Door:
Lys-Anne Sirks

19 juli 2018

Als het gaat om beleid beïnvloeden, is het voor belangengroepen vaak een lange, zware en inspannende weg om verandering teweeg te brengen. Een vraag waar velen een antwoord op willen is dan ook: hoe behalen we snel effectief en duurzaam succes?

Bovengestelde vraag is  ook waar het Liliane Fonds, het African Studies Center (ASC) van Universiteit Leiden, en lokale wetenschappers proberen achter te komen in hun gezamenlijke project Breaking down Barriers. Dit initiatief wil door middel van onderzoek naar lokale belangengroepen – in het bijzonder die voor kinderen met een beperking –  in Sierra Leone, Kameroen en Zambia, uitvinden wat de succes factoren zijn bij pleitbezorging van mensen met een beperking. En misschien nog belangrijker: wat kunnen die verschillende groepen van elkaar leren?

Anneke Donker, adviseur organisatie ontwikkeling bij het Liliane Fonds: ‘Wij proberen duurzame resultaten te behalen voor mensen met een beperking, en lobby en advocacy zijn ontzettend belangrijke tools hiervoor. We willen onze lokale partners in het buitenland op zowel landelijk als lokaal niveau hierin ondersteunen, maar dan moeten we wel weten wat werkt en wat niet. Daar hebben we nu weinig data over, en daarom besloten we om dit leertraject op te zetten om meer evidence-based knowledge te krijgen.’

Het Liliane Fonds legde contact met dr. Willem Elbers bij het ASC die geïntrigeerd was door het idee. Veel onderzoekers verschuilen zich in hun ‘ivoren toren’: ze beargumenteren dat hun neutrale status als wetenschapper hen ervan weerhoudt om commentaar te leveren op de maatschappij of hun positie te gebruiken voor iets anders dan het bevorderen van wetenschappelijke kennis. Elbers zag het anders:  ‘Wij bij het ASC hebben een sterke overtuiging dat we als sociale wetenschappers meer kunnen en moeten doen. We zien het als deel van onze missie om te engageren met de maatschappij. Daarom besloten we samen te werken met het Liliane Fonds.’

Elbers selecteerde research-master studenten (‘goedkoper en snellere turnover dan PhDs’) van universiteiten over heel Nederland en koppelde ze vervolgens aan lokale onderzoekers in een van drie landen (Sierra Leone, Zambia, en Kameroen), waar in samenwerking met een lokaal initiatief dat het Liliane Fonds kent een project werd opgezet.  Een van deze lokale onderzoekers is dr. Aisha Ibrahim, directrice van the Institute for Gender Research and Documentation op het Fourah Bay College, Universiteit van Sierra Leone. Daarnaast leidt ze de 50/50 Group, een beweging die pleit voor gelijke rechten voor vrouwen en vrouwenemancipatie in Sierra Leone.

‘Het herkennen dat kwesties in verschillende groepen aan elkaar verbonden zijn, maakt je eigen beweging alleen maar sterker.’

‘Wat er voor mij echt uitsprong,’ aldus Ibrahim, ‘is dat het niet alleen het Liliane Fonds of het ASC is dat hier baat uit haalt. De studenten evenals de lokale onderzoeker die hen ondersteunt leren hiervan, en de gemeenschap die wordt onderzocht profiteert ook. Zij worden tot het nadenken gezet door de vragen die worden gesteld en door de uitkomsten die door de studenten aan ze worden teruggekoppeld. Dus op elk niveau vindt verandering plaats, en is er impact.’

Momenteel zijn er negen complete studies, met een tiende die wordt afgerond. Donker: ‘De inzichten komen elke zes maanden, en met die data kan je een nieuw onderzoek opzetten voor de volgende student om te onderzoeken.’ ‘En het bouwt de literatuur op,’ vult Ibrahim aan, ‘dus als ik kijk naar een bepaald aspect van mensen met beperkingen in Sierra Leone zie ik dat er reeds onderzoek is gedaan in Kameroen, en kan ik daar op bouwen en robuustere literatuur creëren voor iedereen.’

Elbers: ‘In Sierra Leone ondervond een van de studenten dat als je meisjes met een beperking in staat stelt om in hun gemeenschap op te spreken, dat ze een rolmodel worden voor alle meisjes in die gemeenschap en zo en hun zelfbeeld positief verandert. Dus de volgende student in Zambia keek vervolgens alleen naar rolmodellen en de aspecten daarvan. Ik zie het echt als stukjes van een puzzel die samenkomen. Op die manier stuitten we ook snel op intersectionaliteit, wat een cruciaal onderdeel werd van dit hele project.’

Intersectionaliteit refereert naar de theorie dat verschillende marginalisaties invloed hebben op elkaar; bijvoorbeeld een meisje met een beperking ondervindt twee keer discriminatie dan ‘alleen’ een meisje of ‘alleen’ iemand met een beperking.

‘Je kunt het zo nauwkeurig maken als je wilt’, aldus Elbers, voor wie dit ook nieuw was. ‘Dit is al een gevestigd concept in gender studies, waar ik geen achtergrond in heb, maar Aisha wel. In ontwikkelingsstudies is er een neiging om te werken vanuit afgebakende thema’s zoals gender, handicap of jongeren. Maar in de praktijk zie je dat deze categorieën overlappen en verweven zijn.’ Ibrahim beaamt dit. ‘Het is de uni-focus waar je van weg wilt. Als ik ga vechten voor de rechten van vrouwen in Sierra Leone, maar vrouwen met een beperking zijn niet zichtbaar, worden hun stemmen niet gehoord. Voor wie ben je dan aan het strijden?’

Elbers: Intersectionaliteit is dus cruciaal voor effectief lobbyen, dus je kan ook nadenken over nieuwe allianties die je eerder misschien niet had bedacht. Zeg dat je als beweging voor mensen met een beperking iets wilt doen met meisjes met een beperking. Waarom zou je niet kijken of je met andere organisaties, bijvoorbeeld gericht op vrouwen of de LGBT-gemeenschap, coalities kan vormen gebaseerd op bepaalde kruispunten? Dat opent een heel nieuw pad naar nieuwe strategieën, en nieuwe manieren om te lobbyen en verandering teweeg te brengen.’

Ibrahim: ‘Er zijn zoveel verschillende bewegingen gaande, maar om het te zien vanuit dat intersectionale oogpunt is heel belangrijk. Alle kwesties zijn verbonden, en wanneer je dat herkent maakt dat je eigen beweging alleen maar sterker.’

Maar willen de groepen eigenlijk wel samenwerken?

‘Er is weerstand,’ geeft Ibrahim toe. ‘Een voorbeeld is dat er in Sierra Leone een groep is die vecht voor de rechten van vrouwen, maar als het gaat om de rechten van homoseksuelen willen veel vrouwen in Sierra Leone het er niet over hebben. En dat is problematisch, want dan zijn er mensen in beide groepen die zich vervreemd voelen, omdat ze niet de ruimte krijgen om over hun ervaringen en problemen te spreken.’

Donker: ‘Maar dat is wat we proberen te bewerkstelligen met ons VOICE voorstel, om verder te bouwen op het idee van intersectionaliteit, en om te proberen om innovatieve ideeën te krijgen van andere organisaties die werken in het veld van gender of andere gemarginaliseerde groepen.’ Donker spreekt over een voorstel dat het Liliane Fonds heeft ingediend bij Voice, een beurs-verlenend initiatief van BuZa voor gemarginaliseerde groepen in Azië en Afrika,  met als doel om gemarginaliseerde groepen samen te brengen in een conferentie en zo peer-to-peer uitwisselingen te stimuleren.

Donker: ‘De uitdaging is, hoe verbinden we deze verschillende groepen op een zinvolle manier dat ze van elkaar kunnen leren? En als je deze vraag bekijkt vanuit het oogpunt van intersectionaliteit valt alles op zijn plaats. In de verschillende belangengroepen zijn er soortgelijke externe problemen zoals stigma en sociaal beleid dat marginaliseert of belemmert, evenals interne problemen met diversiteit en mensen die aan meerdere marginalisaties toebehoren. Dus met dit voorstel willen we zorgen dat al deze verschillende groepen samenkomen en ervaringen kunnen uitwisselen en zo van elkaar kunnen leren. Dit wordt gedaan op lokaal niveau met ngo’s uit die landen zodat mensen kunnen delen wat ze leren van de andere groepen met hun eigen achterban op nationaal niveau. En daarnaast een driedaagse conferentie in Nederland waar we de bevindingen op landelijk niveau in verschillende landen bekijken.’

Ibrahim: ‘We zetten zo een knowledge builder op. We gaan niet gewoon praten met mensen en dan verdwijnen we weer.’

Elbers: ‘Kan je het potentieel voorstellen? Mensen kunnen zelf stigma’s geïnternaliseerd hebben over andere groepen, zoals bijvoorbeeld jongeren over de LGBT-gemeenschap, en zo deel uitmaken van het reproduceren van ongelijkheid. En met dit congres zorg je ervoor dat ze hierover nadenken én tegelijkertijd ook leren over elkaars strategieën.’

Foto: Henk Braam, Liliane Fonds

Binnen de oorlogsvoering bestaat een erecode: leave no one behind. Je laat niemand achter in vijandelijk gebied. ‘Niemand achterlaten’ is ook een van de kernbeginselen binnen de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) van de Verenigde Naties die in 2015 werden aangenomen. Ook het VN-verdrag voor de Rechten van Mensen met een Handicap is er duidelijk over: ontwikkelingsorganisaties moeten mensen met een handicap ‘insluiten’ binnen hun programma’s. Maar hoe en op welke manier gebeurt dit in de praktijk? In dit kennisdossier gaat Vice Versa op zoek naar zowel inspirerende verhalen als praktische verhalen over voorbeelden van inclusieve ontwikkelingsprojecten.

Hoe verander je de machtsverhoudingen binnen internationale samenwerking?

Door Marc Broere | 24 maart 2019

De roep om de machtsverhoudingen binnen internationale samenwerking te veranderen klinkt steeds luider. Er is zelfs een beweging met de hashtag #ShiftThePower. Maar de praktijk is weerbarstig, schrijft Marc Broere. Ook Nederlandse organisaties geven hun privileges niet zomaar op.

Lees artikel

Tijd voor reflectie

Door Barbara van Paassen | 12 maart 2019

Barbara van Paassen zegde onlangs haar baan op bij ActionAid en vertrok naar Italië. Mede geïnspireerd door Duncan Green’s ‘How Change Happens’, die stelt dat elke activist ook reflectivist moet zijn en hiervoor veel te weinig ruimte is binnen de ontwikkelingssamenwerking, gaat zij op zoek naar wat dit betekent in de praktijk.

Lees artikel

Het dooit in Ethiopië

Door Niels Posthumus | 10 maart 2019

Sinds premier Abiy Ahmed vorig jaar in Ethiopië aan de macht kwam, voert hij vlug democratische veranderingen door. Maar de strijd tussen haviken en hervormers is nog niet gestreden. Verslag van een ommezwaai.

Lees artikel