Door:
Ayaan Abukar

28 december 2016

Tags

Oud-Cordaid directeur René Grotenhuis ontpopt zich in zijn nieuwe boek ‘Van Macht Ontdaan’ niet als een vrijzinnig maar juist als een orthodox gelovige, schrijft Hans Beerends in deze recensie.

Heeft het Christelijk Geloof de wereld nog wat te bieden? René Grotenhuis (1951 ) denkt van wel. Grotenhuis werkte na zijn studie theologie zes jaar als pastor, vervolgens werd hij beleidsmedewerker bij de Novib, daarna bij vluchtelingenorganisatie Pharos en vanaf 2003 werkte hij tien jaar als directeur van de katholieke ontwikkelingsorganisatie Cordaid. In die tijd schreef hij een aantal boeken over armoedebestrijding en de specifieke waarde van de christelijke/katholieke  boodschap. Zijn nieuwe boek  ‘Van Macht Ontdaan ‘ is een hartstochtelijke poging aan te tonen welke blijvende betekenis deze boodschap heeft in een tijd waarin het ooit zo machtige instituut kerk van bijna alle macht is ontdaan.

 

Afbrokkeling van het instituut

De afbrokkeling van het rooms-katholieke instituut kerk is volgens Grotenhuis een logische historische ontwikkeling die begon bij de reformatie in Noordwest Europa, zijn vervolg kreeg in de opkomst van de West-Europese natiestaat en in de Franse en Amerikaanse revolutie eind 18e eeuw. De huidige versnelde afbrokkeling is voor Grotenhuis het sluitstuk van een proces waarbij de kerk zijn legitimatie van politieke macht en moreel kompas verloor.  Alles wat de middeleeuwse kerk deed op sociaal, economische en politiek gebied  is geleidelijk overgenomen door de staat en seculiere organisaties. Haar huidige strijd tegen abortus, condooms, euthanasie en homohuwelijk acht Grotenhuis een laatste vergeefse poging om haar positie als moreel kompas vast te houden.

Als sociaal betrokken en kritische katholiek treurt Grotenhuis niet bepaald over dit machtsverlies. Liever kijkt hij naar de vele positieve sociale bewegingen. Dat loopt van de middeleeuwse franciscaanse beweging en de bevrijdingstheologie in Latijns Amerika in de jaren zeventig tot aan het beleid van de huidige paus. De vernieuwingen werden door het instituut met argwaan bekeken en veelal verboden. Ook als pausen zelf vernieuwingen stimuleerden kregen zij te maken met een afhoudende en tegenwerkende curie.

Pogingen om de geloofwaardigheid en de legitimiteit te herstellen, onder anderen door het streven naar een zuivere kleine kerk, het meegaan op de markt van spiritualiteit of het concentreren op humanitair werk, ziet Grotenhuis als achterhoedegevechten die voorbijgaan aan de kern van de christelijke boodschap.

Bij, wat hij noemt ‘de dwaalweg van de humaniteit’,  blijft hij wat langer en schroomvallig  staan . Grotenhuis heeft namelijk niets tegen het bevorderen van humaniteit; als ontwikkelingswerker deed hij niets anders. Hij ervaart het echter niet als de kern van de christelijke boodschap. Terecht merkt hij op dat zorg voor elkaar en maatschappelijke betrokkenheid geen exclusief kenmerk is van christenen. Om goed te zijn voor elkaar hoef je niet bij een kerk te horen. Sterker nog, schrijft Grotenhuis: ‘Humaniteit is de potentie van ieder mens, wat hij ook gelooft en uit welke levensovertuiging of ideologie hij of zij ook put.’

Toen ik deze zinssnede las moest ik direct denken aan de gereformeerde Bas de Gaay Fortman die zijn boek Moreel Erfgoed ook schrijft over humane deugden die ‘eeuwig behoren tot de kern van het menselijk zijn .’  Grotenhuis staat positief ten opzichte van humaniteit maar het is niet de kern. Hij schrijft zelfs:  ‘Het verduistert de kern van het geloof en verwart de opdracht die we als gelovigen hebben gekregen.’

 

Wat is dan volgens hem dan wel de kern van de christelijke boodschap?

Voor iemand die zoveel kritiek heeft op het instituut kerk, die als directeur van Cordaid projecten heeft gesteund van bevrijdingsbewegingen , die stelt dat geloven ook twijfelen en humaniteit minstens zo veel buiten de kerk te vinden is, verwacht je  een houding van gelovige vrijzinnigheid. Een vrijzinnigheid die vraagtekens zet bij traditionele kerkelijke leerstukken. Kortom iemand die, zoals steeds meer paters en dominees, het christendom ervaren als een sociale politieke beweging die zich keert tegen onrecht en onderdrukking;  net zo als de eerste christenen zich keerden tegen de Romeinse bezetter en de met deze bezetter samenwerkende priesterkaste.

Voor Grotenhuis betekent christendom echter meer. Wij christenen schrijft hij ‘leven vanuit de overtuiging dat Hij (God) ons eerst heeft lief gehad en dat onze liefde en zorg voor de naaste een antwoord is, een reactie op zijn liefde voor ons. Gelovig leven is leven vanuit de verlossing die ons in Jezus Christus is gegeven. Zijn dood en verrijzenis hebben ons verlost uit de greep van zonden en dood , zoals Paulus niet nalaat te herhalen.’

Orthodoxe geloofsuitingen  als de hierboven beschreven zogeheten ‘verzoeningsleer’ kom je niet vaak meer tegen in beschouwingen over maatschappelijke problemen. Gelovig of niet gelovig, maatschappelijke problemen worden gesignaleerd, geanalyseerd en op basis van rationele argumenten wordt gezocht naar oplossingen. In zijn werk zal Grotenhuis daarin zeker zijn meegegaan, maar als gelovige ergert hij zich aan wat hij noemt een verlichtingsfundamentalisme wat er van uitgaat dat al het kwaad en het lijden in de samenleving  in principe oplosbaar is als we ons verstand maar gebruiken.

In die ‘alles is uiteindelijk oplosbaar gedachte’ moet er ook altijd iemand of iets de schuld krijgen als zaken niet opgelost worden . Volgens de gelovige opvatting van Grotenhuis is het kwaad echter  een werkelijkheid die zich in laatste instantie niet laat beteugelen door betere wetgeving. Religie, zo zegt hij, biedt gelovigen een perspectief aan van vergeving en verzoening . Men moet het kwaad in zich zelf benoemen en daar iets aan  doen. Elkaar vergeven en mensen die kwaad berokkend hebben, zelfs al zijn het de ergste (oorlogs)misdadigers, weer liefdevol opnemen in de gemeenschap is voor hem de kern van het christelijk geloof.

Als voorbeeld noemt hij de verzoeningsrituelen in Zuid Afrika na het verdwijnen van de apartheid en soortgelijke rituelen in Rwanda en Burundi na de moordpartijen. Dat mensen niet meer openstaan voor  geloof , kortom voor iets wat groter is dan hen zelf, wijt Grotenhuis aan het huidige neoliberale denken met zijn eenzijdige obsessie met economische groei en de onverzadigbare behoefte aan consumeren.

 

Geloven als contragewicht 

Na honderd bladzijden uitleg over wat zijns inziens de meest waardevolle kern is van het christelijk geloof komt Grotenhuis tot de conclusie dat geloven een contragewicht moet en kan zijn voor een cultuur die zijn balans kwijt is. Het zou een noodzakelijk tegenwicht moeten zijn ‘in het huidige maatschappelijk proces dat uiteindelijk de orde omkeert en de mens ondergeschikt maakt aan economie en technologie in plaats van dat deze beide de mens dienen.’

Al lezende voert Grotenhuis je mee in zijn worstelend en twijfelend zoeken naar waarden die hij wil behouden en historische structuren die mogen verdwijnen.  De bijzondere nadruk die het christendom legt op vergeving, verzoening en de rol van de gemeenschap -daarin is wellicht een punt waarin dit geloof zich onderscheidt van seculiere ideologieën. De rest van zijn conclusie, onder andere zijn afkeer van de huidige neoliberale consumptiemaatschappij, is iets waar ook veel ongelovigen zich in kunnen vinden. Tegelijkertijd zijn er in de praktijk veel gelovigen die het neoliberale denken juist omhelzen.

De opgeworpen vraag in de ondertiteling van zijn boek over de mogelijke meerwaarde van christelijk geloven voor de wereld van vandaag, blijft voor mij grotendeels onbeantwoord. Toch is het een boeiend en hoopvol betoog want als gelovigen, randgelovigen , ex-gelovigen , andersgelovigen en ongelovigen zich gezamenlijk inzetten voor een menswaardiger wereld, is er heel wat te winnen .

 

Rene Grotenhuis,  Van Macht Ontdaan –De betekenis  van het christelijk geloof voor de wereld van vandaag

Uitgever Berne Media, 160 blz, 16,95 euro.

 

Hans Beerends

Hans Beerends is oprichter van de Wereldwinkels en auteur van verschillende boeken over de geschiedenis van de mondiale solidariteit in Nederland

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel