Door:
Marc Broere

9 maart 2018

Categorieën

Tags

Internationale samenwerking is eigenlijk het verhaal van David en Goliath in een nieuw jasje, schrijft Marc Broere in zijn Vrijdagmiddagborrel. Het is een ongelijke strijd in een hele moeilijke context, waarbij de underdog soms toch weet te winnen. En dat is razend knap.

Onlangs was ik samen met twee directeuren van ontwikkelingsorganisaties uitgenodigd voor een brainstorm over een televisieserie over de geschiedenis van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking. De één is een directeur van een echte donateursorganisatie, terwijl de ander voor het overgrote deel afhankelijk is van de Nederlandse overheid en van buitenlandse donoren. Het was interessant om te horen hoe beide directeuren over hun vak praatten voor een gehoor van mensen die niet dagelijks met dit onderwerp te maken hebben.

Ik moet u eerlijk zeggen: ik was enorm positief verrast. Beide directeuren spraken vol passie en enthousiasme over innovatieve manieren van internationale samenwerking. Over hubs van sociaal ondernemers in Oost-Afrika met wie ze samenwerkten, over tablets, over een app waarmee je in Kongo precies kon zien waar de roadblocks zijn waar politieagenten steekpenningen verwachten. Ik werd er zelf ook razend enthousiast van.

Ik dacht alleen: waarom weet ík dit niet? Als ik dit als professionele OS-watcher al niet weet, zal de gemiddelde Nederlander het zeker niet weten. En waarom is dit niet de boodschap die jullie aan de Nederlandse bevolking communiceren? Want jullie (fondsenwervende) campagnes zijn behoorlijk traditioneel en hebben een andere tone of voice.

Vice Versa gaat dit voorjaar een journalistiek project beginnen over het narratief van internationale samenwerking. Waardoor worden mensen geraakt als het gaat om grote mondiale uitdagingen als armoede, ongelijkheid en klimaatverandering? En wat moet de boodschap van maatschappelijke organisaties zijn om daarbij aan te sluiten?Eigenlijk is dat niet zo ingewikkeld, denk ik. Laat gewoon zien wat je doet en dat dit hartstikke interessant en eigentijds is. En stop met die oubollige campagnes en stereotype beelden.

Klein slagingspercentage

Tijdens de brainstorm ging het ook over dilemma’s waarmee ontwikkelingsorganisaties te maken hebben. Een van de directeuren vertelde over grote projecten in Mali waar hij ruim twintig jaar geleden zelf  ‘in het veld’ had gewerkt en waar toenmalig minister Jan Pronk grote kansen zag voor ondersteuning vanuit Nederland. Van die projecten is nauwelijks nog iets zichtbaars over, omdat de lokale structuren door politieke instabiliteit zijn vernield. Maar als je goed kijkt zijn er wel degelijk zaadjes gepland en zitten lokale mensen die destijds binnen dat project zijn opgeleid nu op belangrijke posities in de samenleving.

En dat is eigenlijk de tweede kernboodschap die je zou moeten communiceren: vanwege de omstandigheden (zowel lokale politieke omstandigheden als internationale geopolitieke ontwikkelingen en handelspolitiek) is het slagingspercentage van gedurfde ontwikkelingsprojecten per definitie klein. Ontwikkelingsorganisaties zouden veel meer die dilemma’s moeten laten zien.

In mijn boek ‘Berichten over Armoede’ uit 2009 schreef ik al dat toen de internationale ontwikkelingshulp begin jaren zestig op gang kwam, deze onderdeel was van een veel verder reikend pakket maatregelen. Professor Jan Tinbergen lanceerde op verzoek van de Verenigde Naties een plan onder de naam ‘Optimale internationale arbeidsverdeling.’ Kern daarvan was overheveling van arbeidsintensieve productie naar arme landen, afbreken van westerse landbouwsubsidies en een vrije afzet van landbouw- en industrieproducten van arme landen op de markten van rijke landen. Om dit proces van economische verzelfstandiging te bevorderen zouden rijke landen jaarlijks 0.7 procent van hun Bruto Nationaal Product voor ontwikkelingshulp uittrekken. Handel was het hoofdgerecht, hulp het bijgerecht.

Omdat de onderhandelingen over een eerlijk handelssysteem al snel en tot op de dag van vandaag stukliepen, bleef het echter bij hulp. De armoede werd ondertussen door de televisie steeds zichtbaarder. Regeringen kwamen onder druk te staan van verontruste burgers en het gevolg was een enorme toename van ontwikkelingshulp, zonder dat de wezenlijke oorzaken van armoede werden aangepakt. De ontwikkelingssector kon floreren en organisaties beloofden gouden bergen aan hun donateurs: zij zouden de armoede wel even oplossen.

Wat veel mensen tot op de dag van vandaag niet zien, zijn de beperkingen van de hulp zelf. Toch verwachten belastingbetalers en donateurs van ontwikkelingsorganisaties een slagingspercentage van 100 procent. Als er iets niet goedgaat, wordt er al snel gesproken van een bodemloze put of van strijkstokken. Tot op de dag van vandaag wordt de Nederlandse bevolking regelmatig door simpele fondsenwervingsacties op het verkeerde been gezet. ‘Voor 3 euro in de maand lossen wij het probleem voor u op.’ Ik heb me de afgelopen week weer groen en geel geërgerd aan spotjes van Save the Children, terwijl ik op BBC First een oude aflevering van Midsomer Murders aan het kijken was die onderbroken werd door deze reclameboodschappen. Save the Children: stop hier alsjeblieft nu eens mee! Jullie zetten de Nederlandse bevolking op het verkeerde been!

Te snel af zijn

Terug naar de hoofdlijn van mijn verhaal. Ondanks die moeilijke omstandigheden weten ontwikkelingsorganisaties vaak hele goede resultaten te behalen en zijn ze die complexe en vijandige omstandigheden te snel en te slim af. Dát zou veel meer het narratief van de sector moeten worden. Laat zien dat ontwikkelingssamenwerking in een hele moeilijke context plaatsvindt en hoe lokale mensen en organisaties met een duwtje in de rug van hun westerse partners op slimme en innovatieve manieren bezig zijn om die omstandigheden te bedwingen.

Eigenlijk is internationale samenwerking het verhaal van David en Goliath. De krachtsverhoudingen zijn ongelijk, maar de underdog weet soms te zegevieren. Met zo’n boodschap win je ook de harten van de mensen. En laat daarbij aan de burgers in Nederland zien dat zij mee kunnen helpen om David te laten overwinnen in zijn gevecht tegen Goliath. Door je stemgedrag tijdens verkiezingen, door de keuze die je in de supermarkt bij het kopen van levensmiddelen maakt, door de keuze van je energieprovider, door donateur te zijn. Kortom, mogelijkheden genoeg. Dan heb je echt een samenspel en echte samenwerking, en is het hartstikke leuk om samen met David tegen Goliath te vechten.

 

 

Marc Broere

Marc Broere is hoofdredacteur van Vice Versa. Daarnaast is hij auteur van een aantal boeken waaronder De Bewogen Beweging -50 jaar mondiale solidariteit (met Hans Beereends), Berichten over Armoede -een journalistieke kijk op ontwikkelingssamenwerking, en Minder Hypes, Meer Hippocrates -een positieve injectie voor de ontwikkelingssector (met Ellen Mangnus).

Het gevaar van één perspectief

Door Vamba Sherif | 20 september 2018

Hoe kan een mens zo’n vertekend beeld hebben van een ander, vraagt schrijver Vamba Sherif zich in dit essay af. En het gevaar van één perspectief over Afrika is dat het vroeg of later als waarheid wordt beschouwd. Tijd om dat eenzijdige verhaal sámen te bestrijden.

Lees artikel

‘Nu móet de regering wel luisteren’

Door Selma Zijlstra | 19 september 2018

Hoe zorg je ervoor dat de machthebbers naar je luisteren, als je al jarenlang strijdt voor een hoger gezondheidsbudget? De één zoekt zijn heil in stakingen, de ander blijft de dialoog voeren. Twee perspectieven vanuit Oeganda.

Lees artikel

Zo kunnen we internationale solidariteit opnieuw uitvinden – 3 tips voor organisaties en 3 tips voor jou

Door Marc van Dijk | 18 september 2018

Internationale solidariteit is anno 2018 niet meer vanzelfsprekend. Hoe kunnen we daarin verandering brengen? Zes tips van mensenrechtenonderzoekers Jos Philips en Daphina Misiedjan.

Lees artikel