Door:
Ayaan Abukar

27 september 2016

Tags

 

7147f81db8ce27f894d0477d8eb236de53b8de52_2880x1620

 

We zullen geweld niet uit de wereld helpen omdat het moreel onjuist is. We moeten een krachtig alternatief bieden – en dat hebben we, volgens de Afghaanse Jamila Raqib. Namelijk de kracht van geweldloos verzet. Wat kunnen ngo’s leren van theorieën over geweldloos verzet? Waar vinden we inspirerende voorbeelden? En hoe bied je verweer in zelfs de donkerste hoeken van de wereld, zoals in de Islamitische Staat? In gesprek met Jamila Raqib.

 

Zoals ze het zelf verwoordt, was ze niet een echte ‘believer’ toen ze solliciteerde bij het Albert Einstein Institution voor geweldloos verzet (en vast ook geen belieber, maar dat is voor dit artikel minder relevant). Jamila Raqib, afkomstig uit Afghanistan – dat zij in de jaren tachtig ontvluchtte met haar familie –, was sceptisch tegenover geweldloosheid. ‘Ik dacht dat mensen geweld nodig hebben om zichzelf te beschermen. Maar naarmate ik meer studeerde, begreep ik dat geweldloos verzet geworteld is in de geschiedenis, in een realistisch begrip van waar verandering vandaan komt. Dus we moeten geweld niet slechts veroordelen, maar er een alternatief voor bieden.’

OVER HET ALBERT EINSTEIN INSTITUTION
Het Albert Einstein Institution is opgezet in 1983 door Gene Sharp, en heeft als missie:
Onderzoek doen naar technieken voor sociale verandering, en dit onderzoek delen via publicaties, waarbij gebruik wordt gemaakt van een groot netwerk van activisten die vertalen. Daarbij steunen ze activisten met raad: niet zelden worden Sharp of Raqib bezocht of gebeld door activisten die graag hun advies inwinnen. Eveneens lobbyen ze bij regeringen om hen te overtuigen van de kracht van geweldloos verzet. Dat het leger niet het enige middel is, maar dat regeringen in plaats van gevechtsvliegtuigen ook kennis en bijstand kunnen verlenen aan groepen on the ground.

jamila-headshot

Raqib kreeg haar beoogde baan bij het Albert Einstein Institution, dat is opgericht door Gene Sharp, over wie in het introductieartikel van deze serie  is geschreven. Gene Sharp noemden we daarin de ‘godfather van het geweldloos verzet’, omdat hij de eerste was die burgerbewegingen en -activisme theoretiseerde en daarmee wereldwijd inspiratie bood aan vele activisten. Het instituut is ondanks het imposante werk piepklein gebleven, en Sharps enige vaste collega is de jonge en inspirerende Raqib. Zij reist de hele wereld om workshops en lezingen te geven aan activisten, academici of regeringsbeambten over haar pragmatische benadering voor verzet, of het nu gaat om democratie, dictators, milieu of vrouwenrechten, en is ook onderzoekers aan het Massachusets Institute for Technology (MIT). Maar nu is ze in Boston, en ik stel me zo voor dat ze tijdens het telefooninterview op het kantoortje van het Albert Einstein Institute in Boston zit, omgeven door boeken en papieren.

Gene Sharp heeft 198 manieren voor revolutie bedacht. Kun je een paar sprekende voorbeelden noemen?

‘Een van mijn favoriete bewegingen stamt uit de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw in toenmalig Brits-Indië, aan de noordwestelijke grens, bij het huidige Pakistan en Afghanistan. Daar ontstond een krachtige, gedisciplineerde groep waar niemand ooit van heeft gehoord, genaamd Khoedhai Khidmatgar, ofwel “Dienaren van God”. Zij werd geleid door Bacha Khan, en die begreep een fundamentele kwestie: dat zwakke mensen gemakkelijker te onderdrukken zijn. En dat je van zwakke mensen niet kan verwachten dat ze “positieve actie” ondernemen, ook al zijn ze zich nog zó bewust van hun eigen onderdrukking. Er moet eerst een fase van emancipatie, van bekrachtiging zijn, vond hij, en een duidelijk begrip van de problemen in de maatschappij en hoe je daar in eerste instantie zèlf aan kunt werken. Dat is ook waar Mahatma Gandhi het over had toen hij sprak over de rechtvaardige vrede: het belang om netwerken en instituties te ontwikkelen, en binnen een gemeenschap in basisbehoeftes te voorzien. Door dat proces voelen mensen zich gesterkt en je ontwikkelt een maatschappelijk middenveld dat kan dienen als de basis voor verzet.’

Dienstverlenende ngo’s kunnen dus ook belangrijk kunnen zijn in het opbouwen van verzet, hoewel je ze daarmee op het eerste gezicht niet direct mee zou associëren.

‘Absoluut! Al moet ik erbij zeggen dat ik het heb over de grassroots-bewegingen die echt de capaciteit van mensen ontwikkelen – voor en door de mensen zelf. Er zijn veel manieren waarop men dit heeft gedaan en wij kunnen hen daarbij assisteren.’

Hoe gaat het verhaal verder?

‘Op een gegeven ogenblik bezocht de Britse gouverneur de regio van Khoedhai Khidmatgar, waar repressievere wetten golden dan in andere delen van Brits-Indië. De mensen waren dus boos. Ze vormden een bugle- and drumband en speelden van zonsopgang tot zonsondergang muziek voor het huis van de gouverneur, om hem te laten zien hoe welkom hij was. Ze droegen zelfs uniformen zoals die werden gedragen in het leger. Het werd een soort kunstvorm. Moslims, hindoes en sikhs, vrouwen en mannen, kinderen en ouderen, allemaal deden ze eraan mee. Dat soort verzet, met muziek, symbolen en humor, vind ik altijd het leukst. Het voorbeeld laat ook zien dat, hoewel mensen denken dat Afghanen of moslims van nature gewelddadig zijn, ze de capaciteit hebben om te organiseren.’

Toch is er momenteel veel geweld in Afghanistan, door krijgsheren en de Taliban. Blijkbaar krijgen geweldloze bewegingen niet altijd de overhand. Hoe ziet u dat?

‘Weet je, veel van de wereld ìs zo. Voor veel mensen is geweld de ultieme straf en we gebruiken het wanneer we denken dat het nodig is.’ Dan, feller: ‘Ik denk niet dat de mensen in Afghanistan gewelddadig zijn, maar ik zie er een bijna veertigjarig conflict, sinds 1979. We hebben het over een regio waar geweld is ontstaan omdat mensen zich wilden verzetten tegen een grootmacht, die haar militaire kracht botvierde op mensen die zich niet konden verdedigen. Laten we niet vergeten dat Amerika en andere landen een buitenlandse politiek voerden die in Afghanistan de meest gewelddadige en repressieve groepen begunstigde. Sommige daarvan zijn tot op de dag van vandaag aan de macht. We moeten niet blind zijn voor de keuzes van miljoenen Afghanen zèlf, maar onze buitenlandse politiek heeft in elk geval niet geholpen.

‘Dat neemt niet weg dat er niets hoopvols gebeurt. Mensen in de regio bieden verzet tegen het geweld, en doen dat vandaag de dag nog steeds; ze bouwen het maatschappelijk middenveld op en creëren netwerken, niet alleen aan de ontwikkelingskant, maar ook aan de verzetskant. Ze weigeren gewelddadige groepen toegang te verlenen tot onderdak en voedsel, ze blokkeren wegen op een vreedzame manier en er zijn talloze demonstraties voor bijvoorbeeld vrouwenrechten. Maar het krijgt niet veel media-aandacht.’

Heeft u ook een recent voorbeeld van innovatief activisme?

‘Ik denk dat het creëren van parallelle instituties heel belangrijk is. Wereldwijd heerst er onvrede over onze huidige instituties, en dat geeft ruimte voor rechts-georiënteerde populistische leiders zoals we die nu zien in de Verenigde Staten en Europa. Dat maakt duidelijk dat er echte grieven zijn in onze samenleving. In de VS heerst ontevredenheid over de politie en het rechtssysteem en over de onrechtvaardige wijze waarop Afro-Amerikanen worden behandeld. Er zijn nu mensen die netwerken opzetten om hun eigen buurt te surveilleren. Zij zeggen dat ze zorg willen dragen voor hun buurt op een manier die beter is dan de manier waarop de politie dat deed. Dat hoeft niet àlle problemen op te lossen; het kan specifiek in één of meerdere behoeftes voorzien in mijn straat of wijk.’

Hier denken we niet snel aan als we het hebben over verzet of activisme. Denkt u dat ze net zo effectief kunnen zijn als de ‘harde’ verzetsbewegingen?

‘Ik denk dat ze zelfs effectiever en krachtiger kunnen zijn. Mensen zien protest vaak als de enige manier van geweldloos verzet. Door de straat op te gaan en een spandoek op te houden, denken mensen dat verandering op een magische manier wel zal komen. Maar zelfs àls er verandering komt, heb je niets om het systeem mee te vervangen. Je kunt zelfs een vacuüm creëren voor een andere groep die de macht overneemt. In sommige gevallen is het natuurlijk heel goed om je afkeur te laten blijken, en in veel gevallen vereist dat moed. Maar ik wil sterk de nadruk leggen op de opbouw van instituties en het sociale gedeelte van vrede. Anders probeer je, zoals Gandhi zei, een lepel op te tillen met een verlamde hand.’

Waar zag u dat gebeuren?

‘Egypte is een goed voorbeeld. Tijdens de dictatuur was er geen ruimte voor een echt maatschappelijk middenveld om op te bloeien. Er waren niet echt sterke alternatieve instituties. Na de revolutie werd duidelijk waar de sterkste institutie zich bevond: het militair apparaat. Die kwam op de laatste minuut instappen na de revolutie, tijdens een moment van verwarring, en greep zo de macht.’

Geweldloos verzet is even complex als oorlogsvoering, zei u eens.

‘Ja, dat klopt. Vandaar dat de protesten van 1989 op het Plein van de Hemelse Vrede in China mislukten, want er was geen plan, geen strategie. Een excessieve focus op protest is, nogmaals, niet genoeg – zelfs niet in het geval van Syrië. Toen die protesten begonnen, leek er geen duidelijk draaiboek te zijn om de regering te verzwakken. Hoewel overal generaals, diplomaten en politici hun functie neerlegden – een helder signaal dat het regime zijn macht verloor –, bleken de protesten niet duurzaam, en was het offer dat de demonstranten iedere dag moesten brengen, te zwaar. Dat is waarom het gevaarlijk is als je te veel vertrouwt op symbolisch protest. Misschien was het beter om minder zwaar geschut in te zetten, zoals economische of politieke non-coöperatie.’

Veel van uw voorbeelden zijn gericht op het omverwerpen van dictators. Hoe kunnen de lessen van Gene Sharp worden gebruikt op andere gebieden, zoals milieu of vrouwenrechten?

‘Geweldloos verzet gaat over macht: hoe het te krijgen en hoe het anderen te ontnemen. Het gaat om wie verantwoordelijk zijn voor problemen, en wie de macht hebben om die problemen op te lossen. Dat kunnen dictators zijn, maar ook andere mensen of groepen. Neem de milieubeweging, die lang heeft gelobbyd bij onze instituties. Zij plaatste de sleutel voor de bescherming van onze rivieren, oceanen en bossen in de handen van onze leiders, maar die hebben gefaald. Mensen erkennen dat almaar meer.

‘Een heel krachtig voorbeeld van een andere strategie zien we in Canada langs de Sint-Laurens-rivier. Daar probeerden energiebedrijven ‘fracking’ te ontwikkelen (“fracken”, oftewel naar schaliegas boren, waarvan de milieubeweging vreest dat het giftige stoffen vrij brengt die de bodem vervuilen red.). Dus mensen deden wat ze altijd doen: ze gingen naar het stadhuis, naar de staat, om alles op alles te zetten om de regering tot actie te bewegen, om hun gemeenschap te beschermen. Maar de regering luisterde niet en de mensen voelden zich hulpeloos.

Vervolgens hebben ze zich in een – aanvankelijke kleine – groep georganiseerd en begonnen ze een mars van bijna vijfhonderd kilometer. Onderwijl hielden ze persconferenties en kondigden ze aan dat ze de kosten van de gasexploratie zouden verhogen door daden van burgerlijke ongehoorzaamheid. Bijvoorbeeld door zichzelf vast te ketenen, wegen te blokkeren of massaal in tractors te gaan rijden – tot aan het punt waarop het niet langer financieel interessant voor bedrijven zou zijn om daar te opereren. De energiebedrijven schreven in een open brief dat ze daar niet gingen boren als het hen honderdduizenden dollars per dag zou kosten. Het is natuurlijk een beetje jammer als de bedrijven vervolgens naar een gemeenschap gaan waar mensen mìnder georganiseerd zijn, maar het laat wel zien dat we niet altijd naar onze leiders moeten kijken, maar ook naar onszelf.’

Iets anders: wereldwijd hebben activisten in toenemende mate last van de krimpende maatschappelijke ruimte. Heeft u dat ook zo ervaren?

‘Regeringen hebben verzet altijd gezien als iets bedreigends. Ik houd me bezig met hoe regeringen studeren op verzet – en specifiek op geweldloos verzet –, en hoe ze steeds betere technieken ontwikkelen om dat te ondermijnen. Regeringen bedienden zich vaak van gevangenneming, moord en marteling, maar nu realiseren ze zich dat deze methodes niet afdoende zijn. Hun doel is namelijk dat activisten stoppen met hun verzet, maar bij zulke methodes doen ze dat niet: er komt juist méér verzet en het resulteert in overlopers en steun van derden.

‘Dus ze doen nu andere dingen. Ze plaatsen bijvoorbeeld provocateurs in bewegingen om geweld uit te lokken, zodat vreedzaam verzet verandert in gewelddadig verzet – en zo op een gebied terechtkomt waar de regering superieur is. Of ze zetten betogingen vóór de regering in scène, dat gebeurde waarschijnlijk door Rusland in Ukraine. Regeringen kunnen ook overgaan op andere soorten van surveillance. Ze gebruiken misschien niet meer een tank bij protesten, maar een schoonmaakwagen, die de demonstratie ernstig verstoort. Ze schilderen de oppositie af als ongeordend. Of ze plaatsen vrouwen en kinderen voor een gebouw, waardoor het de beweging onmogelijk wordt gemaakt een gebouw te bestormen.

‘Een recent voorbeeld van repressie tegen jonge activisten vind je in Angola, waar zestien jongeren werden gearresteerd, simpelweg om het feit dat ze een boek van Gene Sharp lazen. Ze zitten nu al een jaar in de gevangenis. Het was niet protest an sich dat de regering vreesde, maar meer dat mensen erover leerden en er beter in werden. Dat was voor haar heel beangstigend.

‘Ook in de VS en Europa zien we de maatschappelijke ruimte krimpen. In Amerika trekt de politie letterlijk een lijn die je niet mag overschrijden, zodat je ver bij het “doel” van de demonstratie vandaan blijft. Protest wordt daardoor minder effectief en veelal zelfs irrelevant.’

Zijn er innovatieve manieren waarop mensen dergelijke restricties het hoofd bieden?

‘Op de sociale media, onder andere. In Iran (2009) en Egypte (2011) hebben mensen geleerd dat technologie ook toegankelijk is voor de vijand om informatie af te tappen en acties te ondermijnen. Dus via zulke kanalen stuurden ze de politie bewust naar verkeerde adressen; over de werkelijke huizen spraken ze alleen offline. Mensen gaan voorzichtiger met sociale media om.’

Wordt verzet minder effectief, nu het zoveel weerstand ontmoet?

‘Dat is moeilijk te zeggen. Ik denk dat de opponenten beter voorbereid zijn, dus het element van verrassing valt weg. Natuurlijk is de menselijke geest sterk, en de capaciteit voor verzet zal nooit veranderen. Maar dit is een lastig moment. Soms maak ik me zorgen, en soms zie ik dat verzet standhoudt in zelfs de donkerste hoeken van de wereld.’

Waar?

‘In de Islamitische Staat, bijvoorbeeld. Ouders in het Iraakse Mosoel weigerden hun kinderen naar scholen te sturen waar ze les zouden krijgen van IS, die had aangekondigd het curriculum te veranderen, gebaseerd op zijn eigen extreme ideologie.

‘Ik hoor vaak dat geweldloos verzet niet zou werken tegen IS, of tegen Hitler. Maar het heeft wèl gewerkt, óók tegen Hitler. In Denemarken, waar vrouwen de vrijlating van hun Joodse mannen eisten – en kregen. In Noorwegen, waar Nazi’s Noorse leraren dwongen hun leerlingen Nazi-ideologie bij te brengen. Duizenden leraren weigerden mee te werken, ze werden gemarteld en in concentratiekampen gezet, maar wilden niet buigen. Twee jaar later accepteerden de Duitsers hun verlies. Geweldloos verzet slaagde waar militaire middelen faalden.

‘Het probleem is dat we de mogelijkheden van verzet negeren, omdat we denken dat het onmogelijk is. Waarom zeggen we: “Op die en die plaats heeft het niet gewerkt, dus het werkt niet.” Vraag je liever af: “Hoe zorgen we ervoor dat het béter werkt?” Kijk naar IS. Zelfs het meest gewelddadige, meest oppressieve regime heeft een vorm van legitimiteit nodig in de maatschappij. Macht is niet iets dat je zomaar krijgt toebedeeld, dat uit de hemel valt. Als we nu eens beter zouden bestuderen hoe we machthebbers kunnen ondermijnen en verslaan…

‘IS kun je eindeloos bombarderen, en natuurlijk kun je per bombardement een overwinning boeken, maar wat als je de pilaren van het regime omzaagt? Als je je richt op de arbeiders, van wiens arbeid IS afhankelijk is? Op de bedrijven, die voor olietoevoer zorgen? Als je de acties van de ouders, die hun kinderen niet naar school stuurden, kunt coördineren? En, niet onbelangrijk: als je de bevoorrading van strijders afsnijdt. Laten we niet vergeten dat de IS-vechters die uit onze eigen westerse samenlevingen komen, een sterke basis vormen voor de beweging. Ze zijn het product van fouten in onze gemeenschap, die mensen heeft voortgebracht die bereid zijn om te moorden en te sterven.’

Tot slot een vraag over de internationale hulpgemeenschap. Ik ken weinig ontwikkelingswerkers die ooit van Gene Sharp hebben gehoord. Wat vindt u van de manier waarop ngo’s opereren?

‘Ik begrijp ook niet precies waarom Sharp zo onbekend is in die kringen. Ik vind het onterecht dat niet alleen Sharp, maar de hele ontwikkeling van geweldloos burgerlijk verzet – als een historisch fenomeen, dat onze wereld voortdurend vormt – weinig aandacht krijgt. Minder dan bijvoorbeeld de benadering van vredesopbouw en de meer traditionele inzichten in ontwikkeling, die van verandering uitgaan die stapje voor stapje gaan. Die inzichten negeren kritische issues. Situaties waarbij we geen tijd hebben om te wachten. Waar mensen zélf wel weten wat ze moeten doen, maar onze hulp goed kunnen gebruiken, omdat we kennis hebben, of omdat we ze kunnen ondersteunen met capaciteitsopbouw of techniek. Ik heb enorm veel respect voor mensen die hulp geven waar het nodig is, maar ik ben soms bezorgd dat er belangrijke aspecten worden vergeten, namelijk dat mensen gereedschap nodig hebben om onrecht te blokkeren. Geweldloos verzet geeft hen dat.’

Toch zijn er juist veel ngo’s die aan capaciteitsopbouw doen.

‘Ik zeg niet dat ngo’s níet aan capaciteitsopbouw doen, of mensen in het Zuiden niet zelf laten leiden. Maar ik wil wel zeggen dat het me onmogelijk lijkt om de wereld van vrede en geweld te begrijpen zonder de rol van geweldloos burgerlijk verzet en burgerlijke ongehoorzaamheid te doorgronden. Ik denk dat het bij veel organisaties angst oproept, omdat sommige vormen van verzet, de rafelrandjes ervan, kunnen schuren aan de randen van de rechtsstaat. Bewust de randen van de wet opzoeken, voelt ongemakkelijk aan in Europa. Maar burgerlijke ongehoorzaamheid speelt een krachtige rol in de maatschappij.’

 

Bekijk hier ook Raqibs TED talk: https://www.ted.com/talks/jamila_raqib_the_secret_to_effective_nonviolent_resistance?language=en

 

OPROEP: Deel je kennis en maak kans op de documentaire ‘How to Start a Revolution’!

Jamila Raqib noemde een aantal voorbeelden van innovatieve manieren van het maatschappelijk middenveld om effectief te blijven in een tijd waarin de ruimte ervoor steeds verder wordt beperkt. De redactie verzamelt graag meer voorbeelden, en wie kan beter sterke voorbeelden aandragen dan onze eigen achterban? Bij dezen roepen we jullie op: deel jullie voorbeelden van zuidelijke partners, van burgerbewegingen of ‘gewoon’ van individuen, die innovatief verzet plegen tegen repressieve krachten. Mail ze naar: redactie@viceversaonline.nl. De drie beste inzendingen krijgen de app van de indrukwekkende documentaire How to Start a Revolution – PLUS extra’s –  over het werk van Gene Sharp, waarin ook Jamila Raqib te zien is. Bij voldoende inzendingen worden de resultaten op deze website gepubliceerd.

Selma Zijlstra

Selma Zijlstra is redacteur en journalist bij Vice Versa. Ze studeerde Internationale Betrekkingen aan de Rijksuniversiteit Groningen (BA) en haalde haar master in Conflict Studies and Human Rights (cum laude) aan de Universiteit Utrecht.

 

Nieuwe burgerbewegingen op de bres voor Europese waarden

Door Guido Deuzeman | 08 mei 2019

Op 23 mei mogen we weer naar de stembus en er staat wat op het spel. De waarden onder de EU zelf staan onder druk. Ook in ons eigen land, zegt Guido Deuzeman. Maar gelukkig is er een groeiende beweging in Europa en Nederland van mensen die een grens willen trekken en zich laten horen. En werken ngo’s vaker succesvol samen om die mensen te mobiliseren. De campagne Hart boven Hard is een goed voorbeeld.

Lees artikel

‘Van deze rechtsstaat-in-naam wens ik de versierselen niet langer te dragen’

Door Marc van Dijk | 19 april 2019

Trots en dankbaar was Nico Keulemans toen hij door de koningin geridderd werd, na een leven vol ontwikkelingswerk. Nu stuurt de 88-jarige zijn onderscheiding terug. Hij herkent de rechtsstaat Nederland niet meer.

Lees artikel

Zijn we klaar voor verandering?

Door Siri Lijfering | 08 april 2019

Maatschappelijke organisaties staan wereldwijd onder druk. Dit kan het einde betekenen van het bestaan van een kritisch maatschappelijk middenveld én van internationale samenwerking. Door lokale organisaties te brandmerken als spreekbuis van het westen, proberen overheden kritische organisaties vleugellam te maken. Lokale fondsenwerving en mobilisatie van een sterke achterban zijn daarmee belangrijker geworden dan ooit.

Lees artikel