Door:
Ayaan Abukar

8 december 2016

Tags

Source: Jack Zalium / Flickr Creative Commons

Source: Jack Zalium / Flickr Creative Commons

 

 

 

 

 

 

 

 

OPINIE- Een nieuw plan voor Afrika: ondernemen. Zo creëert het kabinet-Rutte II een klimaat waarin ontwikkelingsorganisaties gedwongen worden mee te doen met hypes, omwille van ‘migratiemanagement’. Deze organisaties en sociaal ondernemers laten zich maar al te graag meevoeren op deze hype en veinzen opeens verstand te hebben van ondernemen. Het beleid is echter gedoemd te mislukken, schrijft Ayaan Abukar in deze opiniebijdrage.

 

Het is een self-fulfilling prophecy geworden: Blijven roepen dat jongeren in Afrikaanse landen zitten te springen om een onderneming te beginnen, waarna ze er zelf in gingen geloven. Sterker nog, ondernemen in Afrika is helemaal in. Het aantal start-ups, brokers, bedrijfsontwikkelaars en platforms voor crowdfunding groeit met de dag. Er is een magisch feel good-gevoel gecreëerd waarin geen enkele ruimte is voor een realistische reflectie of kritische terugkoppeling. Dat is begrijpelijk, want nadenken over andere oplossingen voor de migratiecrisis is politiek niet haalbaar. Moeilijke vragen vormen een bedreiging voor de sexy hype.

Deze hype is het gevolg van de nieuwe strategie van het kabinet om de migratiestroom uit Afrikaanse landen te verminderen, waarvoor het vorig jaar vijftig miljoen euro beschikbaar stelde om de economie in onder meer Ghana, Tunesië en Senegal te verbeteren. Sindsdien is het aantal projecten om jongeren te begeleiden naar werk en start-ups te ondersteunen gegroeid. Ontwikkelingsorganisaties zijn van de ene op de andere dag ‘experts’ geworden in de ontwikkeling van de private sector en (sociale) ondernemers richten zich op de Afrikaanse entrepreneur.

De onderliggende assumpties van deze nieuwe koers zijn echter niet gebaseerd op feiten en houden geen rekening met de context waarin deze jongeren leven. Ik vraag me zelfs af of deze aannames niet enkel gebaseerd zijn op wensdenken, dat voortkomt uit de onmacht en het verlangen om migratie te managen.

 

Subsidies om te ondernemen

Niemand betwist het belang van economische groei en het creëren van een perspectiefvolle toekomst voor jongeren in Afrikaanse landen. Maar ik vraag me af: waarom denken we dat iedere jongere een ondernemer kan of wil worden? Een start-up in Nederland beginnen is al een lastige zaak; de kans op succes is gering. Circa negentig procent van de nieuwe start-ups blijven klein of komen binnen een paar jaar ten einde. En dat in een land met voldoende kennis, innovatie en kapitaal. Daarnaast is het vreemd dat een overheid subsidies beschikbaar stelt voor ondernemers. Ik vraag me ook af of die subsidies niet schadelijk zijn voor lokale ondernemers die al op eigen kracht begonnen zijn.

Het geld gaat meestal niet rechtstreeks naar de Afrikaanse jongeren, maar wordt via Nederlandse ngo’s uitgegeven. De organisaties hebben een belangrijke taak op zich genomen; ze ondersteunen jongeren bij het zoeken naar werk, bij het oprichten van kleine bedrijven. Deze constructie creëert geen banen voor de jongeren, maar voor de ngo’s in Nederland en hun partners in het Zuiden. Subsidies die uitbesteed worden om Nederlandse bedrijfsadviseurs in te huren, die vervolgens ingewikkelde modules bedenken die de Afrikaanse jongeren moeten helpen met het opzetten van een start-up. Het feit dat deze ngo’s oneerlijke concurrentie creëren voor lokale ondernemers die op eigen kracht ondernemingen beginnen, wordt niet meegenomen in deze constructie. Daarnaast is het opmerkelijk dat de Nederlandse overheid ervanuit gaat dat trainingen genoeg perspectief bieden voor Afrikaanse jongeren om af te zien van hun plannen om naar Europa te emigreren.

De tweede groep die een beroep kan doen op de subsidies zijn (sociale) ondernemers. Zij zien een gat in de markt en grijpen de nieuwe kansen. Het aantal sociale ondernemers in Nederland met zakenplannen om uit te rollen in Nairobi, Accra en Bamako stijgt snel. Ze komen met nieuwe ideeën, applicaties en modules om jongeren te helpen – erg vergelijkbaar met de particuliere initiatieven binnen de traditionele ontwikkelingssamenwerking. Alleen is het ‘projectplan’ nu een ‘bedrijfsmodel’ geworden en het saaie imago ingeruild voor een hippe uitstraling en moeilijke Engelse woorden als business hubs en accelerator.

 

Mythes versus realiteit

Laten we ervanuit gaan dat jongeren in West- en Oost-Afrika massaal gebruik zouden maken van de mogelijkheden om getraind te worden door Nederlandse ngo’s om een baan te bemachtigen en alles in zich hebben om ondernemers te worden. De vervolgvraag is: waar zijn de banen?

Afrika is het jongste continent ter wereld; zeventig procent van de mensen is onder de 25 jaar. Jongeren maken er ongeveer zestig procent van het aantal werkelozen uit – jeugdwerkeloosheid is daarom een hardnekkige kwestie in veel landen. Maar het lijkt geen probleem te zijn voor de Nederlandse aanpak. Daarnaast is de politieke en economische context van deze landen complex. De vraag blijft dus: creëren we niet nòg een probleem door jongeren vaardigheden bij te brengen waarmee ze uiteindelijk niets kunnen doen?

Deze complexiteit geldt overigens ook voor Afrikaanse ondernemers. De realiteit van eerlijke en duurzame handel is nog steeds erg somber in een wereld waarin Europa zijn eigen markt vergrendeld heeft voor de Afrikaanse markt. Handelsbarrières en oneerlijke concurrentie maken het voor bedrijven in Afrika onmogelijk om mee te doen met de internationale handel.

 

Geloofwaardigheid

De nieuwe hype lijkt te kunnen rekenen op de steun van ontwikkelingsorganisaties. De meeste hebben afdelingen voor private-sectorontwikkeling, gaan naar bedrijfsseminars, begeleiden jongeren in hun zoektocht naar werk en ondersteunen start-ups. Ze hebben noodgedwongen hun traditionele thema’s los moeten laten vanwege de bezuinigingen en denken binnen een paar jaar experts te zijn geworden op het gebied van de private sector. Wellicht is dit een onderdeel van de verandering ‘van onderop’ binnen de organisaties, die al gaande was, of misschien is het door financiële nood versterkt. Begrijpelijk, maar niet geloofwaardig. Ondernemen heeft een ander mentaliteit en expertise nodig en ontwikkelingsorganisaties zijn nooit opgericht om bedrijvigheid te ondersteun of banen te creëren. Bovendien is het algemeen bekend dat het principe van non-profit en ondernemen niet bij elkaar passen.

Het kabinet-Rutte II heeft een klimaat gecreëerd waarin deze organisaties gedwongen werden om mee te doen met hypes in plaats van het nieuwe beleid kritisch te volgen en aan te wijzen dat migratie niet tegen te houden is met losse projecten. Investeren in de economieën van Afrikaanse landen vereist meer dan subsidies en hypes. Het wordt tijd om zaken als eerlijkheid en duurzaamheid op de agenda te zetten en aan de slag te gaan met een coherente beleid dat gebaseerd is op het gezamenlijke belang, dat de obsessie met migratiemanagement overstijgt.

Het Raadsel van de ander

Door Vice Versa | 08 oktober 2019

In de nieuwe Vice Versa die komend weekend verschijnt staat ‘de ander’ centraal en zoeken we naar een nieuw, progressief narratief. Angst voor de ander kun je alleen bestrijden met menselijke verhalen, schrijven Ayaan Abukar en Marc Broere.

Lees artikel

Bouwstenen voor een nieuw Latijns-Amerika beleid

Door Vice Versa | 01 oktober 2019

Hoewel Latijns-Amerika al een tijd verdwenen is uit de spotlichten van de Nederlandse politiek, hebben we meer met elkaar te maken dan we denken. Is het niet tijd voor een nieuw en actief Latijns-Amerika beleid? Op maandagmiddag 14 oktober gaan we hierover in Den Haag tijdens de bijeenkomst ‘Het Koninkrijk en zijn buren’ in gesprek met experts en politici.

Lees artikel

Amsterdam ontmoet Mogadishu

Door Lizan Nijkrake | 28 september 2019

Daily Paper, het Amsterdamse straatmodemerk, maakte een collectie T-shirts met tekeningen van voormalige kindsoldaten in Somalië. Wat begon als een klein project voor het Elman Peace Center, leidde dankzij sociale media tot iets groters: fotografen en filmmakers, muzikanten en klanten bieden hun hulp aan. ‘Jonge mensen zijn vaak zó idealistisch, ze willen betrokken blijven.’ Een profiel.

Lees artikel