Door:
Manon Stravens

17 september 2018

Duurzaamheid en maatschappelijke betrokkenheid zijn hip, en toch zien ontwikkelingsorganisaties de steun voor hun werk afnemen. Hoe maken ze hun verhaal weer populair?

Stagnerende betrokkenheid, afkalvend draagvlak voor internationale samenwerking, een steeds kritischer wordende burger die de aandacht voor armoede en zorg in Nederland belangrijker vindt dan hulp overzee. Ruim 70 procent van de Nederlanders heeft nog nooit van de SDG’s (duurzame ontwikkelingsdoelen) gehoord, de afspraken die 193 landen, waaronder Nederland, in 2015 hebben gemaakt om armoede en klimaatverandering aan te pakken. Tegelijkertijd krijgt ‘een beter milieu begint bij jezelf’ geleidelijk wel meer gehoor en gevolg. En Nederland behoort nog steeds tot de vrijgevigste landen ter wereld.

Zo blijkt uit het onderzoek Nederland & de wereld (Kaleidos, 2016) dat de meerderheid van de Nederlanders (61 procent) het nog altijd belangrijk vindt om mensen in andere landen helpen. Tegelijkertijd constateert het rapport dat de steun voor overheidsbestedingen aan ontwikkelingssamenwerking iets daalt. Kortom, het beeld dat uit de laatste onderzoeken naar draagvlak voor goede doelen en internationale samenwerking oprijst, is diffuus.

 

Strijkstok

De uitgebreide aandacht voor migratie en het vluchtelingenvraagstuk leidt evenmin tot meer steun voor ontwikkelingshulp. De meeste Nederlanders denken dat migratie vooral ontstaat door gewelddadig conflict waartegen Nederlandse hulp weinig kan betekenen. Vier op de tien Nederlanders menen dat ontwikkelingshulp migratie kan tegengaan.

‘Het vertrouwen in ontwikkelingsorganisaties is wankel, meer dan bij andere goede doelen’, stelt Evelien Boonstoppel, voormalig draagvlakonderzoeker bij Kaleidos Research en nu werkzaam bij het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

‘Ontwikkelingssamenwerking moet nou eenmaal altijd concurreren met binnenlandse problemen, zoals zorg en onderwijs. Mensen kunnen wel erkennen dat hulp in het zuiden belangrijk is, maar zij wijzen ook op de voedselbanken hier. Tegelijkertijd hebben mensen ook het idee dat veel geld niet goed terechtkomt. Dat het blijft hangen aan de “strijkstok”, in hoge salarissen en marketing, of verdwijnt door corruptie in het buitenland.’

 

Kritiekloze consensus is voorbij

De tijd van consensus – we doen ontwikkelingswerk en daar stellen we geen vragen over – is volgens Rolf Wijnstra, adviseur communicatie van het ministerie van Buitenlandse Zaken, voorbij. ‘Sinds de financiële crisis is het vertrouwen in instellingen en de vanzelfsprekendheid van bijvoorbeeld het geven van hulp gaan wankelen.’ Dat geldt voor veel sectoren, en dus ook voor ontwikkelingssamenwerking, aldus Wijnstra.

Maar somber is hij allerminst. ‘Nederlanders willen heus wel geven.’ Dat blijkt ook uit de cijfers. Nederlanders geven per jaar iets meer dan 5 miljard euro aan goede doelen, circa 0,8 procent van het bruto binnenlands product. Dat percentage is gelijk gebleven sinds 1997. Het absolute bedrag aan giften is gegroeid, zo meldt het SCP in het rapport ‘De sociale staat van Nederland 2017’[1]. Ongeveer 83 procent van de Nederlandse huishoudens doneert weleens aan een goed doel, en ook steeds meer bedrijven doen dat. Daarmee behoort Nederland nog altijd tot de vrijgevigste landen ter wereld.

Alleen: deze hulp betreft donaties aan álle goede doelen, niet alleen ontwikkelingsorganisaties. De giften voor internationale hulp daalden juist, met 0,17 procent. Ook nam het aantal donateur- en lidmaatschappen van ontwikkelingsorganisaties tussen 1994 en 2012 af – al geldt dat ook voor omroep-, gezondheids-, welzijns- en vrouwenorganisaties.

Tegelijkertijd groeit het aantal vermogenden dat hun geld nuttig wil besteden, zegt Boonstoppel van het SCP. ‘De gouden eeuw van de filantropie is aangebroken, zeggen onderzoekers, maar die vrijgevige rijken houden wel graag de regie over hoe dat geld wordt besteed en wat de effecten zijn’, zegt ze. ‘Zij zullen eerder geven aan kleine projecten, waarvan ze denken te weten dat het goed wordt besteed. Grotere organisaties zullen minder makkelijk toegang krijgen tot die geldstromen.’

 

Mondiaal burgerschap

Bovendien zijn ontwikkelingsorganisaties niet de enige die zich met een betere wereld bezighouden, benadrukt Wijnstra van het ministerie van Buitenlandse Zaken. ‘Ik bespeur een groeiende groep bedrijven en jongeren die zich inzetten voor bijvoorbeeld eerlijke kleding, die de plastic soep bestrijden, een Fairphone kopen.’ Dat is ook een belangrijke vorm van betrokkenheid bij wat er in de wereld gebeurt, een soort mondiaal burgerschap, vindt hij. ‘En mensen kunnen kritisch zijn over migratie, maar hebben ze eenmaal een vluchteling als buurman, dan verwatert die kritiek ook vaak.’ Die toegenomen betrokkenheid komt ook naar voren in het rapport Nederland & de wereld van Kaleidos (2016). De onderzoekers constateren daarin dat het aantal vleeseters daalt, Nederlanders bewuster en groener met hun spaargeld omgaan, en de deeleconomie groeit op basis van het geloof dat delen beter is voor het milieu. Ook zetten meer mensen zich in als vrijwilliger voor goede doelen rond mensenrechten en natuur, constateert het SCP.

 

Particulier initiatief

Dat mensen actiever worden, blijkt ook uit de groei van het particulier initiatief (PI). Steeds meer mensen zetten hun eigen hulpprojecten op in Afrika of Azië. Volgens Sara Kinsbergen, die aan de Radboud Universiteit Nijmegen onderzoek doet naar deze beweging, zetten deze individuen zich ‘belangeloos, devoot, met een enorme tijdsinvestering in voor hun project’. Ze hebben een ‘stevige achterban, die bereid is geld te geven en kennis op te doen.’

De meeste van deze mensen organiseren ook van alles in Nederland, zegt Kinsbergen. Ze zamelen geld in, organiseren gastlessen, schrijven nieuwsbrieven, staan op lokale markten. En sommigen weten daar wel een zaal mee vol te krijgen, waar behalve vrienden en familie ook bijvoorbeeld lokale ondernemers zitten. ‘Het is bijna allemaal – heel begrijpelijk – gericht op werving van fondsen voor hun eigen initiatief’, zegt Kinsbergen. ‘Maar hun achterban doet wél kennis op over de problematiek, het land, de mensen.’

We trekken snel de conclusie dat jongeren en bedrijven niet voldoende betrokken zijn, zegt de onderzoekster, ‘maar er gebeurt meer dan we denken.’ Net als Wijnstra ziet ook Kinsbergen ‘een groeiend besef dat we gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor problemen in de wereld, dat we ons eigen gedrag moeten bevragen, en dat we in eigen huis, tuin en keuken veel kunnen betekenen.’ Alleen, zegt ze, dat soort bewustwording en gedrag wordt in onderzoeken vaak niet als draagvlak meegewogen.

Wat is draagvlak, en wat is mondiaal burgerschap? ‘Draagvlak gaat puur om de vraag of mensen iets goed vinden of niet’, zegt Boonstoppel. ‘Mondiaal burgerschap gaat meer over gedrag op basis van het besef dat wat je hier doet elders gevolgen heeft.’ En vooral dat laatste is moeilijk grijpbaar. Boonstoppel ziet ook dat de aandacht voor ‘duurzaam gedrag’ groeit in de media en de politiek, maar ze betwijfelt of deze bewustwording zich ook echt omzet in duurzame gedragsverandering. ‘Ja, meer mensen eten minder vlees, maar het aantal vegetariërs blijft nog altijd zo’n 3 procent van de bevolking’, weet ze. En wat is duurzaam gedrag? De mensen met milieubesef zijn vaak hoger opgeleid en hebben een beter inkomen. ‘Ze eten misschien minder vlees, maar hebben vaker twee auto’s en gaan vaker op vakantie.’ De mensen die zichzelf niet als ‘duurzaam’ zouden bestempelen, zijn dat onbewust toch vaker door hun bestedingspatroon, aldus Boonstoppel. ‘Ze hebben het geld niet voor bijvoorbeeld verre vakanties of een auto.’

 

Klimaat

‘Een beter milieu begint bij jezelf’, dat vindt driekwart van de Nederlanders volgens het Kaleidos-onderzoek dan weer wel. Met de juiste keuzes in het dagelijks leven kun je bijdragen aan een schone en duurzame wereld. Slechts 5 procent gelooft daar helemaal niet in. ‘De eigen invloed op een duurzame wereld is volgens Nederlanders dus groter dan die op een wereld zonder armoede’, aldus het Kaleidos-rapport.

Bovendien vindt een groeiend aantal mensen de aanpak van klimaatverandering steeds belangrijker. Gevraagd naar welke thema’s van de ontwikkelingsdoelen prioriteit moeten krijgen, noemen Nederlanders steeds vaker het klimaat (26 procent van de respondenten), na vrede en veiligheid (50 procent), gezondheid (29 procent) en de aanpak van honger (26 procent). Klimaat steeg van de twaalfde naar de vierde plek in de rangorde, terwijl water- en sanitaire voorzieningen en gelijke rechten voor mannen en vrouwen terrein verloren.

‘De stijging van het probleembesef rondom klimaatverandering onder Nederlanders is een opmerkelijk feit’, zegt Boonstoppel, al heeft ze er wel een verklaring voor. ‘De combinatie van gasboringen, hete zomers en de grote politieke- en media-aandacht zal het balletje hebben doen rollen.’ Tegelijkertijd betekent dat niet dat mensen vinden dat daar meer geld naartoe moet of, sterker nog, dat zij moeten opdraaien voor die kosten. Boonstoppel: ‘Dé vraag is hoe zich dat gaat ontwikkelen, natuurlijk. Je hoort nu al kritische geluiden als er gesproken wordt over de kosten van de aanpak van klimaatverandering.’

 

Relevantie, resultaten en transparantie

Hoe moeten ontwikkelingsorganisaties communiceren, welk verhaal moeten ze vertellen? Drie dingen zijn belangrijk, zegt Wijnstra: de relevantie van wat je doet, het resultaat en transparantie daarover. ‘Licht toe hoe hulp werkt, waarom je iets doet, hoe, met wie, wat de dilemma’s zijn en de resultaten, wat wel en niet mogelijk is. Hoe concreter, hoe beter.’ Vertel een feitelijk verhaal, zegt Wijnstra van Buitenlandse Zaken. ‘Niet dat wat je doet, goed is. Dat maakt de burger zelf wel uit.’

Nog steeds schetsen organisaties vooral kommer en kwel, een zielig beeld van mensen in ontwikkelingslanden, constateert Wijnstra. Particuliere initiatieven doen het niet veel beter, zegt Kinsbergen. ‘Zij bestendigen vooralsnog het klassieke beeld van ontwikkelingssamenwerking: wij dragen de oplossingen aan voor de problemen daar. De witte weldoener die hulpeloze mensen helpt.’ Wel doet een positiever en krachtiger beeld volgens de onderzoeker steeds meer zijn intrede in de communicatie naar de achterban. ‘Ook weten sommige particulieren heel goed uit te leggen hoe complex hulp is. Zij zijn open over bijvoorbeeld fraude, de uitdagingen waar zij mee te maken krijgen of gedoe met overheid. Maar dat is geen meerderheid.’

Weinigen leggen bovendien een verband met onze levenswijze hier, aldus Kinsbergen. ‘En daarmee met onze medeverantwoordelijkheid voor armoede wereldwijd. Dat is in de afgelopen tien jaar weinig veranderd.’

En juist daar valt veel te winnen, zo blijkt uit de eerder aangehaalde onderzoeken in dit stuk. Weinig mensen denken dat armoede samenhangt met (mondiale) uitdagingen, zoals klimaatverandering, ongelijkheid en vrede en veiligheid. Eén op de drie Nederlanders erkent dat armoede in de wereld niet los kan worden gezien van klimaatverandering. Dat betekent dat het gros van de Nederlanders dus niet gelooft in een verband, aldus het rapport Nederlanders en de SDG’s (Kaleidos, 2017). Omdat mensen dat verband niet zien, zijn ze minder snel geneigd te denken dat hun keuzes armoede kunnen helpen tegengaan. Ontwikkelingsorganisaties zouden dat verband duidelijker moeten uitleggen, zodat ze meer begrip en steun voor hun werk krijgen.

 

Meerdere narratieven

Er is niet één juist narratief en het ene verhaal sluit het andere niet uit. Want de beoogde achterban is heel divers, en ‘dé burger’ bestaat niet, zegt Wijnstra. ‘Om de gewenste betrokkenheid te creëren, moet je als organisatie bewust zijn van en inspelen op die diversiteit.’ Een beroep op het hart en een beroep op het verstand kunnen dan ook prima samengaan in één verhaal, vindt hij. ‘Natuurlijk hebben we ook een verlicht eigenbelang. Als je kan zorgen dat malaria verdwijnt, is dat ook fijn voor reizigers.’ En als het investeren in hulp ook zakelijke kansen voor het bedrijfsleven oplevert, dan mag dat best, als je daar maar eerlijk over bent. Het gaat erom gericht te communiceren, vindt Wijnstra. ‘Je moet weten wie je publiek is, welke kennis het heeft en welke gevoelens er leven.’ Boonstoppel is het daarmee eens. Met het verkopen van hulp als eigenbelang riskeer je juist ook steun te verliezen van mensen die hulp belangrijk vinden vanuit morele plicht en solidariteit. ‘Zij kunnen zich beledigd voelen als je het over eigenbelang hebt.’

Ontwikkelingsorganisaties moeten mensen en hun zorgen serieus nemen, hun vertrouwen winnen en beseffen dat niet iedereen interesse heeft in wat er in de wereld gebeurt, aldus Wijnstra. ‘Mensen horen graag een boodschap van geloof, hoop en liefde. Dat je mensen steunt bij het scheppen van kansen en perspectieven, dat er iets gedaan kan worden.’ Maar misschien zit tante Mien in Appelscha, bij wijze van spreken, helemaal niet te wachten op al die verhalen. Hen moeten we wellicht gewoon met rust laten, en feitelijk ontzorgen.’

[1]Op basis van het onderzoek Geven in Nederland (GiN)

Het journalistieke project Reinventing the Message is bedoeld om met onder andere filosofen, schrijvers,  sociaal ondernemers, activisten, wetenschappers en professionals uit de ontwikkelingssector nieuwe ideeën te genereren om mensen te raken en te betrekken bij internationale samenwerking en mondiale solidariteit.

Blog: Gezondheidszorg voor iedereen of alleen de happy few?

Door Remco van der Veen | 12 december 2018

Vandaag is het Universal Health Coverage Day. Ministers van Financiën zien gezondheidszorg helaas vaak slechts als een uitgavenpost en geven prioriteit aan productieve investeringen in landbouw en infrastructuur. Dat moet anders, schrijft Remco van der Veen, director International Offices bij Cordaid.

Lees artikel

‘De oudere generatie heeft kennis, de jongere generatie heeft de energie en de toekomst.’

Door Lys-Anne Sirks | 11 december 2018

In haar beleidsnota ‘Investeren in perspectief’ zet minister Kaag sterk in op jongeren, maar wat vinden die zelf eigenlijk van de nota en de rol die hen daarin wordt opgelegd? Volgens Francis Arinaitwe, een jonge ondernemer uit Kenia,  is het vooral cruciaal om ‘jongeren zeggenschap te geven over hun eigen toekomst’.  

Lees artikel

Bossen: onze krachtigste high-tech klimaatoplossing

Door Han de Groot | 03 december 2018

Als we over klimaat oplossingen praten, gaat het gesprek bijna altijd over de vermindering van fossiele brandstoffen. Maar volgens Han de Groot, CEO van de Rainforest Alliance, is dat maar een deel van de oplossing en zou het veel meer over bossen moeten gaan: de meest krachtige en efficiënte CO2 opnemende technologie die het wereld ooit heeft gezien.

Lees artikel