‘Je hoeft de macht van burgers vooral niet te romantiseren’

16335926082_4e29b9c058_o-copy

Strassenstriche.net/Flickr

We voelen ons er een beetje ongemakkelijk bij, maar ook Pegida en de anti-AZC protesten horen bij de gelauwerde ‘macht van de burgers’. Samen met professor in de toegepaste sociale psychologie, Bert Klandermans (VU), kruipen we in de huid van de ‘rechtse demonstrant’. En we kijken of we vandaag de dag nog kunnen mobiliseren voor internationale solidariteit.

Auteur: Selma Zijlstra

Op het moment van het interview, heeft de rechtbank in Amsterdam net de zaak van Pegida-voorman Edwin Wagensveld uitgesteld. Die ochtend verscheen hij namelijk voor de rechtbank in een T-shirt met swastika’s en IS-logo’s. Waar komt dat protest van rechts tegenwoordig vandaan?

bertklandermans

Bert Klandermans

Op een klein werkkamertje aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, zijn we aan het juiste adres voor het antwoord op die vraag. Wie namelijk meer wil weten over protestbewegingen in Europa, moet bij professor Bert Klandermans zijn. De professor toegepaste sociale psychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam behoort tot de wereldtop in zijn vakgebied en heeft een indrukwekkende lijst publicaties op zijn naam staan over de sociale psychologie van protestbewegingen. In 2014 kreeg hij als eerste niet-Amerikaan de prestigieuze McCarthy Award uitgereikt van het Centre for the Study of Social Movements van University of Notre Dame (Indiana, Verenigde Staten) wegens zijn invloedrijke werk op het gebied van sociale bewegingen. Zelf heeft hij wel eens op een blauwe maandag bij een kruisrakkettendemonstratie gestaan, maar zijn interesse in protest is vooral academisch van aard.

Nadat we maandag lazen over de positieve kracht van burgers, ben ik toch vooral benieuwd naar die, in onze ogen, minder fijne kant van protest. Neem Pegida. Een nieuwe verschijning op het protesttoneel, volgens Klandermans. Sinds de veertig jaar dat de wetenschapper zich in het onderwerp heeft verdiept, is protest namelijk vooral links geweest. Klandermans: ‘Dat wil niet zeggen dat er geen rechts georiënteerde mensen waren, maar die protesteerden niet. Die sloten zich eventueel aan bij een politieke partij.’ Dat is in de laatste duidelijk twintig jaar veranderd. Klandermans: ‘Je ziet nu veel meer demonstraties die rechts zijn.’

Komt protest dus tegenwoordig van rechts?

‘Dat zou ik niet willen beweren. Uit een groot demonstratieonderzoek dat wij van 2009 tot 2012 hielden in acht verschillende landen, bleek dat negentig procent van de mensen die onze vragenlijsten invulden behoorlijk links waren. Dat is denk ik zo gebleven. Tot nu toe zie je op grote schaal nog geen actieve extreem rechtse beweging. Er is wel een belangrijke extreem rechts politieke stroming, en daar stemmen mensen ook op. De demonstraties zijn vaak wel heftiger, en daarom kun je die indruk krijgen.’

‘Desondanks ontwikkelt het rechtse protest zich. Op dit moment doe ik een groot onderzoek in negen landen over hoe mensen de politiek proberen te beïnvloeden en waarom ze dat doen. Er was een tijd dat, als je aan mensen vroeg hoe ze de politiek beïnvloedden, “stemmen” het enige antwoord was dat bij ze opkwam. Alleen aan de linkerkant van het politieke spectrum zag je movement politics, oftewel, politieke beïnvloeding via demonstraties. Dat is dramatisch veranderd. Het percentage mensen dat zich actief met partijpolitiek bemoeit, is afgenomen en movement politics is belangrijker geworden. Ook voor rechts.’

Hoe verklaar je die opkomst?

 ‘Die moet je voor een groot deel zoeken in kloof tussen burger en politiek. Verkiezingen zijn eens in de vier jaar. Mensen die zich ergens boos over maken of verontwaardigd zijn, gaan niet wachten tot er over vier jaar weer een verkiezing is. Die gaan zich organiseren en een beweging opzetten. Dat is altijd al zo geweest, maar het aantal mensen dat verontwaardigd is, is toegenomen.’

‘De opkomst van rechtse protestbewegingen valt ook voor een groot deel samen met de vluchtelingencrisis. Op dit moment doen we onderzoek in verschillende gemeentes in Nederland waarbij in de ene gemeente wel, en in de andere gemeente niet wordt geprotesteerd tegen de komst van asielzoekerscentra. We proberen te begrijpen waarom dat zo is. Dat heeft alles te maken met hoe een en ander wordt voorbereid en gepresenteerd. Vaak gaat het mis door politiek gestuntel. Je moet niet een inspraakavond beleggen, terwijl de plannen toch al vaststaan. Dan worden mensen boos, als ze het al niet waren.’

Waar komt die woede tegenover een kwetsbare groep, vluchtelingen, vandaan?

‘Mensen voelen zich bedreigd. Dat is voor een deel echt onzin, maar het gevoel kan heel echt zijn. Incidenten zoals in Keulen zijn natuurlijk fataal voor mensen die toch al beducht zijn. Die bedreiging kan ook subtieler zijn. Jonge mensen die ik ken wachten al vier jaar op een huis, en zeggen ook wel eens: “Die vluchtelingen krijgen meteen een huis.” Protest begint altijd met grieven. Dat vuurtje kan opgestookt worden door politieke entrepreneurs zoals Wilders. Die zijn op invloed uit en maken gebruik van de verontrusting die op zichzelf reëel is. Het kenmerkende van radicaal populistische partijen is dat ze vervolgens eenvoudige oplossingen bieden, die niet eens mogelijk zijn.’

De protesten hebben wel effect: er zijn daadwerkelijk AZC’s niet gekomen.

‘Er zijn inderdaad gemeentes geweest die op grond van de protesten besloten hebben geen AZC toe te laten, of in elk geval niet in de omvang waarin het aanvankelijk gepland was. Over het algemeen is het effect van demonstraties groter dan dat je zou denken. Dertig procent van alle protesten heeft op de een of andere manier effect. Er wordt in het parlement over gedebatteerd, er worden Kamervragen gesteld, of de media kunnen er aandacht aan geven. Een maatregel kan niet doorgaan of wordt nog eens tegen het licht gehouden.’

Nog even terug naar het aantal demonstraties in het algemeen. We concludeerden dat er meer rechtse protesten zijn, maar wordt er nu over het algemeen meer of minder geprotesteerd?

 ‘Als we kijken naar heel Europa, laten de statistieken net zoveel demonstraties zien als in de jaren ’60 en ’68, toen er een enorme piek was.’

Ik dacht mijn interview te beginnen met de vraag: “Waarom wordt er tegenwoordig nog zo weinig geprotesteerd?” Dat klopt dus niet. Of ben ik de enige die die indruk heeft?

‘In Nederland wordt er sowieso niet heel veel gedemonstreerd. In Frankrijk zijn in één weekend meer demonstraties dan in Nederland in een heel jaar. Dat heeft – behalve met bevolkingsomvang – te maken met hoe de politiek in een land werkt. In Nederland is het relatief gemakkelijk om contact te krijgen met een minister of hoge ambtenaar. Het politieke systeem is open. Bovendien blijkt uit onderzoek dat in Nederland het vertrouwen in instellingen als de regering, het parlement, of de rechtsspraak relatief hoog is – wat overigens wel gedaald is de laatste jaren. Daarnaast komt die huidige piek in demonstraties voor een deel door de statistieken: er zitten ook allerlei hele kleine demonstraties tussen omdat mensen die willen demonstreren zich altijd moeten melden bij de politie.’

‘Waar jij op doelt zijn de grote demonstraties zoals in de jaren ’80 tegen de kruisrakketten, waar 500.000 mensen naartoe kwamen. De laatste grote demonstratie is Irak, en daarna zijn er grote demonstraties geweest toen er allerlei bezuinigingsmaatregelen kwamen vanwege de financiële crisis. Dat waren zowel mensen die direct werden getroffen, als mensen die zich afzetten tegen de manier van politiek bedrijven, zoals Occupy en de Indignados. Het verschil met vroeger is dus minder groot dan gedacht wordt.’

Waar zijn de internationale solidariteitsbewegingen gebleven, zoals de anti-apartheidsbeweging? Mensen lijken niet meer op straat te gaan voor een internationale zaak.

 ‘Als je die internationale protesten goed van dichtbij bekijkt, dan zie je dat heel veel van die global movements nationaler zijn dan je zou denken. In de Verenigde Staten waren de anti-apartheidsdemonstraties gericht op universiteiten of instellingen die investeerden in Zuid-Afrika. In Nederland was het gericht op de nationale overheid die banden had met Zuid-Afrika. Dat is ook logisch: je moet ergens naartoe kunnen. Je moet een target hebben, er moet een instantie zijn of instelling die je kunt aanspreken.’

‘Een uitzondering op de regel dat protesten lokaal gericht zijn, zijn de anti-globalisten. Dat was echt een internationale bewegingen die op de been kwam als hun tegenhangers als het IMF, de Wereldbank en de G7 of -8 samenkwam.’

De internationale bewegingen waren dus in feite lokaal gericht, en toch vond de mobilisatie plaats vanwege internationale solidariteit. Dan zou je nu toch prima een grote beweging op gang kunnen zetten tegenover belastingontwijking? Lokaal gericht op de Zuidas, maar internationaal verbonden.

 ‘Belastingontwijking is een lastige. Tot nu toe is er altijd van gezegd: het is niet verboden wat er gebeurt, maar erg netjes is het niet. Dat is een nogal ingewikkelde boodschap als je mensen op de been wilt krijgen. Je moet het dichter bij huis krijgen. Je moet bijvoorbeeld laten zien wat er met al dat geld gedaan zou kunnen worden. Over het algemeen denk ik dat internationale kwesties vaak te ver van mensen afstaan. We hebben in demonstraties zoals Occupy of de Gay Pride aan mensen gevraagd of ze zich verbonden voelden met de rest van de wereld, en dat was niet zo.’

‘Je kunt ook onderscheid maken tussen iets wat mensen wordt afgenomen en iets wat mensen wordt gegeven: emoties lopen hoger op als mensen iets wordt afgenomen, bijvoorbeeld waargenomen veiligheid, dan bij iets als verrijking van je cultuur. En daarnaast is het gemakkelijker om mensen te mobiliseren voor een protest tegen iets dat zij als hét probleem van de dag beschouwen. In het onderzoek dat we nu aan het doen zijn, vragen we wat mensen op het moment de drie belangrijkste problemen vinden. Dan komen vluchtelingen altijd op één.’

Toch lukte het te mobiliseren voor internationale solidariteit tijdens de Irakoorlog en Zuid-Afrika. Dat gaat tegen alle regels in: geen nationale zaak, niet iets wat mensen wordt afgenomen én niet iets wat mensen waarschijnlijk beschouwden als het probleem van de dag. Waarom?

‘Soms kan de verontwaardiging van mensen over iets zo groot zijn, dat je ze de straat op krijgt. Mensen kunnen namelijk wel sympathiseren met een zaak, maar dat betekent nog niet dat ze daadwerkelijk participeren. Zo deed in de jaren ’80 slechts vijf procent van de mensen die sympathiseerden met de vredesbeweging, daadwerkelijk mee aan activiteiten. In België was de verontwaardiging tegen Dutroux (die begin jaren ’90 zes meisjes jarenlang martelde en verkrachtte) zo groot, dat er slechts een aankondiging in de krant voor nodig was om tienduizenden mensen op de been te krijgen.’

‘Verontwaardiging speelde waarschijnlijk ook een rol bij demonstraties zoals de anti-apartheidsbeweging en de anti-Irakoorlog. Bij Irak hebben we in verschillende Europese landen onderzocht waar het verschil in de grootte van de demonstraties vandaan kwam. Wat bleek? Hoe verontwaardigder een bevolking in een bepaald land was over de Irakoorlog, hoe groter de deelname was. Een hoge verontwaardiging in combinatie met voldoende media-aandacht, brengt veel mensen op straat.’

Kun je dan ook de verontwaardiging vergroten van mensen als je slim mobiliseert, en iets een ‘probleem van de dag’ maakt? Net zoals Wilders dat doet op het gebied van immigranten, zou je dat als organisatie bijvoorbeeld ook kunnen doen tegenover banken die investeren in wapens die worden gebruikt in de Syrië-oorlog?

‘Als je dat actief en overtuigend doet, dan denk ik van wel. De Brexit is een mooi voorbeeld. Er is een relatief kleine groep mensen geweest die zich daarmee bezig hield, en die probeerde de Brexit campagne van de grond te krijgen. Waar Cameron zich in vergiste toen hij het referendum aankondigde, was dat er een enorme ergernis onder de Britse bevolking was over de politiek en Europa. Die campagne heeft daar slim op ingespeeld. Je kan dus als een relatief kleine groep op een slimme manier mobiliseren en interpreteren.’

We hadden het net over de kloof tussen politiek en burger als verklaring voor de opkomst van rechts. Is de linkse reactie daar tegenwoordig misschien op dat mensen meer gaan co-creëren?

 ‘Ja, je ziet dat mensen zich gaan terugtrekken uit de reguliere samenleving en hun eigen omgeving creëren. Guerilla gardening, bijvoorbeeld. Je hebt bewegingen die dat stimuleren, maar het is niet gemakkelijk dat grootschalig te maken.’

Burgerbewegingen framen we vooral als iets positiefs, omdat de geschiedenis laat zien dat het vaak tot progressieve verandering leidt. Gaan we hier straks van terugkomen, en hebben we het dan over de verrechtsing van de samenleving vanwege burgermobilisatie?

 ‘Veel grote protestbewegingen met grote gevolgen zijn in het verleden inderdaad links georiënteerd geweest. Verrechtsing is een vrij algemene term, maar wat er zeker gebeurt de laatste jaren, is dat sommige typisch rechtse issues salonfähig geworden zijn. De extreem rechtse politicus Janmaat is in de jaren negentig een aantal malen veroordeeld voor uitspraken waarvan we nu niet meer met onze ogen knipperen. Wat je nu mag hopen, is dat het de rechtse bewegingen niet lukt om op de golven van de vluchtelingencrisis de macht te krijgen en opeens allerlei andere dingen door gaan voeren waar we niet op zitten te wachten. Dat is recent van aard, maar er zijn in het verleden zeker rechtse omwentelingen geweest. Neem het fascisme in Duitsland, Italië en Spanje.’

Wat dat betreft hoef je de macht van burgers vooral niet te romantiseren.

‘Nee, zeker niet. De maatschappij hoeft er niet op vooruit te gaan.’

Waarom doen we dat dan wel?

‘Oorspronkelijk werd er helemaal niet positief gedaan over protest, onder meer vanwege die fascistische bewegingen. Toen kwam in de Verenigde Staten de Civil Rights Movement op, en de studenten- en vrouwenbeweging. Daar waren sociale wetenschappers zelf bij betrokken. Zij waren in toenemende mate ontevreden over de heersende theorieën over protestgedrag: zo irrationeel is dat blijkbaar niet. Je kreeg toen allerlei wetenschappelijke literatuur over progressief protestgedrag. Maar er waren natuurlijk ook nog steeds rechtse bewegingen. Wat ik altijd heel grappig heb gevonden, is dat toen dat irrationele weer opdook je zag dat rechtse bewegingen irrationeel werden gevonden, maar linkse rationeel. En die neiging bestaat nog steeds.’

 ‘Als je naar publicaties kijkt over protestbewegingen, dan zijn er relatief weinig studies naar extreem rechtse bewegingen gedaan. Wetenschappers die dat zouden moeten doen, voelen er zich ongemakkelijk bij. En dat is begrijpelijk. Toen ik onderzoek deed naar extreem rechts in de jaren ’90 was dat heel moeilijk. Terwijl ik denk dat we toch echt onderzoek moet doen naar rechtse bewegingen om te begrijpen waar ze vandaan komen.’

Meer weten over waarom mensen protesteren? Lees Klandermans’ publicatie: ‘The Social Psychology of Protest’

Over Bert Klandermans:

Bert Klandermans is professor in de toegepaste sociale psychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Zijn artikelen over sociale bewegingen staan in de topjournals van de wereld. Hij is redacteur van Social Movements, Protest and Contention, een prestigieuze boekserie van de University of Minnesota Press. Hij won de befaamde McCarthy prijs voor zijn werk en mocht ook de Royal Decoration ontvangen vanwege zijn pogingen maatschappij en wetenschap samen te brengen.