VN rapporteur Maina Kiai luidt nogmaals de noodklok: ‘De ruimte voor het maatschappelijk krimpt niet, het is aan het sluiten’

25127431233_e2cc77d5ee_o-copy

De ruimte voor het maatschappelijk middenveld krìmpt niet, maar is zelfs aan het sluiten, volgens VN-rapporteur Maina Kiai. Vice Versa spreekt hem over deze zorgelijke ontwikkeling en de gevolgen. Wat kunnen ngo’s er zelf aan doen? En wat raadt hij minister Ploumen aan? Eén ding is zeker: koester het middenveld, boven de private sector. ‘De focus op de private sector is doodzonde, want de wereld – zoals we die nu kennen – is gevormd door het middenveld.’

Auteur: Selma Zijlstra

Het aantreden van Maina Kiai bij de Verenigde Naties, in 2011, kwam op een welkom moment: de ruimte voor het maatschappelijk middenveld was alwéér verminderd. De Keniaan kreeg als allereerste de titel ‘speciale VN-rapporteur voor de bevordering en bescherming van het recht op vrijheid van meningsuiting’.

Sindsdien sprak hij vele regeringen streng toe, heeft hij racisme in Amerika aangekaart, de strenge wetgeving in Groot Brittannië, en zelfs ontwikkelingsbanken opgeroepen te luisteren naar de lokale bevolking. Hij heeft talloze statements gemaakt voor tal van fora en belangwekkende rapporten geschreven. Bezoekt hij een land, dan ligt de focus daar even op de ruimte voor het maatschappelijk middenveld.

Een drukbezet man is hij, en gemakkelijk is het niet om hem te spreken te krijgen voor ons online debat ‘De kracht van de tegenmacht’. Daar zijn welgeteld vijftien e-mails en twee mislukte belpogingen voor nodig. Op het moment dat ik me verontrustend begin te identificeren met een stalker, laat hij weten dat ik hem telefonisch kan spreken als hij op zijn hotelkamer in Bern zit.

 

Wat is de consequentie van de krimpende ruimte van het maatschappelijk middenveld – is het minder effectief geworden?

‘Op sommige plaatsen is de ruimte voor het maatschappelijk middenveld compleet op slot gegaan, met name op het gebied van de mensenrechten; dat beknot het werk in ernstige mate. In veel landen en steden bestaat het gevaar dat er geen accurate informatie voorhanden is, en geen groep die de staat verantwoordelijk kan houden. Er is dus meer repressie en meer angst, en dat verzwakt zowel mensenrechten- als ontwikkelingsorganisaties.

‘Natuurlijk is er een groot onderling verschil tussen de spelers in het maatschappelijk middenveld. Er zijn ngo’s, vakbonden, mensenrechtenorganisaties, et cetera, en die worden niet allemaal op dezelfde manier geraakt. Maar het gevaar is: zodra de staat de ruimte voor kritische stemmen beperkt, creëert hij een cultuur van geweld en angst. Dat dringt door tot alle lagen van het werk van het maatschappelijke middenveld – dat dan meer is geneigd om domweg de regering te gehoorzamen. Dat doet afbreuk aan zijn eigen plannen en resulteert in een soort “dienstverlening”. Terwijl we net de Duurzame Ontwikkelingsdoelen hebben aangenomen, die uitgaan van een rechtenbenadering. Die wordt nu ernstig aangetast.’

 

Waarom is dat slecht, in de praktijk?

‘Het maatschappelijk middenveld is de schakel tussen de regering en de m
ensen. Het laat de overheidverantwoording afleggen en is de motor voor sociale vooruitgang. Vrouwenrechten, bijvoorbeeld, zijn gerealiseerd door het middenveld, niet door regeringen. Als je zijn kracht verzwakt, dan breng je niet alleen zaken als armoedebestrijding in gevaar, maar krijg je ook meer geweld in de maatschappij, meer mensen die willen emigreren, mogelijk oorlog…’

 

We zullen het de sluitende of afgesloten ruimte noemen, in plaats van de krimpende ruimte. Wat zijn de oorzaken ervan?

‘Een reden is dat veel regeringen in crisis verkeren. Mensen ventileren hun mening over het zwakke bestuur, en overheden zijn erg bang geworden door de vele revoluties, zoals de Kleurenrevoluties en de “Arabische Lente”, en geven dus niet graag ruimte aan de burgermacht. Het feit dat het middenveld zich creatief organiseert om de regering uit te dagen, en niet per se erop uit is om de regering omver te werpen, betekent dat regeringen niet op dezelfde manier kunnen handelen als wanneer het leger of de oppositie de macht wil overnemen. Voor de staat is het moeílijker om het middenveld te beheersen.

‘Ook zijn de democratische waarden in de traditionele democratieën verzwakt na “elf september”, door24083413254_e13afacd80_o-copyde invasie van Irak en door wat er voorvalt in Guantanamo Bay. Daardoor heeft de legitimiteit van alternatieve vormen van bestuur kunnen groeien, zoals in China, of Vladimir Poetin in Rusland.

‘Er is eveneens het Chinese model voor ontwikkeling, dat miljoenen mensen uit de armoede wist te halen. Als alternatief model verkreeg het navolging in onder andere Egypte, Rwanda en Tunesië. Deze landen voldeden aan de Millenniumdoelen, maar stortten wèl in. Het model is over zijn houdbaarheidsdatum heen. Een open samenleving, ruimte voor het middenveld, verantwoordelijkheid, transparantie, dissidente stemmen: dat alles is van vitaal belang.’

 

Is het maatschappelijke middenveld erin geslaagd effectief te blijven, ondanks de sluitende ruimte?

Het is fascinerend te zien hoe het middenveld nieuwe verbindingen heeft weten aan te gaan en lessen heeft geleerd. De lhbt-gemeenschap, bijvoorbeeld, heeft echt haar agenda weten door te drukken. Waar zij naar streefde is het “nieuwe normaal” geworden, je ziet nu overal Gay Prides. Het maatschappelijk middenveld vormde nieuwe bondgenootschappen met studentenbewegingen, het vond manieren om vóór een land goed werk te verrichten van buíten de grenzen. Er is veel uitwisseling van informatie, van cruciale informatie’

 

Ondanks deze innovatie; denkt u dat het middenveld zelf ook schuld heeft aan de sluitende ruimte?

‘Je kan een slachtoffer niet de schuld geven van zijn slachtofferschap, maar ik wil het middenveld wel op zijn zwakheden wijzen. Veel ngo’s zijn hun creativiteit en passie kwijtgeraakt vanwege de noodzaak tot verantwoording en hun buitensporige professionalisering. Maar de echte “schuldigen” zijn de donoren (de regeringen die ontwikkelingsgeld geven, red.), die erop stonden dat mensenrechten in projecten werden gegoten en ontwikkeling zo tot een instrument maakten. Je kan geen sociale verandering bewerkstelligen in een project dat drie of vier jaar loopt. Het is iets van de lange adem. Projecten zijn vaak gericht op één doel, ze verliezen het grote plaatje uit het oog.’

 

Als we het hebben over krimpende maatschappelijke ruimte, dan wordt dat vaak gelijkgesteld met de gekrompen ruimte voor ngo’s. Hebben ngo’s dit debat ten onrechte gedomineerd?’

‘De “ngoïsering” is goed, maar alleen als er weinig oppositie is, en we moeten ons niet ènkel op de ngo’s richten. In Midden-Amerika is er repressie tegen de inheemse bevolking en milieugroepen. In Europa liggen de antikapitalistische bewegingen onder vuur. In Ethiopië is de repressie erg gericht op ngo’s, terwijl in Cambodja zowel ngo’s als milieubewegingen het slachtoffer zijn. Het verschilt.’

 

Wat moet de Nederlands regering doen?

‘Nederland steunt de private sector almaar meer en verlegt de focus naar handel. Dat is voor mij hetzelfde als het gedateerde Chinese model. Ze moet niet de verbinding met het middenveld verliezen, want dat is waar de èchte verandering vandaan komt.

‘Vorig jaar schreef ik een rapport dat liet zien dat bedrijven veel vrijer hun bezigheden kunnen uitvoeren dan ngo’s. Wereldwijd zie je dat als er ruimte is voor het middenveld, er óók ruimte is voor bedrijven. Maar andersom is dat veel minder het geval.

untitled-copy‘De focus op het middenveld is cruciaal voor ontwikkelingssamenwerking. Maar donoren richten zich, over het algemeen, meer op de private sector dan op het middenveld. Kijk, als er een grote bijeenkomst is van middenveldgroepen, dan komt er niet één president opdraven. Maar als er een zakenforum is, dan komen er wel vijftig. Dat laat zien waar de prioriteiten liggen, en wat de houding is van regeringen.

‘Dat is doodzonde, want de wereld – zoals we die nu kennen – is gevormd door het middenveld. De protesten tegen slavernij, sociale bewegingen in Europa na de Koude Oorlog, de BlackLivesMatter-beweging, het sociale vangnet, de rechten van werknemers… De private sector is geweldig in het genereren van geld, maar kan zulke verandering niet teweegbrengen. Het gaat om balans.

‘Globalisering, zonder verantwoording en zonder regels, zorgt voor ongelijkheid. Nu heeft het bedrijfsleven de overheid in zijn macht. En de ongelijkheid tussen de één procent en de 99 procent groeit. Veel mensen zagen hun levensstandaard niet omhoog gaan op dezelfde manier als bij de rijken, dat zorgt voor woede en frustratie. Die frustratie, op haar beurt, zorgt voor de opkomst van extreemrechts, de opkomst van een angstcultuur.’

 

Laatste vraag: uw rapport van dit jaar ging over fundamentalisten, voor wie – zoals u schreef – de vrijheid van meningsuiting óók geldt. Maar in Nederland wordt van buitenaf een school voor salafisten gefinancierd, waar zaken worden gepredikt die terrorisme in de hand zouden kunnen werken. Hoe zit het met de vrijheid van meningsuiting dáár?

‘De gedachten zijn vrij, maar dáden moeten we bestraffen. Er bestaan internationale mensenrechten en die begrenzen wat wel en niet mag. Geld geven om tot daden als terrorisme aan te zetten is simpelweg illegaal. Je moet je echter niet op de geldstroom richten, maar op de school en wat die dóet.

‘Maar het middenveld krijgt altijd de schuld, hoe dan ook. Als ik een djihadist was, kon ik mijn geld doorsluizen naar bedrijven. Bedrijven krijgen hun geld van allerlei bronnen, maar het lijkt erop dat we enkel maatschappelijke organisaties voor zulke misstanden ter verantwoording roepen.’