‘Buitenlandse regimes voeren druk op in Nederland’

_mg_0367groepsfoto-1

Twee medewerkers van Amnesty International worden door de politie aangehouden tijdens een protest bij de Russische ambassade in Den Haag.

 

 

 

 

 

 

 

Wereldwijd worden ngo’s en hun medewerkers steeds vaker tegengewerkt door overheden in binnen- en buitenland. Nederlandse ngo’s waarschuwen: ook zij staan steeds meer onder druk.

Door Eva Huson

Potdicht zitten de deuren van het Haagse kantoor van Amnesty International. Net als de burelen van drie andere ngo’s die vanuit de hofstad samenwerken met het Internationaal Strafhof. Hoe dat kan heeft alles te maken met de Zweeds-Jordaanse juriste Nada Kiswanson, die onlangs in NRC Handelsblad aan de bel trok: ze wordt bedreigd op Nederlandse bodem.

De 31-jarige Kiswanson werkt in Den Haag voor het door Nederland gesubsidieerde Al-Haq, een Palestijnse mensenrechtenorganisatie die het Strafhof helpt met het vooronderzoek naar mogelijke oorlogsmisdrijven van Israël in de Palestijnse gebieden. Wat begon met rare telefoontjes werden later doodsbedreigingen. Wat Kiswanson ook probeert – van beveiligde telefoons tot tijdelijk onderduiken in het buitenland – de bedreigingen blijven de Al-Haq medewerker achtervolgen. Hier moet een professionele geheime dienst achter zitten, stelt Kiswanson in NRC: de Israëlische inlichtingendienst Mossad.

Wanneer de Nederlandse autoriteiten in eerste instantie laconiek reageren, springt een senior-medewerker van het Haagse Amnesty-kantoor bij en agendeert de zaak bij de Nederlandse overheidsinstanties. Dan gebeurt er iets vreemds. Kiswanson ontvangt plots bedreigingen vanaf het Haagse Amnesty-account. Een hack. Amnesty International sluit direct haar kantoor. Drie andere organisaties volgen hun voorbeeld. De hoofdstad van internationale vrede en veiligheid waant zich niet langer veilig.

 

Steeds meer signalen
Voor Amnesty International is deze hack de eerste gedocumenteerde bedreiging op Nederlandse bodem. Maar het laatste rapport van de internationale alliantie CIVICUS leert dat de Kiswanson-affaire niet op zichzelf staat. Wereldwijd werken regeringen ngo’s en hun medewerkers steeds vaker tegen. In de afgelopen 3 jaar zijn in zestig landen wetten voorgesteld of aangenomen die de speelruimte van ngo’s inperken. De meeste zijn gericht op de vrijheid van vergadering of de financiering van maatschappelijke organisaties.

Dat geldt ook in toenemende mate voor Nederland, laat Partos, de branchevereniging voor ontwikkelingsorganisaties, weten aan Vice Versa. Over het algemeen scoort Nederland hoog op de internationale lijstjes voor vrijheid: het is één van de veiligste landen voor civil society. Juist om die reden koos milieuorganisatie Greenpeace ervoor om de TTIP leaks hier, op Nederlandse bodem, te lanceren. Maar ook het sterke weefsel van een volwassen democratie vraagt om oplettendheid. Dat blijkt ook uit de signalen die Partos ontvangt van haar leden: ook in Nederland staan vrijheden van maatschappelijke organisaties meer onder de druk. ‘De grootste zorg van onze leden gaat naar de beperkende ruimte en toenemende onveiligheid van hun partnerorganisaties in het buitenland. Maar ook ontwikkelingsorganisaties in Nederland hebben te maken met meer opgelegde beperkingen’, zegt Partos-medewerker Anne-Marie Heemskerk.

 

Lange armen

De branchevereniging krijgt onder meer signalen over de zo genaamde ‘lange armen’ van oppressieve regimes als Turkije en Eritrea. ‘Een zorgelijke trend’, zegt Heemskerk. ‘Het gaat om buitenlandse mogendheden die vanwege onwelgevallige uitspraken of acties mensenrechtenactivisten of maatschappelijke organisaties intimideren op Nederlands grondgebied.’

Vredesorganisatie Pax onderschrijft dat: ‘We merken dat buitenlandse regeringen – soms via tussenpersonen – op Nederlands grondgebied steeds meer in de aanval gaan tegen individuen en organisaties die zich kritisch uitlaten over een dergelijke regering’, mailt Pax desgevraagd. Volgens de organisatie gaat het met name om ‘bij voorbaat kansloze klachten- of integriteitsprocedures’ die buitenlandse regeringen aanspannen en ngo’s afhouden van hun eigenlijke werk. Eveneens ondervindt de ngo last van de “lange armen” van buitenlandse regeringen via diaspora-invloeden. Om welke buitenlandse regering(en) het gaat, laat Pax in het midden om ‘een stortvloed aan e-mails, brieven en procedures’ te voorkomen. Wel schrijft de organisatie: ‘Kennelijk is het Nederlandse middenveld zo volwassen en invloedrijk geworden dat “machtige regeringen” zich gedwongen voelen daar iets tegen te doen.’

 

Wake-up call
Ook de Haagse Kiswanson-zaak is volgens Partos een typisch voorbeeld van een “lange arm”. Heemskerk: ‘In dit geval gaat het vermoedelijk om acties van de Israëlische geheime dienst. Dit is een zeer kwalijke zaak waarop het kabinet actie zou moeten ondernemen.’ Tegen Associated Press zegt de woordvoerder van Israëls minister voor Buitenlandse Zaken Emmanuel Nahshon: ‘We reageren niet op zulke absurde beschuldigingen.’

Of de bedreiging aan het Haagse adres van Amnesty International ook uit het buitenland komt, zoals Kiswanson in NRC zei, wil de organisatie niet zeggen. ‘Daar hebben we nog geen bewijzen voor’, aldus de woordvoerder. Wel noemt de organisatie de zaak een ‘wake-up call’ voor de autoriteiten die ‘in eerste instantie te traag reageerden’. De mensenrechtenorganisatie pleit voor een centraal aanspreekpunt voor bedreigde mensenrechtenverdedigers in Nederland. Gesprekken hierover zijn momenteel gaande met het ministerie van Buitenlandse Zaken en het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Het kabinet noemt de intimidaties aan het adres van de Haagse ngo-medewerkers ‘onaanvaardbaar’ en ‘zeer verontrustend’. De twee ministeries werken aan ‘een transparant stappenplan’ voor bedreigde ngo’s en ze organiseren in oktober ‘een briefing met veiligheidstips van het Openbaar Ministerie en de politie’. Of de mogelijke betrokkenheid van de Israëlische regering doet het kabinet geen uitspraken in verband met het lopende strafrechtelijk onderzoek naar de zaak.

 

Van eenmansdemonstratie tot hackende overheid
Maar de tegenwerking van ngo’s op Nederlandse bodem is niet enkel afkomstig uit het buitenland. Ook onze eigen overheid begrenst de speelruimte. In sommige gevallen gaat het om subtiele, veelal onbedoelde, aanvallen op ngo’s en hun medewerkers.

Amnesty International waarschuwt bijvoorbeeld dat het recht op eenmansdemonstraties ‘vaak wordt geschonden’. De mensenrechtenorganisatie krijgt zowel van eigen medewerkers als zelfstandig opererende activisten signalen over onrechtmatige aanhoudingen en arrestaties. De Nationale Ombudsman bevestigde in 2006 dat je voor een eenmansacties geen vergunning nodig hebt, maar uit een evaluatie van ministerie van Binnenlandse Zaken blijkt dat politieagenten die kennis niet altijd paraat hebben. Dat kan serieuze gevolgen hebben. Zo werden in 2014 medewerkers van Amnesty International door de politie aangehouden tijdens een eenmansprotest bij de Russische ambassade in Den Haag. De zaak tegen een van de medewerkers loopt nog altijd.

Ook geven verschillende hulporganisaties aan de dupe te zijn van strenge anti-terrorismewetgeving. Verscherpt financieel toezicht op subsidieorganisaties en ‘zwarte lijsten’ bemoeilijken betalingen aan partnerorganisaties in het buitenland. In het bijzonder maken de ngo’s zich zorgen over het pas uitgelekte geheime wetsvoorstel voor de Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Daarin staat dat de overheid plannen heeft voor het grootschalig aftappen van internetverkeer. Datacentra die onder andere e-mail en telefoontjes verwerken worden straks structureel in de gaten gehouden. Deze wet leidt ‘tot onaanvaardbare risico’s’ en is voor ngo’s die zich inzetten voor vrede, mensenrechten en vrije media ‘ronduit gevaarlijk’, schrijft Pax-directeur Jan Gruijters op zijn website. Want de Nederlandse overheid zou via deze wet de bevoegdheid krijgen om in te breken in de systemen van ngo’s. Zorgvuldig opgebouwde vertrouwensrelaties met bewapende groeperingen en activisten komen zo mogelijk in gevaar. Gruijters: ‘Als vredesorganisatie komt het voor dat we achter de schermen een bemiddelende rol spelen en contacten hebben met gewapende groepen die op de anti-terreur lijst staan. Via de nieuwe wet kan de overheid ons straks dwingen contactgegevens van dergelijke groepen prijs te geven. Daarmee vervliegen ook kansen op dialoog of zelfs vredesakkoorden.’

Het geheime wetsvoorstel past in de wereldwijde trend die het CIVICUS-rapport (pdf) aankaart: onder de vlag van nationale veiligheid grijpen landen wereldwijd naar antiterreurmaatregelen die de ruimte voor activisme indammen. ‘Dat is een ontwikkeling die om grote waakzaamheid vraagt’, zegt Partos. ‘Zeker in een politiek instabiel en polariserend klimaat – denk aan terreurdreiging, angst en de roep om veiligheid – kan dit zeer snel doorslaan.’

 

BDS-motie

Naast zorgen over wat er achter de schermen gebeurt, kijken ngo’s ook met argusogen naar een ontwikkeling op het politieke toneel: Kamerleden die openlijk pleiten voor het stopzetten van lopende ngo-financiering uit louter politieke redenen. In de afgelopen jaren is dat al meerdere voorgekomen (zie kader)

Een spraakmakende kwestie is momenteel de BDS-motie, die op de valreep van het zomerreces is aangenomen. BDS – ‘boycot, desinvesteren en sancties’ – is een internationale beweging van pro-Palestijnse activisten en organisaties die druk uitoefenen op bedrijven en overheden die samenwerken met Israëlische nederzettingen in de Palestijnse Gebieden. In Nederland lukten het BDS-activisten om onder meer de samenwerking tussen pensioenfonds PGGM en vijf Israëlische banken een halt toe te roepen. Ook waterbedrijf Vitens trok zich onder druk van BDS terug uit een Israëlisch project.

De Israëlische regering bestempelt BDS-activisme als ‘antisemitisch’ en is een internationale anti-BDS-lobby begonnen. Met succes. Na Canada, Frankrijk en Engeland, is nu ook in Nederland een motie aangenomen die het direct en indirect financieren van BDS-organisaties met Nederlands geld onmogelijk moet maken. Hoe minister Koenders (Buitenlandse Zaken) deze motie invulling gaat geven en welke invloed dit zal hebben op Nederlandse BDS-organisaties, is vooralsnog onduidelijk. De Kamerbrief over de uitvoering van de motie stelt summier dat ‘het kabinet de strikte lijn zal hanteren dat het geen activiteiten financiert die BDS tegen Israël propageren’. De Tweede Kamer heeft hierover schriftelijk vragen gesteld.

Op het bureau van buitenlandminister Koenders ligt al een bezorgde brief van Partos met daarin de oproep afstand te nemen van wat de branchevereniging ziet als ‘een inperking is van de Nederlandse civic space’. Ook bij vredesorganisatie Pax, die zelf geen BDS-organisaties steunt, rinkelen de alarmbellen. ‘Het is een principiële kwestie omdat hier de fundamenteel onafhankelijke rol van het maatschappelijk middenveld in het geding is. De Kamer begeeft zich op een hellend vlak als zij zich uitspreekt over de politieke stellingnames die wel en niet geoorloofd zijn als je overheidsfinanciering krijgt. Dit maakt het middenveld tot speelbal van de politieke conjunctuur.’

 

‘Wie betaalt, bepaalt’

Dat vindt ook oud-Greenpeace directeur Sylvia Borren. Zij noemt de BDS-motie ‘een politieke fout’ en ‘een aanval op de rol van ngo’s en de democratische verhoudingen’. Borren, sinds deze maand met pensioen, maakte zich jarenlang hard voor de autonomie van Nederlandse organisaties en stelt dat de motie niet op zichzelf staat. Minister Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) krijgt veelal lof voor haar subsidieprogramma Samenspraak en Tegenspraak, waarin de waakhondfunctie van maatschappelijke organisaties centraal staat. Maar volgens Borren zit er een addertje onder het gras: sinds de afschaffing van het medefinancieringsstelsel in 2008 heeft de overheid een flinke vinger in de pap. ‘Voorheen evalueerde het ministerie heel kritisch, maar bemoeide ze zich niet met landen-, thema- of partnerkeuzes. Dat is nu anders. In het nieuwe tendersysteem bepaalt de minister strategisch meer dan de partners zelf in ontwikkelingslanden. Wie betaalt, bepaalt. Dat is voor mij een verkeerde opvatting over hoe het democratisch bestel en checks and balances maatschappelijk georganiseerd moeten worden.’

Dat Ploumen tegenspraak in haar subsidiekader omarmt, noemt Partos desgevraagd ‘moedig’ en ‘een erkenning’ van het Nederlandse maatschappelijk middenveld. Maar of dit daadwerkelijk leidt tot versterking van de Nederlandse luis in de pels, is nog maar de vraag. Onder Ploumen is de financiële speelruimte voor ngo’s flink gekrompen. Volgens het WRR-adviesrapport Minder pretentie, meer ambitie (pdf) zou dat de waakhondfunctie van Nederlandse ngo’s juist ten goede moeten komen. ‘Met name de ngo’s die overheidsfinanciering ontvangen, hebben steeds meer een verstatelijkt karakter gekregen. En terwijl de Nederlandse organisaties heel goed in staat zijn de Wereldbank of de Europese Unie te bekritiseren, is hun zelfstandige commentatorrol in Nederland zelf in de verdrukking geraakt: ze wagen het niet om hard te bijten in de hand die hen voedt. Dat gaat ten koste van het noodzakelijke publieke en politieke debat over hulp en vermindert de kwaliteit van het beleid. Nederland ziet graag dat er in ontwikkelingslanden waakhonden zijn, maar die rol past evengoed in eigen land: ook de Nederlandse overheid moet worden bewaakt en gevoed met nieuwe ideeën’, schrijft de Raad.

Ploumens nieuwe subsidiekader volgt duidelijk deze lijn: het stimuleert ngo’s hun tanden te laten zien en dwingt hen financiën elders te zoeken en te diversifiëren. Maar welk verdienmodel nou echt bij de Nederlandse waakhond past, lijkt nu – zes jaar na het verschijnen van het rapport – nog niet beantwoord. Al lijkt Partos-directeur Bart Romijn het mogelijke antwoord zelf te geven in een recent interview met Vice Versa: ‘Ik zie in Nederland steeds minder “corrigerende ngo’s”. Er zijn veel ngo’s die de kant van sociale ondernemingen opgaan. Dat is zorgelijk, want zonder corrigerende macht maak je per definitie grotere fouten.’

 

Kader
Hoewel de BDS-motie nieuw is, dreigde het Nederlandse parlement in de laatste tien jaar meerdere malen lopende projectfinanciering van een maatschappelijke organisatie stop te zetten:

  • In 2008 stelde het CDA, met bijval van de VVD, dat organisaties als Greenpeace en Milieudefensie niet langer subsidie zouden moeten ontvangen. ‘Organisaties die zich niet constructief opstellen en de principes van de rechtsstaat aan hun laars lappen, mogen wat ons betreft dan ook geen subsidie ontvangen’, zei CDA-Kamerlid Jan ten Hoopen in dit Kamerdebat (pdf). Aanleiding was onder meer een Greenpeace-actie waarbij betonblokken op de zeebodem het gebruik van sleepnetten verhinderden.
  • In 2011 dreigde toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal de subsidie voor ontwikkelingsorganisatie ICCO te blokkeren als het weigerde de samenwerking met The Electronic Intifada stop te zetten.
  • In 2015 vroeg VVD-Kamerlid Joost Taverne zich tijdens het Kamerdebat over maatschappelijke organisaties hardop af: ‘Waarom financieren we ngo’s die zich actief tegen Nederlands overheidsbeleid inzetten, zoals SOMO die strijdt tegen TTIP? De minister mag zich graag hard maken voor beleidscoherentie, maar hier is sprake van incoherentie.’