Door:
Ayaan Abukar

2 november 2017

Categorieën

Komende maandag begint de Klimaatconferentie in Bonn. In deze column vraagt Ayaan Abukar zich af hoe het komt dat de succesvolle klimaatbeweging in Nederland er niet in slaagt om Nederlanders met een migratieachtergrond te bereiken.

Een artikel op de website van Nieuw Wij, over de witheid van de klimaatbeweging, zette me aan het denken. Het betreft een verslag van de bijeenkomst Climate Justice Now: Examining inequalities & New futures, een paneldiscussie over de samenhang van klimaatverandering, de fossiele industrie, (neo)kolonisatie en discriminatie.

Na het lezen bleven een paar vragen door mijn hoofd spoken. Waarom lukt het deze belangrijke beweging niet om Nederlanders met een migratieachtergrond te bereiken? Waarom is de strijd voor betere natuur en een beter milieu een eenzijdige strijd geworden van autochtone Nederlanders, terwijl het aantal nieuwe Nederlanders alleen maar groeit?

Er wonen ruim twee miljoen niet-westerse allochtonen in Nederland, een aanzienlijk grote groep die van belang kan zijn voor de klimaatbeweging – met name omdat juist bij deze beweging het aantal mensen ertoe doet, evenals het consumptiegedrag van de Nederlanders.

Wat dit des te pijnlijker maakt is dat de verhitting van de aarde het hardst wordt gevoeld in de landen waar de Nederlanders met een migratieachtergrond vandaan komen. Om dicht bij huis te blijven: mijn geboorteland Somalië kampt met een hongersnood die veroorzaakt is door langdurige droogte. Klimaatverandering is in landen als Suriname, Kenia, Somalië en Marokko geen abstracte problematiek, maar onderdeel van de harde realiteit.

Hoe komt het dan dat we geen Marokkaanse, Somalische of Ghanese Nederlanders voorop zien lopen bij de acties? Al denkend kom ik op twee verklaringen uit:

In eerste instantie is meedoen met een actie of aansluiten bij een beweging een persoonlijke beslissing. Uit de antwoorden op de vragen die ik aan vrienden en kennissen stelde werd me snel duidelijk dat nieuwe Nederlanders in een andere sociale en economische context leven. Na vele decennia in Nederland moeten ze zich nog altijd invechten.

Verschillende onderzoeken bevestigen het. Ondanks de behaalde successen zijn de meesten nog steeds bezig met overleven in een samenleving die hun aanwezigheid niet als vanzelfsprekend ziet. Een duurzaam huis bouwen of ecologische groenteteelt zijn de minste van hun zorgen.

Aan de andere kant heeft het gebrek aan diversiteit in de klimaatbeweging te maken met de cultuur binnen milieuorganisaties, die de drijvende kracht vormen. Uit onderzoek van de Vrije Universiteit (in 2010) bleek dat geen van de geïnterviewde milieuorganisaties de thema’s diversiteit of demografische veranderingen en gendervraagstukken werkelijk van belang vond. Ze zien geen relatie tussen de diversiteit van hun organisaties en hun mandaat.

Dat is ‘een beetje dom’, om Máxima te citeren. Diversiteit is geen symbool of politieke correctheid, maar onderdeel van de maatschappelijke opdracht en gereedschap om efficiënter te zijn en de missie te realiseren. Als grote groepen zich niet kunnen identificeren met de milieubeweging, zal het ook niet lukken ze erbij te betrekken.

Het is niet voor niets dat de acties vaak worden gezien als ‘te hip’ of ‘elitair’. Wanneer mensen die op elkaar lijken campagnes bedenken, is het gevolg dat de andere mensen die op hen lijken als eersten bereikt worden en overtuigd raken. Het bewust of onbewust uitsluiten van welke groep dan ook gaat ten koste van de geloofwaardigheid van de beweging.

Overigens is het gebrek aan diversiteit niet enkel een probleem van de milieuorganisaties, maar van de goededoelensector in het algemeen en zelfs van groene partijen zoals GroenLinks.

Ondanks de culturele eenzijdigheid van de klimaatbeweging kan de strijd voor een beter milieu juist verbindend werken in een polariserende samenleving. Niet alleen door de acties – die door een kleine groep bedacht worden – uit te voeren, maar door de beweging echt open te breken voor nieuwe ideeën en mensen.

Daarvoor is een mentaliteitsverandering nodig. Men moet zich eerst afvragen: ‘In welk land wil ik leven, wat voor organisatie willen we zijn?’ Vervolgens zal ‘op wat voor planeet willen we leven?’ steeds beter beantwoord worden.

 

Ayaan Abukar is politicoloog en expert op het gebied van internationale veiligheid, migratie en ontwikkeling

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel