Door:
Ayaan Abukar

29 november 2016

Tags

macht-van-de-mega-ondernemingIn het boek De Macht van de Megaonderneming – Naar een Rechtvaardige Economie schetsen de auteurs verregaande perspectieven over een op belangrijke punten hervormd kapitalisme. Bijvoorbeeld over het opknippen van transnationale ondernemingen (TNO’s) in veel kleinere eenheden met het doel hun macht en invloed te kortwieken, het intellectuele eigendomsrecht af te schaffen en totale herstructurering van het wereldhandelsstelsel. De vraag die Ted van Hees in deze recensie stelt is: zijn de auteurs nu vooral naïef of eerder visionair?

De auteurs willen in hun boek de ongebreidelde marktmacht versus de vrije concurrentie, de complexiteit van de structuur van de TNO’s en de ondermijning van democratische regelgeving onderzoeken. Ze analyseren de gezamenlijke macht en veelal de verbinding met overheden, die onderling sterk verweven en machtige “corpocratische complexen” oplevert. Naast minder macht en invloed voor TNO’s pleiten de auteurs ook voor rechtvaardiger belastingbeleid. Ze streven naar een “meer normale economie, waarin de belangen van burgers –sociaal, economisch, informatief, cultureel, ecologisch, en op het gebied van kennis- weer een rol van betekenis kunnen spelen”. Terug naar Adam Smith, met een “mondiaal egaal speelveld voor heel veel, meestal niet al te grote ondernemingen, die in een normale competitie met elkaar gewikkeld zijn, zonder dat een van hen de regels van het economische en politieke spel bepaalt”.

In deel 1 t/m 3 analyseren de auteurs hoe de marktmacht van TNO’s heeft kunnen groeien. In het Intermezzo en deel 4 en 5  worden verregaande voorstellen over het grondig hervormen van de mondiale economie en de ondernemingsgewijze productie gedaan, en contouren van een nieuwe mondiale rechtsorde voor ondernemingen en banken geformuleerd, met passende regelgeving. Een economie die “opener, billijker, duurzamer, circulairder (is) en niet (wordt) beheerst door slechts enkele krachten”. Handig voor de lezer is dat elk hoofdstuk besluit met een transit dat zowel een korte samenvatting van het hoofdstuk als een verbindend bruggetje naar het volgende hoofdstuk presenteert.

Adequate beschrijvingen, passende oplossingen?

Over de ontwikkeling vanaf de negentiende eeuw van de beperkte aansprakelijkheid –een eerste stap van het losraken van ondernemingen van de reële economie– laten de auteurs het geheel doorschieten daarvan in de jaren tachtig van de vorige eeuw goed zien, met de volle ontplooiing van het neoliberalisme met haar deregulering en privatisering. Over belastingontwijking constateren ze terecht de overheersende greep van de vier grote accountancy firma’s (KPMG, Ernst&Young, PWC, Deloitte Touche) op het controleren van de boeken van vrijwel alle TNO’s, maar vergeten de cruciale en dubbelzinnige rol van deze Big Four bij het adviseren van belastingconstructies van diezelfde ondernemingen. Wel wijzen ze op het mislopen van miljarden door belastingontwijking en -ontduiking voor de EU, maar de veelal desastreuze gevolgen voor armere landen komen niet ter sprake.

De paragrafen over belastingontwijking en -ontduiking door TNO’s behoren wat mij betreft tot de zwakkere delen van het boek en missen de kern van de zaak. Ze benoemen wel het inmiddels internationaal aanvaarde (maar niet in beleid omgezette) beginsel dat ondernemingen belasting moeten betalen waar ze economisch actief zijn maar werken dat niet goed uit. De auteurs willen 100 procent transparantie van TNO’s door country-by-country reporting (CbCR), de rapportage per land van alle voor het belastingniveau relevante verrichtingen van mondiaal opererende ondernemingen. Dit zou zijn beslag hebben gekregen in het OECD-akkoord over Base Erosion and Profit Shifting (BEPS). Ze beloven de lezer verderop meer, werken in hoofdstuk 12 hun vertrouwen in BEPS verder uit, maar baseren zich daarbij kennelijk vooral op OECD-gezinde bronnen. Kritische tax-watchers, zowel van academische als civil society komaf (zie bijvoorbeeld de website van Tax Justice NL), hebben fundamentele kritiek op het BEPS-plan die hier niet terug komt.

In hoofdstuk 3 zoomen de auteurs in op het functioneren van de wereldmarkt maar concluderen dat er voor een rechtvaardige en duurzame wereldeconomie nogal wat reparatiewerk nodig is, ook in ons denken. Ze behandelen de geschiedenis van de liberalisering van de handel sinds de Tweede Wereldoorlog en de doorbraak van het neoliberalisme en alle daarbij horende conflicten. Hoe te ver doorgevoerde marktliberalisering haar eigen tegenkrachten oproept, die de beweerde voordelen van de liberalisering onderuit haalt en leidt tot “ongeremde markten”. Het is vooral een adequate historisch-feitelijke beschrijving. Hier blijft de vraag waarom de auteurs een oppepper bepleiten van de WTO, die zich niet heeft weten aan te passen aan de moderne tijd, de Doha Ontwikkelingsronde zag mislukken en bestuurlijk en qua macht nog altijd beheerst wordt door de oude wereld. Wel geven ze aan dat de WTO grondig op de schop moet en een “organisatie (moet) worden die bovenal bescherming geeft aan belangrijke sociale, culturele en ecologische waarden (…) en het vrije handelsverkeer daaraan dienstbaar maakt”.

Intellectuele eigendomsrechten

De delen over intellectuele eigendomsrechten (Intellectual Property Rights – IPRs) zijn wat mij betreft het beste van het boek: goed geschreven, helder en informatief en historisch en analytisch overtuigend. De nadelen van het toekennen van een monopolie op kennis en creativiteit overstijgen duidelijk de voordelen: rem op ontwikkeling van afgeschermde kennis, meestal wel privaat maar niet publiek beschikbaar; dure juridische gevechten en opsporingscapaciteit over van wie bepaalde kennis of creativiteit is; inefficiëntie van IPRs ook voor belastingheffing; misbruik van IPRs als fstrategisch wapen enz.. Hoofdstuk 5 gaat daarom over het slagveld waarop multinationals, en samen met hen regeringen, iedereen aanpakken die hun ‘rechten’ schendt, zoals bijvoorbeeld neergelegd in het TRIPS-verdrag (Trade Related Aspects of Intellectual Property Rights). De auteurs betogen dat zulke kapitalen kostende maatregelen geen soelaas bieden en dat “we (…) het gevecht (moeten) aangaan tegen dat wat de morele grondslagen van onze samenlevingen ondermijnt en het functioneren daarvan onmogelijk maakt”. In hoofdstuk 6 laten de auteurs overtuigend zien dat IPRs slechts in beperkte mate bijdragen aan innovatie en negatief uitpakken voor arme landen en middelgrote en kleine bedrijven of creatievelingen, kunstenaars enz.. Ze zijn eerder contraproductief, dit met uitzondering van en voor de allergrootste ondernemingen. Een soort ‘helpende hand’ ter oplossing van dit probleem biedt de digitalisering, die bezig is “de keten van uitvinding, creatie, ontwerp, productie, distributie, aankoop en consumptie op zijn kop” te zetten.

In een intermezzo blikken de auteurs vooruit op het tweede, meest interessante en bepaald ambitieuze vierde deel van hun boek over wat zij noemen “mondiaal ingrijpende wijzigingen”. Ze sluiten daarna in deel 5/hoofdstuk 13 af met de ontwrichting van het neoliberale denkkader, een alternatief daarvoor en de urgentie daarvan. De auteurs waarschuwen dat die hier door hen voorgestelde herstructurering van de mondiale economische verhoudingen “ingrijpend en in hun consequenties maar gedeeltelijk voorspelbaar zijn” en dat het slechts “eerste aanzetten” zijn. Een soort noodzakelijk intellectueel voorwerk, vragen en voorstellen die “schreeuwen om meer gedetailleerd onderzoek”, waarvoor ze de agenda in het laatste hoofdstuk presenteren.

Visionair en naïef

Het uitgangspunt van de auteurs is regulering van markten waarbij het leidende principe moet zijn de economie in te bedden in de sociale verhoudingen en niet omgekeerd. Voor het proactieve mededingings- en antitrustbeleid betekent dit dat ondernemingen een plan moeten overleggen waarin ze aangeven hoe marktdominantie te voorkomen en maatschappelijke en/of politieke (?) toetsing om de onderneming in te bedden in te vullen. Dat impliceert dan de eventuele opdeling van te grote, dominante ondernemingen als een soort straf. Ik had hier wat meer creativiteit verwacht: waarom niet streven naar een positieve stimulans, bijvoorbeeld iets als een premie op een opsplitsing à la Philips met NXP en ASML als resultaat (Andere motieven bij die bedrijven, wel het beoogde effect)?  Neem bijvoorbeeld Maersk, vervoerder van 15% van alle vracht in de wereld, dat onlangs haar opsplitsing in vijf onderdelen aankondigde. “Als we de volgende honderd jaar willen overleven (…), moeten we bereid zijn veranderingen door te voeren”. Wie weet zien heel grote TNO’s zulke revolutionaire voorstellen zelf ook als enige overlevingsstrategie.

De kritische opmerkingen nemen het belang van het boek niet weg: visionair, met een perspectief voor de langere termijn, dat de goede aspecten van het kapitalisme probeert te behouden en de slechte (of foute, amorele kanten) van het systeem wil herstructureren. Het pad daarnaartoe is op het gebied van IPRs heel specifiek aangegeven, met concrete voorstellen, op andere terreinen vaag. Beloofd wordt in het laatste hoofdstuk de strategie te schetsen, maar dat valt tegen.

Daar worden vier krachten genoemd waar het bij die strategie om spant: civil society/burgers; ondernemingen en hun stakeholders; de onderscheiden markten; de rechtsstaat en haar verscheidenheid van organen. Al die krachten en de tegenstrijdige machtsconstellaties daarbinnen dienen volgens de auteurs in balans te zijn. Vervolgens beperken ze zich tot veelal verstandige inhoudelijke voorstellen, zonder deze goed uit te werken. De duidelijkste voorstellen betreffen conflicten tussen ondernemingen, burgers en staten met een beroep op het (straf- en civiele) recht. Wellicht heeft de euforie van de gewonnen rechtszaak van Urgenda tegen de Nederlandse staat (klimaatbeleid) de auteurs beïnvloed. Natuurlijk zet je ‘het recht’ waar mogelijk in om de ambitieuze agenda te realiseren, maar ik ben bang dat we er daarmee niet zijn. De beloofde “beredeneerde agenda” schept hogere verwachtingen. Om ondernemingen minder invloedrijk en kleiner te maken moeten we concreter worden dan “…(we zetten) het mededingingsrecht proactief (in)”, of “(we) schaffen (tegelijk) het systeem van intellectuele eigendomsrechten af”.

In enkele passages verwijzen de auteurs terecht naar macht van consumenten en burgers om investeringsbeslissingen af te dwingen, zoals de “Superwijzer” van Varkens in Nood, die via een app de streepjescode scant en je informeert over dierenleed, klimaat, milieu en gevaarlijke stoffen. Ook relevant zijn initiatieven als de Schone-Klerencampagne, Fairfood, Questionmark, de Eerlijke Bankwijzer, of internationaal, de Fair Finance Guide en vanuit het bedrijfsleven zelf The Sustainability Consortium (TSC). Dit laatste is een initiatief van honderd grote bedrijven met een gigantische databank. Het blijft helaas bij deze losse voorbeelden, zonder deze of andere opties te integreren in een veranderstrategie. De onmacht om die machtsvraag werkelijk effectief te operationaliseren is een manco van dit boek. Of vraag ik te veel? Op zich ben ik blij zijn met deze publicatie van visionaire ideeën en verregaande hervormingsvoorstellen en wachten op verder (activistisch) onderzoek, zoals mogelijk het net verschenen boek van Oxfam-onderzoeker Duncan Green “How Change Happens”.

Joost Smiers, Pieter Pekelharing, John Huige – De Macht van de Megaonderneming – Naar een Rechtvaardige Economie. Uitgeverij Van Gennep. 22.50 euro.                                 

Ted van Hees

ted3Ted van Hees is politicoloog. Hij werkte tot 1985 als docent en onderzoeker op de Radboud Universiteit Nijmegen en daarna voor NGO's: onder meer van 1991 tot 2003 als coördinator van Eurodad (European Network on Debt & Development) in Brussel en van 2004 tot zijn pensioen in september 2015 bij Oxfam Novib in Den Haag. Daar gaf hij leiding aan de Millenniumdoelencampagne en de EEN-campagne en vanaf 2012 aan de internationalisering van de Eerlijke Bankwijzer: Fair Finance Guide International. Hij was van 1980 tot 2000 medeoprichter en redacteur van het tijdschrift Derde Wereld. Sinds zijn pensioen sport, leest, schrijft, redigeert, kookt en organiseert/bestuurt hij.

Nieuwe burgerbewegingen op de bres voor Europese waarden

Door Guido Deuzeman | 08 mei 2019

Op 23 mei mogen we weer naar de stembus en er staat wat op het spel. De waarden onder de EU zelf staan onder druk. Ook in ons eigen land, zegt Guido Deuzeman. Maar gelukkig is er een groeiende beweging in Europa en Nederland van mensen die een grens willen trekken en zich laten horen. En werken ngo’s vaker succesvol samen om die mensen te mobiliseren. De campagne Hart boven Hard is een goed voorbeeld.

Lees artikel

‘Van deze rechtsstaat-in-naam wens ik de versierselen niet langer te dragen’

Door Marc van Dijk | 19 april 2019

Trots en dankbaar was Nico Keulemans toen hij door de koningin geridderd werd, na een leven vol ontwikkelingswerk. Nu stuurt de 88-jarige zijn onderscheiding terug. Hij herkent de rechtsstaat Nederland niet meer.

Lees artikel

Zijn we klaar voor verandering?

Door Siri Lijfering | 08 april 2019

Maatschappelijke organisaties staan wereldwijd onder druk. Dit kan het einde betekenen van het bestaan van een kritisch maatschappelijk middenveld én van internationale samenwerking. Door lokale organisaties te brandmerken als spreekbuis van het westen, proberen overheden kritische organisaties vleugellam te maken. Lokale fondsenwerving en mobilisatie van een sterke achterban zijn daarmee belangrijker geworden dan ooit.

Lees artikel