Door:
Marc Broere

13 april 2018

Categorieën

Tags

De internationale samenwerking is aan het veryuppen, schrijft Marc Broere vandaag in zijn Vrijdagmiddagborrel. Ook voor veel ontwikkelingsorganisaties geldt dat echt schrijnende armoede iets is waar ze liever van wegkijken.

In een indrukwekkend interview met de Volkskrant van afgelopen zaterdag haalde oud-minister Jan Pronk de Britse toneelschrijver George Bernard Shaw aan. In een van zijn stukken, Major Barbara, ontstaat een dialoog tussen de hoofdrolspeelster die bij het Leger des Heils werkt en haar vader die een wapenhandelaar is. Op een gegeven moment zegt de vader: ‘Armoede? Dat is heel erg. Mensen die arm zijn, maken mij beschaamd. ‘They shouldn’t be there. Kill them!’

In de woorden van Pronk: ‘Met andere woorden: elimineer degene die mij in verlegenheid brengt, zodat mijn comfort niet verder wordt verstoord. Het is literair verwoord, maar het is exact onze perverse reactie op de armen in de wereld: ze horen er niet te zijn. Dus we zien ze niet.’ De oud-bewindsman geeft vervolgens een analyse dat veel mensen, waaronder ook zijn opvolger Ploumen, denken dat het vanzelf wel goed komt en dat boodschappen als Africa Rising en India shining onzinnig zijn. ‘Dan kijk je alleen naar diegenen met wie het goed gaat. En dan bedenken we dat als je hen verder helpt, met handel en zo, dat het doorsijpelt naar de onderlaag. Nou, de kernboodschap van ontwikkelingseconomen is: het sijpelt niet door. Je moet juist bezig zijn met de onderklasse, de gigantische groep die altijd het slachtoffer is.’

Uit het hart gegrepen

De analyse van Pronk is mij uit het hart gegrepen. Ik maak me namelijk al langer zorgen over de ‘veryupping’ van de ontwikkelingssamenwerking. Armoede is ongemakkelijk. We kijken er liever van weg dan ermee geconfronteerd te worden. Ook binnen de ontwikkelingssamenwerking zijn mensen uit de echte onderklasse nog te vaak onzichtbaar. Binnen de canon van de wereldliteratuur hebben ze een stem gekregen, van Les miserables van Victor Hugo tot The Grapes of Wrath van John Steinbeck. Maar binnen de canon van de internationale samenwerking zie ik ze veel te weinig terug.

Dirk Jan Koch promoveerde een decennium geleden op het onderwerp donorwezen en donordarlings. Op de echt moeilijke plaatsen in de wereld -landen als Tsjaad en de Centraal Afrikaanse Republiek bijvoorbeeld- kwam je maar weinig NGO’s tegen, constateerde hij. Daar is in mijn woorden weinig eer aan te behalen; daar kun je veel lastiger resultaten laten zien aan je financiers dan in bijvoorbeeld groei-economieën als Kenia of Ethiopië. Bij Particuliere Initiatieven is het ook duidelijk: ze zitten vooral in Afrika light landen als Kenia en Ghana (niet toevallig ook altijd landen met mooie stranden) of mooie Aziatische vakantiebestemmingen als Indonesië en Nepal. Ontwikkelingsorganisaties lijken zich liever bezig te houden met succesvolle hotspots als Nairobi, met tal van sociaal ondernemers die hip and happening zijn, dan met de verstotenen op deze aardbol; ze voeren liever gezamenlijk campagne via Worlds Best News, dat een zeer eenzijdige en bijna karikaturale blik op de werkelijkheid werpt, dan dat ze in een gezamenlijke campagne aandacht vragen voor de situatie van de onderklasse in de wereld.

We moeten enorm uitkijken dat internationale samenwerking straks nog maar uit drie onderdelen bestaat: noodhulp, projecten en programma’s om de migratie naar Europa te stoppen, en makkelijk scorende projecten die gericht zijn op de winners in lage inkomenslanden.  Laten we niet blijven wegkijken van de mensen die onze solidariteit en ondersteuning het meeste nodig hebben. Laten de we veryupping van de internationale samenwerking stoppen.

Op donderdagmiddag 19 april organiseert Vice Versa in samenwerking met het Liliane Fonds het symposium ‘Lets talk about inclusion’, waarin ook de vraag hoe je de meest gemarginaliseerden groepen kunt insluiten centraal staat. Meld je aan via deze LINK

 

 

 

Binnen de oorlogsvoering bestaat een erecode: leave no one behind. Je laat niemand achter in vijandelijk gebied. ‘Niemand achterlaten’ is ook een van de kernbeginselen binnen de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) van de Verenigde Naties die in 2015 werden aangenomen. Ook het VN-verdrag voor de Rechten van Mensen met een Handicap is er duidelijk over: ontwikkelingsorganisaties moeten mensen met een handicap ‘insluiten’ binnen hun programma’s. Maar hoe en op welke manier gebeurt dit in de praktijk? In dit kennisdossier gaat Vice Versa op zoek naar zowel inspirerende verhalen als praktische verhalen over voorbeelden van inclusieve ontwikkelingsprojecten.

Marc Broere

Marc Broere is hoofdredacteur van Vice Versa. Daarnaast is hij auteur van een aantal boeken waaronder De Bewogen Beweging -50 jaar mondiale solidariteit (met Hans Beereends), Berichten over Armoede -een journalistieke kijk op ontwikkelingssamenwerking, en Minder Hypes, Meer Hippocrates -een positieve injectie voor de ontwikkelingssector (met Ellen Mangnus).

Bouwstenen voor een nieuw verhaal (2)

Door Marc Broere | 21 september 2018

Op basis van de oogst die ‘Reinventing the Message’ afgelopen week opleverde, bouwt Marc Broere verder aan het nieuwe verhaal voor internationale samenwerking.

Lees artikel

Het gevaar van één perspectief

Door Vamba Sherif | 20 september 2018

Hoe kan een mens zo’n vertekend beeld hebben van een ander, vraagt schrijver Vamba Sherif zich in dit essay af. En het gevaar van één perspectief over Afrika is dat het vroeg of later als waarheid wordt beschouwd. Tijd om dat eenzijdige verhaal sámen te bestrijden.

Lees artikel

‘Nu móet de regering wel luisteren’

Door Selma Zijlstra | 19 september 2018

Hoe zorg je ervoor dat de machthebbers naar je luisteren, als je al jarenlang strijdt voor een hoger gezondheidsbudget? De één zoekt zijn heil in stakingen, de ander blijft de dialoog voeren. Twee perspectieven vanuit Oeganda.

Lees artikel