Door:
Selma Zijlstra

19 september 2018

Categorieën

Hoe zorg je ervoor dat de machthebbers naar je luisteren, als je al jarenlang strijdt voor een hoger gezondheidsbudget? De één zoekt zijn heil in stakingen, de ander blijft de dialoog voeren. Twee perspectieven vanuit Oeganda.

Het jaar 2017 was turbulent voor de gezondheidssector in Oeganda. Artsen door heel het land legden in november hun werk neer, uit protest tegen de deplorabele toestand en de lage salarissen.

De dokters zagen de staking als hun laatste optie. Dialoog had niets opgeleverd; de artsen voelden zich niet serieus genomen. De regering willigde hun herhaaldelijke verzoek voor een hoger loon niet in – dat salaris bedraagt nu minder dan 1,1 miljoen Oegandese shilling (257 euro) per maand voor startende medici en voor seniormedici 3,4 miljoen shilling (795 euro). Daarbij is er een nijpend gebrek aan medische apparatuur en medicijnen.

Tegelijkertijd wordt Oeganda geconfronteerd met een ernstig tekort aan gezondheidswerkers; het land telt 1,55 gezondheidswerkers per duizend patiënten, meldt de Wereldgezondheidsorganisatie, die voorschrijft dat er naar verhouding 4,45 nodig zijn om adequate gezondheidszorg te bieden.

Het heft in eigen handen

Ekwaro Obuku is sinds september 2017 voorzitter van de Uganda Medical Association, een vakbond voor gezondheidswerkers. Na jarenlang als dokter te hebben gewerkt, besloot hij zijn focus te verleggen naar het politieke werk. Want: ‘dokters in Oeganda worstelen met een moeilijke situatie’, zegt hij over de telefoon.

‘Dokters verlaten het land om elders als arts te werken’, vervolgt Obuku, ‘of ze zoeken een beter betaald beroep, in de handel, bijvoorbeeld. Als we willen dat onze dokters terugkomen, dan moeten we de situatie veranderen. Om te beginnen moet de regering prioriteit geven aan de gezondheidssector, maar tegelijkertijd moeten de dokters het heft in eigen handen nemen. De artsen hielden zich altijd afzijdig van politiek gevoelige onderwerpen; ze dachten dat anderen de problemen wel voor hen zouden oplossen. Maar dat gebeurt niet. Samen, als een groep, kunnen we onze stem laten horen.’

Als er één beroepsgroep is waarvan je liever niet wilt dat die staakt, dan is het de artsen. Critici noemden de actie dan ook onverantwoordelijk. ‘We zijn erg bezorgd dat dokters een vakbondsactie verkozen boven het redden van levens’, verklaarde Regina Kamoga, het hoofd van de patiëntenvereniging, tegenover de Oegandese krant New Vision.

‘Het is een buitengewone maatregel,’ erkent Obuku, ‘maar ook ons laatste redmiddel. We wilden onderhandelingen forceren. Het is moeilijk om politici naar de onderhandelingstafel te krijgen en een serieus gesprek met hen te voeren. Er was wel een soort van dialoog, maar zij namen ons niet serieus. Ze houden zich vooral bezig met de politiek van dag.’

Zoals verkiezingspolitiek. Obuku: ‘Nu al maken politici zich zorgen over de afschaffing van de leeftijdsgrens voor de nieuwe verkiezingen (een initiatief van president Museveni om langer in het zadel te kunnen blijven zitten, red.). Ze vergeten haast hun verantwoordelijkheden, dat ze diensten moeten leveren. De staking gaf ons veel meer invloed, want die confronteerde politici met een acute situatie. Ze konden niet meer om ons heen. We lieten zien dat we macht hebben.’

Dialoog

Ondanks de kritische geluiden in de krant, genoot de staking volgens Obuku wel degelijk steun vanuit de bevolking – en ook maatschappelijke organisaties stonden achter de artsen. Zo ook de Civil Society Budget Advocacy Group (CSBAG), een lidmaatschapsorganisatie van zo’n honderd ngo’s die de overheidsbudgetten analyseert en monitort. David Walakira is er verantwoordelijk voor het gezondheidsbudget.

‘We steunden de strategie’, zegt Walakira. ‘Ook al denk ik dat je het altijd eerst via een dialoog moet proberen. Maar als er dan niets gebeurt, moet je de confrontatie opzoeken, via publiek protest.’ Maar zo’n protestactie is het liefst niet àl te venijnig. ‘Protesteren doen we eerder via petities dan door de straat op te gaan. En voor iedere actie informeren we ook altijd de mensen van de regering. We blijven tenslotte met ze in gesprek.’

Zo blijft CSBAG geloofwaardig voor beide partijen, hoopt Walakira. ‘Met onze publieke acties laten we de samenleving zien dat we niet worden ingelijfd door de regering, maar we behouden ons respect richting diezelfde regering door met haar te blijven praten.’

Mondiger burgers

Ook maakt CSBAG handig gebruik van internationale partners. Maatschappelijke organisaties en donoren kunnen extra druk op de eisen zetten – immers, zoals Walakira zegt: ‘Zij hebben het geld en dus meer invloed.’

Verder betrekt CSBAG ook de Oegandese bevolking erbij. Via bewustwording en trainingen moet zij uiteindelijk zelf in staat zijn om de regering ter verantwoording te roepen. Meestal gebeurt dat op lokaal niveau, want daar staan de politici dichter bij de mensen. Walakira ziet het resultaat van deze benadering met eigen ogen. ‘Tijdens de budgetonderhandelingen in de districten zagen we dat burgers steeds mondiger werden en de juiste vragen begonnen te stellen. Die druk van onderop wordt uiteindelijke een krachtig wapen voor verandering. We zien ook al dat er meer en meer budgetinformatie van onze website wordt gedownload. Mensen maken er dus gebruik van.’

Beloftes

Toch werden voor het begrotingsjaar 2017/’18 slechts twee van de zeven voorstellen overgenomen door het parlement. Een daarvan betrof het overhevelen van geld dat was uitgetrokken voor het behandelen van Oegandese overheidsfunctionarissen in het buitenland, naar lokale ziekenhuizen. Voorstellen voor salarisverhoging of meer en beter materiaal werden ditmaal niet officieel ingediend. De dialoog daarover is immers al zo lang gaande dat een formeel verzoek voor CSBAG geen toegevoegde waarde meer had.

Misschien dat de staking in dat opzicht toch meer succes boekte? Want de regering leek wel degelijk te hebben geluisterd; ze zegde twaalf miljoen dollar toe voor meer medicijnen. Ook beloofde ze stagiairs beter te betalen en het salaris van dokters in de publieke gezondheidszorg zelfs te vervijfvoudigen, vertelt Obuku niet geheel zonder trots.

Maar Walakira is sceptisch. ‘De beloften zijn nog niet verwerkt in het nieuwe budget. Het is een leugen. We voeren nu druk uit op de parlementaire commissie en de ministeries van Financiën en Gezondheidszorg om het budget te herzien in overeenstemming met de gedane beloften.’

Niet genoeg

Maar gelegenheid om daarna achterover te leunen is er niet. Obuku: ‘Het gezondheidsbudget heeft echt veel meer geld nodig. Ook moeten de planning en het stellen van prioriteiten verbeteren. Er is een tekort aan dokters, verpleegkundigen en ander zorgpersoneel, hoewel we veel zorgverleners opleiden – daar gaat dus iets mis. Bovendien moeten we onze dokters spreiden over het gehele land, ook in de afgelegen gemeenschappen.’

Of in dit nieuwe jaar de gewenste verbeteringen volgen, valt te bezien. Volgens Obuku zullen de politici in elk geval de toezeggingen willen spreiden over de komende drie jaar. ‘Vanwege de electorale politiek’, zucht hij. ‘Over drie jaar zijn er weer verkiezingen.’

Amref Flying Doctors, Cordaid, het KIT, KNCV Tuberculosefonds, Wemos en Vice Versa hebben het initiatief genomen voor het project ‘Mondiale gezondheid: naar een grensoverschrijdende behandeling.’ Vier keer per jaar organiseren we een Global Healh café waarin we de trends op het gebied van mondiale gezondheid bespreken en telkens één onderwerp echt uitdiepen. Daarnaast produceert de redactie van Vice Versa artikelen over de trends, achtergronden en actualiteit binnen het beleidsterrein van mondiale gezondheid, en is er ruimte voor blogs van professionals en studenten.

‘Empathie gaat armoede niet oplossen’

Door Lys-Anne Sirks | 18 oktober 2018

Tien jaar lang werkte de Oegandees Sean Patrick binnen de ontwikkelingssector. Maar omdat hij daar naar eigen zeggen geen duurzame verandering kon bewerkstelligen, begon hij als ‘pastarebel’ zijn eigen bedrijf, de Green Banana Food Company. Hoe kijkt hij aan tegen de beleidsnota ‘Investeren in perspectief’ van minister Kaag?

Deel 1 van een serie waarin zuidelijke experts hun visie op de beleidsnota geven.

Lees artikel

Internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen staat nog in de kinderschoenen

Door Lennaert Rooijakkers | 15 oktober 2018

Iedereen heeft de mond vol over internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO). En inmiddels zijn er al vijf convenanten die dat moeten bevorderen van kracht en zitten er nog vier in de pijplijn. Maar is het daarmee ook al integraal onderdeel van het zaken doen in het buitenland geworden?Vice Versa duikt aan begin van week twee van het dossier hulp en handel in de wondere wereld van IMVO.

Lees artikel

‘Beleid hulp en handel alleen succesvol als Nederlandse bedrijven meer lokaal inkopen’

Door Joris Tielens | 12 oktober 2018

De Nederlandse overheid moet Nederlandse bedrijven in Afrika aansporen om lokaal grondstoffen in te kopen, werk te bieden aan Afrikanen en te investeren in Afrikaanse bedrijven. Alleen dan kan het beleid van minister Kaag een succes worden, denkt prof. Chibuike Uche, hoogleraar bij het Afrika Studie Centrum.

Lees artikel