Door:
Marc Broere

6 april 2018

Categorieën

Tags

Net als haar voorganger Ploumen staat minister Kaag voor de uitdaging om een beleidsnota te gaan maken op basis van een politiek gemotiveerde argumentatie uit het Regeerakkoord die inhoudelijk niet bewezen is. Is het niet beter om hiervoor een fictieschrijver in te huren, vraagt Marc Broere zich af.

Precies een week geleden verscheen de Kamerbrief met de migratieagenda van ons kabinet. De brief was een initiatief van staatssecretaris Halbers (Jusititie en Veiligheid) en werd verder ondertekend door de ministers Blok (Buitenlandse Zaken), Kaag (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking), Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) en Ollongren (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties). De bewindslieden schrijven dat ze het migratiebeleid ‘toekomstbestendig’  gaan maken door voortaan voor een ‘brede, integrale benadering’ te kiezen en alle beleidsvoornemens uit het Regeerakkoord door middel van een ‘zespijleragenda’ met elkaar te verbinden.

Nu is het wachten op de beleidsnota van Sigrid Kaag die volgende maand wordt verwacht. Toen ik het Regeerakkoord vorig jaar las, schreef ik al in een eerdere column dat de opvolger van Lilianne Ploumen beter de functieomschrijving ‘minister voor Migratiebeperking’ op zijn of haar visitekaartje kon zetten. Het is duidelijk dat volgens de tekst uit het Regeerakkoord ontwikkelingssamenwerking vooral ingezet gaat worden als middel om te voorkomen dat mensen naar Nederland migreren of vluchten.

Overeenkomst met Ploumen

Daarbij is er een interessante overeenkomst tussen de start van Sigrid Kaag en haar voorganger. Beiden stonden of staan voor de uitdaging om een tekst uit het Regeerakkoord te gaan vertalen naar een concrete beleidsnota op basis van een politiek gemotiveerde argumentatie, die inhoudelijk heel mager is en zelfs niet bewezen. Bij Ploumen was dat het verhaal dat meer handel en de inzet van de private sector tot meer ontwikkeling en vermindering van armoede zou gaan leiden. Dit was een duidelijk compromis tussen VVD en PvdA die verder niet gestaafd werd door bewijslast. Sterker nog: alle beleidsevaluaties van programma’s op het gebied van private sectorontwikkeling waren altijd heel kritisch geweest. Toch voerde Ploumen dit beleid als een ware believer uit. Ze was daarbij behendig in framing door haar criticasters met veel aplomp weg te zetten als ‘ouderwets’ en ‘niet meer van deze tijd’.

Bij Kaag is het vertrekpunt dat ze nu een nota moet gaan schrijven waarin de belangrijkste verhaallijn is dat je met ontwikkelingssamenwerking de migratie en vluchtelingenstromen kunt tegengaan. Dit door bijvoorbeeld werkgelegenheid voor jongeren te creëren, door de zogeheten root causes aan te pakken. Het is een verhaal waar nu zelfs Mark Rutte in lijkt te geloven; onze premier die altijd zo kritisch was over ontwikkelingssamenwerking, maar nu al een paar keer publiekelijk heeft gezegd dat ontwikkelingssamenwerking een belangrijk instrument is om mensen in de regio te houden.

Maar ook dit is een drogreden. Uit onderzoeken blijkt juist dat investeren in de regio eerder zal leiden tot meer migratie omdat mensen dan meer financiële middelen hebben om te migreren. Armoedevermindering leidt dus eerder tot méér migratie en het wordt zo langzamerhand eens tijd om te erkennen dat migratie van allen tijden is en een hek om Europa heenzetten niet werkt. Zorg alleen dat het veilig en gereguleerd kan. Ik schrijf deze column vanuit Palermo waar ik gisteren in een vluchtelingenopvang sprak met drie minderjarige asielzoekers uit Gambia die via Libië in de Italiaanse stad waren aangekomen. Het waren jongens uit goede families en hadden in Gambia ook gewoon werk. Dit kon hen niet weerhouden om aan de ongewisse reis naar Fort Europa te beginnen.

Beter gevoel

Hoewel ik het vertrekpunt van Kaag eigenlijk nog een stuk politiek gevoeliger vind dan bij Ploumen, heb ik bij haar toch vooralsnog een goed gevoel. Het bezoek van de minister aan de detentiecentra in Libië was veelbelovend; ze toonde echt politieke durf en leiderschap. In het Regeerakkoord staat dat Nederland meer migratiedeals wil gaan sluiten naar het voorbeeld van Turkije. Libië wordt steevast bij de eerste landen genoemd. Maar Kaag maakte klip en klaar duidelijk dat er nog lang geen sprake van zo’n deal kan zijn omdat de mensonterende toestanden in de detentiecentra in strijd zijn met het Vluchtelingenverdrag.

Bij Ploumen leek er geen intentie te zijn om nog een sociaaldemocratisch tintje te geven aan de uitvoering van het Regeerakkoord. Ze profileerde zich op het terrein van handelspolitiek als onvoorwaardelijke aanhanger van het neoliberale denken. Kaag lijkt binnen de aan haar gegeven opdracht juist wél nadrukkelijk op zoek te zijn naar mogelijkheden om het Regeerakkoord op haar eigen manier te interpreteren. In die zin heeft een Regeerakkoord ook wel iets weg van de Bijbel. Iedere dominee geeft er binnen de letterlijke tekst toch een eigen draai en interpretatie aan. Mijn gevoel zegt dat de uitvoering van het beleid van Kaag een stuk minder heftig gaat worden dan wat nu op papier staat in het Regeerakkoord.

Ondertussen lijkt het me een hele uitdaging voor de ambtenaren van het ministerie om op basis van een drogreden een beleidsnota te moeten schrijven. Dat lijkt me eerder een passende taak voor een fictieschrijver dan voor een diplomaat. Maar wie weet komen er tijdens dit schrijfproces wel mensen naar boven drijven die het later als fictieschrijver helemaal gaan maken. We hebben dat eerder gezien in de geschiedenis. Ook de gevierde bestsellerauteurs Roald Dahl en John le Carré begonnen hun carrière immers als diplomaat op het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken.

 

 

Marc Broere

Marc Broere is hoofdredacteur van Vice Versa. Daarnaast is hij auteur van een aantal boeken waaronder De Bewogen Beweging -50 jaar mondiale solidariteit (met Hans Beereends), Berichten over Armoede -een journalistieke kijk op ontwikkelingssamenwerking, en Minder Hypes, Meer Hippocrates -een positieve injectie voor de ontwikkelingssector (met Ellen Mangnus).

Je hebt een veilige omgeving nodig om te veranderen

Door Marc Broere | 23 juni 2019

Wat houdt dat nu precies in: meer zeggenschap van het Zuiden in de internationale ontwikkelingsagenda? Flexibel en vrij besteedbaar geld voor zuidelijke organisaties, maar vooral ook: aandacht voor machtsstructuren. ‘Dit gaat niet alleen over geld, maar vooral over mensen in staat stellen te doen wat voor hun op dat moment belangrijk is. Dat is eigenaarschap!’

Lees artikel

Tip 1 aan Kaag: ‘Laat noordelijke organisaties verplicht samenwerken met zuidelijke partners’

Door Lizan Nijkrake | 20 juni 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Hajer Sharief, medeoprichter van Together We Build It, een ngo die werkt aan jongeren-en vrouwenparticipatie in Libië’s vredesproces.

Lees artikel

‘Het gedrag van ontwikkelingsorganisaties lijkt op het orkest van de Titanic: doorspelen en doen alsof er niets aan de hand is’

Door Fons van der Velden | 18 juni 2019

De macht van het geld en van connecties spelen in particuliere ontwikkelingssamenwerking helaas nog steeds een doorslaggevende rol, betoogt Fons van der Velden. Dat belemmert een écht gelijkwaardige relatie met zuidelijke partners, terwijl juist daarin de sleutel tot legitimiteit en succes schuilt.

Lees artikel