Door:
Stef Smits

5 juli 2017

Categorieën

Bij de nieuwe hulp- en handelsagenda wordt één ding vaak over het hoofd gezien, schrijven Stef Smits (IRC) en Kate Pearson (Max Foundation) in deze vooruitblik naar de toekomst. Denk eraan om de hulprelatie met een land op een goede manier te beëindigen.

 De overgang van een hulp naar een handelsrelatie vereist niet alleen dat er goed nagedacht wordt over het invullen van die handel (zoals al uitgebreid bediscussieerd in dit online debat), maar juist ook over het goed beëindigen van de hulprelatie. Dat dit nodig is, werd vorig jaar duidelijk in de IOB evaluatie “The gaps left behind : an evaluation of the impact of ending aid”, waarin een aantal kritische noten worden gekraakt over hoe Nederland haar hulprelatie eindigde in een zestal landen. In 2020 zal de bilaterale hulprelatie met een drietal andere landen eindigen: Ghana, Kenya en Indonesië. Het is dus de hoogste tijd om vooruit te kijken naar het afbouwen daarvan, zodat het eindigt met een ‘eind goed, al goed’.

Op 31 mei organiseerden IRC en de Max Foundation daartoe een debat, waarin werd gesproken over het eindigen van hulprelaties binnen het speerpunt water, en meer specifiek drinkwater en sanitaire voorzieningen (WASH in het Engels). Sprekers vanuit DGIS, NGO’s en kennisinstellingen legden uit hoe zij omgaan met exit strategieën en wat elementen daarvan zijn. De discussie bracht ook perspectieven van het bedrijfsleven en social entrepreneurs.

Op basis van deze discussie hebben wij een aantal elementen geïdentificeerd die een onderdeel moeten vormen van een exit strategie binnen de WASH sector, zodat er een goede transitie kan zijn van een hulp naar een handelsrelatie.

 

De lading niet dekken

Ten eerste is het van belang om te onderkennen dat het woord exit strategie de lading niet dekt. Het is beter om te spreken van een transitie of zelfs transformatie. Bilaterale hulp kan eindigen, maar vaak gaat hulp via andere kanalen (NGO’s, bedrijfsleven) nog door. Maar van groter belang is dat de WASH sector in het ontvangende land ook een transitie moet doormaken. In landen die middeninkomen status bereiken is het vaak niet één donor die vertrekt, maar meerdere. Bovendien veranderen de condities van leningen die ze van de Wereldbank of andere ontwikkelingsbanken kunnen krijgen. Dit betekent dat de WASH sector – die vaak relatief afhankelijk is van hulp – een transitie moet doormaken naar één waarin publieke en private gelden uit het land zelf voorop staan. De exit strategie van één bepaalde donor moet dus onderdeel zijn van een bredere transitiestrategie.

Een hoofdonderdeel van zo’n transitie moet daarom zijn het vergroten van geld uit het land zelf (domestic resource mobilization). Voor elke Euro die het land nu nog uit hulp ontvangt, moet het een Euro uit eigen geld inleggen. Dat mag ook verwacht worden in een land waarvandaan een donor vertrekt omdat het rijker wordt en dus meer belastingen kan heffen. Maar in dergelijke landen kunnen ook lokale private investeerders aangetrokken worden, bijvoorbeeld pensioenfondsen. Om die redenen zet Nederland nou bijvoorbeeld in Kenya in op het opzetten van een zogenaamde Water Financing Facility, een soort bank die institutionele beleggers aan probeert te trekken om te investeren in de water sector.

 

Professionele beheerssystemen

Daarnaast mag er dan verwacht worden dat er ook meer geld komt vanuit gebruikers voor onderhoud en beheer. Dat vereist zowel het creëren van een vraag en het opzetten van professionele beheerssystemen voor drinkwater voorzieningen. Een voorbeeld daarvan zijn de social businesses die de Max Foundation opzet om rurale drinkwater voorzieningen te beheren in Bangladesh. Deze werken op basis van een betaalbaar maar duurzaam tarief.

Dit moet gepaard gaan met het verbeteren van de enabling environment voor de drinkwatervoorziening. Private investeerders zullen alleen geïnteresseerd zijn als ook de publieke sector haar gedeelte doet. Investeringen in drinkwater betalen zich vaak alleen op lange termijn terug en met maar zeer beperkte marges. Bovendien zijn er grote politieke risico’s. De publieke sector moet ook zorgen voor goede tariefregulering en toezicht op drinkwaterbedrijven. Ten slotte kan het creëren van de vraag alleen op schaal gedaan worden door de overheid. Investeren in de enabling environment moet dus een belangrijk onderdeel van een transitie zijn.

Duurzaamheid moet een onderdeel zijn van elk WASH programma, en zeker ook van transitie strategieën in landen waar hulp zich terug trekt. De aanname is dat hulp met name afbouwt in die landen waar al het grootste deel van de bevolking toegang heeft tot water, en er dus minder behoefte is aan het aanleggen van nieuwe voorzieningen. Maar des te meer geld zal moeten gaan naar het zorg dragen voor de duurzaamheid van de bestaande voorzieningen. De WASH strategie van DGIS legt daarom ook terecht extra nadruk op deze duurzaamheideis.

Extra aandacht

Het leggen van nadruk op de ecologische duurzaamheid verdient daarbij extra aandacht. Landen die een middeninkomen status bereiken zien vaak ook een groei in sectoren als de landbouw en industrie. Dit gaat veelal gepaard met grote toenames in het gebruik van waterbronnen of de vervuiling daarvan, waardoor drinkwatervoorzieningen in gevaar kunnen raken. Daarnaast zullen er effecten van klimaatverandering te verwachten zijn. Transitie strategieën voor de WASH sector moeten daarom een koppeling maken tussen waterbeheersprogramma’s en drinkwatervoorzieningen, juist om die duurzaamheid te waarborgen.

Ten slotte kwam het belang van kennisinstellingen naar voren. Het werk van dergelijke instellingen stopt niet als de hulp eindigt. Wij hebben ook kennisinstellingen rondom water in Nederland. Wel kan de manier waarop die instellingen gefinancierd worden veranderen als de hulp stopt.

Kortom, willen we dat hulp aan de WASH sector eindigt met een eind goed, al goed, dan zal er in de komende jaar veel aandacht moeten gaan naar het ontwikkelen van transitie strategieën met daarin nadruk op het vergroten van domestic resource mobilization en duurzaamheid.

Waar kan Nederland binnen de hulp en handelsagenda de komende jaren het beste op inzetten? Deze vraag staat de komende weken centraal op de website van Vice Versa en tijdens het congres ‘Hulp en Handel in Perspectief’ op dinsdagmiddag 16 oktober in Den Haag.

Hulp en Handel in Perspectief is een gezamenlijk initiatief van  ViceVersa, Solidaridad, Fair Green and Global Alliance (FGG), de Civic Engagement Alliance, FMO, IDH en het KIT.

Kate Pearson

Stef Smits

Nieuwe burgerbewegingen op de bres voor Europese waarden

Door Guido Deuzeman | 08 mei 2019

Op 23 mei mogen we weer naar de stembus en er staat wat op het spel. De waarden onder de EU zelf staan onder druk. Ook in ons eigen land, zegt Guido Deuzeman. Maar gelukkig is er een groeiende beweging in Europa en Nederland van mensen die een grens willen trekken en zich laten horen. En werken ngo’s vaker succesvol samen om die mensen te mobiliseren. De campagne Hart boven Hard is een goed voorbeeld.

Lees artikel

‘Van deze rechtsstaat-in-naam wens ik de versierselen niet langer te dragen’

Door Marc van Dijk | 19 april 2019

Trots en dankbaar was Nico Keulemans toen hij door de koningin geridderd werd, na een leven vol ontwikkelingswerk. Nu stuurt de 88-jarige zijn onderscheiding terug. Hij herkent de rechtsstaat Nederland niet meer.

Lees artikel

Zijn we klaar voor verandering?

Door Siri Lijfering | 08 april 2019

Maatschappelijke organisaties staan wereldwijd onder druk. Dit kan het einde betekenen van het bestaan van een kritisch maatschappelijk middenveld én van internationale samenwerking. Door lokale organisaties te brandmerken als spreekbuis van het westen, proberen overheden kritische organisaties vleugellam te maken. Lokale fondsenwerving en mobilisatie van een sterke achterban zijn daarmee belangrijker geworden dan ooit.

Lees artikel