Door:
Ayaan Abukar

22 december 2016

Categorieën

Tags

In discussies over Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) komt ook het uitbetalen van leefbare lonen regelmatig aan bod. Zeker gezien de transitie van hulp naar handel is dit een belangrijk en relevant onderwerp. De politieke masterclass van Woord en Daad, MP Watch verdiept zich onder andere in deze transitie. Vandaag neemt deelnemer Coen Hermenet het onderwerp leefbare lonen onder de loep, een onderwerp waar nog veel haken en ogen aan blijken te zitten.

 

Ethiopië

Samen met SGP-Kamerlid Elbert Dijkgraaf bezochten we onlangs Ethiopië. Tijdens onze reis vroegen wij ons af: wat is een leefbaar loon voor de mensen hier? We zijn bij diverse bedrijven langs geweest en we hoorden steeds verschillende lonen. De inschatting van wat in de Ethiopische context een leefbaar loon is, verschilde per werkgever. Duidelijk was wel dat goede kennis erover ontbrak.

In Nederland zelf is er steeds meer aandacht voor ‘leefbaar loon’ in ontwikkelingslanden, zeker na nieuwsberichten over de ramp in Bangladesh (2013) of de uitzendingen van Zembla uit Ethiopië. Goed om de stand van zaken en de toekomst van leefbare lonen eens nader te bekijken.

 

‘Leefbaar’ loon?

Het bijvoeglijk naamwoord prikkelt: ‘leefbaar’. Een loon is toch een loon, en dat is toch juist bedoeld om je in staat te stellen te leven? ’Leefbaar loon’ is wat mij betreft een ongelukkige term, en daarom des te boeiender. Wie zich verdiept in de thematiek ontdekt al snel dat nog altijd massa’s mensen voor hongerlonen werken. Zo bleek onlangs nog uit het onderzoek Uitgekleed-Aangekleed dat de arbeidsomstandigheden in Indiase fabrieken waar ook Nederlandse kledingmerken laten produceren erbarmelijk zijn. Meer dan een derde van de arbeiders verdient minder dan het minimumloon, en nog verbijsterender is dat geen enkele arbeider een leefbaar loon verdient.

 

Waarom leefbare lonen?

Het is evident dat leefbare inkomens cruciaal zijn voor duurzame ontwikkeling en de stap naar zelfredzaamheid. Zonder leefbaar inkomen moeten mensen excessief lange werkdagen maken, met alle gevolgen van dien. Verder zijn kinderen dan ook nodig om inkomen te verdienen in plaats van dat ze naar school kunnen, en kunnen arbeiders en hun families onvoldoende zorg dragen voor gezondheid en brood op de plank. Daarnaast is er ook het (economische) perspectief van de werkgever.

 

Voordelen voor de werkgever

Wat zouden redenen kunnen zijn voor bedrijven om toch leefbare lonen te betalen? Allereerst zijn er drie meetbare voordelen van leefbare lonen die kunnen compenseren voor de hogere loonkosten. Arbeiders zijn minder snel geneigd weg te gaan, hierdoor kan bespaard worden op recruitment- en trainingskosten. Ook zijn arbeiders waarschijnlijk productiever door een betere motivatie, en gezonder, waardoor er minder arbeidsuren verloren gaan. Minder tastbaar maar wel van belang is de verbeterde reputatie die bedrijven en merken krijgen door het uitbetalen van eerlijke lonen.

 

Weerbarstige realiteit

De realiteit blijkt echter weerbarstig. Zo kan invoering van leefbare lonen, wat vaak neerkomt op een forse loonstijging, zorgen voor sociale onrust bij andere arbeiders. Immers, de inkomensongelijkheid binnen gemeenschappen neemt dan toe. Daarnaast is er ook de concurrentiepositie. Zeker in concurrentiegevoelige en arbeidsintensieve branches waarin veel investeringen worden gedaan zijn leefbare lonen vaak een financiële uitdaging. Verder is er ook de rekensom van overheden. In veel ontwikkelingslanden gaan hoge (jeugd)werkloosheidcijfers en een tekort aan belastinginkomsten en harde valuta hand in hand. Buitenlandse investeerders weten dat deze zelfde elementen in deze landen in hun economisch voordeel werken, waardoor ze macht hebben. Echter, al deze weerbarstigheden zouden niet verlammend mogen werken – niets doen is geen optie.

 

Netvlies

Aandacht voor leefbare lonen blijft cruciaal. In de eerste plaats is het belangrijk om scherp te hebben wat een leefbaar loon is. Het goed dat er steeds meer onderzoek gedaan wordt naar de hoogte van leefbare lonen, zoals door de Global Living Wage Coalition. Een leefbaar loon kan dan misschien niet van de ene op de andere dag gerealiseerd worden, je moet wel ergens naar toe werken. Het is daarom ook helemaal niet verkeerd dat er zo nu en dan een stevig kritisch rapport gepubliceerd wordt over eerlijke lonen, zoals het genoemde rapport van de Landelijke India Werkgroep en de Schone Kleren Campagne. Hierdoor blijft het thema op de agenda’s van politiek en bedrijfsleven staan, wat van belang is om naar eerlijke lonen toe te kunnen werken. Een mooi voorbeeld is de moedige eis van de ASN Bank aan textielbedrijven om ervoor te zorgen dat alle productiemedewerkers in 2030 een leefbaar loon krijgen.

 

Bereidheid bij de consument?

Ook de consument kan de invloed die hij heeft aanwenden. De vraag is: welke bereidheid hebben we om daadwerkelijk iets te doen voor de aanschaf van eerlijke producten? Bewustwording én de keuzemogelijkheid hebben is daarbij cruciaal. Certificeringen en online checkers voor bijvoorbeeld kledingmerken helpen consumenten om de goede keuze te maken, en om bedrijven te stimuleren en te laten merken dat inzetten op duurzaamheid loont. Dit zagen wij ook in Ethiopië bij een rozenkweker, die er alles aan deed om de voorzieningen en arbeidsomstandigheden op orde te hebben. De reden? ‘De consument wil dit gewoon.’ De overheid kan de rol van de consument op een belangrijk punt versterken, namelijk door relevante en duidelijke certificeringen te promoten. Verder is voor de overheid het eigen aankoopgedrag ook van belang.

 

Hoewel er geen simpele antwoorden zijn, of eenvoudige manieren om eerlijke lonen op grote schaal te realiseren, is er ook geen enkele reden om bij de pakken neer te zitten. Overheden, bedrijven en consumenten hebben allen hun eigen mogelijkheden om ervoor te zorgen dat ‘leefbaar loon’ een pleonasme wordt.

 

Coen Hermenet

 

Coen Hermenet, deelnemer aan de MP Watch Masterclass van Woord en Daad.

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel