Kwasten in plaats van kalasjnikovs

al-3-copy-2

©Kabir Mokamel

In Afghanistan gaan ‘kunstheren’ de strijd aan met de krijgsheren en de staat. Op de muren van de hoofdstad schilderen zij een antwoord op het geweld en de omkoperij, en brengen ze odes aan ‘de èchte Afghaanse helden: voetballers, straatvegers en vrouwelijke agenten’. In Kaboel is de kunstenaar even koning.

Kaboel, ooit een stad die bekendstond om haar weldadige tuinen, lijkt na decennia van oorlog een post-apocalyptisch doolhof van betonnen veiligheidsmuren en prikkeldraad. Controleposten en wegversperringen duiken ’s nacht uit het niets op en maken de stadsbewoners het leven lastig. Ahmed, een vuilnispikker, vertelt dat hij inmiddels een uur moet omlopen om zijn gebruikelijke ronde af te leggen. Zuchtend zegt hij: ‘De ambassades en ministeries laten mij en mijn kar niet meer door.’

Een groep Afghaanse kunstenaars en activisten is echter vastberaden om Kaboel te heroveren, om hun stempel te drukken op de stad die hen door corrupte politici, gewelddadige krijgsheren en buitenlandse hulporganisaties is ontnomen. Hun wapen: een kwast in plaats van een kalasjnikov. Hun schildersdoek: de ontelbare veiligheidsmuren die de hoofdstad rijk is. Door de jaren heen zijn deze als paddenstoelen uit de grond geschoten en hullen de stad in een pantser van grijs beton.

‘Ik herkende mijn geboortestad niet meer’, vertelt Kabir Mokamel over zijn terugkeer naar Afghanistan vanuit Australië, zes jaar geleden. Niet lang daarna blies hij de ‘ArtLords’ in leven; ‘kunstheren’, de tegenhangers van de war lords en krijgsheren. In Kaboel zie je ze vaak staan, die mengeling van activisten, mannen en vrouwen, jong en oud. Langs de weg, onberoerd tussen het lawaai en de uitlaatgassen. Met een kwast in de hand en een pot verf tussen de voeten maken zij van de monstruositeiten iets moois, gaan de strijd aan met zelfmoordterroristen, en dagen ze de overheid uit. Mokamels doel is het belegerde Kaboel om te toveren tot de graffitihoofdstad van de wereld. Hij is hard op weg: meer dan vijftig muurschilderingen is de stad inmiddels rijker.

Voetbal verenigt

Deze zomer luidden de kunstheren een offensief in. Als respons op de aanslagen die Kaboel teisteren, onthulde de groep een nieuwe schildering. Een soldaat houdt in plaats van een raketwerper een potlood, scherp geslepen, stevig vast: de kracht van het geschreven woord versus intolerantie en geweld.

al-2-copy-2

©Kabir Mokamel

Geconfronteerd met de kwasten van de kunstheren delven niet alleen de Taliban het onderspit, ook de zogenaamde ‘helden’ van Afghanistan – die op een voetstuk geplaatste krijgsheren – worden door de mangel gehaald. Afgebeeld op aanplakborden of monumenten op rotondes kijken ze het verkeer zelfgenoegzaam tegenmoet. Toch waren het deze vechtersbazen die het land in de periode na de Sovjetinvasie (van 1992 tot 1996) in een burgeroorlog lieten afglijden.

De kunstheren schilderen de èchte vedettes van Afghanistan: voetballers, straatvegers, een vrouwelijke politieagent. ‘Dit zijn de niet-bezongen helden hier,’ zegt Mokamel, ‘alledaagse mensen die doen wat jarenlang allesbehalve alledaags was.’ Vóór de val van de Taliban was een vrouwelijk politiekorps immers ondenkbaar en zat het voetbalelftal op de bank. Een grote muurschildering van de nationale ploeg siert de veiligheidsmuur voor het ministerie van Gezondheidszorg. ‘Mijn held verenigt Afghanistan’, staat ernaast geschreven. ‘Heel Afghanistan schaart zich achter de jongens als ze spelen’, zegt Mokamel. ‘Anderhalf uur heeft de strategie van de krijgsheren – die van verdeel en heers – geen vat op het land.’

Van onmacht naar invloed

Ook de overheid krijgt kritiek van de kunstheren. Twee gigantische ogen op de muur die het hoofdgebouw van de Afghaanse inlichtingendienst uit het zicht onttrekt, staren de werknemers van ‘Big Brother’ indringend aan. ‘Ik hou je in de gaten’, staat er in Dari op de muur geschreven. De ogen gaan de strijd aan met de wetteloosheid die het Afghaanse bestel tekent. Transparency International plaatste Afghanistan in 2015 op de roemloze derde plaats in de lijst van meest corrupte landen. Weinig ondermijnt het vertrouwen tussen burgers en staat zozeer als omkoperij, stelt die organisatie, en legt een vruchtbare bodem voor de terugkomst van de Taliban.

‘Corruptie is een probleem dat bovenal om een psychologische oplossing vraagt’, vindt Mokamel. Zijn design is confronterend, ongemakkelijk zelfs. ‘Neem verantwoordelijkheid’, lijken de ogen te smeken. Zo proberen de kunstheren een verandering in de denkwijze van de bevolking teweeg te brengen in de zogenaamde ‘oorlog om het hart en het hoofd’. Hun aanpak is aanstekelijk. Met de kwast in de hand verdwijnt het gevoel van onmacht – dat vele Afghanen dag in dag uit ervaren – als sneeuw voor de zon. ‘Stoor je je aan grijs beton, doe er wat aan!’ schreeuwt het schilderwerk.

Het leeuwendeel is gemaakt door leken. ‘Dit is de eerste keer dat we schilderen’, vertellen de scholieren Malika en Maryam glunderend. Op deze manier geven de kunstheren een stem aan de Afghanen die een stem is ontzegd. Centimeter voor centimeter nemen de meiden de stad weer in beslag, verfraaien en creëren ze daar waar vernietiging nog altijd aan de orde van de dag is. Zo laten ze een vingerafdruk achter, een watermerk: ook zij zijn Afghanen, de stad is ook van hen.

Maar wat kunnen de kunstheren werkelijk bereiken nu de overheid is verlamd door de tweestrijd tussen president Asjraf Ghani en zijn tegenvoeter Abdoellah Abdoellah, nu de zuidelijke provincies Oeroezgan en Helmand weer in handen van de Taliban dreigen te vallen, en het aantal burgerslachtoffers toeneemt? Zijn kwasten voldoende afweer tegen gehersenspoelde kamikazeterroristen? Kunnen kwasten een corrupte en inefficiënte overheid kastijden? In een onbevangen moment betrekt het gezicht van kunstheer Ajmal. ‘Het is lastig om optimistisch te blijven. Soms weet ik niet meer waar dit land naartoe gaat, dan zakt de moed me in de schoenen. Wat als de Taliban terugkomen? Wat staat ons dan te wachten?’ Even is hij stil – dan schudt Ajmal de gedachte van zich af, doopt zijn kwast in de verf en gaat weer aan de slag.