Door:
Marc van Dijk

12 september 2018

 

De Griekse filosoof en communicatiewetenschapper Lilie Chouliaraki is kritisch over Facebook-activisme en andere populaire vormen van solidariteit, die zij ‘post-humanitair’ noemt. Voor echte betrokkenheid hebben we nieuwe verhalen en technieken nodig.

Scrollend door je tijdlijn zie je soms ineens een zielig kindje met vliegjes om de mond. Of juist een hoopvol filmpje over een klas vol scholieren, ergens ver weg. Met één klik kan je het kind helpen of het klasje steunen; liken, doneren, delen – jij weer even blij en de wereld een stukje beter. Prachtig toch?

Het is precies dit soort Facebook- en Twittercampaigning waar de Griekse professor Lilie Chouliaraki (1963) haar ernstige twijfels bij heeft. ‘Dit is een vorm van communicatie die volledig is toegesneden op het verkopen van een humanitaire zaak aan de drukke, multitaskende, mediawijze en relatief rijke westerse consument. Die wil best iets goeds doen, maar mist de tijd en energie om zich werkelijk te verbinden met solidariteitsactivisme.’

Prof. Lilie Chouliaraki

Chouliaraki, professor Media en Communicatie aan de Londen School of Economics and Political Sciences, heeft veel geschreven over de relatie tussen beeldvorming en goede doelen. In haar boek ‘The Ironic Spectator’ betoogt ze dat solidariteit in onze tijd onlosmakelijk verbonden is met de neoliberale tijdgeest. Voor Vice Versa analyseert ze de huidige staat van internationale betrokkenheid en beantwoordt ze de vraag hoe het anders – en beter – zou kunnen.

Wat betekent internationale of mondiale solidariteit in 2018?

‘We beschouwen solidariteit vaak als een gevoel dat spontaan opkomt vanuit ons hart als we mensen zien lijden of als we het gevoel hebben dat ergens groot onrecht plaatsvindt. Maar solidariteit is geen natuurlijke menselijke emotie. Solidariteit is een deels publieke constructie die wordt gevoed door onze cultuur en openbare instellingen. Ze wordt gevormd naar haar eigen tijd en plaats. We moeten ons actief inzetten om haar te laten ontstaan en te laten gedijen.’

U noemt de solidariteit van de 21ste eeuw in uw boek ‘post-humanitair’. Wat bedoelt u daarmee?

‘Post-humanitaire solidariteit is het resultaat van marktwerking; ze is dan ook sceptisch over alle ideologische visies die een betere samenleving beloven. Ze doet niet aan langetermijndoelen, maar neemt genoegen met kleine acties die direct resultaat opleveren. Ze houdt zich zo ver mogelijk van politieke uitspraken en zet liever het persoonlijke belang en de emotionele beleving en beloning van donateurs centraal. Een “wat-heb-ik-er-zelf-aan-ethiek”, gemengd met individualisme en alledaags pragmatisme.’

Hoe komt het dat dit de dominante vorm van solidariteit is geworden?

‘Er zijn denk ik minstens drie belangrijke historische krachten die hebben bijgedragen aan de vorming van post-humanitaire solidariteit. De eerste is de teloorgang van de belangrijkste ideologieën van de 20ste eeuw; de ineenstorting van de grote sociale visies uit het verleden. Daarbij moet je denken aan christelijke visioenen van redding dankzij barmhartigheid of socialistische dromen van revoluties die zouden leiden tot klasseloze samenlevingen en een vredige en egalitaire internationale orde. Die dromen spreken geen grote groepen mensen meer aan.

‘De tweede kracht is de vermarkting van ontwikkelingssamenwerking. Alle partijen die zich op een professionele manier bezighouden met de morele boodschap van solidariteit – ontwikkelingsorganisaties, ngo’s – zijn in zekere zin vercommercialiseerd. Humanitaire ngo’s houden zich bezig met branding of marketing met behulp van filmsterren in plaats van zich te concentreren op de zaak waarvoor ze staan. Internationale ontwikkelingsorganisaties richten zich op micro-financieel armoedebeheer in plaats van op macro-economische kwesties, zoals eerlijkere marktregels en een rechtvaardiger verdeling van middelen. Politieke partijen op links neigen ernaar hun boodschap te “professionaliseren”, wat in de praktijk vaak inhoudt dat ze een marketing- en communicatiebureau inschakelen om hun verhaal bij de tijd te brengen en dan is de uitkomst meestal: cynisch pragmatisme.

‘De derde kracht is de mediatisering van de cultuur. Denk aan de opkomst van digitale media en de bijbehorende naar binnen gerichte communicatie: iedereen leeft in zijn eigen bubbel, mensen omringen zich met “vrienden” en mediakanalen die hun eigen gelijk bevestigen. Hoewel sociale media duidelijke voordelen hebben en ook het potentieel in zich dragen om kwetsbare stemmen een podium te bieden, geven ze tot nu toe internationaal gezien vooral een ​​stem aan degenen die al een stem hebben: de burgers van het Westen.’

 

‘Solidariteit ontstaat niet vanzelf, maar vergt onze actieve inzet’

 

Dat klinkt opnieuw weinig hoopvol. Is daar iets aan te veranderen?

‘Alle drie deze historische krachten – het einde van ideologieën, vercommercialisering en mediatisering – zijn niet te stoppen. Maar sociale verandering kan soms uitgaan van concrete, kleine situaties. Naast de solidariteit die uitgaat van gevestigde organisaties zijn er ook grassroots-initiatieven die verschil hebben gemaakt in de levens van degenen die in nood verkeren. Een recent voorbeeld hiervan is de internationale toestroom van vrijwilligers en activisten naar de Griekse eilanden en de Italiaanse kust tijdens de massale migratiestromen van 2015.

‘Dus we moeten er ook weer niet helemaal in berusten dat solidariteit gekaapt is door het neoliberalisme. Misschien kunnen we beter naar solidariteit kijken als een gebied waar strijd wordt geleverd, waar dominante neoliberale en egocentrische posities worden vermengd met vluchtige, maar betekenisvolle manifestaties van solidariteit. Die concrete daden van solidariteit zijn gebaseerd op het besef dat de wereld oneerlijk is, dat menselijk lijden moet worden aangepakt en dat kleine acties een verschil kunnen maken.’

Waarom bent u eigenlijk zo negatief over ‘neoliberale’ fenomenen als branding en marketing in relatie tot solidariteit? Wat is er bijvoorbeeld mis mee als een Hollywood-ster zijn of haar bekendheid gebruikt om een goede zaak onder de aandacht te brengen?

‘Daar is op zichzelf niets mis mee, maar de manier waarop dit nu gebeurt, is typerend voor de problemen die ik signaleer. In de jaren zestig en zeventig waren er ook al beroemdheden die zich verbonden aan een hoger doel of solidariteitsstrijd, denk bijvoorbeeld aan Bob Dylan en Peter Gabriel. En toch is er een belangrijk verschil met de betrokkenheid van sterren van nu. Dylan en Gabriel verbonden zich als aansprekende activisten aan de vredesbeweging en de anti-apartheidsstrijd. Ze waren actief onderdeel van een breder verhaal van politieke kritiek, een narratief dat zich uitsprak tegen macht en onrecht en dat streed voor sociale verandering.

‘Wanneer een Hollywoodster als Angelina Jolie en de Verenigde Naties (VN) samenwerken, is dit vooral een sterk staaltje branding: hier worden merken in de markt gezet. Jolie biedt haar wereldberoemde naam en gezicht aan als een enorm “symbolisch kapitaal” om het bereik en de populariteit van de VN over de hele wereld te vergroten. In ruil daarvoor biedt de VN een enorm “moreel kapitaal” aan Jolie, waarmee ze haar merknaam als Hollywoodster kan versterken en van een nieuwe, extra laag kan voorzien. Ze wordt naast celebrity ook een deugdzaam persoon.’

Dat is toch een win-winsituatie?

‘Alleen is een ster als Jolie niet geïnteresseerd in het aanspreken van het publiek als kosmopolitische burgers. Haar campagneteam behandelt het publiek vooral als consumenten van een door beroemdheden gedomineerde mediacultuur. Ook de communicatiestrategen van de VN zijn voornamelijk geïnteresseerd in volgers, likes en shares op sociale media, in plaats van te streven naar meer actieve en betekenisvolle publieke betrokkenheid bij de zaken die Jolie promoot. De VN is ook niet geïnteresseerd in het formuleren en promoten van een radicaler plan voor sociale verandering in de mondiale machtsverhoudingen tussen het Westen en het Zuiden. En hoe zou dat ook kunnen – de VN zijn zelf, net als de beroemdheden die haar steunen, een integraal onderdeel van het dominante wereldwijde bestuurssysteem dat deze machtsverhoudingen bestendigt.’

Zou u het beter vinden als die Hollywoodsterren niets doen?

‘Nee, mijn kritiek is niet bedoeld om de bijdrage van celebrity-ambassadeurs geheel teniet te doen. Angelina Jolie en anderen hebben inderdaad een verschil gemaakt in ernstige noodsituaties, van Syrische oorlogskampen tot de mediterrane vluchtelingencrisis, door aandacht te vragen en geld te laten stromen voor de dringende behoeften van mensen. Alleen maakt de inzet van Jolie, George Clooney en anderen deel uit van de markt-gestuurde en instrumentale cultuur van solidariteit. Deze vorm van internationale betrokkenheid neemt genoegen met ad hoc ingrepen op plaatsen waar snel iets te fiksen is, het managen van wereldwijde crises en het promoten van vluchtige vormen van activisme via Twitter en Facebook. Een politieke visie op sociale verandering ontbreekt, evenals het gesprek over een rechtvaardige herverdeling van mondiale hulpbronnen tussen het Westen en het Zuiden.’

In uw ogen is het probleem van hedendaagse solidariteit voor een groot deel een communicatieprobleem. Ligt daarin ook de mogelijkheid voor verbetering?

‘Absoluut. Want hoewel het politieke probleem van solidariteit groter is dan enkel de falende institutionele communicatie, zal niemand ontkennen dat de manier waarop een zaak wordt gecommuniceerd bepalend is voor ons begrip ervan. Dus het openbreken van de karige post-humanitaire solidariteit begint met een strijd om representatie.’

Wat kunnen journalisten, communicatiemedewerkers en andere beeldvormers doen?

‘Zij kunnen een bijdrage leveren aan de strijd door lijdende mensen zoveel mogelijk een stem te geven, dat wil zeggen: mét psychologische diepgang en historiciteit. We hebben beelden, verhalen en ontmoetingen nodig waarin de lijdende andere verschijnt als mens met emoties, verlangens en meningen. Er moet oog zijn voor persoonlijke levensverhalen en collectieve geschiedenissen, in plaats van mensen neer te zetten als ahistorische, machteloze wezens die gevangen zijn in het eeuwige heden van hun lijden. Tegelijkertijd moet duidelijk worden dat ze zich bevinden in schadelijke omstandigheden die ze niet zelf hebben veroorzaakt.’

En wat betekent dit voor (hulp)organisaties of (politieke) partijen die solidariteit willen stimuleren?

‘Dat ze moeten ophouden met hun advertentie-achtige, lichte boodschappen. Daarmee verkopen ze enkel hun eigen merk als een “product” dat weinig met politiek te maken heeft, maar dat beschikt over de operationele capaciteit om zich efficiënt in complexe politieke contexten te mengen en om lekker snel resultaten te boeken.

‘In plaats van het verband tussen humanitaire solidariteit en politiek te blijven mijden, zouden ze er ook voor kunnen kiezen om deze relatie volledig te erkennen. En in plaats van zich te wenden tot de markt en commerciële strategieën om hun eigen “merk” te redden, zouden deze organisaties openlijk moeten debatteren over de onderbouwing van deze moeilijke relatie. Zo’n debat zou vragen oproepen over oorzakelijkheid (wie is verantwoordelijk?), rechtvaardigheid (wat is goed of fout?) en andersheid (wie zijn die “lijdende anderen”?). Dat zou ons aanspreken als wereldburgers, en niet enkel als consumenten of Twittergebruikers.’

Zou u het liever zonder Facebook en Twitter doen?

‘Nee, maar er moet een ​rigoureuze bezinning komen op de communicatieproblemen, zowel bij de producenten als bij de ontvangers van berichten. Sociale media hebben de potentie om hun status van echokamers te doorbreken. Het zouden platforms kunnen worden waar zinvolle verbindingen tot stand komen met mensen in kwetsbare gebieden. Laten we onderzoeken hoe de capaciteit van sociale media kan worden gebruikt om nieuwe circuits van verbondenheid en solidariteit te creëren, zonder de privacy en veiligheid van mensen in gevaar te brengen. In mijn volgende boek, over de rol van sociale media in de crises in Syrië en Libië, probeer ik precies deze mogelijkheden te onderzoeken.’

Wat zijn volgens u de belangrijkste uitdagingen voor de toekomst van solidariteit?

‘We moeten betekenisvolle verhalen vertellen. De huidige post-humanitaire solidariteit helpt niet echt om het bewustzijn van mensen te vergroten, ons oordeel te verbeteren en op langere termijn banden te creëren van solidariteit met de wereld die onze steun nodig heeft. Kunnen we digitale media gaan gebruiken op een manier die dergelijke verplichtingen meer bevordert? Kunnen we ze gebruiken om een ​​stem te geven aan en aandachtig te luisteren naar anderen die onze hulp nodig hebben? Het is van fundamenteel belang om dit soort vragen te stellen als we willen dat de heersende neoliberale ethiek minder dominant wordt. We moeten nieuwe manieren bedenken om contact te maken met verre anderen. In een tijd waarin de brute kracht van de sterksten opnieuw de wereld lijkt te domineren, is het van het hoogste belang dat we daarvoor nieuwe visies en methodes gaan vinden.’

Het journalistieke project Reinventing the Message is bedoeld om met onder andere filosofen, schrijvers,  sociaal ondernemers, activisten, wetenschappers en professionals uit de ontwikkelingssector nieuwe ideeën te genereren om mensen te raken en te betrekken bij internationale samenwerking en mondiale solidariteit.

Bouwstenen voor een nieuw verhaal (2)

Door Marc Broere | 21 september 2018

Op basis van de oogst die ‘Reinventing the Message’ afgelopen week opleverde, bouwt Marc Broere verder aan het nieuwe verhaal voor internationale samenwerking.

Lees artikel

Het gevaar van één perspectief

Door Vamba Sherif | 20 september 2018

Hoe kan een mens zo’n vertekend beeld hebben van een ander, vraagt schrijver Vamba Sherif zich in dit essay af. En het gevaar van één perspectief over Afrika is dat het vroeg of later als waarheid wordt beschouwd. Tijd om dat eenzijdige verhaal sámen te bestrijden.

Lees artikel

‘Nu móet de regering wel luisteren’

Door Selma Zijlstra | 19 september 2018

Hoe zorg je ervoor dat de machthebbers naar je luisteren, als je al jarenlang strijdt voor een hoger gezondheidsbudget? De één zoekt zijn heil in stakingen, de ander blijft de dialoog voeren. Twee perspectieven vanuit Oeganda.

Lees artikel