Door:
Joris Tielens

13 februari 2018

Tags

Palmolieplantages gaan met name in Indonesië en Maleisië gepaard met landroof en ontbossing, met klimaatverandering tot gevolg. Maar palmolie kan ook de economie aanjagen. Europese overheden, banken en IDH willen de productie verduurzamen door samenwerking met bedrijven. Milieudefensie ziet daar niets in en wil een ban op palmolie voor de Europese markt. Waarin vinden zij elkaar?

De levensmiddelenindustrie en fabrikanten van cosmetica verwerken palmolie in meer dan de helft van de producten die we in de supermarkt kopen. Ook het gebruik van palmolie als biobrandstof is de laatste jaren fors gestegen: nu wordt 46 procent van alle geïmporteerde palmolie in de Europese Unie gebruikt voor biobrandstof, in 2010 was dat acht procent. Wereldwijd wordt een kwart van alle palmolie daarvoor aangewend.

In landen waar de olie wordt geproduceerd – 85 procent in Indonesië en Maleisië, maar ook in Thailand, Colombia, Liberia en Nigeria – gaat de teelt van de lucratieve oliepalm samen met landroof, ontbossing en klimaatverandering. Bedrijven krijgen een concessie van de overheid om land te gebruiken, vaak voor zestig jaar, kappen het bos en planten er oliepalmen. Er is ook veel illegale ontbossing. Landrechten van bewoners zijn vaak niet goed vastgelegd; zij verliezen hun land en hun levensonderhoud. Ze kunnen als arbeider op de plantages gaan werken, maar er zijn veel meldingen van uitbuiting en kinderarbeid.

Een ander probleem is de drainage van veengrond, om er oliepalmen te kunnen planten. Dat leidt tot uitstoot van methaan, een sterk broeikasgas. Als op de verdroging veenbranden volgen, wat in Indonesië in 2015 massaal gebeurde, leidt dat tot nog veel meer uitstoot van broeikasgas. Ontbossing van regenwoud leidt tot klimaatverandering en bovendien tot verlies van natuur, biodiversiteit en beschermde dieren zoals de orang-oetan.

Verveelvoudiging

Anderzijds is palmolie met een wereldwijde productie van 61 miljoen ton olie – een derde deel van alle plantaardige olie – van groot belang voor de internationale agribusiness. In de laatste twintig jaar verviervoudigde de vraag naar palmolie. En tot 2050 zal de vraag naar plantaardige oliën weer verviervoudigen, waarbij zestig procent voor rekening van palmolie komt, verwachten analisten. Palmolie is zo gewild omdat ze goedkoop geproduceerd kan worden en bruikbaar is voor veel verschillende producten. Ze is een efficiënt gewas voor de productie van olie; per hectare brengt ze 3,8 ton olie op, vijfmaal meer dan zonnebloemolie en zevenmaal meer dan sojaolie.

De groei in de vraag komt vooral uit India en China, maar ook in Indonesië en Maleisië zelf wordt veel palmolie gebruikt als kookolie en biobrandstof. De EU importeert ongeveer elf procent van de palmolie. Zestig procent van de palmolie komt van grootschalige plantages, de rest van kleinschalige boeren, die palmolie op een deel van hun land verbouwen en de trossen palmvruchten naar de persmolen van een plantage in de buurt brengen. Hun aandeel in de productie neemt toe.

Tot zover de feiten. Dat er grote problemen zijn, daarover is iedereen het eens. Maar over de oplossingen lopen de meningen sterk uiteen.

Palmolie als oplossing

Een aantal partijen zien de vraag naar palmolie niet als de oorzaak van ontbossing, maar als middel om er iets aan te doen, door duurzaamheidseisen te stellen aan de productie. ‘Je ontkomt er niet aan dat er een groeiende vraag en productie is’, zegt Daan Wensing van het Initiatief Duurzame Handel (IDH). ‘Met de juiste prikkels en sturing is die productie duurzamer te maken. Er is vanuit de afzetmarkten veel druk om te verduurzamen. Daar kunnen we gebruik van maken.’

Nederland loopt voorop in de verduurzaming van palmolie. In december 2015 ondertekenden Denemarken, Noorwegen, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland onder aanvoering van toenmalig minister Ploumen het Verdrag van Amsterdam, waarin ze stellen dat alle invoer van palmolie in Europa in 2020 duurzaam moet zijn. Inmiddels heeft Italië zich erbij gevoegd.

Ook Bas Rüter, directeur duurzaamheid bij de Rabobank, is positief over de potentie van palmolie: ‘Palmolie is een heel productief en efficiënt gewas om de wereld mee te kunnen voeden. Als je een andere plantaardige olie wilt verbouwen, heb je zes keer meer land nodig en dus ook een grotere voetafdruk. Het probleem is dat palmolie in het verleden met weinig regels is ontwikkeld. De sector heeft geen toekomst als ontbossing niet wordt gestopt en de schade uit het verleden niet wordt hersteld.’

Rondetafel

De Rabobank, die wereldwijd honderd miljard euro aan leningen heeft uitstaan in de agribusiness, financiert met honderden miljoenen euro’s een beperkt aantal van de grootste palmoliebedrijven ter wereld. Rüter: ‘Mijn afdeling zorgt ervoor dat we alleen de goede producenten financieren. We willen onderdeel zijn van de oplossing.’ De maatstaf daarvoor is de criteria van de Rondetafel over Duurzame Palmolie (RSPO), een internationale certificering. De standaard is opgesteld in overleg tussen producenten en verwerkers zoals Unilever en maatschappelijke organisaties zoals het Wereld Natuur Fonds. De criteria gaan vooral over transparantie, betere landbouwpraktijken en het in de gaten houden van het effect van de plantage op ontbossing. Maar de standaard is niet verplicht – bedrijven kunnen er vrijwillig aan meedoen. Een aantal producenten en ngo’s heeft zich verenigd in de Innovatiegroep Palmolie (POIG), die strengere eisen stelt. Rüter: ‘Rabobank is in gesprek met POIG èn met de RSPO om de aanscherping van minimumeisen te versnellen.’

Er is veel kritiek op RSPO. Vorige week kwam er een rapport uit van Oxfam België, in samenwerking met andere organisaties, dat stelt dat het label ‘duurzame palmolie’ de consument misleidt. Zelfregulerende initiatieven zoals RSPO slagen er niet in om echt verandering te brengen in ontbossing, mensonwaardige arbeidsomstandigheden, milieuvervuiling en landroof, stelt het rapport. Uit een andere hoek is er ook kritiek op RSPO. Veel grote producenten in Indonesië en Maleisië zien RSPO als een westerse poging om de handel te belemmeren.

Hogere opbrengst

Toch is RSPO nog steeds de duurzaamste, grootste en breedst gedragen standaard in de markt, zegt Daan Wensing van IDH. Van de invoer in de EU is nu 69 procent RSPO-gecertificeerd. Het belangrijkste onderdeel van RSPO is aandacht voor goede landbouwpraktijken (GAP), zoals beter gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. ‘Dat leidt tot een hogere opbrengst, tot vijftig procent per hectare méér, terwijl de kosten om zover te komen niet zo sterk stijgen. Het levert de boer dus werkelijk wat op.’ Maar die hogere opbrengst zorgt er ook voor dat meer boeren palmolie willen gaan verbouwen, zegt Wensing, en dus meer bos ervoor zullen willen kappen. ‘Daarom is er overheidssturing nodig. Alleen prikkels om te verduurzamen is niet genoeg.’

Certificering is de eerste stap richting duurzame palmolie, maar certificering alléén schiet tekort, zegt Wensing. Ook omdat maar iets meer dan twintig procent van de palmolieproductie RSPO-gecertificeerd is. Veel kleine boeren – maar ook grote bedrijven – dus niet. Aan de andere kant is er niet genoeg vraag in het Westen voor RSPO-gecertificeerde palmolie, zegt Wensing. Daardoor wordt een aanzienlijk deel van de RSPO-gecertificeerde palmolie verkocht als gewone palmolie. ‘Er wordt door bedrijven en overheden veel gezegd over duurzaamheid, maar producenten willen boter bij de vis en vragen waar de markt blijft.’ De laatste beperking van RSPO en vergelijkbare standaarden is volgens Wensing dat die alleen voor palmolie gelden en niet voor de boskap voor de houtindustrie, voor rubber- of acaciaplantages, waar papier gemaakt wordt. Wie ontbossing wil tegengaan, moet al die grondstoffen aanpakken.

Gebiedsbenadering

‘Daarom werken wij sinds een paar jaar aan een landschapsbenadering’, vertelt Wensing. Daarin werken overheden en bedrijven uit alle sectoren samen aan natuurbescherming en duurzame ontwikkeling in een gebied, met monitoring door een onafhankelijke partij. Bijvoorbeeld in West-Kalimantan, waar twee beschermde natuurgebieden verbonden met elkaar moeten blijven. Daar zijn afspraken voor nodig tussen de regionale overheid, concurrerende bedrijven en de nationale overheid. ‘Het is belangrijk dat de overheid eraan meedoet’, zegt Wensing, ‘met wetgeving over mensenrechten en landgebruik.’ IDH begeleidt en helpt bij het vinden van financiering.

Voor dit soort ingewikkelde samenwerking is publiek-private financiering nodig, geld van het bedrijfsleven aangevuld met overheidsfinanciering. Een voorbeeld is het &Green.Fund dat is opgezet door IDH en de overheid van Noorwegen en waaraan Unilever en andere bedrijven bijdragen. Ook de Rabobank heeft een nieuw partnerschap opgezet met UNEP, vertelt Bas Rüter, dat onlangs in Davos is gepresenteerd. Dit partnerschap, waaraan ook IDH en FMO deelnemen, zal de komende vijf jaar een miljard dollar investeren in herplanting van oliepalmen door kleine boeren in combinatie met het beschermen van bossen en biodiversiteit.

Straffeloos regenwoud kappen

Rolf Schipper, campagneleider bossen bij Milieudefensie, denkt anders over de oplossing van de problemen. Een benadering via de markt werkt volgens hem niet, want de markt is het probleem. ‘Het is niet logisch om palmolie van het andere eind van de wereld te halen om het in ons eten of in onze biodiesel te verwerken. Dertig jaar geleden zat er geen palmolie in ons eten, dat hoeft helemaal niet. Het gebeurt omdat palmolie zo goedkoop is. Maar het is goedkoop omdat bedrijven in Indonesië en elders straffeloos regenwoud kunnen omhakken en mensen van hun land kunnen jagen. Dat is principieel verkeerd.’ Schipper denkt dat lokale, kleinschalige palmolieproductie best duurzaam kan zijn, zolang het zonder kunstmest en zonder bestrijdingsmiddelen gebeurt en enkel voor de lokale markt.

‘Maar het gaat mis als het op grootschalige plantages plaatsvindt, in een monocultuur, met kunstmest en bestrijdingsmiddelen, voor de export. Voor dit soort plantages wordt bos grootschalig gekapt. Het is roofbouw, bodems worden erdoor uitgeput en het land wordt na dertig jaar gebruik onvruchtbaar achtergelaten. Dat zijn de plantages waarin de Rabobank, ING en ABN Amro investeren.’ Bas Rüter – van de Rabobank – ontkent met klem dat zijn bank investeert in niet-duurzame plantages.

Schipper zegt met eigen ogen in Indonesië te hebben gezien dat bewoners geen compensatie kregen voor het bos dat ze afstonden aan een bedrijf, dat RSPO-gecertificeerd is. ‘Zij zitten nu zonder land en zonder inkomsten daarvan, en ze moeten voor een hongerloontje op de plantage werken, omdat er geen alternatief meer is. Ze moeten bestrijdingsmiddelen spuiten zonder beschermende kleding.’

Er is een interne klachtencommissie bij de RSPO, maar daar komt zelden een oordeel in het voordeel van de bevolking uit. Er wordt gevraagd naar officiële eigendomspapieren om te bewijzen dat mensen onterecht van hun land zijn gejaagd, maar omdat land niet is geregistreerd bestaan die documenten niet. Schipper: ‘RSPO is een promotie-instrument van de industrie om het eigen imago wat duurzamer te doen lijken. De regels van RSPO zijn op zich niet slecht, maar ze worden niet nageleefd. Ik ben niet tegen RSPO, maar als we moeten wachten tot RSPO het bos redt, is het bos weg voordat er iets is gedaan.’

De conclusie van Schipper is dat er te veel misgaat in de palmoliesector om te proberen die van binnenuit te verbeteren. ‘Banken moeten ervoor kiezen de sector te mijden. Triodos en ASN doen dat, zoals zij ook de wapenindustrie mijden.’

Biodiesel

De oplossing, zegt Schipper, is de vraag naar palmolie te beperken. Dat kan in de eerste plaats door een Europees verbod op het gebruik van palmolie in biodiesel. Er is de laatste jaren veel discussie geweest over biobrandstof. Werd het aanvankelijk gezien als een duurzaam alternatief dat de uitstoot van broeikasgas beperkt, het laatste jaar is dat veranderd. In december 2017 stuurden 181 wetenschappers een brandbrief naar de staatssecretaris waarin ze stelden dat het gebruik van voedsel als biobrandstof drie keer zo slecht is voor het klimaat als gewone diesel. Het Europees Parlement besloot in januari 2018 tot een verbod op het gebruik van palmolie in biobrandstof in 2020. Maar de Europese Commissie en Europese regeringsleiders moeten nog ermee instemmen en velen van hen denken er anders over. Bovendien is er een felle lobby op gang gekomen vanuit de industrie. Er zijn ook Nederlandse belangen; in de Rotterdamse haven zit Neste Oil, een bedrijf dat biodiesel maakt van onder andere palmolie.

Rüter vindt ook dat voedsel – zoals palmolie – zo min mogelijk gebruikt moet worden als energie. ‘Wat we kunnen gebruiken als voedsel, moet als voedsel gebruikt worden. Maar als landen ervoor kiezen om het wel te doen, moeten wij hun autonomie respecteren.’

Het idee om helemaal geen palmolie te willen gebruiken, ook niet in voedsel, vindt Rüter een denkfout. ‘Als je de plantaardige olie die nu uit palmolie komt uit andere gewassen wilt halen, dan heb je een areaal en voetafdruk die zesmaal groter zijn. Mensen die dat bepleiten zijn in de war.’ Een ban op palmolie zoals Milieudefensie wil, zegt Rüter, is de snelste manier om bos en milieu kapot te maken. ‘Palmolie is juist een efficiënt gewas om de wereld te voeden, er is geen alternatief met een vergelijkbare efficiëntie. De randvoorwaarde is wel dat er geen bos gekapt wordt, noch veen ontgonnen, en dat medewerkersrechten voluit worden gerespecteerd. Daar werken wij hard aan.’

Honger

Rolf Schipper van Milieudefensie reageert: ‘Ik zie voorlopig geen honger, hier. En er is wel een alternatief. Je kunt voedsel in Europa verbouwen voor Europa, dan hoeven we dáár geen bos te kappen. Dat vergt iets meer Europese landbouwgrond, maar het is niet zo dat er genoeg ruimte is in de tropen. Regenwoud straffeloos omhakken, dat kan echt niet langer.’

Daan Wensing van IDH twijfelt over een verbod op biobrandstof. ‘Europa loopt voorop in duurzaamheid. We voeren duurzaam gecertificeerde palmolie in voor onze biobrandstof. Als we daarmee stoppen, verliezen we onze positie ten opzichte van China en andere afnemers. Dan heb je ook minder invloed op verduurzaming en zijn er minder prikkels voor producenten om te verduurzamen.’

De verschillen van mening zijn groot. Maar over één ding zijn IDH, de Rabobank en Milieudefensie het eens: dat de lokale overheid in Indonesië en andere palmolie producerende landen strengere regels moet opstellen en die beter moet handhaven, wil de ontbossing een halt toegeroepen worden. Milieudefensie werkt samen met lokale groepen van boeren en bewoners om ze te sterken in hun landconflicten met palmoliebedrijven. Daarbij maken ze gebruik van een overheidsprogramma voor sociale bosbouw en landhervorming, die gemeenschappen landrechten geeft. Ook IDH en de Rabobank zoeken samenwerking met regionale en nationale overheden in hun gebiedsbenadering. Daan Wensing: ‘In veel landen waar productie plaatsvindt, heeft de overheid hulp nodig om wetten te implementeren. Overheidssturing is echt nodig.’

Joris Tielens

Joris Tielens is wetenschapsjournalist en IMPACT Reporter over internationale samenwerking, mondiale duurzaamheid, voedselzekerheid, landbouw, klimaatverandering, waterbeheer of biodiversiteit.

Het gevaar van één perspectief

Door Vamba Sherif | 20 september 2018

Hoe kan een mens zo’n vertekend beeld hebben van een ander, vraagt schrijver Vamba Sherif zich in dit essay af. En het gevaar van één perspectief over Afrika is dat het vroeg of later als waarheid wordt beschouwd. Tijd om dat eenzijdige verhaal sámen te bestrijden.

Lees artikel

‘Nu móet de regering wel luisteren’

Door Selma Zijlstra | 19 september 2018

Hoe zorg je ervoor dat de machthebbers naar je luisteren, als je al jarenlang strijdt voor een hoger gezondheidsbudget? De één zoekt zijn heil in stakingen, de ander blijft de dialoog voeren. Twee perspectieven vanuit Oeganda.

Lees artikel

Zo kunnen we internationale solidariteit opnieuw uitvinden – 3 tips voor organisaties en 3 tips voor jou

Door Marc van Dijk | 18 september 2018

Internationale solidariteit is anno 2018 niet meer vanzelfsprekend. Hoe kunnen we daarin verandering brengen? Zes tips van mensenrechtenonderzoekers Jos Philips en Daphina Misiedjan.

Lees artikel