Door:
Marc van Dijk

25 september 2018

Tags

Het debat over ontwikkelingssamenwerking en migratie is in Nederland sterk gepolariseerd. Hoe komen we tot een constructief gesprek? Experts Chantal Deken en Ivana Ivkovic geven advies: leer scholieren weer discussiëren en wees niet bang het totaal oneens te zijn.   

Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib (PvdA) kreeg tijdens de Algemene Beschouwingen na Prinsjesdag brieven en e-mails van burgers die het taalgebruik te hard vonden. Ze riep de Kamerleden daarna op om tijdens de debatten niet grof of persoonlijk te worden. Toen had PVV-leider Geert Wilders al tegen Tunahan Kuzu (Denk) gezegd: ‘Rot zelf lekker op. U hoort hier niet thuis. U bent het vergif van deze samenleving en van deze democratie. Dit is ons land. Dit is niet uw land. Uw land is Turkije. Dit is Nederland. Wegwezen, meneer Kuzu.’

Is het nog mogelijk om een constructief gesprek te voeren over onderwerpen als ontwikkelingssamenwerking en de opvang van vluchtelingen, terwijl gezichtsbepalende politici in Den Haag elkaar op deze manier aanspreken, zowel in de Tweede Kamer als op Twitter? De impact van die openlijke harde taal is extra groot in debatten die gaan over mensen uit andere landen, die in de eerste instantie buiten de ‘eigen groep’ vallen. Hoe kunnen we de polariserende toon veranderen? Twee experts geven vanuit hun vak advies voor een goed publiek debat: Chantal Deken van stichting Discussiëren kun je leren, en politiek filosoof Ivana Ivkovic.

 

Foto: Tony Perez

Chantal Deken: Geef scholieren ‘discussiekunde’ en maak hen tot rolmodel

Het grove taalgebruik in de Tweede Kamer en de ergernis die dat wekt bij burgers zijn voor Chantal Deken allesbehalve verbazingwekkend. De initiatiefnemer en directeur van stichting Discussiëren kun je leren ziet al jaren hoe we vaak vergeten te luisteren. Discussies leiden al gauw tot onoplosbare conflicten. Dat ondergraaft structureel onze empathie en het vermogen mee te leven met vluchtelingen of andere mensen in nood, stelt Deken. Zij wijdt dit deels aan de populariteit van sociale media, waar iedereen vooral zijn eigen waarheid bevestigd ziet en het bijzonder makkelijk is om fel van leer te trekken tegen andersdenkenden. De vrijheid van meningsuiting wordt als excuus gebruikt om grof en beledigend te zijn.

Om dit patroon te doorbreken zou ‘discussiekunde’ een hoge prioriteit moeten hebben in het onderwijs. Maar het tegendeel is het geval, zegt Deken. ‘In het curriculum op de basis- en middelbare school besteden de meeste docenten nauwelijks aandacht aan discussievaardigheden. Deels omdat die moeilijk te toetsen zijn. En deels omdat de tegenstellingen tijdens discussies vaak zo scherp aan het licht komen dat docenten dit onderdeel liever niet te veel aandacht geven of zelfs helemaal overslaan. Wat doe je als leerlingen bijvoorbeeld ingaan tegen de idealen van de democratische rechtsstaat? Docenten missen soms de vaardigheden om ontsporende gesprekken in goede banen te leiden of mijden liever het conflict.’

Met haar stichting Discussiëren kun je leren geeft Chantal Deken jaarlijks workshops op zo’n honderd scholen in en rond Amsterdam. En iedere keer staat ze er weer van te kijken hoeveel ze in een paar lessen kan bereiken met de leerlingen. De methode die ze gebruikt is vorig jaar onderzocht door de Universiteit Utrecht, en het effect blijkt positief: dankzij de workshops kunnen kinderen beter omgaan met verschillen, en de vooroordelen van Nederlandse leerlingen naar niet-westerse allochtonen nemen blijvend af. En dat alles dankzij het oefenen van vooral basale vaardigheden: je eigen oordeel uitstellen, het standpunt van de tegenstander innemen, je leren in te leven in de ander. En samen onderzoeken waar de verschillende meningen over onderwerpen als ontwikkelingssamenwerking of vluchtelingenopvang eigenlijk vandaan komen. ‘Leerlingen ontdekken waar hun eigen mening vandaan komt. Wat de invloed is van hun omgeving, en van (sociale) media’, zegt Deken. ‘Bij pubers, die nog zeer beïnvloedbaar zijn, geldt dit in hoge mate. Daar is de peer het allerbelangrijkst. Maar voor volwassenen geldt dat stiekem ook.’

Wat zouden we volgens Deken moeten leren om het publieke debat te verbeteren? ‘Laat elkaar uitpraten, houd rekening met andermans gevoelens, probeer je in ieders standpunt in te leven en accepteer dat je het soms niet eens wordt. Wees eerlijk over de feiten en onderzoek deze. Volg eens wat media die je normaal niet volgt, lees columns van mensen met wie je het niet eens bent. Durf als dat nodig is ook je mening te herzien. Dat lijkt steeds minder gebruikelijk; het geldt als een teken van zwakte. Dat moet anders – je mening bijstellen op basis van voortschrijdend inzicht is juist een teken van kracht, of je nou politicus bent of een betrokken burger. Verder zou het denk ik iedereen goeddoen om eens te onderzoeken waar je eigen overtuigingen vandaan komen. En om in discussies meer op zoek te gaan naar gemeenschappelijke grond. Leerlingen die dit geleerd hebben, blijven het toepassen. Zij kunnen daarna als rolmodel gelden voor hun omgeving, van leeftijdgenoten tot ouders en docenten.’

 

Foto: Sas Schilten

Ivana Ivkovic: Erken diepgewortelde verschillen en ontwikkel politiek bewustzijn

Ivana Ivkovic is politiek filosoof en heeft haar eigen bureau waarmee ze filosofie een plaats wil geven in het publieke leven, NoWishfulThinking. Het is een prima idee om ‘discussiekunde’ meer aandacht te geven in het onderwijs en in de samenleving, zegt ze, maar er kleeft ook een risico aan: de Nederlandse consensuscultuur kan verstikkend werken. Daarnaast zijn enkel discussievaardigheden volgens haar niet genoeg om echt iets te veranderen aan dossiers als ontwikkelingssamenwerking of de vluchtelingenproblematiek; daarvoor heb je ook politiek bewustzijn nodig.

Ivkovic: ‘Het eerbiedwaardige uitgangspunt is dat we het weliswaar niet altijd met elkaar eens zijn, maar dat we wel op zijn minst de verschillen met elkaar kunnen uitpraten. En dat we daarbij van elkaar kunnen leren. Dat is allemaal waar, en het is ook belangrijk dat we er beter in worden. Maar het gevaar is dat we op deze manier kiezen voor een soort consensusmodel waarin wezenlijke verschillen worden afgevlakt en weggepoetst, om plaats te maken voor een verstikkend groepsdenken. Dat soort groepsdenken moeten we voorkomen. Onze zuiderburen hebben dit gemerkt toen ze een “cordon sanitaire” vormden tegen partijen die politiek incorrecte meningen verkondigden. Het werkte averechts, de geïsoleerde partij werd er alleen maar sterker door. De Belgische filosoof Chantal Mouffe heeft onder andere op basis hiervan de les getrokken dat een politieke gemeenschap niet hetzelfde is als een groep of een stam die uiteindelijk overeenstemming moet bereiken. In tegendeel: het is voor een gezonde publieke sfeer essentieel dat wij het totaal met elkaar oneens kunnen zijn.’

Binnen gedeelde kaders is het makkelijk discussiëren. Alleen beschikken we in een multiculturele samenleving eenvoudigweg niet altijd over die gedeelde kaders, stelt Ivkovic. ‘Politiek gaat mede over de ruimte om eigen kaders te hebben. En dus niet om de wens om binnen hetzelfde framework een beetje meer links of rechts uit te komen. Het kan ook gaan om fundamentele politieke verschillen. Vanuit de seculiere sfeer wordt de hoofddoek bijvoorbeeld heel anders geduid dan door mensen die religieus zijn. Of denk aan de zwarte-pietdiscussie: de verdedigers van “een onschuldig feestje” hebben een heel ander kader dan de mensen die zeggen: “Dit is racisme.”’

Het werk van Chantal Mouffe laat volgens Ivkovic zien waarom er ruimte moet zijn voor dit soort verschillen. ‘Mouffe ziet in elke overeenstemming een vorm van machtsuitoefening, omdat de kaders al zijn uitgetekend. Juist in die kaders schuilt de vanzelfsprekendheid waarmee de dominante groep de andersdenkenden onderdrukt. Degenen die het ergens fundamenteel mee oneens zijn, mogen als het ware enkel binnen de lijntjes voor een andere kleur kiezen. Terwijl politiek ook juist gaat over het trekken van die lijnen.’

Ivkovic gelooft dan ook niet in ‘discussiekunde’ als wondermiddel om het debat over onderwerpen als ontwikkelingssamenwerking of vluchtelingenproblematiek te genezen. Daarvoor is volgens de filosoof nog iets anders nodig: het vergroten van politieke kennis en bewustzijn over de verhoudingen in de wereld.

Ivkovic: ‘Als we ons afvragen hoe we meer bereidheid krijgen om anderen te helpen of te verwelkomen in ons land, zijn we al snel geneigd om te denken: als we maar wat meer saamhorigheid hebben en wat liever zijn voor elkaar, dan lukt het wel. Een streven naar sociale cohesie: hoe word je deel van ons Hollandse dorp, hoe verhouden wij ons tot elkaar? Hoe houden we het netjes? Maar de vraag waar het in dit verband werkelijk om gaat, wordt nauwelijks gesteld: hoe verhouden wij ons tot de rest van de wereld?’

Kijk om te beginnen eens dit filmpje van de Sloveense filosoof Slavoj Žižek, adviseert Ivkovic:

Ivkovic: ‘Wat Žižek laat zien, is dat ontwikkelingssamenwerking een manier van denken is die diepgaand is ingebed in onze kapitalistische cultuur, op zo’n manier dat de eventuele hulp – of we daar nou voor of tegen zijn – het systeem van onrechtvaardige verdeeldheid van welvaart intact laat. Ontwikkelingssamenwerking creëert als het ware een stroompje om de ergste bloedingen te stelpen, maar de zieke structuren die de enorme ongelijkheid veroorzaken, blijven intact. Het maakt niet uit hoeveel de weldoener geeft, zelfs Bill Gates verandert niets aan het waardesysteem dat de ongelijkheid in stand houdt. Met andere woorden: als je leerlingen enkel leert om te discussiëren, maar je leert ze niet om oog te hebben voor de politieke dimensie van dit soort problemen, dan verandert er niets. Je hebt niet alleen discussievaardigheden nodig, maar ook politiek bewustzijn.’

Het journalistieke project Reinventing the Message is bedoeld om met onder andere filosofen, schrijvers,  sociaal ondernemers, activisten, wetenschappers en professionals uit de ontwikkelingssector nieuwe ideeën te genereren om mensen te raken en te betrekken bij internationale samenwerking en mondiale solidariteit.

Blog: Gezondheidszorg voor iedereen of alleen de happy few?

Door Remco van der Veen | 12 december 2018

Vandaag is het Universal Health Coverage Day. Ministers van Financiën zien gezondheidszorg helaas vaak slechts als een uitgavenpost en geven prioriteit aan productieve investeringen in landbouw en infrastructuur. Dat moet anders, schrijft Remco van der Veen, director International Offices bij Cordaid.

Lees artikel

‘De oudere generatie heeft kennis, de jongere generatie heeft de energie en de toekomst.’

Door Lys-Anne Sirks | 11 december 2018

In haar beleidsnota ‘Investeren in perspectief’ zet minister Kaag sterk in op jongeren, maar wat vinden die zelf eigenlijk van de nota en de rol die hen daarin wordt opgelegd? Volgens Francis Arinaitwe, een jonge ondernemer uit Kenia,  is het vooral cruciaal om ‘jongeren zeggenschap te geven over hun eigen toekomst’.  

Lees artikel

Bossen: onze krachtigste high-tech klimaatoplossing

Door Han de Groot | 03 december 2018

Als we over klimaat oplossingen praten, gaat het gesprek bijna altijd over de vermindering van fossiele brandstoffen. Maar volgens Han de Groot, CEO van de Rainforest Alliance, is dat maar een deel van de oplossing en zou het veel meer over bossen moeten gaan: de meest krachtige en efficiënte CO2 opnemende technologie die het wereld ooit heeft gezien.

Lees artikel