Tussen tegenmacht en ‘eigen kracht’

christiaan-hogenhuis

 

 

 

 

 


OPINIESTUK-  Christiaan Hogenhuis (OIKOS) is de tweede persoon die deze week een bijdrage levert aan het online debat De kracht van Tegenmacht. Hij omschrijft hierin de lastige transitiefase waarin Tegenmacht zich al langere tijd bevindt.

Volgens Civicus wordt wereldwijd de ruimte voor het maatschappelijk middenveld al negen jaar op rij ingeperkt. Althans, dat stelt het State of Civil Society Report 2016. Die verslechtering uit zich in wetgeving die civil society beperkt in de wijze waarop zij zich kan organiseren en presenteren. Willekeurige arrestaties en verdwijningen, criminalisering via bevooroordeelde juridische processen, reisbeperkingen, censuur, beperking van financiële steun, maar ook fysieke aanvallen en moordaanslagen tegen media, journalisten, bloggers, activisten en maatschappelijke organisaties en hun vertegenwoordigers zijn hier voorbeelden van.

Dit is opmerkelijk. Want sinds de val van de Berlijnse Muur heeft de democratie zich razendsnel verder verspreid en werd de (tegen)stem van burgers juist verwelkomd. Met name de aanslagen van 11 september lijken een keerpunt in die trend te markeren. Wereldwijd neemt sindsdien de polarisatie toe. Alle reden dus om op te komen voor de ‘tegenmacht’ van de civil society.

Maar ik zie ook iets opmerkelijks. Vanuit een ander gezichtspunt lijkt de ruimte voor civil society juist toe te nemen. Wereldwijd komt de burger aan het roer te staan. In Nederland krijgen mensen de ruimte – of zelfs de plicht – actief mee te doen in de participatiesamenleving, verschijnen om de haverklap rapporten met titels als Burgermacht op eigen kracht en De energieke samenleving, wordt gesproken van ‘krachtwijken’ en ‘doe-democratie’ en ontstaan organisaties als Kracht in NL. Zoals verschillende publicaties laten zien, zijn vergelijkbare ontwikkelingen gaande in uiteenlopende landen als Groot-Brittannië, Finland, Australië, Nieuw Zeeland, Canada, Brazilië, Bolivia, Mexico, India en Zuid-Afrika. Dankzij moderne technologie en sociale media hebben we bovendien te maken met diverse deelsystemen en allerlei coöperaties voor energie en zorg. Veder zijn we bekend met fenomenen als crowdsourcing, crowdfunding en de crowdcampaigning. We kunnen wijzen op de manier waarop de Arabische Lente zich in eerste instantie ontwikkelde en naar de opkomst van de Indignados en Occupy. En misschien moeten we – helaas – ook de opkomst van IS en de terreur waarmee deze zich in Europa manifesteert wel zien als een teken dat burgers de macht grijpen.

Lastig oordeel

Een oordeel over de status van de tegenmacht is afhankelijk van hoe tegenmacht en maatschappelijk middenveld gedefinieerd worden. Als we door onze oogharen kijken, dan zien we drie typen interpretaties: civil society als iets dat staat tegenover de staat (en de markt); als iets dat als ‘derde sfeer’ in ‘de democratische driehoek’ staat naast overheid en markt; of als iets dat als ‘middenveld’ staat tussen de overheid en markt aan de ene kant en individuen aan de andere kant. In het eerste geval gaat het in de civil society vooral om macht en organisatie, in het tweede vooral om informele relatie en in het derde om vertegenwoordiging en communicatie.

Het spreken in termen van tegenmacht past natuurlijk vooral bij dat eerste model. Maar wat past nog in de onoverzichtelijke, complexe, multipolaire wereld waarin wij nu leven? Zoals de Noord-Brabantse commissaris van de Koning Wim van der Donk stelt: “We denken nog te veel in tegenstellingen: globalisering tegenover lokalisering; de internationale markt tegenover het midden- en kleinbedrijf; centralistisch bestuur tegenover decentraal bestuur.” En dus civil society tegenover de overheid. Of de markt. Maar de werkelijkheid is dat alles meer en meer met elkaar verstrengeld is. Zoals de eerdergenoemde ontwikkelingen rond burgerkracht en doe-democratie laten zien, hebben we inmiddels te maken met een verspreiding van de macht over allerlei lagen en verbanden. Terwijl supranationale instellingen zijn ontstaan, nemen niet alleen burgers op velerlei manieren het heft zelf in handen, maar presenteren ook lokale overheden zich met nieuwe zelfverzekerdheid. Termen als glokalisering, kanteling, decentralisatie, horizontalisering van de macht, netwerksamenleving en improvisatiesamenleving vliegen ons om de oren. Ook markt en overheid én markt en ngo raken vermengd. Denk aan de agenda van Hulp en Handel van minister Ploumen, de 3D-aanpak van Defense, Diplomacy and Development en het verschijnsel maatschappelijk verantwoord ondernemen. Die ontwikkelingen zijn op een dubbele manier een teken van de toegenomen complexiteit van de wereld én de politieke, economische, sociale en ecologische gevolgen daarvan. Ze zijn een reactie erop, al of niet bewust vanuit het besef dat de wereld niet vanuit één punt te sturen is. En ze dragen tegelijk bij aan die complexiteit en onoverzichtelijkheid.

Is daarmee de rol van civil society in de vorm van maatschappelijke organisaties uitgespeeld, zoals sommige ‘kantelaars’ ons wel willen doen geloven? Natuurlijk niet. Maar het gaat wel om een ander type organisaties, met een andere rol. Het werken in die nieuwe realiteit van glokalisering en improvisatie is voor iedereen nog onwennig. En al dat werken aan burgerkracht, doe-democratie en ‘zelfredzame participatie’ is niet alleen maar een hoera-verhaal. Hierin schuilt immers het gevaar dat opnieuw een hoogopgeleide elite hierop een te zwaar stempel drukt. Een gevaar is ook dat men zich te veel concentreert op het lokale en het grotere geheel van mondiale vraagstukken uit het oog verliest. Maatschappelijke organisaties kunnen op dit vlak een rol spelen. Bijvoorbeeld door leerprocessen te organiseren en begeleiding te bieden. Ondervertegenwoordigde groepen helpen aansluiten. Complexiteit en relaties tussen het mondiale en het lokale zichtbaar en inzichtelijk maken. Organiseren van ‘samenredzaamheid’ of ‘gemeenschapskracht’ in plaats van alleen ‘zelfredzaamheid’. En vanwege de vele belangen in een multipolaire wereld het organiseren en faciliteren van dialoog.

Daarmee komen we in de buurt van het derde model van de civil society als ‘middenveld’, maar dan niet als spreekbuis van de burger, maar eerder als bemiddelaar tussen overheid, markt en burger/consument. Er wordt dan ook gesproken over het belang van brokers, makelaars, facilitators. Dat is iets anders dan bij de overheid op schoot gaan zitten of zich tot hoer van de markt maken. Er blijft behoefte aan een zekere afstand. Bovendien, die zoektocht naar glokalisering en participatie wordt door de overheid nogal eens ingezet én beperkt vanuit de wens er bezuinigingen mee te realiseren. Ook speelt financieel eigenbelang op de achtergrond vaak een grote rol (denk aan Uber en Airbnb, maar ook aan Hulp en Handel). Daar is nog steeds een zeker tegenwicht van maatschappelijke organisaties op zijn plaats. Maar die zou ik eerder als kritische buffer, als ‘tussenmacht’ willen zien.

Dat alles vergt van allerlei partijen een andere opstelling. Zowel de overheid als de markt en de burger zouden zich moeten aanpassen. Zij moeten de rol van maatschappelijke organisaties, maar ook die van sociaal ondernemers, moeten erkennen en steunen. Maar het zijn toch in de eerste plaats de maatschappelijke organisaties en facilitators zelf die het belang van deze rol moeten benadrukken en verkopen. Kortom, toon je kracht en grijp de ‘tussenmacht’.

Christiaan Hogenhuis werkt als programmamedewerker en onderzoeker bij de oecumenische ontwikkelingsorganisatie Oikos