Door:
Ayaan Abukar

14 oktober 2016

Categorieën

Tags

Marc BroereJullie Nederlanders zijn barbaren, kreeg Marc Broere gisteren in Mongolië te horen toen hij vertelde over de plannen van ons kabinet om de mogelijkheden van euthanasie te verruimen. Zoals wij een beeld hebben over bijvoorbeeld Afrika, hebben mensen uit andere landen dat ook over ons. En dat zet aan het denken.

Terwijl ik dit schrijf heb ik een prachtig uitzicht over Ulaanbaatar, de hoofdstad van Mongolië. Ik zou vanochtend een project van een lokale ngo bezoeken, maar heb dat zelf afgelast omdat de dominante directeur erop stond dat ik mijn eigen vertaler niet mee mocht nemen. Hij wilde per se niet dat er nog een ander Mongolisch sprekend iemand mee was tijdens het bezoek aan enkele families van pastoralisten. Voor mij een principekwestie want hoe kan ik zonder een onafhankelijke tolk nu weten of de ngo-directeur, die zelf wilde vertalen, de antwoorden wel op een juiste manier vertaalt of het gesprek zou proberen te sturen en beïnvloeden. Maar door deze beslissing kwam ik net wel in een interessant gesprek tijdens de lunch terecht met enkele Mongolische vrienden die ik nog van een vorig bezoek aan het land kende.

Toen ik hen vertelde over de beslissing van ons kabinet om de mogelijkheden voor euthanasie te verruimen, ook zonder dat er sprake is van ondraaglijk lijden maar omdat mensen vinden dat hun leven ‘voltooid’ is, werd hier met totale verbijstering op gereageerd. Wat een barbarij! Het was de aanleiding voor een ongemakkelijk gesprek over Nederland. ‘Waarom geven jullie zo weinig om ouderen’, wilde iemand weten. ‘Klopt het dat ouderen in Nederland in speciale huizen worden opgeborgen’, wilde een ander weten. Maar vooral was er trots: wij in Mongolië geven wél om onze ouderen.

Kritische spiegel

Het is altijd interessant om te zien hoe mensen uit een andere cultuur over Nederland denken. Daarmee word je soms een kritische spiegel voorgehouden. Wij hebben onze eigen beelden van bijvoorbeeld Afrika, dat heel lang gezien werd als een hopeloos continent. Maar we vergeten nog wel eens dat dit andersom natuurlijk net zo het geval is.

Heel lang is Nederland voor veel mensen het land geweest van de ruimhartige ontwikkelingssamenwerking, mensenrechten, het opgeheven vingertje en vooral ook van onze voetballers. Ik herinner me nog dat fotograaf  Pieter van der Houwen eind jaren negentig in een klein dorpje in Senegal was en een boek bij zich had met foto’s van de selectie van Ajax van dat jaar. Een tiener ging een weddenschap met Pieter aan dat hij alle spelers zou kunnen opnoemen. Dat lukte bijna, want alleen toenmalig reservekeeper Fred Grim (nu de assistent van bondscoach Danny  Blind) was net één stap te ver. Ook ontwikkelingssamenwerking heeft een grote rol gespeeld in het positieve beeld van Nederland in veel ontwikkelingslanden. Waar je ook kwam: als je zei uit Nederland te komen, kwamen er opvallend vaak meteen positieve verhalen over die ene Nederlandse ontwikkelingswerker die jaren in het gebied had gewoond en gewerkt en aan wie men dierbare herinneringen bewaarde.

Die spiegel kan ook tot hilariteit leiden. Ik was jaren geleden betrokken bij een journalistiek uitwisselingsproject met Oeganda. We hadden het voor elkaar gekregen dat de Nederlandse ambassade een reis naar Nederland sponsorde van een jonge Oegandese freelance journalist die voor de New Vision een aantal reportages over Nederland zou schrijven. Hij kwam terug met een aantal voor Oegandese begrippen spraakmakende verhalen: zelf de drugsscene van Amsterdam verkennen, een interview met Metje Blaak (de voorzitter van de belangenvereniging voor prostituees) en als uitsmijter een grote reportage over de volgens hem grootste Nederlander van dat moment: Ruud Benard, de ster uit de allereerste Big Brother reeks. U weet nog wel: die van ‘effe knuffelen.’  De Nederlandse ambassade was er niet blij mee, maar verschilt de onderwerpkeuze nu zo heel veel van Nederlandse journalisten die een Afrikaans land voor het eerst bezoeken?

Aan het denken zetten

Een spiegel als vanmiddag zet je wel aan het denken. Ik ben ook lang trots geweest op mijn Nederlanderschap. Omdat we tolerant zijn, omdat we een traditie hebben van mondiale solidariteit en ontwikkelingssamenwerking. Nog steeds ben ik enorm chauvinistisch als het om bijvoorbeeld sport gaat. Of op momenten als afgelopen week met dat hilarische filmpje van Lucky TV over het duet tussen Donald Trump en Hillary Clinton. Maar ik ben de afgelopen jaren fundamenteel anders gaan denken over onze tolerantie en bijvoorbeeld het Sinterklaasfeest, en schaam me diep voor al die mensen die de oude Zwarte Piet blijven verdedigen. Ook word ik niet vrolijk van het artikel afgelopen week op onze website over belastingontduiking en dat Nederland wordt gezien als de chauffeur die de bankrovers helpt ontsnappen. Of het stuk over het totale gebrek aan visie en ambitie van dit kabinet over de duurzame ontwikkelingsdoelen. En wat te denken van de afgelopen week gepresenteerde Land Matrix waaruit bleek dat ons land op de zesde plaats staat als het om landjepik gaat. En wat zullen ze in Burkina Faso en Tanzania wel niet hebben gedacht over de manier waarop Nederland na een hulprelatie van tientallen jaren opeens op een buitengewoon rucksichlose wijze is vertrokken.

Ik hoop dat er na de verkiezingen in ieder geval weer een kabinet komt dat stevig inzet op mondiale samenwerking en een coherent beleid voert. Zodat we ons weer een beetje trotser kunnen voelen dan nu. Tja, en die discussie over de verruimde mogelijkheden tot euthanasie. Ik weet zelf ook niet of ik dit wel een goed idee vind. Als het om ethische kwesties gaat, ben ik doorgaans behoorlijk behoudend. Dit tot grote opluchting overigens van mijn Mongolische vrienden. Zo’n barbaarse Nederlander ben ik dus nog niet.

 

Marc Broere

Marc Broere is hoofdredacteur van Vice Versa. Daarnaast is hij auteur van een aantal boeken waaronder De Bewogen Beweging -50 jaar mondiale solidariteit (met Hans Beereends), Berichten over Armoede -een journalistieke kijk op ontwikkelingssamenwerking, en Minder Hypes, Meer Hippocrates -een positieve injectie voor de ontwikkelingssector (met Ellen Mangnus).

Een klimaatlijst voor Kaag

Door Joris Tielens | 13 september 2019

Stoppen met subsidies en exportkredieten voor fossiele brandstoffen, het beprijzen van CO2 en het tegengaan van belastingontduiking door de fossiele industrie. Het zijn een aantal zaken waarvoor minister Kaag internationaal moet pleiten tijdens de klimaattop in New York op 23 september, volgens de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV).

Lees artikel

De vergeten klimaattafel

Door Joris Tielens | 04 september 2019

Het klimaatakkoord is veelbesproken, maar de helft van de ‘Nederlandse’ CO2-uitstoot blijft onderbelicht: die in het buitenland. Valt klimaatverandering te beperken door geen subsidies meer te geven aan de fossiele industrie, door meer klimaatdiplomatie? Heleen de Coninck en Marcel Beukeboom kijken voorbij de grenzen.

Lees artikel

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel