komen.

In die transformatie moeten we niet alleen naar de wereld buiten ons kijken, maar net zo goed, en vooral, naar onszelf. Het afgelopen jaar heeft Partos met een breed samengestelde verkennersgroep (mensen uit ngo’s, de wetenschap, financiële instellingen, de overheid, het bedrijfsleven) een verkenning gedaan naar de toekomst van ontwikkelingssamenwerking. Met het resultaat Adapt, Counteract or Transform dagen we ontwikkelingsorganisaties uit tot zelfreflectie en een uiteindelijk transformatie. Drie fundamentele omslagen in ons denken en doen staan daarin centraal:

  • Van fragmentarische aanpak naar systemische verandering: verbind projecten en samenwerkingen in een groter geheel. Zoals in de noodhulp waar meer en meer wordt geïnvesteerd in preventieve, sociale, ecologische en infrastructurele rampenbestendigheid van gebieden;
  • Van ‘wij’ die goedbedoeld, maar over de hoofden van anderen de leiding nemen en met oplossingen komen, naar luisteren naar en faciliteren van degenen om wie het gaat: ‘the most affected in the lead’. Leer bijvoorbeeld van vernuftige ideeën die in vluchtelingenkampen opkomen.
  • Niet geld, maar ‘verbonden capaciteit’ van burgers (dwars door allerlei groepen en instellingen heen) is onze kracht; daarmee kunnen we de wereld veranderen. Deze tegenkracht, verbindende kracht en co-creatieve kracht van burgers is een onuitputtelijk kapitaal dat we moeten voeden, mobiliseren en steunen. Denk aan de positieve uitkomst van de Tunesische revolutie, waar aangeduwd door een brede burgerbeweging een vakbond, mensenrechtenorganisatie, bedrijvenkoepel en juristenclub samen een verbetering van de democratie in de grondwet verankerd wisten te krijgen.

Met leden en ook met zusterorganisaties in het buitenland (zoals met Global Fokus in Denemarken) kijken we op allerlei manieren hoe we deze omslagen vorm kunnen geven binnen een gezamenlijk toekomstbeeld, A Future We Want. Deze transformatie vormt ook de rode draad van het Partos Innovatie Festival. Een festival dat bedoeld is om juist Nederlanders – jongeren, sociaal ondernemers, activisten en anderen van buiten de directe ontwikkelingssamenwerking aan te trekken, te inspireren en handelingsperspectieven te laten zien. Dit festival is een oproep aan iedereen om zich in te zetten voor de mensen om wie het gaat, de armsten en de kwetsbaarsten. Dit drijft en verbindt ons en zorgt voor focus in onze inzet.

Daar staat ontwikkelingssamenwerking voor: samenwerking voor een inclusieve, vreedzame, rechtvaardige en duurzame samenleving voor iedereen, met de focus op de armste en meest kwetsbare groepen en gebieden wereldwijd.

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel