Door:
Ayaan Abukar

21 juni 2018

Ineens was Mamoudou Gassama een superheld, nadat hij in Parijs een kleuter redde – en de Franse nationaliteit kreeg. Ayaan Abukar zocht Gassama op. Een gesprek over de daad en het debat, over idealisme en hypocrisie.

Het was 26 mei, een zaterdag, toen Mamoudou Gassama een Frans jongetje van vier redde. De kleuter was aan de balkonrand van een appartement aan de Rue Marx-Dormoyin Parijs terechtgekomen, op de vierde verdieping, en hing eroverheen, bungelend – later bleek dat de ouders het kind alleen hadden thuisgelaten. Een voorbijganger filmde hoe Gassama, een Malinees die als niet-gedocumenteerde migrant in de Franse hoofdstad woonde, van balkon naar balkon klom om de jongen te redden. De video van zijn heldendaad ging razendsnel het internet over.

Kort daarna werd bekend dat president Emmanuel Macron op het Élysée Mamoudou Gassama had ontvangen; hij kreeg de Franse nationaliteit, een medaille voor ‘moed en zelfopoffering’ en een baan als brandweerman. Op het internet werd hij Spiderman en Batman genoemd, maar hij deed mij vooral denken aan T’Challa, koning van Wakanda en de hoofdpersoon in de film Black Panther. Ik raakte gefascineerd door Gassama’s verhaal en lot: hoe hij als sans-papiersvan het ene op het andere ogenblik de held van Frankrijk werd en wereldwijd het gesprek van de dag.

Ondertussen ontstond op sociale media een discussie over de beslissing van Macron om Gassama te belonen met de Franse nationaliteit. De kritiek kwam zowel van voor- als tegenstanders van migratie, in Frankrijk en elders in Europa. Extreemrechtse partijen voorspelden de aanzuigende werking van deze daad, opiniemakers op links beschuldigden de Franse president en samenleving van hypocrisie.

De cartoonGood migrant, bad migrant?’ van Tjeerd Royaards plaatste de discussie in de bredere kwestie van migratie en het restrictieve EU-toelatingsbeleid, waarbij de lidstaten miljarden investeren om Afrikaanse migranten buiten Fort Europa te houden.Migrants shouldn’t have to be superheroes to be accepted in France’ was de kop van een opiniestuk in de Washington Postvan Rokhaya Diallo, schrijfster in Parijs. De beelden van migranten op hekken werden massaal gedeeld.

 

De ontmoeting

In het midden van deze verhitte discussie bleef ik maar denken aan de persoon achter de krantenkoppen. De 22-jarige wiens leven op zijn kop stond, in positieve zin. Ik was benieuwd naar zijn verhaal, zijn reis naar Europa en of hij zich realiseert dat hij ongevraagd het gezicht van migratie is geworden. Mijn positie in dit debat werd vooral bepaald door mijn empathie: ik gun hem de verblijfsvergunning, de Franse nationaliteit en alle privileges en vrijheden die ermee gepaard gaan. Het contrast tussen het strenge beleid dat duizenden mensen het leven kost en de uitzondering die gemaakt is vanwege het redden van een Frans kind is pijnlijk, maar neemt niet weg dat de clementie met Gassamawelkom is.

Via een Frans-Malinese vriend kom ik in contact met de Spiderman van Parijs, zoals hij nog steeds heet. Een poging om hem via Skype te interviewen mislukt: Gassama spreekt geen Engels en slecht Frans. Ik besluit om naar Parijs af te reizen en hem te ontmoeten. Maar ik moet haast maken, is me verteld, vanwege zijn drukke agenda en een geplande reis naar Mali voor een treffen met president Ibrahim Boubacar Keïta.

Om vier uur in het gemeentehuis van Montreuil, tegenover metrostation Mairie de Montreuil, dat is de afspraak – en Mamoudou Gassamaarriveert rond vijf uur, vergezeld door broer Diaby. Mamoudou is een timide jongeman met een atletisch postuur en hij draagt kleding van het sportmerk Fila. Onze gastvrouw is Djeneba Keïta, al tien jaar locoburgemeester van het achttiende arrondissement en vanmiddag tevens de tolk van ons gesprek.

Diaby Gassama woont al 24 jaar in Frankrijk, zijn jongere broer Mamoudou arriveerde afgelopen september in Parijs. De familie komt uit een dorpje in het Kayes-gebied in Mali, bij de grens met Mauritanië en Senegal. Het gezin telt acht kinderen, die na het overlijden van de moeder – jaren geleden – opgroeiden met hun vader. ‘We voetbalden in ons dorp,’ zegt Mamoudou, ‘maar beoefenden geen andere sporten.’ Zijn fenomenale klimtechniek verbaasde hem ook.

 

Angst of adrenaline

Mamoudouherinnert zich de middag tot in detail. ‘Ik was met mijn vriendin een hapje gaan eten in de buurt van dat appartementencomplex’, vertelt hij. ‘We zouden daarna de Champions League-finale tussen Liverpool en Real Madrid bekijken.’ Maar de dag kreeg een wending. Het eten was al besteld toen ze het geschreeuw van mensen buiten hoorden. ‘We liepen erheen en zagen het kind zich vastklemmen aan de rand van het balkon.’ Hij had geen tijd om na te denken, instinctief begon hij hard te rennen en meteen te klimmen.

‘Was je niet bang?’ vraag ik hem. ‘Alleen de eerste seconden’, zegt hij. Tijdens het beklimmen van de eerste verdieping sloeg de angst om in adrenaline en kon hij binnen een paar tellen de vierde verdieping bereiken, het kind redden – de buurman kon er niet bij, er stond een afscheiding tussen de balkons. Maar het avontuur van Mamoudouwas niet afgelopen; hij moest bijkomen van de schrik en de vader van het jongetje kwam pas een half uur later.

De politie vroeg hem mee te gaan naar het ziekenhuis, om te controleren of hij geen lichamelijk letsel had opgelopen. De volgende ochtend werd hij op het politiebureau verwacht om een verklaring af te leggen – maar Mamoudouhad geen documenten. Ergens vertrouwde hij erop dat medewerking hem niet in de problemen zou brengen. Een telefoontje volgde: de president wilde hem ontmoeten. De rest is geschiedenis.

Dedag na ons interview mag Mamoudouzijn Franse paspoort verzilveren: ‘Het is onwerkelijk.’ Mamoudou wordt uitgenodigd door bekende Fransen, door politici en journalisten, hij is bekroond met een onderscheiding van de burgemeester van zijn deelgemeente. Parijs gaf hem deGrand Vermeil-medaille, de hoogste onderscheiding van de hoofdstad. Hij is uitgenodigd door Marcelo, de Braziliaanse linksachter van Real Madrid. Voorbijgangers herkennen hem op straat.

Desondanks blijft Mamoudou bescheiden. ‘Ik deed het voor dat jongetje – ik ben blij met mijn papieren, maar toen reageerde ik spontaan en zo zou ik het weer doen’, zegt hij. De migratiediscussie die zijn daad heeft losgemaakt is hem goeddeels ontgaan: ‘Je redt een kind en verwacht dit allemaal niet.’

 

De gevangenis in Libië

Evenals de meeste Afrikaanse migranten in West-Europa moest Mamoudoueen zware en lange reis ondergaan. Zijn arme dorpje liet hij achter zich vanwege het gebrek aan perspectief. Zijn stem gaat opeens omhoog als ik hem vraag naar de reden van vertrek. ‘Er was geen sprake van goed onderwijs en geen enkel perspectief op werk’, antwoordt hij. ‘Ik kon niet anders dan weggaan, om een beter bestaan op te bouwen.’

De reis naar Europa duurde een jaar en liep via Burkina Faso, Niger en Libië. Zijn blik verandert en ik durf niet te vragen of hij in de beruchte Libische gevangenissen heeft gezeten. Toch doe ik dat voorzichtig. Hij knikt vlug voordat de vraag geheel vertaald is. Vier maanden bracht hij in een Libische cel door, onder onmenselijke omstandigheden – ten slotte wist hij te vluchten. De bewakers waren aan het eten, letten even niet op. Zijn motoriek en snelheid hebben hem gered, hij rende naar buiten.

Ik probeer er een voorstelling van te maken en vraag of hij zomaar kon ontsnappen. Hij glimlacht en herhaalt: ‘Ja, ik zag een kans en maakte er gebruik van.’ Na meerdere mislukte pogingen om Italië per boot te bereiken, lukte het uiteindelijk: hij verbleef daar drie jaar en arriveerde in september 2017 in Parijs.

Zijn route naar Europa komt me bekend voor. Bijna elke Afrikaanse migrant in Italië moest de lange route door de Sahara afleggen. Het gesprek krijgt een andere lading en Mamoudoupraat nu sneller, benadrukt dat het belangrijk is dat de wereld zich iets aantrekt van het lot van Afrikaanse migranten in Libië. Daarom wil hij zich – naast zijn baan als brandweerman – inzetten voor meer bewustwording over de situatie daar. ‘Ik heb de hel gezien en ik wens dat niemand toe.’ Hij wil de kinderen in Mali helpen: ‘Hun lot raakt me, hun armoede, daaraan wil ik wat doen.’ Het land is inmiddels trots op zijn held. De president nodigde hem uit om langs te komen, de familie wordt overspoeld met belangstelling.

 

Djeneba Keïta & Mamoudou Gassama

Het gesprek komt stilaan ten einde. Mamoudoumoet ervandoor, zich voorbereiden op zijn reis en op de grote dag waarop hij de Franse nationaliteit in ontvangst zal nemen. Djeneba Keïta begeleidt het proces vanuit de gemeente. Ze is blij voor hem; nu krijgt Mamoudoueen perspectief dat zijn leeftijdgenoten in Frankrijk niet hebben. Toegang tot werk in Parijs is nog steeds moeilijk voor jongeren met een migratieachtergrond – het is haar grootste uitdaging binnen de deelgemeente.

Tot slot vraag ik Mamoudouof hij een vraag voor mij heeft. Ja, nu ja, hij wil iets toevoegen: een verontschuldiging omdat hij te laat was, vanmiddag.

In de metro terug naar het hotel blijf ik nadenken over de woorden van Keïta, die wanhopig meer kansen wil bieden aan migrantenjongeren in een Europa dat miljarden uitgeeft om perspectief te creëren voor Afrikaanse jongeren – om hen buiten het Fort te houden. Het woord perspectief is zelfs de nieuwe mantra van ontwikkelingsbeleid geworden. Alles moet leiden tot beter perspectief, vooral heel ver weg, zodat jongeren als Mamoudoude heilige Europese grenzen nooit bereiken. Terwijl duizenden Europese jongeren met een migratieachtergrond vaak geen perspectief hebben in steden als Parijs en Brussel.

Ik hoop dat Mamoudou zijn roem inzet om deze hypocrisie bloot te leggen, en belangrijker: om aandacht te blijven vragen voor het lot van duizenden anonieme migranten in de Libische gevangenissen en elders. Een te zware last op de schouders van een jongeman, maar stiekem blijft hij mijn superheld T’Challa, de koning van Wakanda.

Ayaan Abukar

Ayaan Abukar is politicoloog en expert op het gebied van Migratie & Ontwikkeling. Voor Vice Versa schrijft ze columns en coördineert ze diverse journalistieke projecten.

Het Raadsel van de ander

Door Vice Versa | 08 oktober 2019

In de nieuwe Vice Versa die komend weekend verschijnt staat ‘de ander’ centraal en zoeken we naar een nieuw, progressief narratief. Angst voor de ander kun je alleen bestrijden met menselijke verhalen, schrijven Ayaan Abukar en Marc Broere.

Lees artikel

Bouwstenen voor een nieuw Latijns-Amerika beleid

Door Vice Versa | 01 oktober 2019

Hoewel Latijns-Amerika al een tijd verdwenen is uit de spotlichten van de Nederlandse politiek, hebben we meer met elkaar te maken dan we denken. Is het niet tijd voor een nieuw en actief Latijns-Amerika beleid? Op maandagmiddag 14 oktober gaan we hierover in Den Haag tijdens de bijeenkomst ‘Het Koninkrijk en zijn buren’ in gesprek met experts en politici.

Lees artikel

Amsterdam ontmoet Mogadishu

Door Lizan Nijkrake | 28 september 2019

Daily Paper, het Amsterdamse straatmodemerk, maakte een collectie T-shirts met tekeningen van voormalige kindsoldaten in Somalië. Wat begon als een klein project voor het Elman Peace Center, leidde dankzij sociale media tot iets groters: fotografen en filmmakers, muzikanten en klanten bieden hun hulp aan. ‘Jonge mensen zijn vaak zó idealistisch, ze willen betrokken blijven.’ Een profiel.

Lees artikel