Door:
Ayaan Abukar

19 september 2016

Tags

©Tony Carr

©Tony Carr

Maatschappelijke organisaties luiden de noodklok; de maatschappelijke ruimte werd de afgelopen jaren overal ter wereld drastisch ingeperkt. Onder het mom van nationale veiligheid en anti-terreur werd de vrijheid van meningsuiting onder druk gezet en organisaties en activisten die kritiek uitten, kregen te maken met misbruik en geweld.

Zes van de zeven mensen woont in een land waar de maatschappelijke ruimte de afgelopen jaren ernstig werd ingeperkt, stelt CIVICUS, een internationale alliantie van maatschappelijke organisaties in haar nieuwste State of Civil Society report. De maatschappelijke ruimte werd het sterkst ingeperkt in Afrika en het Midden-Oosten, maar dezelfde trend was zichtbaar in alle andere delen van de wereld. ‘Sinds de aanslagen van 11 september 2001 zien we dat veel landen het minder nauw nemen met het nakomen van de mensenrechten’, zegt Mandeep Tiwana, directeur Beleid en Onderzoek bij CIVICUS. Ook leidde de Arabische Lente die in 2011 begon tot repressie van autoritaire overheden die bang waren om hun macht te verliezen.

Waarom krimpt de maatschappelijke ruimte?

Cruciaal voor een goed functionerend maatschappelijk middenveld zijn drie fundamentele rechten: De vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering. Samen vormen zij de basis voor civic space, ofwel de maatschappelijke ruimte. In 109 landen werd tenminste één van deze rechten in 2015 aan banden gelegd. Hierdoor verloor het maatschappelijk middenveld aan kracht. Volgens Tiwana zijn er drie kernoorzaken voor inperking van de maatschappelijke ruimte. Ten eerste lopen de democratische vrijheden wereldwijd al voor het negende opeenvolgende jaar terug, zo blijkt uit een rapport van Freedom House. Maatschappelijke organisaties die de verwevenheid en toenemende macht van politieke en economische elites aan de kaak stellen werden beteugeld. Ten tweede leidde beleid gericht op het bevorderen van nationale veiligheid en de anti-terreur tot verkleining van de maatschappelijke ruimte. Als laatste leidt religieus en ideologisch extremisme tot inperking van de ruimte voor andersdenkenden. Daarnaast signaleert CIVICUS in de internationale gemeenschap een afname van de druk om mensenrechten na te leven, waardoor een cultuur van straffeloosheid ontstaat.

Terwijl Europese staten zichzelf presenteren als volwassen voorbeelddemocratieën en het maatschappelijk middenveld in de rest van de wereld ondersteunen met ontwikkelingsgeld, wijst CIVICUS op de subtiele wijze naar de wijze waarop ook civic space in de EU wordt ingeperkt. De ruk naar rechts die veel Europese regeringen de afgelopen jaren maakten, leidde niet alleen tot slinkende ontwikkelingsbudgetten die voor een steeds kleiner deel naar maatschappelijke organisaties gaan, maar zette ook de relatie met het maatschappelijk middenveld in eigen land onder druk. Zo werd in Groot-Brittannië vorig jaar een nieuwe wet voorgesteld die telefoon- en internetmaatschappijen verplicht om data over het internetgebruik van al hun klanten een jaar lang op te slaan en in Frankrijk was het onder de maandenlang voortdurende noodtoestand, die werd afgekondigd na de aanslagen in Parijs in november, niet mogelijk om te demonstreren. Polen en Hongarije namen na de terroristische aanslagen in Brussel repressieve antiterrorisme-wetten, die door kritische maatschappelijke organisaties worden gezien als dekmantel om dissidenten te kunnen controleren.

Hoe wordt het maatschappelijk middenveld beteugeld?

De reden voor restrictie van de maatschappelijke ruimte hangt af van de politieke context, zegt Chris van der Borgh, onderzoeker aan het Centre for Conflict Studies aan de Universiteit van Utrecht. In autoritaire staten bijvoorbeeld stelt de overheid zeer duidelijke grenzen en wordt tegenspraak niet geduld. En er zijn ook staten die te zwak zijn om eigen grondgebied en bevolking te controleren of te beschermen en een rechtsstaat te handhaven. In deze omstandigheden krijgen andere actoren ruim baan om de regels te bepalen en kan het maatschappelijk middenveld geen aanspraak op haar rechten doen omdat de overheid te zwak is.

In het boek ‘NGOs under pressure in partial democracies’ onderscheiden Van der Borgh en medeauteur Carolijn Terwindt vijf manieren waarop de ruimte voor NGOs wordt ingeperkt in Honduras, Guatemala, Indonesië en de Filipijnen. De zwaarste vorm bestaat uit keiharde fysieke repressie, waaronder moord. Daarnaast maakten staten gebruik van criminele vervolging via wet- en regelgeving en leggen ze administratieve restricties en ad hoc maatregelen op waardoor het voor maatschappelijke organisaties moeilijk wordt om te werken. Vaak begint inperking met stigmatisering via bijvoorbeeld de staatsmedia, waardoor langzaam een steeds negatiever beeld ontstaat van bepaalde groepen in de samenleving. De laatste vorm van inperking waar Van der Borgh over schrijft is het verdwijnen van verschillende mogelijkheden tot politieke participatie.

Geweld en intimidatie in de grondstoffensector

Maatschappelijke organisaties, activisten en journalisten die kritiek leverden op corruptie, de concentratie van politieke en economische macht en slecht bestuur kregen het vaakst te maken met de zwaarste vormen van fysieke repressie, intimidatie en geweld. Vooral organisaties, activisten en journalisten die streden tegen nationale bedrijven en multinationals gelinkt aan de politieke en economische elite in de grondstoffen- en agrarische sector waren kwetsbaar. Volgens Global Witness was 2015 het meest dodelijke jaar ooit voor milieuactivisten. 185 mensen werden vermoord, een toename van 59% ten opzichte van het voorgaande jaar. Het past in een stijgende lijn die zich al jaren laat zien, tussen 2004 en 2012 verdriedubbelde het aantal moorden op milieuactivisten. Met name in Zuid-Amerika (Brazilië, Colombia en Honduras) en in Zuid-Oost Azië (Filipijnen) werden veel verdedigers van landrechten en milieu vermoord.

In zijn rapport ‘Assembly and Association Rights In The Context Of Natural Resource Exploitation’ erkent speciaal VN rapporteur voor het recht op vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging Maina Kiai de kwetsbare positie van organisaties en activisten in de grondstoffensector, mijnbouw, grootschalige landbouw en industriële bosbouw. Ondanks de enorme impact van grondstoffenprojecten op het milieu en de leefomstandigheden van de lokale bevolking, zijn besluitvormingsprocessen vaak totaal ondoorzichtig. Kiai wijst op het gebrek aan erkenning van traditioneel eigendom in nationale wetgeving en het veel voorkomende misbruik van de meest kwetsbare en uitgesloten gemeenschappen en organisaties. In veel gevallen wordt de bevolking onvoldoende geraadpleegd, waardoor protesten ontstaan. De politieke en economische elite die haar belangen in gevaar ziet komen slaat met harde hand terug. Daarbij krijgen activisten vaak het stigma anti-ontwikkeling te zijn, waardoor het voor hen moeilijk is om financiering, politieke steun en media-aandacht te krijgen. Schendingen van hun rechten komen daardoor vaak niet aan het licht en worden niet bestraft.

Misbruik van de war on terror

Aanvallen op het maatschappelijk middenveld worden steeds vaker gelegitimeerd als noodzakelijke maatregel voor de handhaving van de nationale veiligheid en de anti-terreur agenda. ‘Maatschappelijke organisaties moeten zich bijvoorbeeld verplicht registreren om te kunnen werken, waardoor ze allerlei beperkingen opgelegd krijgen, of ze mogen geen buitenlandse financiering ontvangen’, zegt Lia van Broekhoven, directeur van Human Security Collective, een organisatie die zich inzet voor de ruimte van het maatschappelijk middenveld binnen het internationale veiligheidsbeleid. ‘Organisaties die buitenlandse financiering ontvangen worden aangemerkt als gevaar voor de staatsveiligheid’, legt zij uit. Het bekendste voorbeeld vormt het Russisch maatschappelijk middenveld, waarbinnen organisaties die internationale financiering ontvangen afgeschilderd worden als vertegenwoordigers van buitenlandse machten. Maar ook Israël wil maatschappelijke organisaties die meer dan de helft van hun financiering uit het buitenland krijgen, verplichten om zich te registreren als buitenlandse organisatie. Daarmee maakt het Israëlisch parlement, de Knesset , het voor organisaties in Palestijnse gebieden bijna onmogelijk om te werken en mensenrechtenschendingen van Israëlische militairen en kolonisten aan de kaak te stellen.

Het Nederlandse parliament heeft voor de zomer een motie aangenomen waarin het kabinet wordt opgeroepen om te stoppen met de financiering van organisaties die sancties tegen Israël bepleiten vanwege de illegale nederzettingspolitiek van Israël.  ’De Tweede Kamer heeft hiermee de principiële vrijheid van het maatschappelijk middenveld opgeofferd’, aldus Jan Gruiters, directeur van PAX.

Maar het probleem van financiering voert nog veel verder. Volgens de invloedrijke internationale werkgroep Financial Action Task Force (FATF), die zich richt op het tegengaan van financiering voor terrorisme en witwassen zijn maatschappelijke organisaties kwetsbaar voor misbruik van financiers voor terrorisme. Om de risico’s te beperken weigert een toenemend aantal banken in de 190 landen die de FATF standaard hebben onderschreven maatschappelijke organisaties als klanten of willen ze hun transacties niet langer overmaken.

Onder het mom van nationale veiligheid voerden overheden ook tal van andere repressieve maatregelen door. ‘Vredesopbouworganisaties die zich richten op dialoog tussen strijdende partijen worden in autoritaire regimes vaak gezien als gevaar voor de staatsveiligheid om het simpele feit dat ze praten met terroristische groeperingen en komen zo zelf op zwarte lijsten te staan’, zegt Van Broekhoven. ‘Het is bijna onmogelijk om van zo’n lijst af te komen. De informatie op basis waarvan internationale terroristenlijsten worden samengesteld komt van veiligheidsdiensten en is niet openbaar. Onder druk van democratische overheden heeft de VN wel een ombudsman aangesteld die klachten hierover beoordeelt, maar die heeft ook niet het mandaat om alle zaken in behandeling te nemen.’ Een andere effectieve maatregel vormt stigmatisering van maatschappelijke organisaties als gevaar voor de nationale veiligheid via de staatsmedia, zoals nu in Turkije gebeurt.

Aan de andere kant erkennen ook meer autoritaire overheden steeds meer het belang van preventieve maatregelen, als deradicaliseringsprogramma’s. ‘In dat soort programma’s zijn maatschappelijke organisaties vaak onmisbaar’, zegt Van Broekhoven. ‘Ze worden in dat soort situaties wel geaccepteerd, maar alleen als ze instrumenteel zijn voor de anti-terrorisme agenda.’

Hoe kunnen maatschappelijke organisaties toch functioneren?

Ondersteuning van maatschappelijke organisaties van buitenaf moet allereerst gericht zijn op de drie fundamentele rechten van het maatschappelijk middenveld: vrijheid van meningsuiting, vergadering en vereniging , vindt Tiwana. Schendingen van deze rechten moeten beter in kaart gebracht worden. Zoals de voorbeelden uit Groot Brittannië, Frankrijk, Polen en Hongarije laten zien, kunnen Westerse landen zich niet meer beroepen op hun superioriteit op het gebied van universele rechten. Om de maatschappelijke ruimte wereldwijd toch te blijven ondersteunen en verbeteren zullen Westerse overheden een veel coherenter beleid moeten voeren, waarin niet alleen binnen het ontwikkelingsbeleid aandacht is voor maatschappelijke ruimte, maar ook binnen beleidsterreinen als veiligheid en justitie.

CIVICUS roept maatschappelijke organisaties zelf op om de waarde van het maatschappelijk middenveld en civic space beter uit te leggen, zodat de stigmatisering van activisten en maatschappelijke organisaties wordt doorbroken. Om dat te bereiken moeten organisaties uit verschillende hoeken beter met elkaar samenwerken. Ook Van Broekhoven adviseert maatschappelijke organisaties om zich te verenigen in internationale netwerken die zich inzetten voor het behoud van de maatschappelijke ruimte. ‘Ontwikkelingsorganisaties moeten breder kijken dan alleen het thema waar ze zich voor inzetten’, zegt zij. ‘Je ziet al steeds meer mensenrechtenorganisaties andere wegen zoeken en andere spelers benaderen om partners te blijven financieren.’ CIVICUS adviseert organisaties daarnaast om van binnenuit te werken aan verbetering van hun verantwoordelijkheid, transparantie en deskundigheid, zodat zij aanvallen van buitenaf beter kunnen pareren.

Bente Meindertsma

Bente studeerde Internationale Betrekkingen. Na haar studie werkte ze als Supply & Development Manager bij Max Havelaar. Haar interesse ligt bij internationale waardeketens, duurzame landbouw en klimaatverandering.

‘In Guatemala hebben politici altijd geld van het volk geroofd. Maar Morales rooft ook de rechtsstaat’

Door Marjolein van de Water | 14 januari 2019

Als hoofdaanklager van het Openbaar Ministerie ontrafelde Thelma Aldana samen met de Internationale Commissie tegen Straffeloosheid in Guatemala (CICIG) een reusachtig corruptieschandaal. Een hoogtepunt in de strijd tegen corruptie en een voorbeeld voor de regio. Maar de huidige president Morales besloot CICIG het land uit te zetten, terwijl Aldana vreest voor haar leven. ‘Wat er ook gebeurt de komende maanden, een ding is voorgoed veranderd: de corruptie is zichtbaar geworden. De beerput kan niet meer dicht.’

Lees artikel

Water als wondermiddel?

Door Sarah Haaij | 20 december 2018

Een slokje water drinken, de wc doortrekken, handen wassen; het is allemaal even vanzelfsprekend. Totdat je je een keer terugvindt in Nepal vlak na de aardbeving, op een plattelandsschool in Kirgizië of in de migratieregio van Burkina Faso, dan is schoon water een kwestie van (over)leven. In 2030 moet iedereen toegang tot drinkwater hebben. Wat is de weg erheen? Drie experts vertellen.

Lees artikel

 Wie al kwetsbaar is, wordt kwetsbaarder

Door Joris Tielens | 19 december 2018

Waterschaarste neemt toe en wordt almaar vaker gezien als veiligheidsprobleem. Maar de relatie tussen gebrek aan zoet water, klimaatverandering en conflict en migratie is complex, stellen deskundigen. Schaarste kan mensen ook bijeenbrengen. Zeker is: kwetsbare mensen worden het hardst erdoor getroffen. Wat valt eraan te doen, ook door Nederland?

Lees artikel