Door:
Ayaan Abukar

10 oktober 2016

Tags

admin-ajax-php‘Samenspraak en tegenspraak’, dat is de veelzeggende titel van het beleidskader waarmee de Nederlandse overheid ngo’s wil ondersteunen in hun rol van waakhond. De strategische partnerschappen zijn een feit. In welke zin vormen zij een tegenmacht? En hoeveel ‘politiek delicate zaken’ kan het partnerschap aan?

Twee jaar geleden. Het was bijna net zo’n warme septembermaand als dit jaar, toen de minister haar nieuwe subsidiekader bekendmaakte. Voortaan zou het ministerie alleen nog de rol van ngo’s als waakhond financieren; dienstverlenende ngo’s kunnen geld elders vandaan halen, was de gedachte, en in een tijd dat de ruimte voor het middenveld krimpt, moet die waakfunctie worden versterkt. Begin 2015 maakte het ministerie de 25 gelukkige ‘allianties’ met ngo’s bekend – ook wel strategische partnerschappen genoemd.

In 2016 zijn de programma’s van de 25 partnerschappen daadwerkelijk van start gegaan. De zaken zijn afgestemd en er is al veel kennis opgedaan, maar ‘we staan nog aan het begin’, vertellen alle geïnterviewden aan Vice Versa. Dat maakt het moeilijk naar boven te halen wat de partnerschappen tot dusver hebben opgeleverd, maar toch kregen we inzicht in het functioneren ervan.

Eén: Nee, ngo’s zijn géén onderaannemers (hoe vaak moeten we het nog zeggen)

Het was de eerste vraag die werd opgeworpen nadat minister Lilianne Ploumen haar nieuwe subsidiekader lanceerde. Krijgen de ngo’s wel genoeg ruimte om zichzelf te zijn, als ze zo dicht op de huid van de minister zitten? Terwijl ze andere belangen hebben? Na een tiental interviews die Vice Versa hield met ngo-directeuren, bleek dat eigenlijk niemand zich daar echt druk over maakt – tenminste, niet openlijk. En dat is ook na de eerste fase van de samenwerking nog steeds niet het geval.

‘Geen fusie’, klinkt het uit de mond van menig ambassadeur, ambtenaar of ngo-medewerker. ‘Anders kunnen we de ngo’s wel opdoeken, als we allemaal hetzelfde moeten zijn.’

Innig gearmd

Oxfam-directeur Farah Karimi sprak Ploumen onlangs scherp tegen tijdens een paneldiscussie bij Oxfams zestigjarig jubileum. Ronduit storend vond ze de Nederlandse omarming van de private sector – zie de steun aan bloemenbedrijven in Ethiopië, die door de lokale bevolking niet gewenst waren. ‘Dat is een waar voorbeeld van tegenspraak’, observeert Ton Meijers, die bij Oxfam Novib de partnerschappen coördineert. ‘Daarvoor krijg je als ngo’s heus geen repercussies.’ Inderdaad: innig gearmd liepen Karimi en Ploumen na afloop naar de uitgang van de zaal.

De samenwerking binnen het partnerschap is in het ene geval intensiever dan in het andere, verduidelijkt Meijers. ‘Soms heb je echt een gemeenschappelijk doel, bijvoorbeeld als je kindhuwelijken wilt uitbannen. Bij infrastructurele projecten, waarbij ngo’s het vaak samen met de lokale bevolking opnemen tegen de overheid of bouwbedrijven, kan ik me voorstellen dat de relatie confronterender zal zijn. Dan zullen ngo’s meer de waakhondrol op zich nemen.’

Ook Reina Buijs – plaatsvervangend directeur-generaal Internationale Samenwerking bij Buitenlandse Zaken – is ervan overtuigd dat ngo’s hun kritische aard kunnen behouden, dat het normaal is dat belangen schuren. ‘Waar wrijving is, ontstaat energie’, zegt ze. ‘Neem het textielconvenant, dat overheid, bedrijven en ngo’s samenbrengt. Een bedrijf wil natuurlijk winst maken, maar wil óók goede omstandigheden voor de werknemers en tevreden consumenten in Nederland. Al willen ngo’s een vlugger proces dan háálbaar is voor die bedrijven. Natuurlijk schuurt dat – maar door met elkaar in gesprek te gaan en heftige discussies te voeren, kom je verder.’

Flexibeler

Ngo’s krijgen in de partnerschappen zelfs méér ruimte dan ze voorheen hadden, is het algemene gevoel, omdat de rapportage-eisen veel flexibeler zijn geworden. Buijs: ‘Je kunt geen kwantitatief resultaat behalen als je mensenrechten verdedigt, dus je moet in staat zijn een verhaal te vertellen. Niet alleen dat je zo- en zoveel mensen toegang geeft tot schoon drinkwater, maar ook over de gebruikers die kunnen meepraten met het leidingwaterbedrijf, over gebruiksvriendelijkheid en hoe betaling moet werken – dat kan een resultaat kan zijn van het strategische partnerschap.’

Jan Gruiters, directeur van Pax, maakt zich wèl zorgen over de ruimte voor ngo’s – althans, in een andere context. ‘De vrije ruimte voor kritische ngo’s is niet vanzelfsprekend. Oók in het Westen is de verleiding groot om aan onze vrijheden te knabbelen, er is een groot veiligheidsprobleem.’ Het onlangs uitgelekte geheime wetsvoorstel voor de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten baart Gruiters bijvoorbeeld zorgen. ‘Zij kunnen inbreken in onze systemen, communicatie met partners ontsleutelen en informatie delen met buitenlandse veiligheidsdiensten.’

Twee: De diplomaat en z’n belangen

Het kwam al ter sprake: economisch belang èn een partnerschap met ngo’s op mensenrechtengebied – gaat dat wel samen? Je zou het ook zo kunnen zeggen: twee belangen op één kussen, daar slaapt de duivel tussen.

Zo ziet Ploumen dat in elk geval niet, maakt ze duidelijk tijdens het Oxfam-jubileum. ‘Juist omdat ik minister van hulp èn handel ben, kan ik die mensenrechtenagenda beter naar voren brengen, tijdens gesprekken over zakendoen met collega’s uit het Zuiden.’

Buijs geeft er in haar gesprek met Vice Versa een concreet voorbeeld bij: ‘Ik sprak in Guatemala met de werkgeversvereniging, die zei: “Wij hebben óók een reputatie, wij moeten ook zorgen dat we internationaal relevant blijven. Voor ons is het belangrijk om kennis te nemen van de VN-beginselen [voor mensenrechten en handel].” Die vereniging heeft Nederland nu benaderd om te vragen of wij daarbij kunnen helpen.’

Berta Cáceres

Maar soms gaat het ook wel eens grandioos mis. Zo werd landrechtenactiviste Berta Cáceres in Honduras bruut vermoord om haar protest tegen een grote dam, die veel mensen van hun land zou verjagen. Bij de dam was de Nederlandse ontwikkelingsbank FMO betrokken. ‘Het voorbeeld van Cáceres’, zegt Buijs, ‘is natuurlijk schrijnend. Dan moet je opnieuw met elkaar rond de tafel: wacht even, doen we nu wel het goede?’

demonstraties-vanwege-de-moord-op-de-hondurese-activiste-berta-caceres-credits-comision-interamericana-de-derechos-humanos-follow-26262282025_7f69b00fbe_o-copy-2Volgens Buijs zijn er serieuze gesprekken geweest met FMO – en de bank heeft haar besluit om in Honduras te blijven bijgesteld. ‘Het is verschrikkelijk dat de dood van een mensenrechtenactivist daarvoor de aanleiding is, liever voer je die gesprekken éérder. Als het schuurt, spreken we elkaar erop aan, reflecteren we – dat is goed. En dat kan ook voor een ngo gelden, als die denkt: ik ben nu misschien al te luidruchtig geweest over een kwestie, terwijl het via de diplomatieke weg wellicht handiger was.’

Veiligheidsbelangen

Maar het gaat niet alleen om economische belangen. Gruiters: ‘We moeten ook de huidige maatregelen van de EU om landen te steunen om migratiestromen in te dammen kritisch bekijken. Het politieke gewicht daarvan is zo mogelijk nog groter dan economische belangen. Ik ben bijvoorbeeld wel heel erg benieuwd of er met de deals met Sudan nu ook gesproken wordt over hoe het maatschappelijk middenveld wordt behandeld. Als je ziet dat ze chemische wapens inzetten tegen eigen bevolking, kun je je er wel iets bij voorstellen dat het daar waarschijnlijk niet al te best mee gesteld is…

screen-shot-2016-10-11-at-09-48-49-copy

In Soedan wordt de civil society ernstig dwars gezeten, maar in hoeverre is dat een thema binnen de migratiedeals?

‘De vraag is dus’, gaat Gruiters verder, ‘of het daar alleen maar gaat om strategische samenwerking, of dat daar óók de ruimte voor civil society bij wordt betrokken. Hoe verhouden die schimmige deals met de verschillende prioriteiten van het ministerie, die van veiligheid en die van mensenrechten. Dààr ben ik wel benieuwd naar.’

Drie: Vele uitdagingen om de ruimte voor het middenveld te verruimen

Wat doen de partnerschappen aan de krimpende maatschappelijke ruimte in het Zuiden? Buijs somt de initiatieven op: de ‘Samenspraak en tegenspraak’-agenda, waarin de capaciteit van het lokale middenveld wordt opgebouwd om zèlf krachtiger te zijn; het co-voorzitterschap van een internationaal task team voor het middenveld; fysieke steun voor mensenrechtenverdedigers; financiële steun voor CIVICUS… ‘Onze mensenrechtenagenda komt hiermee overeen, in principe.’

Toen Buijs ambassadeur was in Nicaragua kwam er abortuswetgeving op tafel, waarin iedere vorm van zwangerschapsafbreking strafbaar werd. ‘Wat doe je dan?’ zegt Buijs. ‘Ga je dat met megafoondiplomatie aankaarten? Of probeer je achter de schermen dingen te regelen? Wij organiseerden een regionale bijeenkomst voor parlementariërs om te praten over MDG5: het terugdringen van moedersterfte. En daarbìnnen hebben we aandacht gegeven aan abortus. Dat lijkt misschien een omweg, maar daarmee kregen we het wèl op de agenda.’

demonstratie-voor-het-recht-op-abortus-nicaragua-credits-sven-hanson-520405560_5fbd4d7975_o-copy

Demonstraties voor abortus in Nicaragua. Credits: Sven Hanson

Ondertussen steunde de ambassade ngo’s in Nicaragua die zich sterk maakten voor veilige abortus en die vrouwen in nood een uitweg boden. ‘Ze zijn een maatschappelijk debat begonnen en hebben een boekje gemaakt met allerlei opiniemakers – jong en oud, vrouw en man – die hun mening gaven over het strafbaar stellen van abortus. Is die wet van tafel? Nee. Maar er is wel discussie. De moeilijkste dingen hebben de langste adem nodig.’

‘Dat doe je toch niet’

Natuurlijk zijn overheden er niet altijd blij mee. En Nederland begrijpt dat best. ‘Wat zouden wij ervan vinden als een buitenlandse regering opeens groepen ondersteunt in Groningen die tegen gaswinning zijn?’ vraagt Ploumen zich af tijdens het Oxfam-jubileum.

‘Je moet goed weten wat je doet’, zegt Buijs dan ook. ‘In Oeganda is er een grote Gay Pride georganiseerd. Die dreigde verboden te worden – dan laat je niet op de voorpagina van de krant zetten dat de Europese Unie daarover praat met de autoriteiten. Tegelijkertijd licht je de organisaties in dat je er wèl mee bezig bent. Aan de ene kant zorg je dat je goed geïnformeerd bent, dat je weet wat potentieel gevaar voor ngo’s is, en aan de andere kant houd je het gesprek open met de staat. Evenwicht.’

Soms vinden overheden het ronduit belachelijk dat Nederland een dissidente stem ondersteunt. Buijs spreekt uit eigen ervaring: ‘In Nicaragua was een onderminister oprecht verbaasd dat Nederland ngo’s steunt die nationaal beleid bekritiseren. Toen ik hem voorbeelden gaf over hoe we beter beleid krijgen door in gesprek te zijn met ngo’s, zei hij: “Zo kun je er ook naar kijken… Zo ver zijn wij nog niet.” Prima, misschien zal hij ooit aan dat gesprek terugdenken.’

En toch weer die belangen…

Niet iedereen is ervan overtuigd dat Nederland altijd aan het middenveld zal denken. Jan Gruiters is zo iemand: ‘Het ministerie heeft veel verschillende prioriteiten. Als het zich bemoeit met het middenveld, maakt dat zijn relatie met een regering niet eenvoudiger. In de jaren tachtig had je in Oost-Europa dissidentenbewegingen als Solidarność met Lech Wałęsa en Charta 77 met Václav Havel. Zij gingen in tegen het beleid van westerse regeringen om de verhouding tot Oost-Europese hoofdsteden niet al te zeer onder druk te zetten. Hans van den Broek, toenmalig minister van Buitenlandse Zaken, verzette zich tegen de uitreiking van de Erasmusprijs aan de latere president Havel, omdat hij dat een “politiek delicate zaak” vond. De praktijk zal uitwijzen hoeveel ruimte er is voor politiek delicate zaken binnen de strategische partnerschappen.’

Barbara van Paassen, hoofd beleid en campagnes bij ActionAid, vraagt zich op haar beurt af of die stille diplomatie nu puur politiek is of dat er ook economische belangen meespelen. ‘Ik vond tijdens de Oegandese verkiezingen de discussie bij Vice Versa erg interessant, toen bedrijven vertelden dat ze het prima vonden als Museveni werd herkozen. Door hem blijft het immers stabiel. Ngo’s, en ook grote delen van de bevolking, denken daar – op z’n zachtst gezegd – anders over.’

Een stap verder

‘We moeten beter vaststellen waar de ruimte krimpt’, zegt Jan Gruiters, ‘en dat aan de kaak stellen. Ook moeten we bredere coalities bouwen en niet alleen binnen de ontwikkelingssamenwerking. Soms wordt het middenveld gelijkgesteld aan ngo’s – dat is geenszins het geval. We moeten zoeken naar “veranderaars” in de samenleving, óók in Nederland, en de tegenmacht versterken.’

Kortom: de praktische kant van handen en voeten, die ontbreekt nog, vindt Gruiters. ‘Onze tegenstanders bedachten èrg goede strategieën om de ruimte voor tegenspraak te beknotten. Ons antwoord daarop kan niet alleen zijn: “dat is een schande”.’

Vier: De toekomst is ongewis

We blijven kijken in de glazen bol. Want wat gaat er gebeuren in de lente van 2017? Niet voor niets onderschrijft IOB in een evaluatie over ‘Samenspraak en tegenspraak’ het belang van continuïteit van de partnerschappen – het bouwen van een sterk middenveld is immers een lang proces. Er zitten mitsen en maren aan het partnerschap, maar uiteindelijk zijn de meesten tevreden over deze nieuwe vorm van samenwerking. De prangende vraag is dan ook: hoe zorg je dat het vóórtduurt, ook na de verkiezingen, als god-mag-weten-welke-minister op de vierde verdieping aan de Bezuidenhoutseweg zal zitten? Waarschijnlijk niet meer een minister die zoals Ploumen – als vroegere directeur van Mama Cash en Cordaid – zo sterk haar wortels heeft in de ngo-wereld. Wie weet: een VVD’er, met alleen maar oog voor Neêrlands handelsbelang. Of een PVV’er.

Buijs verzekert Vice Versa voor de zekerheid dat ze de toekomst niet ingefluisterd krijgt. Dat gezegd hebbende heeft ze wel een idee hoe ze kan bijdragen aan de continuering: ‘Door te zorgen dat de kwaliteit goed is. We hebben financiering voor vijf jaar. Als er iets moois overeind staat, zal ieder weldenkend mens ernaar kijken – ook het nieuwe kabinet. Dus we moeten laten zien wat het voorstelt; we moeten de verhalen van de mensen over wie het gáát vertellen. Daar draait ontwikkelingssamenwerking tenslotte om: mensen met perspectief op ontwikkeling, op een vorm te geven leven.’

 

screen-shot-2016-10-19-at-09-22-38Dit artikel kwam tot stand in het kader van ‘De kracht van de tegenmacht’. Dit is een online debat dat Partos, ActionAid, BothEnds en Vice Versa in september organiseren met als doel om nieuwe inzichten te verwerven in de ontwikkelingen rondom maatschappelijke organisaties en het belang van tegenmacht en de bedreiging daarvan. Vier weken lang zal Vice Versa artikelen publiceren, met daarin analyses, verslagen uit het veld en reflecties. Om te inspireren, mobiliseren en dit onderwerp op de agenda te zetten. De uitkomsten van het debat zullen worden gebruikt in het innovatieprogramma van Partos (The Spindle) en tijdens de Nacht van de Tegenmacht die later dit jaar zal plaatsvinden.  

Selma Zijlstra

Selma Zijlstra is redacteur en journalist bij Vice Versa. Ze studeerde Internationale Betrekkingen aan de Rijksuniversiteit Groningen (BA) en haalde haar master in Conflict Studies and Human Rights (cum laude) aan de Universiteit Utrecht.

 

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel