Door:
Ayaan Abukar

16 september 2016

Categorieën

Foto: Aya Chebbi

Foto: Aya Chebbi

Het Tunesische Dialoog Kwartet was er speciaal voor opgezet, en werd na afloop ook weer opgeheven, maar niet voordat ze een Nobelprijs voor de Vrede wonnen voor hun “beslissende contributie aan het creëren van een pluralistische democratie in Tunesië, in het kielzog van de Jasmijn Revolutie van 2011”. Hun succes liet zien dat tegenmacht ook bestaat uit vredige en inclusieve discussies tussen politiek en bevolking, gefaciliteerd door civiele organisaties. Wat was dit kwartet en hoe hebben ze een land op de rand van uiteenvallen weten te redden?

U herinnert zich nog vast de Arabische Lente, die de wereld opschudde in 2011. Het begon in Tunesië met de Jasmijn Revolutie, zo genoemd naar de nationale bloem van het land. Ongelukkig onder het regime van dictator Zine El Abidine Ben Ali besloot straatverkoper Mohammed Bouazizi zichzelf in brand te steken. Waarna een golf van verontwaardiging protest leidde tot een nationale protestreactie met heftige gevolgen voor het land. De vonk sloeg snel over in omringende landen en ook daar braken nationale revoluties uit, met burgeroorlogen in Syrië en Libië en ernstige politieke instabiliteit in Egypte tot gevolg.

We zijn inmiddels vijf jaar verder en Tunesië is, mede door alle ellende in andere Arabische landen, in het nieuws op de achtergrond geraakt. In Tunesië is namelijk iets gebeurd, waar andere landen niet in zijn geslaagd: het is voor het grootste deel gestabiliseerd. Nadat president Ben Ali in 2011 zijn biezen pakte en naar Saudi-Arabië vertrok, brak rumoer uit over wat de nieuw te volgen koers van het land. Verschillende ideële groepen zagen dit als hun kans om hun gedachten naar de voorgrond te brengen. Na een korte noodtoestand werd de islamitisch-fundamentalistische Ennahda-beweging de leidende politieke partij. Daarmee nam ze ook verantwoordelijk voor het opstellen van en nieuwe grondwet. (Radicaal) islamitische en seculaire groeperingen botsten over de inhoud hiervan. Angst voor een terugval naar een situatie van nationaal geweld nam toe nadat een paar felle critici van de overheid werden vermoord. Het leek een kwestie van tijd voordat de kersverse regering zou bezwijken onder de druk, maar toen betrad het Tunesische Dialoog Kwartet het podium en loodste het land naar kalmere wateren. Hoe kon een voorheen niet-bestaande groep de fragiele rust in Tunesië beschermen, en tegelijkertijd de islamitische en seculaire partijen tot een overeenkomst krijgen over de nieuwe grondwet en koers voor het land?

Alle hens aan dek

Hoewel Tunesië na de revolutie weliswaar haar dictator had verdreven, kwam daarvoor in de plaats een roerige samenleving die steeds verder polariseerde. De Ennahda-beweging kreeg als nieuwe regering de taak om een nieuwe grondwet op te maken, maar met een verdeelde bevolking werd het een lastige klus om de wensen van iedereen waar te kunnen maken. Ennahda begon langzaam uit de gratie te vallen bij de Tunesische bevolking toen het duidelijker werd dat de regering problemen had om haar taken uit te voeren. Er kwamen botsingen en de broze democratie in Tunesië dreigde uiteen te spatten na de moord op een aantal critici van de regering. Eén van deze criticasters was Mohammed Brahmi, een goede vriend van Houcine Abbassi, de leider van de werknemersvakbond UGTT (Union Générale Tunisienne du Travail), en Mokhtar Trafi, vicepresident van LTDH (La Ligue Tunisienne des droits de l’homme), de Tunesische Orde van Mensenrechten. De dag na de moord op Brahmi, riep Abbassi op tot een nationale staking en meer dan 75.000 leden brachten gehoor door hun werk stil te leggen. Dit gaf de hoop dat aanzienlijk deel van de bevolking nog bereid was om steun te verlenen bij het betwisten van het pad dat het land zou inslaan.

LTDH, UGTT, en de Tunesische Orde van Advocaten besloten dat de huidige situatie van Tunesië niet langer kon en sloten een verbond. Dit hadden ze al eerder gedaan, met als voornaamste voorbeeld de organisatie tegen voormalig dictator Ben Ali. Echter, het was duidelijk dat dit een veel lastigere situatie zou zijn dan voorheen: in plaats van het afzetten van één dictator moesten ze een versplinterde en wantrouwige samenleving proberen te repareren. Het trio had de hulp nodig van werkgevers vakbond Utica om een stabiel blok dat een meerderheid van de bevolking zou omvatten, ondanks spanningen die altijd aanwezig zijn tussen vakbonden voor werknemers en werkgevers. Voorgaande conflicten werden naar de achtergrond verplaatst, om volledig te concentreren op de taak.

Foto: Denis Bocquet

Foto: Denis Bocquet

Listen to the people
Zo ontstond het Kwartet voor Nationale Dialoog uit vier verschillende, reeds bestaande maatschappelijke netwerken. Dit waren de vereniging van werkgevers (Utica), de Tunesische Mensenrechten Organisatie, de Tunesische Orde van Advocaten, geleid door de nationale vakbond van werknemers, de UGTT.  Doordat de kennis van alle vier groepen werd samengebracht, ontstond een brede beweging die het vertrouwen kreeg van een groot deel van het publiek, iets dat niet onopgemerkt bleef bij het onpopulaire Ennahda. Want hoewel een sterke, verenigde groep was ontstaan die uitnodigde tot onderhandelingen, was Ennahda aanvankelijk sceptisch. Het kwartet bestond uit seculiere groepen, terwijl Ennahda-beweging voortkwam uit Islamitische overtuigingen. Dus, beredeneerde Ennahda, zouden overleggen bijzonder lastig worden aangezien de twee partijen compleet verschillende perspectieven zouden hebben. Deze mening veranderde snel nadat het kwartet een verenigd front liet zien in de vorm van protesten door het hele land. Tijdens deze protesten werd het duidelijk dat het kwartet niet hun seculaire ideologie vertegenwoordigde, maar het Tunesische volk.

Ondanks het feit dat ze uit verschillende hoeken kwamen, wilden beiden partijen het beste voor Tunesië, en zag ook Ennahda in dat spreken met het kwartet de beste stap zou zijn naar een stabiele toekomst. De gesprekken werden eindelijk geopend, en het kwartet deed waar het goed in was: onderhandelen. Een belangrijk en pijnlijk punt was de bekleding van de post van minister-president. Dat was op dat moment iemand van Ennahda, Ali Larayedh. Om het volk tevreden te stellen tot de aankomende verkiezingen, drong het kwartet erop dat Larayedh zou aftreden voor een interim minister-president om een breuk te maken met het oude, en te laten zien dat ook Ennahda bereid was opofferingen te maken voor een betere toekomst. Ennahda wilde echter de status quo behouden, en was bang de macht te verliezen als Larayedh het veld moest ruimen. Het leek een lastige opgave, maar het kwartet had al dusdanig veel goodwill gekweekt in de voorgaande maanden, dat Larayedh bereid was te luisteren. De discussie ging over en weer, tot het kwartet hun sterkste troefkaart inzette: als Ennahda krampachting zou vasthouden aan hun macht, waarom zouden mensen deze regering dan niet zien als een nieuwe uitvoering van de vorige dictatoriale regering van Ben Ali? Niemand, inclusief Ennahda, zag dit scenario zitten, en Larayedh besloot af te treden voor unaniem verkozen (en reeds minister van industrie in Layaredh’s kabinet) interim minister-president Mehdi Jooma. Onder zijn gezag verliepen de verkiezingen rustig en vreedzaam, en begon Tunesië aan het volgende hoofdstuk in een nieuwe democratie.

Geweldloos protest

De kracht van het kwartet was het geweldloos onder druk zetten van de overheid door hun volgers op te roepen tot demonstraties. Hierdoor werd de bevolking actief betrokken in het vormen van nationale politiek, en lieten ze tegelijkertijd zien aan de regering dat het volk een macht had om te vrezen, of om mee samen te werken. Ze openden de deur voor constructieve discussies tussen het volk en de politiek. Het succes van het dialoogkwartet was zonder precedent, en liet niet alleen zien dat islamitische en seculaire groepen samen konden werken onder één Tunesische identiteit, maar toont ook dat civiele organisaties een belangrijke rol spelen in het vredig oplossen van een complex conflict.  Dat bleek uiteindelijk een Nobelprijs-waardige prestatie.

Lys-Anne Sirks

Het Raadsel van de ander

Door Vice Versa | 08 oktober 2019

In de nieuwe Vice Versa die komend weekend verschijnt staat ‘de ander’ centraal en zoeken we naar een nieuw, progressief narratief. Angst voor de ander kun je alleen bestrijden met menselijke verhalen, schrijven Ayaan Abukar en Marc Broere.

Lees artikel

Bouwstenen voor een nieuw Latijns-Amerika beleid

Door Vice Versa | 01 oktober 2019

Hoewel Latijns-Amerika al een tijd verdwenen is uit de spotlichten van de Nederlandse politiek, hebben we meer met elkaar te maken dan we denken. Is het niet tijd voor een nieuw en actief Latijns-Amerika beleid? Op maandagmiddag 14 oktober gaan we hierover in Den Haag tijdens de bijeenkomst ‘Het Koninkrijk en zijn buren’ in gesprek met experts en politici.

Lees artikel

Amsterdam ontmoet Mogadishu

Door Lizan Nijkrake | 28 september 2019

Daily Paper, het Amsterdamse straatmodemerk, maakte een collectie T-shirts met tekeningen van voormalige kindsoldaten in Somalië. Wat begon als een klein project voor het Elman Peace Center, leidde dankzij sociale media tot iets groters: fotografen en filmmakers, muzikanten en klanten bieden hun hulp aan. ‘Jonge mensen zijn vaak zó idealistisch, ze willen betrokken blijven.’ Een profiel.

Lees artikel