Door:
Ayaan Abukar

23 september 2016

Categorieën

Tags

Marc BroereOntwikkelingsorganisaties zouden hun achterban moeten mobiliseren om in de aanloop naar de verkiezingen gezamenlijk campagne te voeren voor belangrijke mondiale thema’s, vindt Marc Broere. En daarbij hun achterban nu eens niet als donateur maar als activist en campaigner benaderen. Een mooi steuntje in de rug zijn twee nieuwe rapporten die laten zien dat de steun voor internationale samenwerking in onze samenleving groter blijkt dan dat het aanvoelt. De zwijgende meerderheid staat nog altijd positief ten opzichte van mondiale samenwerking.

 

De afgelopen anderhalve week verschenen er twee rapporten die iets zeggen over de temperatuur in de Nederlandse samenleving als het om mondiale samenwerking gaat. En ik moet zeggen: het gaf eigenlijk best wat hoop.

Volgens een onderzoek van De Volkskrant en bureau I&O research wil de meerderheid van de kiezers een aantal operaties van de kabinetten Rutte terugdraaien. Meer mensen dan in 2010 vinden dat er op ontwikkelingssamenwerking niet verder bezuinigd mag worden en dat Nederland meer moet bijdragen aan vredesmissies. Volgens een ander onderzoek van Kaleidos Research neemt het draagvlak voor ontwikkelingssamenwerking ondanks de economische groei weliswaar nog steeds licht af in Nederland. Toch is nog altijd een ruime meerderheid van de Nederlanders positief over ontwikkelingssamenwerking en tegen verdere bezuinigingen.

 

Blij

Ik ben blij met deze rapporten omdat de brede steun die er nog steeds bestaat voor ontwikkelingssamenwerking niet het beeld is dat je krijgt als je de discussies in de maatschappij en de politiek volgt. Het zijn doorgaans de tegenstanders die zonder al te veel weerwoord met krachtige taal het publieke debat domineren. In de Tweede Kamer is de belangstelling voor ontwikkelingssamenwerking zelfs zo gering dat eigenlijk alleen de twee regeringspartijen trouw aanwezig zijn tijdens debatten en dan als volleerde acteurs het toneelstukje koopman (VVD’er Joost Taverne) versus dominee (PvdA’er Roelof van Laar) opvoeren. Meestal worden ze nog bijgestaan door één of maximaal een handjevol figuranten die echter weinig potten kunnen breken omdat beide regeringspartijen ondanks hun schijngevecht de zaak helemaal hebben dichtgetimmerd en het kabinetsbeleid ondersteunen.

En voor dit kabinet is de begroting voor ontwikkelingssamenwerking nog altijd aangeschoten wild, zo konden we ook afgelopen dinsdag tijdens Prinsjesdag weer zien. Minister Ploumen mag ondanks het economische herstel in Nederland ook in haar laatste kabinetsjaar weer fors en extra verder bezuinigen. Ontwikkelingssamenwerking is helaas gemarginaliseerd en in de zijlijn van het debat terechtgekomen. En wat ik schokkend vind: de meeste Nederlandse ontwikkelingsorganisaties lijken er ook niets aan te doen om een krachtige tegenstem te mobiliseren.

 

Sociale ondernemingen

Over de reden van dat laatste zei Bart Romijn in een gesprek met Vice Versa een aantal interessante dingen. De directeur van brancheorganisatie Partos maakt zich zorgen dat er in Nederland steeds minder ‘corrigerende NGO’s’ zijn en dat ontwikkelingsorganisaties steeds meer de kant op gaan van sociale ondernemingen. Ik ben dat met Romijn eens. Het zijn grotendeels de gevolgen van de mokerslag die Mark Rutte en Diederik Samsom hebben uitgedeeld, waarmee ze de ontwikkelingssector bijna knock-out wisten te slaan. Hierdoor heb je nu een situatie gekregen waarin de wereld in brand staat en ook in Nederland het publieke en politieke klimaat over belangrijke mondiale thema’s grimmig is geworden, maar dat de organisaties wiens missie het is om aan een rechtvaardige mondiale wereld te werken amper iets van zich laten horen en geen tegenkracht meer weten te mobiliseren. Een positieve uitzondering vind ik alleen de Stay Human Campagne om menselijkheid te betrachten in het debat over vluchtelingen.

 

Onvrede

Ik spreek dagelijks mensen die in de mondiale samenwerking werken en heb mijn voelsprieten wel in de meeste organisaties. Wat me opvalt is de onvrede die momenteel op de werkvloer heerst. Veel gesprekken die ik heb gaan over reorganisaties, over banen die op de tocht staan, over directeuren die weinig draagvlak meer zouden hebben binnen hun organisatie, over personeelsfunctionarissen of besturen die aflopende contracten of ontslagen weinig galant zouden afhandelen. De gesprekken gaan zelden meer over de idealen waarom mensen ooit in de sector zijn gaan werken, en dat vind ik een enorme verschraling. Gisteren zagen we nog de aankondiging van een nieuwe reorganisatie bij Cordaid, waarbij tussen de veertig en zestig formatieplaatsen gaan verdwijnen, en de trieste aftocht van directeur Simone Filippini die overigens wél probeerde mensen te mobiliseren maar wiens tone of voice gecombineerd met een te nadrukkelijke profilering uiteindelijk averechts werkte.

Organisaties zijn elkaars concurrent geworden en campagnes en spotjes lijken steeds vaker weer terug te vallen op stereotype framing van hulp in plaats van samenwerking.  Kennelijk verwachten organisaties daar op de korte termijn meer inkomsten mee op te halen. Iedereen tendert zich ondertussen suf en holt als een bezetene achter weer een nieuwe subsidielijn aan. Of je ook nog een trackrecord op het betreffende thema hebt lijkt een bijzaak geworden. Het kost bovendien vele verspilde werkuren als de opdracht niet wordt binnengehaald. Organisaties kopiëren elkaar verder met Battles, Awards en Challenges om nog een beetje hip en van deze tijd te lijken, maar geven met dit kuddegedrag vooral blijk van gebrek aan creativiteit en een enorme ideeënarmoede. En dan nog alle mensen die zichzelf presenteren als changemaker, partnership broker, innovatiemanager of bridgebuilder: zij worden op een bijna kinderlijk naïeve manier binnengehaald als de nieuwe herder die de organisatie naar grazige weiden moet leiden (psalm 23), maar als je wat dieper met deze types doorpraat blijken het niet zelden praatjesmakers te zijn die gebakken lucht of oude wijn in nieuwe zakken verkopen.

 

Strategie

Welke strategie zou de ontwikkelingssector dan wél moeten kiezen? Ik heb daar in alle bescheidenheid wel een aantal ideeën over. De komende verkiezingen in Nederland zullen, denk ik, meer dan ooit een strijd worden tussen de positieve en negatieve krachten in onze samenleving. Ik vind dat ontwikkelingsorganisaties er niet meer aan ontkomen om hun stem te laten horen in het Nederlandse debat. Je moet je serieus afvragen of het nog wel geloofwaardig is om alleen projecten en organisaties in het Zuiden te steunen, terwijl politici als Halbe Zijlstra en Geert Wilders in Nederland uitspraken over vluchtelingen doen die regelrecht indruisen tegen de kernwaarden van ontwikkelingsorganisaties; en Jeroen Dijsselbloem de Griekse bevolking in een neo-liberaal keurslijf perst dat grote gevolgen heeft voor de sociale structuur van de samenleving aldaar. Het handelen van dit type politici vraagt om kleur bekennen en een krachtige tegenstem.

Zou het niet een idee zijn als de Nederlandse ontwikkelingsorganisaties vanaf nu gezamenlijk campagne gaan voeren voor de positieve krachten in onze samenleving en zo meehelpen te voorkomen dat politici die vijandig staan ten opzichte van tolerantie en mondiale samenwerking, of die vol inzetten op een nietsontziend mondiaal neo-liberaal beleid, straks vrij spel krijgen na de verkiezingen?

Samen beschikken organisaties als OxfamNovib, Cordaid, ICCO/KerkinActie, Woord en Daad,  Plan, Terre des Hommes, het Liliane Fonds en talloze anderen over een enorme en ook betrokken achterban. Meestal wordt daar alleen maar een beroep op gedaan als donateur.

Is het niet een idee om deze mensen nu eens als activist te benaderen? Als campaigner voor een betere wereld en het versterken van de positieve krachten in Nederland. Samen zouden deze organisaties vele duizenden mensen kunnen mobiliseren die een positieve boodschap weer kunnen helpen mee verspreiden in hun eigen omgeving. Uit de twee rapporten die net verschenen zijn weten we dat we in ieder geval veel meer steun in de samenleving hebben dan we wellicht denken. De zwijgende meerderheid staat aan onze kant en we staan er beter voor in de peilingen dan we dachten. Het is tijd voor een krachtige tegenstem en campagne voor mondiale solidariteit. Wereldburgers der Nederlanden, verenigt u!

 

Marc Broere

Marc Broere is hoofdredacteur van Vice Versa. Daarnaast is hij auteur van een aantal boeken waaronder De Bewogen Beweging -50 jaar mondiale solidariteit (met Hans Beereends), Berichten over Armoede -een journalistieke kijk op ontwikkelingssamenwerking, en Minder Hypes, Meer Hippocrates -een positieve injectie voor de ontwikkelingssector (met Ellen Mangnus).

Het Raadsel van de ander

Door Vice Versa | 08 oktober 2019

In de nieuwe Vice Versa die komend weekend verschijnt staat ‘de ander’ centraal en zoeken we naar een nieuw, progressief narratief. Angst voor de ander kun je alleen bestrijden met menselijke verhalen, schrijven Ayaan Abukar en Marc Broere.

Lees artikel

Bouwstenen voor een nieuw Latijns-Amerika beleid

Door Vice Versa | 01 oktober 2019

Hoewel Latijns-Amerika al een tijd verdwenen is uit de spotlichten van de Nederlandse politiek, hebben we meer met elkaar te maken dan we denken. Is het niet tijd voor een nieuw en actief Latijns-Amerika beleid? Op maandagmiddag 14 oktober gaan we hierover in Den Haag tijdens de bijeenkomst ‘Het Koninkrijk en zijn buren’ in gesprek met experts en politici.

Lees artikel

Amsterdam ontmoet Mogadishu

Door Lizan Nijkrake | 28 september 2019

Daily Paper, het Amsterdamse straatmodemerk, maakte een collectie T-shirts met tekeningen van voormalige kindsoldaten in Somalië. Wat begon als een klein project voor het Elman Peace Center, leidde dankzij sociale media tot iets groters: fotografen en filmmakers, muzikanten en klanten bieden hun hulp aan. ‘Jonge mensen zijn vaak zó idealistisch, ze willen betrokken blijven.’ Een profiel.

Lees artikel