Door:
Ayaan Abukar

11 oktober 2016

Tags

VN

De lonen omhoog, de fabrieken veiliger – in Bangladesh is de missie van het strategische partnerschap helder. Hoe gaat de ambassade er te werk, in samenspraak met haar partners? Hoeveel vertrouwen heeft ze in het bedrijfswezen? Het tweede artikel van een drieluik.

Op het moment dat Vice Versa haar telefonisch spreekt, zit de intensieve week van ambassadeur Leoni Cuelenaere net erop. Minister Lilianne Ploumen was voor de vierde keer op bezoek in Bangladesh sinds het Rana-Plazadrama in 2013, toen een textielfabriek instortte met ruim 1,100 doden tot gevolg. Ditmaal sprak Ploumen onder meer over de noodzaak van een leefbaar loon tijdens een grote textielconferentie met kledingfabrikanten, kledinginkopers en de overheid van Bangladesh.

Tien strategische partnerschappen zijn er in Bangladesh actief, waarvan drie in de textielindustrie. We spraken naast de ambassadeur ook drie organisaties uit verschillende partnerschappen: de Clean Clothes Campaign, Fair Wear Foundation en Solidaridad. Hoe kijken zij tegen de partnerschappen aan?

Serieus genomen

Shatadru Chattopadhayay, de directeur van Solidaridad Zuid-Azië, is blij met het partnerschap en ziet zelfs al concrete resultaten: ‘De ambassade verbindt ons aan bedrijven en lokale regeringen, zodat we veel serieuzer worden genomen. En het zorgt ervoor dat we vermoeiende bureaucratische processen kunnen vermijden.’

Ploumens actieve rol waardeert hij. ‘Samen met ngo’s en bedrijven heeft zij een betekenisvolle verandering weten te bewerkstelligen. Niet alleen door kritisch te zijn, maar ook door constructief samen te werken. De lonen zijn verdubbeld en de contracten zijn langer. Er is meer controle in textielbedrijven… Maar we zijn er natuurlijk nog niet’, voegt hij vlug toe.

Ook Thiruvalluvar Yovel – van de Clean Clothes Campaign – en Carola Koornneef – coördinator strategische partnerschappen van de Fair Wear Foundation – zijn positief. Koornneef: ‘Onze Foundation zit in acht landen en de contacten met ambassades wisselen. In Bangladesh worden we steeds uitgenodigd en volgen we elkaars activiteiten op de voet.’


Onenigheid

image-2016-10-12-1

credits: VN

Dat er goed wordt samengewerkt, betekent niet dat er geen fundamenteel verschil van mening kan zijn tussen de ambassade en haar partners. Zo ziet Clean Clothes Campaign liever strakkere monitoring en concretere maatregelen in het Duurzaamheidsverdrag, dat overheden, de Verenigde Naties en de ILO hebben gesloten met Bangladesh en bedrijven.

Maar het grootste verschil van mening heeft te maken met het Convenant dat onlangs gesloten is met textielbedrijven. Daarin committeren bedrijven zich op vrijwillige basis aan het betalen van leefbare lonen. Yovel: ‘Wij hebben het niet ondertekend, omdat wij vinden dat het bindend moet zijn. De partijen wilden daar niet aan. Onze doelen zijn weliswaar hetzelfde, maar onze strategieën niet altijd.’

Fair Wear Foundation is als faciliterende partij geen ondertekenaar, maar heeft het proces wel op de voet gevolgd. ‘Over vijf jaar moeten er concrete resultaten zijn’, waarschuwt Koornneef. Ze is daar niet onvoorwaardelijk optimistisch over. ‘Het is positief dat er afspraken worden gemaakt over de verbetering van arbeidsomstandigheden, maar dat geeft geen garantie dat het ook echt gaat gebeuren. Het is nog onduidelijk hoe de controle plaatsvindt van wat bedrijven gaan doen.’

Cuelenaere vindt het jammer dat de Clean Clothes Campaign niet meedoet aan het Convenant. ‘Soms ga je je eigen weg; dat hoort erbij. Je hebt iets aan die verschillende meningen.’

Handel

Toch kan Koornneef zich voorstellen dat het voor een ambassade best lastig is in het partnerschap, terwijl de regering zelf ook donor is en ook andere belangen heeft. ‘Het is een uitdagende constructie voor iedereen. Voor ons: hoe werk je samen met een partij die zowel partner als donor is waar je verantwoording aan af moet leggen? En als donor: wat voor rol heb je als overheid? Je wilt meewerken aan de implementatie, en dat is best ingewikkeld door je dubbele belangen. Als je vindt dat de merken meer verantwoordelijkheid voor de hele keten moet afleggen, hoe verhoudt zich dat tot de economische relaties met een land?’

Maar zoals we in het vorige artikel lazen, toen Ploumen zei dat die combinatie van hulp en handel juist hàndig is, zegt ook Cuelenaere: ‘Mijn ervaring is dat je veel meer kan zeggen als je die portefeuilles samenvoegt. Je laat mensen merken dat je een land serieus neemt. Dat is iets anders dan met je wijsvinger wijzen. We zijn de vijfde investeerder in Bangladesh, dan heb je iets te zeggen.’

De ambassadeur ziet er evenmin gevaar in dat opkomen voor betere arbeidsomstandigheden zou botsen met economische belangen. ‘Als Nederlandse bedrijven weg willen, omdat men hier meer vakbondsrechten krijgt, dan moeten ze maar gaan. Ik zal niet zeggen: dan maar geen vakbonden. Rechten prevaleren boven economisch belang, bedrijven moeten zich fatsoenlijk gedragen. En als ze dan naar Ethiopië gaan, zien ze daar ook weer een Nederlandse ambassade die werkt aan vakbondsrechten. Zo kun je als overheid de neerwaartse spiraal een halt toeroepen.’

Vakbonden

Juist die vakbonden vormen een heikel punt in Bangladesh. Yovel: ‘Er zijn aanvallen op vakbondsleiders en activisten krijgen geen werk, maar er zijn ook subtiele intimidaties. Men wordt gevolgd op weg naar huis, registratie van vakbonden wordt uitgesteld of spionnen verkleed als voedselverkopers stationeren zich voor fabrieken. Dat is heel beangstigend. Een derde van de parlementariërs is verbonden aan kledingfabrieken, dus die staan sterk. Als er vakbondsactivisten worden ontvoerd en vermoord, onderneemt de regering geen actie.’

Het partnerschap kan helpen om de ruimte voor vakbonden te vergroten, vindt Yovel. ‘De ambassade in Dhaka begrijpt de kwestie heel goed, ze kan een belangrijke rol spelen door haar invloed, door de handelsbelangen. Zestig procent van de export uit Bangladesh gaat naar Europa – de Nederlandse regering kan eisen dat er ruimte wordt gecreëerd voor vakbonden. Die zijn immers van belang voor alle doelen die we nastreven, voor leefbare lonen en veiligheid. Ik zeg niet dat Den Haag zich moet bemoeien met binnenlandse zaken, maar ze kan de regering hier gewoonweg houden aan beloftes.’

Cuelenaere erkent dat er nog veel moet gebeuren. ‘Ik vind het belangrijk om ons poldermodel te kunnen uitdragen, daar ben ik trots op. Kwesties opdringen heeft weinig zin, dan luistert de regering hier gewoon niet. Een groot deel van de kleding in Nederland komt uit Bangladesh, dus er is haar veel aan gelegen het goed te doen. Ze weet dat als er weer zoiets gebeurt als bij Rana Plaza, het afgelopen kan zijn met de industrie. Terwijl miljoenen mensen daarin werken. Je hebt vakbonden nodig, want als mensen gelukkig zijn, dan werken ze beter – het is vreselijk als je overuren draait zonder extra beloning, of wanneer je als meisje niet naar het toilet kunt als je ongesteld bent. Dus zo probeer je de regering een win-winsituatie te tonen: gelukkige werknemers zijn productiever.’

Gidshond

Interessant is dat in Bangladesh organisaties actief zijn die zeer verschillende strategieën hebben, die wederzijds worden gewaardeerd, maar er lijkt ook weleens sprake van onbegrip. Samenwerking tussen Clean Clothes Campaign en Solidaridad vindt niet plaats.

‘We hebben klokkenluiders nodig,’ zegt Chattopadhayay, ‘maar ik denk dat campagneorganisaties in het algemeen slimmer moeten worden. Nu heb ik geen zicht op wat Clean Clothes Campaign precies doet, maar gebaseerd op mijn algemene observaties van campagneorganisaties denk ik dat veel van hen beter onderzoek kunnen doen. Laat ik een voorbeeld geven, van Greenpeace in India, dat campagne voerde om de Indiase thee-industrie organisch te laten worden. Maar dat is simpelweg niet mogelijk. India is na China qua productie de grootste theenatie ter wereld, en die thee wordt op zeer verschillende manieren gemaakt, niet àlles kan organisch zijn.’

Campagnes moeten inclusiever worden, vindt hij. ‘Je kan niet alleen opkomen voor één belang, het gaat om een complex systeem. Als je vindt dat een bedrijf loonsverhoging moet doorvoeren, dan moet je ook zorgen dat consumenten bereid zijn een hogere prijs te betalen. De meeste problemen hebben meerdere dimensies.’

image-2016-10-12-3

credits: UNSGSA

Daar is Clean Clothes Campaign het mee oneens. ‘We voeren niet alleen campagne,’ zegt Yovel, ‘maar gaan ook in dialoog met de ambassade en de Nederlandse en Bengaalse regering. We zijn aangesloten bij Fair Wear Foundation, en die geeft een helder stappenplan en concrete aanbevelingen.’

Hoeveel vertrouwen je in bedrijven moet leggen is evenzeer de vraag. Solidaridad is er overwegend positief over. ‘De duurzaamheidsagenda’, zegt Chattopadhayay, ‘is door ondernemingen overgenomen in het Westen en India en China. Je moet boeren in India hebben, want je kunt je grondstoffen niet helemaal uit Afrika halen. Je moet zorgen dat je textiel duurzaam wordt gemaakt. Bedrijven willen wèrkelijk investeren in deze agenda; ik zou zelfs zeggen dat de ruimte voor ons als ngo’s de laatste tijd is vergroot, doordat bedrijven vaker naar ons luisteren, we voeren een serieuze dialoog – tien jaar geleden was dat ondenkbaar.’

De meeste bedrijven verkeren al in een proces van verandering, ziet de Solidaridad-voorman. ‘Hoe lang ga je daar nog tegenaan schoppen? Bijna alle grondstoffen komen nu uit de nieuwe markten. Bedrijven maken zich echt niet meer druk om Greenpeace. Ze ontwikkelen een immuniteit ervoor, ze spannen samen. De slechte bedrijven zullen niet weggaan, voorlopig, maar als ze ècht willen veranderen, dan wijzen wij hen de weg. Als je waakhonden hebt, zou ik ons typeren als gidshonden.’

Familielid van een omgekomen fabrieksarbeider

Garib Garib

Clean Clothes Campaign is daarentegen allerminst overtuigd van die welwillendheid van bedrijven. ‘Merken van goede wil zijn zeldzaam’, zegt Yovel. ‘Wij probeerden al sinds 2005 een veiligheidsakkoord te realiseren, toen de fabriek Garib Garib instortte. Maar pas na “Rana Plaza”, toen er een bindend akkoord op tafel kwam, is er daadwerkelijk iets gebeurd en werden fabrieken gesloten. De initiatieven van H&M over het leefbaar loon… Wij hebben er geen zicht op, vakbonden doen niet mee. Dus ja, we willen het bedrijfsleven heus vertrouwen, het is leuk om ermee te praten – maar tot nu toe zien we vooral gebroken beloftes.’

Aan de ambassadeur het eindoordeel: ‘Ja, ik heb vertrouwen in de bedrijven’, zegt Cuelenaere desgevraagd. ‘Ze moeten wel veranderen, het is hun eigen toekomst. Natuurlijk zijn er nog misstanden. In dialoog met bedrijven zeggen we ook: “Kom, doe méér.” Je kunt als overheid uitleggen dat consumenten niet willen betalen voor kleding die niet fatsoenlijk is gemaakt, maar dat moet de consument op zíjn beurt wel laten zien. Je hebt altijd een keuze.’

Lees morgen over de strategische partnerschappen in Mozambique.


Kader

Persvrijheid in Bangladesh

Dessi Damianova werkt als coördinator Zuid-Azië voor Free Press Unlimited. Als voormalig BBC-journaliste zet zij zich nu in voor persvrijheid. En dat is niet onwelkom, in een land als Bangladesh waar de persvrijheid enorm onder druk staat. Vice Versa vroeg haar naar de Bengaalse situatie, en wat het partnerschap kan betekenen om meer ruimte te creëren.

Hoe is het gesteld met de persvrijheid in Bangladesh?

image-2016-10-12

credits: Free Press Unlimited

‘Sinds 2009 is het heel erg verslechterd. Bangladesh, als een van de grootste moslimlanden, is altijd een tolerant land geweest. Maar nu nemen het respect en de tolerantie af. Men censureert zichzelf en zo ontstaat er een cultuur van angst. Opeens zijn er moslims die geen andere religieuze meningen verdragen, maar niemand weet waarom. In juli was er een aanslag waarbij iedereen die geen verzen uit de Koran kon opzeggen, werd gedood. De daders waren jonge, hoogopgeleide jongeren – dus aan alleen economische achterstand en gebrekkig onderwijs ligt het niet. Die slechte veiligheidssituatie maakt het werk ook gevaarlijker. In juli hebben we onze dienstreis moeten annuleren, maar vooral onze collega’s dáár hebben het zwaar. Met name die uit de hindoeminderheid.’

Wat doet de Bengaalse regering?

‘De regering neemt wetten aan die de vrijheid van meningsuiting beperken. Maar het is vooral erg dat ze niets doet aan de straffeloosheid, als bloggers of journalisten worden aangevallen. Alleen bij een zaak als een aanslag grijpt ze in.’

Wat is uw ervaring tot nu toe met de Nederlandse ambassade in Bangladesh?

De Nederlandse ambassade is enorm open vergeleken met andere ambassades: ze reageert altijd snel op e-mails, nodigt onze lokale partners uit. Ze zegt nooit af. Die morele steun is heel belangrijk voor partners om serieus te worden genomen. In andere landen, zoals Indonesië en Thailand, is het personeel van de Nederlandse ambassade ook geïnteresseerd, maar de affiniteit in Bangladesh is groter.

‘Dankzij de verbinding die de ambassade heeft gelegd met de regering, hebben we bijvoorbeeld mee kunnen werken aan een nationaal omroepbeleid. Dat is nog lang niet afgerond, maar radiozenders van lokale gemeenschappen krijgen al meer ruimte.’

Hoe proberen jullie te werken aan het vergroten van de ruimte voor de pers?

‘Wij proberen dialoog en discussie te promoten met een duidelijke strategie. We vertellen journalisten niet alleen kwaliteit te leveren, maar ook ethisch te zijn. We proberen via vrouwelijke journalisten de ruimte te heroveren en tegelijkertijd de patriarchale samenleving te veranderen. Ons programma kreeg zelfs een prijs van de Verenigde Naties. In onze trainingen richten we ons bijvoorbeeld op huiselijk

credits: Free Press Unlimited

credits: Free Press Unlimited

geweld en kindhuwelijken. Daar schrijven de journalisten over in lokale kranten. Dankzij onze berichtgeving is er nu in verschillende dorpen politie gestationeerd die optreedt tegen huiselijk geweld en in Dhaka zien we minder kindhuwelijken.

‘We hopen ook bij te dragen aan een tolerante cultuur voor andere religies, en we werken samen met autoriteiten, om constructief na te denken over oplossingen, in plaats van alleen maar kritiek te geven. Dan win je ook het respect van de bevolking als je er bent voor de echte problemen, in plaats van dat je alleen over ingewikkelde politiek schrijft.’

Hoe kan de ambassade binnen het partnerschap helpen om persvrijheid te vergroten?

‘Door regelmatig informatie te delen tussen regering en partijen, en door de verbinding te leggen met overheden. Het is belangrijk aandacht te schenken aan onderwijs, informatie is een sterk wapen. Je moet doceren dat de islam tolerant is, want het grote probleem is dat men de Koran niet goed interpreteert. Je moet mensen opzoeken waar ze zitten en geen nieuwe infrastructuur aanleggen, dus richt je op de madrassa’s. Dat is ook wat de ambassade momenteel doet, dat is de goede manier.’

Wat zou de ambassade beter kunnen doen?

‘Ik denk dat donoren beter hun stem kunnen coördineren – dan sta je sterker.’

 

 

screen-shot-2016-10-19-at-09-22-38Dit artikel kwam tot stand in het kader van ‘De kracht van de tegenmacht’. Dit is een online debat dat Partos, ActionAid, BothEnds en Vice Versa in september organiseren met als doel om nieuwe inzichten te verwerven in de ontwikkelingen rondom maatschappelijke organisaties en het belang van tegenmacht en de bedreiging daarvan. Vier weken lang zal Vice Versa artikelen publiceren, met daarin analyses, verslagen uit het veld en reflecties. Om te inspireren, mobiliseren en dit onderwerp op de agenda te zetten. De uitkomsten van het debat zullen worden gebruikt in het innovatieprogramma van Partos (The Spindle) en tijdens de Nacht van de Tegenmacht die later dit jaar zal plaatsvinden.  

Selma Zijlstra

Selma Zijlstra is redacteur en journalist bij Vice Versa. Ze studeerde Internationale Betrekkingen aan de Rijksuniversiteit Groningen (BA) en haalde haar master in Conflict Studies and Human Rights (cum laude) aan de Universiteit Utrecht.

 

Het Raadsel van de ander

Door Vice Versa | 08 oktober 2019

In de nieuwe Vice Versa die komend weekend verschijnt staat ‘de ander’ centraal en zoeken we naar een nieuw, progressief narratief. Angst voor de ander kun je alleen bestrijden met menselijke verhalen, schrijven Ayaan Abukar en Marc Broere.

Lees artikel

Bouwstenen voor een nieuw Latijns-Amerika beleid

Door Vice Versa | 01 oktober 2019

Hoewel Latijns-Amerika al een tijd verdwenen is uit de spotlichten van de Nederlandse politiek, hebben we meer met elkaar te maken dan we denken. Is het niet tijd voor een nieuw en actief Latijns-Amerika beleid? Op maandagmiddag 14 oktober gaan we hierover in Den Haag tijdens de bijeenkomst ‘Het Koninkrijk en zijn buren’ in gesprek met experts en politici.

Lees artikel

Amsterdam ontmoet Mogadishu

Door Lizan Nijkrake | 28 september 2019

Daily Paper, het Amsterdamse straatmodemerk, maakte een collectie T-shirts met tekeningen van voormalige kindsoldaten in Somalië. Wat begon als een klein project voor het Elman Peace Center, leidde dankzij sociale media tot iets groters: fotografen en filmmakers, muzikanten en klanten bieden hun hulp aan. ‘Jonge mensen zijn vaak zó idealistisch, ze willen betrokken blijven.’ Een profiel.

Lees artikel