Door:
Marc Broere

10 september 2018

Categorieën

Hoe vind je steun voor internationale samenwerking in tijden van mondiale crises? Moeten we ons welbegrepen eigenbelang benadrukken, of terug naar de boodschap van solidariteit met ‘de armen’? Vice Versa gaat deze maand op zoek naar een nieuw verhaal voor internationale samenwerking.

4 oktober 2017. Vice Versa organiseert een mondiaal café met als gast Christiaan Rebergen. Voor een publiek van vooral jong professionals vertelt hij over zijn werk als hoogste ambtenaar in Nederland op het gebied van internationale samenwerking. Het gaat over hoe Nederland ervoor staat op het terrein van internationale samenwerking en over de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s). Rebergen benadrukt hoe belangrijk het is uit te leggen dat investeren in internationale samenwerking verstandig is voor onszelf, gezien de mondiale uitdagingen op terreinen als migratie, klimaat en ongelijkheid.

Zijn betoog ontlokt een reactie uit de zaal van Barbara van Paassen, hoofd beleid en campagnes van Action Aid. ‘Hebben we niet een veel menselijker verhaal nodig?’, daagt ze Rebergen uit. ‘Moeten we niet terug naar argumenten als waardigheid, solidariteit en rechtvaardigheid in combinatie met het laten zien van de impact van ons werk? Zijn dat niet veel sterkere argumenten om aan lange-termijn-draagvlak voor internationale samenwerking te bouwen?’

Rebergen laat direct weten graag over deze vragen in gesprek te gaan – deze discussie moet volgens hem hoognodig gevoerd worden binnen het ministerie en de Nederlandse organisaties die zich met ontwikkelingssamenwerking bezighouden.

Christiaan Rebergen @ KIT 4 oktober 2017

Worstelen met narratief

Het ministerie en de ontwikkelingssector worstelen beiden met hun narratief: met welk verhaal kunnen ze steun vinden voor hun werk in politiek en samenleving?

Decennialang, vanaf het begin van ontwikkelingssamenwerking in de jaren vijftig, was de boodschap simpel: wij in het rijke Westen helpen ‘de Derde Wereld’ vooruit te komen volgens dezelfde stappen die wij hebben doorlopen om tot onze welvaart te komen. De middelen: het opzetten van publieke sectoren als onderwijs en gezondheidszorg, moderniseren van de landbouw, de opbouw van lokaal bestuur, aanleggen van water- en sanitaire voorzieningen, en later ook het ondersteunen van het midden- en kleinbedrijf in arme landen.

Onze wereld wordt in toenemende mate geconfronteerd met mondiale uitdagingen zoals klimaatverandering en toenemende ongelijkheid, zowel binnen staten als tussen landen onderling. Daarbij heeft de vluchtelingenproblematiek ervoor gezorgd dat ‘de wereld’ Nederlanders steeds meer op de huid zit. Overal op de wereld kent de globalisering winnaars en verliezers, waarbij mensen die buiten de boot vallen het meest vatbaar blijken voor populistische politici en bewegingen die tegen internationale samenwerking, klimaatmaatregelen en een ruimhartige opname van vluchtelingen zijn.

Deze nieuwe ontwikkelingen in de wereld vragen om een ander narratief. Maar hoe je dat doet, daarover lopen de meningen uiteen.  Illustratief zijn de twee campagnes waarmee Partos, de branchevereniging voor ontwikkelingssamenwerking, tijdens het kabinet Rutte I protesteerde tegen de bezuinigingen op de sector. In korte tijd werd de actie ‘Genoeg=Genoeg’ opgevolgd door ‘#Jekrijgtwatjegeeft’. Was het narratief in de eerste campagne verontwaardiging over de bezuinigingen, de laatste richtte zich volledig op het eigenbelang dat gemoeid was met ontwikkelingssamenwerking. De boodschap: bezuinigingen op de sector gaan ten kosten van de Nederlandse belangen in de wereld. Dat zijn twee tegenstrijdige verhalen. Moeten we nou investeren in ontwikkelingssamenwerking uit morele overwegingen, of omdat we bezuinigingen anders als een boemerang terugkrijgen ten koste van onze belangen als handelsnatie?

 

Wat zou dan het verhaal moeten zijn?

Wat is nou het goede verhaal? Is er wel één juist verhaal? Verschillende mensen hebben hier de afgelopen jaren interessante dingen over gezegd in Vice Versa. Zo zei Evert Jan Brouwer, politiek adviseur van Woord en Daad: ‘Ik merk dat organisaties veel te weinig investeren in het verhaal dat we in deze wereld niet alleen maar voor onszelf leven, maar ook voor een ander. Dat is dan snel moralistisch, zeggen ze dan. Ik vind dat onzin. In Nederland discussiëren we toch ook over de vraag wat ik nu voor mijn oude oma kan doen die gebrekkig is en niet meer honderd procent zorg van de overheid krijgt? Of wat we kunnen doen als we in een bepaalde wijk wonen en die leefbaar willen houden? Maar in de ontwikkelingswereld wordt dat tegenwoordig als moralisme gezien en gaat men steeds meer denken in termen van wederzijds belang. Mensen zijn de termen kwijt om te beschrijven hoe we ons tot onze medemens verhouden.’

Het hoort er ook bij dat we belangeloos dingen voor een ander doen. Ook al zou je er in Nederland niets mee opschieten.’

Ook in het discours van de hulp- en handelsagenda van toenmalig minister Ploumen zag Brouwer dit terug. ‘In de uitleg van Ploumen en de coalitiepartijen gaat het te veel over een winwin-situatie. Zowel de Nederlandse bedrijven als bedrijven in ontwikkelingslanden moeten er iets aan hebben. Het hoort er naar mijn mening ook bij dat we belangeloos dingen voor een ander doen. Ook al zou je er in Nederland niets mee opschieten.’

Een andere prominente stem in deze discussie is die van Jan van Berkel, directeur van de Leprastichting en voorzitter van Goede Doelen Nederland, de brancheorganisatie van goede doelen. Van Berkel vindt dat ontwikkelingsorganisaties managementtaal zijn gaan gebruiken, waardoor ze het contact met hun achterban deels verloren zijn.

Ze zouden weer veel meer een beweging moeten worden van mensen met gedeelde idealen, met wie je samen onrecht aanpakt. ‘We zijn delers van idealen en werken in opdracht van onze donateurs aan oplossingen. Kijk eens concreet naar het werk van Nederlandse ngo’s, naar wat ze doen en welke oplossingen ze bieden. Dan zie je een enorme meerwaarde als het gaat om het bestrijden van armoede en onrecht wereldwijd. Die maatschappelijke betekenis zou veel prominenter aanwezig moeten zijn in het imago van de sector dan de incidenten. We slagen er als sector onvolledig in om oplossingen over de bühne te brengen.’

 

Nieuwe minister

Een aantal weken na de bijeenkomst met Christiaan Rebergen trad het kabinet Rutte III aan. Tijdens de presentatie van het Regeerakkoord benadrukte de premier dat dit kabinet er vooral is voor de ‘gewone Nederlander’. Daarbij ging het in bijna elke zin over ‘ambitie’. Maar als het om de positie van Nederland in de wereld gaat, is die ambitie nauwelijks te vinden. In het Regeerakkoord wordt ontwikkelingssamenwerking voor een groot deel gereduceerd tot het beperken van migratie. Het is een hard en onprettig verhaal met veel maatregelen om migranten en vluchtelingen toch vooral ver van ons bed te houden. Eigenlijk is het narratief van het nieuwe beleid simpel: ontwikkelingssamenwerking als middel voor migratiebeperking.

In het kielzog van Rutte III ging een enkele ontwikkelingsorganisatie al direct mee in de negatieve framing van vluchtelingen en migranten – en het idee van ontwikkelingswerk in ‘eigenbelang’. Zo voerde Health Works campagne met de slogan: ‘Een hek houdt vluchtelingen niet tegen, een nieuw ziekenhuis wel.’

Health Works campagneposter ‘Een hek houdt vluchtelingen niet tegen, een nieuw ziekenhuis wel.’

In mei dit jaar verscheen de nota ‘Investeren in Perspectief’, waarin minister Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking haar beleid voor de komende jaren uiteenzet. De harde toon jegens vluchtelingen en migranten uit het Regeerakkoord heeft daarin plaatsgemaakt voor een andere narratief, dat goed wordt geïllustreerd door de ondertitel van de nota: ‘Goed voor de wereld, goed voor Nederland.’ Kaag legt uit hoe het kabinet talloze internationale uidagingen en kansen oppakt ‘in het belang van Nederland’. De duurzame ontwikkelingsdoelen zijn volgens Kaag niet alleen een ‘ultieme preventieagenda’, maar bieden het Nederlandse bedrijfsleven ook kansen om met innovatieve oplossingen nieuwe markten aan te boren.

Kaag kiest duidelijk voor het narratief van wederzijds belang. Investeren in ontwikkelingssamenwerking is noodzakelijk om grote mondiale problemen te lijf te gaan, maar het is ook een verdienmodel voor Nederland zelf. De scheidslijn tussen koopman en dominee lijkt daarmee definitief verleden tijd.

Op de website van het ministerie van Buitenlandse Zaken omschrijft Kaag haar eigen drijfveren en missie als volgt:  ‘Als minister zet ik me in voor onze handel in het buitenland én voor meer stabiliteit en groei in ontwikkelingslanden. Bedrijven verdienen een groot deel van onze boterham over de grens, goed voor een derde van ons inkomen. Daarnaast kunnen we niet zonder het bedrijfsleven om mensen perspectief op een beter bestaan te bieden. Samen creëren we banen en welvaart. Andere cruciale punten zijn hulp aan mensen die noodgedwongen huis en haard moeten verlaten en de aanpak van klimaatverandering, terrorisme en armoede. Want meer stabiliteit daar, betekent ook meer veiligheid hier.’

De balans in haar narratief slaat hier heel duidelijk door naar het belang van Nederland en veel minder naar het aanpakken van grote mondiale problemen als armoede en ongelijkheid. Ook opvallend is dat de rol van maatschappelijke organisaties bij de aanpak van mondiale problemen nergens genoemd wordt door de minister, die van het Nederlandse bedrijfsleven des te meer.


Balanceeroefening

Het narratief waarvoor de minister kiest, roept gemengde reacties op. ‘De minister moet een beleid uitdragen dat door vier heel verschillende partijen gedragen wordt’, analyseert Evert-Jan Brouwer van Woord en Daad. ‘Niet verwonderlijk dat haar nota daarom weinig zegt over de diepere motivatie voor internationale samenwerking. Het is een zakelijk getoonzette compromistekst.’

Brouwer denkt dat het een ‘balanceeroefening’ moet zijn geweest voor het schrijfteam van de nota. ‘Tussen de regels door lees je dat de minister begaan is met mensen in extreme armoede. Je ziet dat terug in zowel haar analyse van de huidige situatie als in haar concrete plannen. Ergens spreekt ze zelfs over het “humanitair imperatief”. Maar tegelijkertijd zit er een flinke vleug VVD in. De nota gaat veel over kansen pakken “in het belang van Nederland”. Als dat laatste het enige Leitmotiv zou zijn, zou ze echter heel wat voornemens kunnen schrappen.’

Ook Barbara van Paassen van Action Aid heeft de nota goed gelezen op de toonzetting.

‘Als je het leest, spreekt daar enerzijds ambitie uit, maar word je als lezer niet meegenomen in een groter verhaal over waarom Nederland voor internationale samenwerking en mensenrechten staat. Dat komt ook doordat steeds weer de nadruk wordt gelegd op waarom het goed voor óns zou zijn: minder migratie en verdienen aan internationale uitdagingen onder de VNO-slogan Global Problems, Dutch solutions.’

Van Paassen zegt dit te snappen vanuit het Nederlands pragmatisme en het politieke speelveld, maar ze vindt dat het idee van eigenbelang in internationale samenwerking teveel is doorgeschoten. ‘Dit terwijl de minister bij de lancering van diezelfde nota een passievol betoog hield over verantwoordelijkheid, mensenrechten en het opzoeken van gemeenschappelijke waarden, verbinding en openheid. Een verhaal dat inspireert. Dus het kan wel!’

Op de vraag hoe we het gesprek over een nieuw narratief moeten voeren, geven zowel

Brouwer als Van Paassen een duidelijk antwoord. ‘Wees open over je waarden en je drijfveren’, stelt Brouwer. ‘En tegelijk realistisch over de weerbarstige werkelijkheid waarin je ze wilt realiseren. Natuurlijk is het goed om “kansen te pakken” en is het fijn als belangen samenvallen. Maar even vaak zijn er schurende of zelfs botsende belangen. Of enorme tegenslagen. Of uitblijvende resultaten. Juist in de storm heb je een goed kompas nodig. Medemenselijkheid, compassie, rechtvaardigheid en gezamenlijke verantwoordelijkheid door dik en dun geven dan richting aan wat je doet. Dat kunnen ook beslissingen zijn die niet direct in je eigen belang zijn, in ieder geval niet op de korte termijn.’

‘Het feit dat steeds meer jongeren zich zorgen maken over ongelijkheid en klimaatverandering laat zien dat idealisme geen zaak van het verleden is.’

Barbara van Paassen borduurt hier op voort: ‘Ik denk dat er een enorme kans ligt om draagvlak te vergroten als we teruggaan naar de kern; als we laten zien wat al die mensen die zich zo hard inzetten voor internationale samenwerking – van ambtenaar tot ngo’er en sociaal ondernemer – drijft. Omdat we het onrechtvaardig vinden dat er nog steeds extreme armoede is, dat mensen dagelijks hun leven riskeren om voor heel basale rechten op te komen. Omdat we niet aan de zijlijn willen staan en geloven dat verandering mogelijk is. Juist die menselijkheid en onderlinge solidariteit op basis van gelijkwaardigheid, daarvan merk ik dat het veel mensen en zeker ook jongeren aanspreekt. De echte sceptici ga je ook met een BV Nederland-verhaal niet overtuigen. En het feit dat steeds meer jongeren zich zorgen maken over ongelijkheid en klimaatverandering en van hun werkgevers vragen hier iets aan te doen, laat zien dat idealisme geen zaak van het verleden is. Met een inspirerend verhaal over het hoe én waarom van internationale samenwerking kunnen we een positieve spiraal creëren van Nederland in de wereld.’

 

Reinventing the Message is een gezamenlijk initiatief van Vice Versa, Action Aid, Cordaid, Edukans, Hivos, de Leprastichting en Wilde Ganzen. Wil je mee discussiere of een verhaal delen? stuur dan een email naar info@viceversaonline.nl of reageer op onze Facebook of Twitter (@ViceVersaNL)

 

Het journalistieke project Reinventing the Message is bedoeld om met onder andere filosofen, schrijvers,  sociaal ondernemers, activisten, wetenschappers en professionals uit de ontwikkelingssector nieuwe ideeën te genereren om mensen te raken en te betrekken bij internationale samenwerking en mondiale solidariteit.

Een nieuwe generatie zoekt verandering in Guatemala

Door Edwin Koopman | 12 november 2018

Jong, hoog opgeleid, en vol idealen; een nieuwe generatie in Guatemala zet in op een radicale politieke vernieuwing. Álvaro Montenegro is een van de leiders van een brede beweging tegen corruptie en straffeloosheid. ‘Dit is geen sprint maar een marathon.’

Lees artikel

‘Als je doelgroep de minstbedeelden zijn, is de nota van Kaag niet het juiste instrument.’

Door Lennaert Rooijakkers | 09 november 2018

Als lid van de adviesraad van de Fair, Global and Green Alliance was Ruchi Tripathi deze zomer in Den Haag om op het ministerie te discussiëren over de nota van Kaag. Ze is kritisch op de Nederlandse hulp- en handelagenda. ‘Ik zou het gek vinden als ik onder de noemer “hulp” belasting zou betalen voor bedrijfsinitiatieven.’

Lees artikel

Leren van Evalueren 2018: het complete programma

Door Marc Broere | 08 november 2018

Het complete programma van ‘Leren van Evalueren -bewegen tussen belangen’ op 23 november is bekend. De centrale vraag van de bijeenkomst is: welke belangen spelen er bij evaluaties en hoe ga je hiermee om? Hieronder het complete programma en een overzicht van de acht deelsessies. Aanmelden kan via deze link.

Lees artikel