Door:
Kathleen Ferrier

11 juli 2018

Tags

Een sterke NAVO is cruciaal voor de bescherming van westerse waarden tegen Chinese invloed. Dat schrijft Kathleen Ferrier in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de NAVO-top in  Brussel. 

De Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) werd, evenals  andere naoorlogse organisaties zoals de Verenigde Naties en de Europese Unie, opgericht met het doel vrede en veiligheid in de lidstaten te beschermen. Begonnen als een militaire organisatie, die wederzijdse verdediging en samenwerking van legers in westerse landen regelt, is het doel van de NAVO verbreed naar het beschermen van democratieën en westerse waarden. Daarmee is de NAVO van cruciaal belang in een wereld waarin invloed van autoritaire regimes oprukt. Westerse leiders lijken daar evenwel weinig oog voor te hebben.

Twee jaar geleden brachten Rusland en China een gezamenlijke verklaring uit. Die verklaring kwam na de Russische annexatie van de Krim en de veroordeling van China door het Permanente Hof van Arbitrage in Den Haag, vanwege de Chinese expansie in de Zuid Chinese Zee. Beide landen daagden de huidige wereldorde, geleid door de Verenigde Staten, uit door te stellen nader te willen samenwerken ‘voor een meer rechtvaardige en gelijkwaardige wereldorde’. Daarmee diskwalificeerden zij de westers geleide wereldorde die staat voor democratische waarden, liberale vrijheden en burgerrechten. Impliciet diskwalificeerden ze óók de naoorlogse instellingen die opgericht zijn om deze waarden en rechten te beschermen.

Sindsdien is de invloed van autoritaire staten zoals Rusland en China verder toegenomen en is de zwakte van naoorlogse instellingen alleen maar zichtbaarder geworden.  Zo kan de oprichting van de Asian Infrastructure Investmentbank, de AIIB, gezien worden als het antwoord van China op het onvermogen en de onwil van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds om China een plek aan tafel te gunnen die past bij het economische gewicht van dit land.

Van die naoorlogse instituties zijn de Verenigde Naties, op mondiaal niveau en de EU, op regionaal niveau, de sterkste en invloedrijkste gebleken. De VN, als enige organisatie waar vrijwel alle staten zich aan geaffilieerd hebben, levert met de Veiligheidsraad nog altijd de belangrijkste scheidsrechter van de wereld.  De EU is wereldwijd ongetwijfeld de meest succesvolle poging een groot aantal landen bij elkaar te brengen en te houden op grond van gemeenschappelijke wet- en regelgeving en gedeelde waarden. Maar nog nooit was de druk van binnenuit en van buitenaf op de Europese Unie zo groot als nu. De druk van binnenuit is wel duidelijk, door het opkomend populisme en het debat over het (ontbreken van) Europees migratiebeleid.

Minder oog voor druk van buitenaf

Veel minder oog heeft men voor de toenemende druk van buitenaf. Denken dat westerse waarden en de EU als waardengemeenschap alle trials and tribulations wel zullen overleven, getuigt van een ongefundeerd superioriteitsgevoel. We hoeven maar naar de toenemende invloed van China te kijken. Vol zelfvertrouwen stapt China in alle vacuüms die ontstaan door financieel-economische crises, zwak bestuur en opkomend populisme. Daarnaast heeft China een set aan instrumenten én kanalen ontwikkeld waarmee het haar invloed in Europa op subtiele wijze drastisch vergroot.

In het rapport ‘Authoritarian Advance’ beschrijft The Mercator Institute for China Studies, hoe de Chinese politieke invloed in Europa toeneemt. Dat gaat via verschillende kanalen, zoals het aanknopen van nauwe persoonlijke banden met politieke en economische elites, via staatsinvesteringen, samenwerking van het propaganda-apparaat van de Communistische Partij China met Europese media en journalisten, via vérgaande contacten tussen wetenschappers en academische instellingen en via Chinese gemeenschappen in Europa. Terwijl westerse landen zich focussen op interne strubbelingen, gaat China ongestoord haar gang.

Het is tijd dat er beleid komt, dat proactief inspeelt op de steeds sterkere Chinese aanwezigheid in Europa. Allereerst moeten Europese leiders ervoor waken dat China Europa uit elkaar speelt. Er zou naar alternatieven voor de Chinese investeringen gezocht kunnen worden en mechanismes ontwikkeld om bijvoorbeeld de juridische invloed van China in Europa te screenen. Des te belangrijker nu er een handelsoorlog tussen China en de VS dreigt en er wellicht meer handelsovereenkomsten met Europese landen komen. Versterking van nationale en Europese (cyber)veiligheid zou bij politici veel hogere prioriteit moeten hebben en er zou meer onafhankelijke kennis over China beschikbaar moeten komen. Dat zou tot een open en kritisch debat kunnen leiden over de relatie van Europa met China. En wellicht ook met China zelf.

Kritische opstelling

Bij zijn recente afscheid als Duits ambassadeur in China riep Michael Clauss op nu eindelijk eens werk te maken van gelijke toegang voor Duitse bedrijven op de Chinese markt. Sinds vorig jaar is China Duitslands belangrijkste handelspartner met een handelsvolume van meer dan 200 miljard US$, maar van een gelijk speelveld is geen sprake. Een dergelijke kritische opstelling tegenover China zou vaker gehoord mogen worden.

Regeren is vooruitzien en wil men dat westerse waarden overeind blijven, dan moet er nu beleid gemaakt worden. Ik wil niet in termen van koude oorlog te vervallen, maar Europa is naïef. Naar mijn mening staart men zich teveel blind op de Verenigde Staten en de president van dat land, terwijl het hoog tijd is de blik op zichzelf – en andere delen van de wereld te richten.

De  NAVO-top van 11 en 12 juli leidt nu vooral tot intern gekissebis over populistische voorstellen  – voor Turkije zouden andere regels moeten gelden dan voor andere lidstaten -, en tot opgewonden speculaties over de vraag of Donald Trump de boel op komt blazen. Urgenter lijkt mij de vraag hoe Europese lidstaten dit naoorlogse samenwerkingsverband kunnen versterken en verder aanpassen aan deze tijd zodat westerse waarden en vrijheden, zoals burgerrechten en gelijkwaardigheid, overeind blijven.

Kathleen Ferrier is docente aan de Hong Kong Baptist University en ‘honorary-professor’ aan de Asian University for Women in Bangladesh. Van 2002 tot 2012 was ze Tweede Kamerlid van het CDA en  woordvoerder ontwikkelingssamenwerking en passend onderwijs.  Deze zomer keert ze terug naar Nederland.

 

Kathleen Ferrier

5 jaar strategische partnerschappen: zonder wrijving geen glans

Door Siri Lijfering | 25 mei 2020

Komende vrijdag horen ontwikkelingsorganisaties of hun aanvraag voor het nieuwe subsidieprogramma Power of Voices is gehonoreerd. Nog een paar spannende dagen dus. In dit essay maakt Siri Lijfering de balans op van de voorganger Samenspraak en Tegenspraak. Wat kunnen we leren van vijf jaar strategische partnerschappen tussen de Nederlandse overheid en de ontwikkelingssector?

Lees artikel

Inclusief besluitvormingsproces essentieel bij effectieve aanpak COVID-19

Door Vice Versa | 20 mei 2020

Een glashelder en sterk pleidooi rondom de noodzaak van internationale solidariteit. Dat is de reactie van 12 mensen uit het maatschappelijk middenveld, bedrijfsleven en wetenschap op het spoedadvies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken over de Nederlandse bijdrage aan de mondiale strijd tegen het coronavirus. Maar, voegen ze daar aan toe: het is van groot belang dat lokale actoren een beslissende rol krijgen in de praktische uitvoering. Voorkom dat alleen gekozen wordt voor bestaande partners die grootschalige bedragen weg kunnen zetten. Hieronder de volledige reactie en de namen van de ondertekenaars.

Lees artikel

Armoede bestrijden met een grotere caviamarkt?

Door Ellen Mangnus | 18 mei 2020

In deze nieuwe rubriek Omdenken met Ellen kijkt Ellen Mangnus waar de westerse manier van denken over ontwikkeling botst met lokale kennis en waarden. In de eerste aflevering: de cavia als gewild dier in de wereldberoemde Peruaanse keuken. Een weg uit de armoede voor de een, vernietiging van een wereld voor de ander

Lees artikel