Door:
Ayaan Abukar

28 november 2016

Tags

pier-hiemstraDe begrotingsdebatten zijn achter de rug, op 7 december is er nog een belangrijk Algemeen Overleg, maar langzaam gaan we richting het einde van Rutte 2. In zo’n periode is het goed om terug te kijken en het beleid van Minister Ploumen onder de loep te nemen. In deze blog zoomt MP Watch deelnemer Pier Hiemstra in op het paradepaardje van Ploumen: het Dutch Good Growth Fund.

Heb je wel eens een blind date gehad die werd gearrangeerd door een gemeenschappelijke vriend(in)? Dan vraag je van tevoren een beetje aan de gemeenschappelijke vriend(in) wat je kunt verwachten en krijg je een prachtige samenvatting: Je date is mooi, intelligent, heeft een stralende persoonlijkheid en is echt een “catch”. Dus jij met hoge verwachtingen naar de blind date toe, je maakt je stiekem al zorgen of de date niet een beetje “out of your league” is. Maar zodra je je date ziet valt het toch een beetje tegen, de date is leuk, maar niet zo leuk als je had verwacht. Ook in gesprek blijkt je date niet te voldoen aan je verwachtingen, terwijl je samen toch best een leuk gesprek hebt.

Welnu, ditzelfde gevoel bekruipt mij een beetje als ik mij verdiep in het Dutch Good Growth Fund (DGGF). Het is best een mooi fonds, maar door de hoge verwachtingen die zijn gewekt, valt de realiteit toch een beetje tegen.

Hoge verwachtingen

Laten we even teruggaan naar het begin van het DGGF, toen Minister Ploumen in 2013 haar plan uitrolde in haar nota “Wat de wereld verdient”. Hierin beschrijft Ploumen haar nieuwe beleid voor hulp, handel en investeringen. Eén van de belangrijkste uitingen van deze hulp-naar-handel agenda is de oprichting van het DGGF. Hoewel er in eerste instantie nog veel onduidelijkheid bestond over het fonds, werden de contouren al snel zichtbaar. Het DGGF zou een revolverend fonds zijn dat additioneel aan de markt zou voorzien in drie soorten kapitaalbehoefte. Ten eerste zou het er zijn voor Nederlandse MKB’ers die willen investeren in ontwikkelingslanden, ten tweede voor lokale MKB’ers in ontwikkelingslanden en als derde voor Nederlandse bedrijven die willen exporteren naar ontwikkelingslanden. Daarnaast noemt de nota drie soorten van ontwikkelingsrelevantie waar het DGGF aan moest voldoen, namelijk: het creëren van werkgelegenheid, de overdracht van kennis en vaardigheden en het uitbreiden van de productiecapaciteit in ontwikkelingslanden. Deze drie voorwaarden wegen voor de minister even zwaar in de nota.

In een brief aan de Kamer in September 2013 worden de details bekend omtrent de voorwaarden van het DGGF. Zo moet iedereen die een beroep doet op het fonds aantonen dat zij op een internationaal maatschappelijk verantwoorde wijze ondernemen (IMVO). Bedrijven die op het moment van aanvraag nog niet voldoen aan IMVO normen, dienen een plan te maken om op de lange termijn te voldoen aan deze normen. Ook wordt uit dezelfde brief duidelijk dat de geschatte financieringsbehoefte groot is:.  De financieringsbehoefte voor het Nederlandse MKB ligt rond de 150 miljoen euro per jaar en voor de export van Nederland naar ontwikkelingslanden zelfs tussen de 100 en 200 miljoen euro per jaar.

Tijdens de date

Als we kijken naar de huidige stand van zaken van het DGGF, dan moeten we ons wenden tot een brief van minister Ploumen aan de Tweede Kamer van 25 oktober 2016. Volgens die laatste update hebben sinds de start van het fonds 58 transacties plaatsgevonden die zullen resulteren in een geprognotiseerde 14.000 nieuwe banen. Dit is goed nieuws en dit moet als verdienste van het beleid van minister Ploumen worden genoemd. Er zijn echter ook een aantal zaken die minder rooskleurig zijn. Zo blijkt uit het bovengenoemde kamerstuk dat de vraag naar spoor 3 (financiering voor Nederlandse ondernemers die willen exporteren naar DGGF landen) en in mindere mate spoor 1 (financiering voor Nederlands MKB die willen investeren in ontwikkelingslanden), flink achterblijven met de verwachtingen uit 2013. Zo werd voor spoor 1 een vraag van 150 miljoen per jaar voorspeld, in werkelijkheid is er in de afgelopen 2,5 jaar dat het DGGF bestaat voor spoor 1 in totaal slechts 78 miljoen uitgegeven. Spoor 3 legt het verschil tussen de verwachtingen en de realiteit nog pijnlijker bloot, hier was de verwachting dat de vraag zou variëren tussen de 100 tot 200 miljoen euro per jaar. Uiteraard heeft de uitrol van een fonds als het DGGF tijd nodig, maar als de portefeuille na 2,5 jaar blijft steken op 41,5 miljoen dan is dat inderdaad zorgelijk.

Het is interessant om ook te kijken welke dingen níet worden genoemd in de laatste brief aan het Parlement. Zo rept de brief niet over de verhoging van de productiviteitsstijging in landen waar projecten worden uitgevoerd en ook niet over kennisoverdracht. Beiden worden genoemd in de voorwaarden van het DGGF. Ook in alle latere stukken worden ze consequent genoemd naast het verschaffen van werkgelegenheid, zelfs in de mid-term review van 2015. Dat deze factoren hier nu niet genoemd worden hoeft natuurlijk niet te betekenen dat ze niet worden meegenomen, maar de vraag is wel of deze voorwaarden nog op gelijke voet staan met banencreatie. Ook over de IMVO normen is niets terug te lezen in de brief, bijvoorbeeld als het gaat om de manier waarop toegezien wordt op de naleving van de normen. Ik kan me niet voorstellen dat Kamerleden daar níet in geïnteresseerd zijn.

Conclusie na de date

Van het beeld dat Ploumen schetste van het DGGF, werd ik erg enthousiast. Het beeld dat ze voorschotelde over de grote vraag in de markt voor DGGF, de voorwaarden die er zouden worden gesteld aan ontwikkelingsrelevantie en ook de absolute criteria voor IMVO, het leek te mooi om waar te zijn. En dan ook nog dé grote belofte dat het fonds revolverend én ontwikkelingsrelevant tegelijk zou zijn! Met zulke hoge ambities is het misschien wel onvermijdelijk dat de werkelijkheid vooralsnog een beetje  tegenvalt.

Het zou mooi zijn als deze PvdA-minister aan het eind van haar periode als minister van Hulp én Handel,  het eerlijke verhaal zou vertellen. Het DGGF is best een goed en waardevol fonds, maar tot op heden nog niet die echte ‘catch’ waar je al je hele leven op wachtte. mocht Minister Ploumen mij ooit iemand voor een blind date aanraden, dan geloof ik dat ik maar pas

Je hebt een veilige omgeving nodig om te veranderen

Door Marc Broere | 23 juni 2019

Wat houdt dat nu precies in: meer zeggenschap van het Zuiden in de internationale ontwikkelingsagenda? Flexibel en vrij besteedbaar geld voor zuidelijke organisaties, maar vooral ook: aandacht voor machtsstructuren. ‘Dit gaat niet alleen over geld, maar vooral over mensen in staat stellen te doen wat voor hun op dat moment belangrijk is. Dat is eigenaarschap!’

Lees artikel

Tip 1 aan Kaag: ‘Laat noordelijke organisaties verplicht samenwerken met zuidelijke partners’

Door Lizan Nijkrake | 20 juni 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Hajer Sharief, medeoprichter van Together We Build It, een ngo die werkt aan jongeren-en vrouwenparticipatie in Libië’s vredesproces.

Lees artikel

‘Het gedrag van ontwikkelingsorganisaties lijkt op het orkest van de Titanic: doorspelen en doen alsof er niets aan de hand is’

Door Fons van der Velden | 18 juni 2019

De macht van het geld en van connecties spelen in particuliere ontwikkelingssamenwerking helaas nog steeds een doorslaggevende rol, betoogt Fons van der Velden. Dat belemmert een écht gelijkwaardige relatie met zuidelijke partners, terwijl juist daarin de sleutel tot legitimiteit en succes schuilt.

Lees artikel