Door:
Ayaan Abukar

26 september 2016

Tags

7295675962_9c0128a3e8_o-copy

De inspectiedienst IOB heeft snoeiharde kritiek op de manier waarop Nederland onder het kabinet Rutte I een grote bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking heeft ingezet. Dat blijkt uit de bevindingen van het evaluatierapport  ‘Stoppen, en dan?‘  over de gevolgen van de  beëindiging van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking.

Lang is er uitgekeken naar deze politiek beladen evaluatie van de IOB naar de manier waarop Nederland onder Rutte I een groot aantal ontwikkelingsprogramma’s heeft afgebouwd en stopgezet. De conclusies laten niets aan de verbeelding over. Er deugt weinig van de manier waarop Nederland te werk is gegaan.

In 2010 besloot het Kabinet Rutte I de focus van het ontwikkelingsbeleid te verleggen naar investeringen, met een zwaarder accent op economische groei en handelsbevordering. Ook verminderde het kabinet  het aantal partnerlanden van 33 naar 15, volgens de IOB ‘formeel om de efficiency en effectiviteit van de hulp te vergroten’.  De steun aan sociale sectoren als onderwijs en gezondheidszorg  had niet langer prioriteit en werd uitgefaseerd. Ook werd het budget voor ontwikkelingssamenwerking structureel teruggebracht met 810 miljoen euro per jaar.

Onder het kabinet Rutte-II  werd besloten om het budget voor ontwikkelingssamenwerking nog verder te laten teruglopen met 1 miljard euro. Hiermee liet Nederland de internationale norm los om minimaal 0,7% van het BNI aan ontwikkelingssamenwerking te besteden. Een motie van de Tweede Kamer verzocht minister Ploumen om de effecten van de bezuinigingen onder Rutte-I te onderzoeken.

Ingegeven door bezuinigingen

De IOB is van mening dat het terugbrengen van het aantal landen van 33 naar 15 vooral is ingegeven door bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking en dat de officiële redenen, namelijk efficiency- en effectiviteitsoverwegingen, in de praktijk nauwelijks een rol speelden. Ook heeft de inspectiedienst kritiek op het schrappen van Tanzania en vooral Burkina Faso van de landenlijst. De keuze van deze twee landen was niet in overeenstemming met de door het ministerie opgestelde criteria.

Ook pittig is de conclusie dat ondanks alle afspraken over een betere arbeidsdeling en grotere coördinatie, de Europese donoren het  beëindigen van de hulp onderling niet met elkaar afstemmen. ‘Nederlandse programma’s zijn nauwelijks overgenomen door andere donoren’, aldus de IOB. Omdat het ministerie een snelle uitfasering wilde en volgens IOB ‘weinig flexibel’ was, bleek het voor ambassades moeilijk om te voldoen aan richtlijnen voor een verantwoorde uitfasering.

Verder schrijft de IOB dat ondanks stijgende uitgaven aan onderwijs en gezondheidszorg in de (voormalige) partnerlanden, de beëindiging van de Nederlandse hulp een negatieve invloed op de voorzieningen in die landen heeft. In beide sectoren zijn de  uitgaven en investeringen nog veel te laag om iedereen kwalitatief goede toegang te verlenen.

De macro-economische effecten van de beëindiging van hulp zijn beperkt. Ook hier zijn Tanzania en Burkina Faso echter uitzonderingen. Tot slot hadden de bezuinigingen ook een negatief effect op het functioneren van lokale NGO’s. Ze moesten hun uitgaven terugbrengen door het aantal werknemers en activiteiten terug te schroeven.

Lessen

De IOB formuleert in haar rapport ook een aantal lessen:

  • Maak een analyse van de te verwachten effecten van een exit uit sectoren in partnerlanden en stel een verantwoord tijdspad van uitfasering op.
  • Verbeter de afstemming tussen donoren, ook bij een exit. Ga flexibeler om met de uitfasering en trek er meer tijd voor uit. Wanneer de ambassade open blijft, hoeven niet alle activiteiten tegelijk afgesloten te worden.
  • Stel de exit-strategie op in samenwerking met de betrokken organisaties of ministeries in het partnerland.  Bij langdurige steun aan de NGO’s en maatschappelijke organisaties is het belangrijk afspraken te maken om  hulpafhankelijkheid te voorkomen.

IMVO werkt alleen als bedrijven willen, niet enkel als ze moeten

Door Sarah Haaij | 29 oktober 2020

Terwijl de roep om wetgeving op het terrein van Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) toeneemt, houdt Pramit Chanda juist een heel ander verhaal. De landendirecteur van het Nederlandse Initiatief Duurzame Handel (IDH) in India denkt dat wetgeving en verplichting gedrag niet gaat veranderen. ‘Bedrijven moeten geloven dat ze zelf die verandering kunnen bewerkstellingen met de manier waarop ze zakendoen.’

Lees artikel

‘Nederland steunt fossiele export met destructieve gevolgen’

Door Jurrian Veldhuizen | 27 oktober 2020

Onlangs kwam de monitor exportkredietverzekeringen 2019 uit, met daarin een verslag van de financiële ontwikkelingen en beleidsmatige ontwikkelingen op het gebied van Nederlandse exportkredietverzekeringen. Deze werd begeleid met een brief van staatssecretaris Vijlbrief. In deze brief noemde staatssecretaris Vijlbrief de bijdrage aan de duurzame ontwikkelingsdoelen en verwees hij maar liefst dertig keer naar de ‘vergroening’ en groene transacties van de doorgaans voornamelijk ‘grijze’ verzekeringen. Mooie en positieve ontwikkelingen, schrijft Jurrian Veldhuizen,  maar achter deze woorden schuilt een grote mate van onduidelijkheid en vooral veel contradictie.

Lees artikel

Communities need land rights to gain from investments

Door Siri Lijfering | 26 oktober 2020

Communities being able to participate on an equal basis in land governance is key to food security and inclusive development. How can securing land rights pave the way for responsible investments and what can we learn from experiences with the palm oil industry? To answer these questions we turn to West Africa where two activists are fighting for their communities’ right to land. ‘If we want to move forward, we need to share the wealth that the land brings.’

Lees artikel