Door:
Ayaan Abukar

7 november 2016

Het panel en moderator Alberta Opoku

Het panel en moderator Alberta Opoku

 

VERSLAG – Vice Versa en de Inspectiedienst Ontwikkelingssamenwerking en Beleidsevaluatie (IOB) organiseerden op woensdagmiddag 2 november de discussiemiddag ‘Stoppen, en dan?’ naar aanleiding van de bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking die onder het kabinet-Rutte-I zijn doorgevoerd. De hoofdvraag van de discussiemiddag luidde; wat is het effect ter plekke van de bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking en wat zijn de mogelijke consequenties? Waar staat de sector over een x-aantal jaar?

 

Zoals bekend publiceerde de IOB in juli van dit jaar een evaluatierapport waarin de gevolgen van de beëindiging van de bilaterale, Nederlandse hulp uiteengezet worden. De resultaten van het onderzoek waren niet mals. Een diepgaande analyse van de gevolgen van de beëindiging van de hulp zou niet zijn uitgevoerd bij het doorvoeren van de bezuinigingen en de Nederlandse exitstrategie zou te veel gebaseerd zijn op een snelle uitfasering, waardoor er geen rekening gehouden werd met de planning en de budgettering van de partnerlanden. Deze harde conclusies vormden de aanleiding voor een discussiemiddag waarop verschillende sprekers met elkaar en met het publiek de dialoog aangingen. Speciale gast was Yacouba Dié, topambtenaar uit Burkina Faso, die vanuit zijn positie als hoofd programma’s voor begrotingssteun bij het directoraat-generaal voor ontwikkelingssamenwerking bij het Ministerie van Financiën een unieke kijk kon bieden op de sociaaleconomische ontwikkelingen in zijn land.
Journalist en politicoloog Alberta Opoku was moderator tijdens de discussiemiddag.

 

“The gaps left behind”

Het was aan IOB-evaluator Antonie de Kemp om ter introductie van de middag de belangrijkste vondsten en conclusies van het onderzoek uiteen te zetten. Vice Versa sprak hem een week vóór het debat over de uitkomsten van het onderzoek. In het interview – te lezen op deze website – gaat hij in op de belangrijke rol die Nederland had op het gebied van onderwijs en gezondheid in de partnerlanden en benadrukt hij hoe juist die sectoren een kwaliteitsprobleem ervaren, waar voorlopig nog veel geld voor nodig is. Het feit dat de bezuinigingen vooral terug te vinden zijn in de 18 exitlanden en dat met name de gezondheidssector, goed bestuur, begrotingssteun en het onderwijs hard geraakt zijn, zorgt nu voor een problematische situatie.

Het IOB-rapport analyseert de Nederlandse inbreng in zes van de voormalige bilaterale partnerlanden. Er wordt doormiddel van een counter factual-analyse gekeken naar de effecten van de beëindiging van de samenwerking. Belangrijke vragen in het onderzoek waren: wat was de omvang van deze Nederlandse inbreng in de beleidsdialoog, in de politieke dialoog en in de technische ondersteuning? En wat was het effect geweest als Nederland wel gebleven was? ‘Continuering van de hulp zou nog steeds een groot effect gehad hebben’, stelt De Kemp. Zeker gezien de manier waarop Nederland in de sectoren actief was kunnen we stellen dat voortzetting wel degelijk belangrijke veranderingen teweeg gebracht had kunnen hebben.

‘Gaat met het terugtrekken uit landen en sectoren geen kennis verloren?’ De Kemp sluit zijn verhaal af met een stelling die later op de middag als vertrekpunt voor de discussie zal fungeren.


De nieuwe hoop van Burkina Faso – een “democratisch elan”

Yacouba Dié reageert op het rapport met een uitgebreide presentatie over zijn visie op het Nederlandse vertrek. De nadruk op het belang van het hervatten van de bilaterale steun is onmiskenbaar. Nederland is sinds 1970 aanwezig in Burkina Faso. In 2000 werd er een bilaterale overeenkomst gesloten om de investeringen te bevorderen, met als primaire doel de armoede te bestrijden. Nederland heeft volgens Dié een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de sectoren gezondheidszorg en onderwijs – zijnde één van de grootste donors laat het Nederlandse vertrek in deze sectoren dus ook een gapende leegte over. De nieuwe context waarin het land zich vandaag de dag bevindt, biedt een stevige basis voor hernieuwde bilaterale contacten. Het “democratisch elan”, de nieuwe hoop, moet met Nederlandse hulp onderstreept en doorgezet worden. Er moet een stabilisatie komen van de lijn die nu is ingezet. De situatie is veranderd sinds Blaise Compaoré plaatsmaakte voor een leider die democratisch verkozen is. Er zijn wetten en regels opgesteld voor import, er worden belastingen geïnd en corruptie wordt nu bestraft. ‘Dus het Nederlandse vertrek is eigenlijk best goed geweest’, stelt de moderator aan het eind van zijn verhaal. Er klinkt gelach in het publiek terwijl de tolk Dié uitlegt wat er zojuist gezegd is. Dié glimlacht en legt uit dat de veranderingen van de afgelopen jaren niet betekenen dat het proces van Burkina Faso nu afgerond is. Nederland is op een cruciaal moment vertrokken terwijl er in deze situatie juist hulp nodig is om de stabiliteit te waarborgen.


Een nieuwe mondiale context; hoe gaan we verder?

Na Yacouba Dié is het de beurt aan Thea Hilhorst van het International Institute of Social Studies om haar visie op het IOB-rapport te geven en om de situatie in een bredere context te plaatsen – een context die sinds een aantal jaar flink aan verandering onderhevig is. Hilhorst drukt haar zorg uit over de manier waarop Nederland vertrokken is uit de voormalige partnerlanden en onderstreept de problematische aard van de aanname dat andere donoren de bestaande projecten en programma’s wel zouden overnemen. Ook benadrukt ze het feit dat het maatschappelijk middenveld het hardst getroffen is door de bezuinigingen.

In de internationale context zorgt de verschuiving van hulp naar handel ervoor dat de rollen van de spelers in de internationale gemeenschap een andere invulling krijgen. Echter wordt de huidige situatie ook gekleurd door een toenemend aantal conflictsituaties, humanitaire crises en steeds meer buitenproportionele ongelijkheid, benadrukt Hilhorst. Humanitaire noden zullen toenemen en er zijn geen aanwijzingen dat dat in de toekomst zal verminderen. Er zal meer druk komen op ontwikkelingssamenwerking. ‘Steeds meer gelden voor structurele ontwikkeling verdwijnen in dat gapende gat van de noodhulp’, zo voorziet zij voor de toekomst.

Na een korte pauze nemen de panelleden plaats op het podium. Het panel, bestaande uit Wendy Asbeek Brusse (IOB), Remco van der Veen (Cordaid), Thea Hilhorst en plaatsvervangend directeur-generaal van het Ministerie van Buitenlandse Zaken Reina Buijs, discussieert in het laatste onderdeel van de discussiemiddag samen met het publiek over het beëindigen van bilaterale steun en behandelt zowel de situatie vlak na Rutte-I als de uitdagingen die toekomstige uitfaseringen zullen brengen. De discussievraag die in de presentatie van Antonie de Kemp werd aangedragen, wordt in het begin van het gesprek door Wendy Asbeek Brusse opgepakt: ‘Overal waar bezuinigd wordt, wordt pijn geleden, dat is onmiskenbaar. Dat zijn de gevolgen van die politieke keuzes die gemaakt zijn en daar gaat dus kennis verloren en organisaties lijden pijn’. Hoe kunnen we in de toekomst die kennis dan beter borgen? Reina Buijs verwijst naar het ontwikkelingssamenwerkingsprogramma in Nicaragua dat ze heeft moeten afbouwen. Daarbij is ontzettend geïnvesteerd om ervoor te zorgen dat de lokale collega’s op een goede manier verder kunnen met het werk dat ze bij de Nederlandse ambassade hebben gedaan, waardoor de kennis op een bepaalde manier toch behouden kon blijven. ‘Zij spelen nog steeds een rol in de ontwikkeling van hun eigen land.’ Echter, om een exitstrategie te laten verlopen met respect voor de nieuw op te bouwen relatie met het land dat je gaat verlaten, is tijd nodig. Ze legt de nadruk op het belang voor een dergelijke uitfasering in landen als Kenia, Ghana en Indonesië.

De opmerking dat het vertrek uit een land als Kenia een heel andersoortige exit gaat worden, omdat Nederland daar nog niet als zodanig in de publieke sector verweven is, geeft aanleiding tot een nieuw discussiepunt. Hoe anders moet die exit nu gaan lopen? Buijs antwoordt door te zeggen dat de lokale kennis, in de tijd die nog rest, breder ingebed moet worden in het Keniaanse systeem. Evaluaties kunnen daar volgens haar er goed bij helpen. Buijs wordt bijgevallen door Wendy Asbeek Brusse. Er moet op voorhand gekeken worden naar manieren waarop kennis behouden kan blijven. Bovendien kan het op een bredere manier bekeken worden en zouden er andere ministeries bij betrokken moeten worden. De discussie vat kort vlam wanneer de discrepantie tussen praktijk en beleid wordt aangestipt en Thea Hilhorst de vraag aan het publiek teruggeeft: ‘We hebben het nu steeds over beleid en dat is ook best belangrijk, dat is héél belangrijk’, benadrukt ze. Desalniettemin zou de praktijk niet onderbelicht moeten worden: ‘…dan stel je die vraag aan een groepje lieve ambtenaren en wetenschappers, maar uiteindelijk zou ik de vraag keihard terug willen kaatsen; wat is er nu eigenlijk misgegaan in Kenia?’

Uit het publiek komt de suggestie om ontwikkelingssamenwerking in mindere mate te financieren op projectbasis, omdat het eerder een ‘proces is en geen project’. Dat onderstreept Reina Buijs. Echter, ze benadrukt vervolgens de vooruitgangen op institutioneel niveau die in bijvoorbeeld Burkina Faso hebben plaatsgevonden. ‘Dat is ontwikkeling.’ Er moet een balans gevonden worden in de verdeling van verantwoordelijkheid en naar de rolverdeling tussen partner en donorland. Dat moet voortdurend herijkt worden – ‘met toenemend eigenaarschap van het land zelf.’

 

 

 

Anne Rensma

Anne heeft een bachelor Franse taal en cultuur afgerond aan de UU en loopt momenteel stage bij Vice Versa.

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel