Tegenmacht in China, bestaat dat?

 

 

 

 

 

 

 

Tegenmacht in China is niet te vergelijken met het fenomeen zoals wij dat in het Westen kennen. Ja, het is er wel, maar je ziet het alleen aan (rafel)randen van het immense land, schrijft voormalig CDA-politica Kathleen Ferrier – die tegenwoordig in Hong Kong woont – in haar eerste bijdrage aan het online debat De Kracht van de Tegenmacht.

Wie bij de onlangs in het Chinese Hangzhou gehouden G20-top de bij deze bijeenkomsten gebruikelijke beelden van protestacties verwachtte, kwam bedrogen uit. Zo gaat dat niet in China. Daar krijgen scholen, kantoren en winkels de opdracht te sluiten en wordt iedereen, voorzien van kortingsbonnen voor pretparken in nabijgelegen gebieden, met extra ingezet vervoer de stad uitgestuurd. Vervolgens gaat die hermetisch op slot. Er was en er is geen protest te horen. Tegenmacht in China is onhoorbaar en onzichtbaar, maar betekent dat ook dat het er niet is? Kathleen Ferrier licht een tipje van de sluier op.

China is een autoritaire staat met een kapitalistische economie. Deze koers van wel economische maar geen politieke hervormingen, werd ingezet door president Deng Xiaoping in 1992. Het resultaat van deze ‘eenbenige ontwikkeling’ was een boom die zijn weerga niet kent en China binnen vijfentwintig jaar transformeerde van arme agrarische kolos tot een hightechsuperstaat die cruciaal is voor de wereldeconomie.[1] China heeft in korte tijd meer mensen uit armoede gehaald dan welk ander land. Het inkomen per capita is tussen 1990 en 2010 gestegen van 179 euro naar 4.475 euro.[2] Met een bevolking van 1.3 miljard mensen werd China zo een middeninkomensland. Maar met de kapitalistische economie, kwamen ontegenzeglijk ook kapitalistische ideeën binnen die de autoritaire staat en ideologie op de proef stelden én stellen. Tegen die ideeën moest hard worden opgetreden. De gebeurtenissen op Tainanmen Square, het Plein van de Hemelse Vrede, in 1989, hebben voor eens en altijd duidelijk gemaakt dat de Chinese staat geen tegengeluid duldt.

Harmonie

De huidige president, Xi Jinping, heeft er nooit enige twijfel over laten bestaan dat zijn binnenlands beleid erop gericht is harmonie te bevorderen. Daarbij moet niet gedacht worden aan polderen, maar aan het dempen van kritische geluiden, desnoods met harde hand. Daarnaast is Beijing aan de slag gegaan om ‘het patriottisch besef van de superioriteit van China, met haar vijf eeuwen hoogstaande cultuur tegenover de barbaren in andere continenten’, bij jong en oud nieuw leven in de blazen. En met succes. Toen vorige maand het International Gerechtshof in Den Haag in een geschil met de Filippijnen over de territoriale wateren in de Zuid Chinese Zee, China in het ongelijk stelde, liep Weibo, de Chinese versie van WhatsApp vol met berichten waarin vooral jongeren hun woede uitten over de domheid van de westerlingen van het ICC.

De andere tactiek, veel beproefd bij autoritaire regimes, is om de burgers onwetend te houden. Of het nu gaat om wat er gebeurde op Tiananmen Square of de recente verkiezingen in Hong Kong, waarbij China bashers gekozen werden; een groot deel van de Chinese bevolking weet van niets. Facebook en Twitter zijn verboden en geblokkeerd en Weiboo volkomen gecontroleerd.

Controle

Vreemd is het natuurlijk niet, deze zucht naar controle. Je zult maar de leiding hebben over een land met zoveel inwoners. Dan heb je niet alleen economische groei van minimaal 7% nodig om de werkgelegenheid op peil te houden, maar ook autoritaire maatregelen. De vraag is hoeveel autoriteit acceptabel is. Die vraag wordt ook gesteld bij de nieuwe ngo-wet, die per 1 januari van kracht is. Natuurlijk was er altijd al staatscontrole bij niet–gouvernementele organisaties in China. Het grote verschil is dat nu alle ngo’s zich moeten aanmelden bij de veiligheidsdienst en volledige inzage moeten geven in hun activiteiten en boekhouding. Ze kunnen bovendien verboden worden op grond van uiterst vaag geformuleerde strafbare feiten, zoals het creëren van geruchten, betrokkenheid bij roddels of het publiceren van “schendende informatie die de staatsveiligheid in gevaar brengt en het nationaal belang beschadigd”. Hoe dit allemaal in de praktijk uitpakt, met name voor de internationale ngo’s, zullen we volgend jaar merken.

Achilleshiel

Er zijn echter ook terreinen waar de overheid minder grip op heeft en die een achilleshiel blijken te zijn, omdat de doorgaans gedweeë bevolking ervoor de straat op gaat. Dat is allereerst de gigantische lucht- en waterverontreiniging waarmee vooral grote steden kampen en die leiden tot toename van ziektes zoals longkanker. Ook rampen als gevolg van falend bestuur, zoals de ontploffing van een chemisch bedrijf in Tianjin vorig jaar, leiden tot volkswoede. Al wordt de woede in dit soort gevallen veelal meteen gedempt.

Ten derde zijn de demografische ontwikkelingen een tikkende tijdbom. De één-kind-politiek die sinds 1 januari 2016 is afgeschaft heeft tot alles behalve harmonie geleid. En dan is de dramatisch snelle vergrijzing met als gevolg de enorme (werk)druk op jongere generaties niet het enige negatieve gevolg: er is ook een overschot van 40 miljoen mannen. Dat leidt tot mensenhandel en slavernij en het uitoefenen van druk op vrouwen om te trouwen of hun eigen belang ondergeschikt te maken aan dat van een mannelijk familielid.

Mensen die het wagen te protesteren worden onder druk gezet. Advocaten die voor hun rechten opkomen, krijgen te maken met geweld en intimidatie.

Ook hier geldt: we weten dat dit gebeurt, maar veel komt er niet naar buiten over deze tegenmacht in China.

(Rafel)randen

Plekken waar de tegenmacht in China (nog?) wel zichtbaar is, zijn Taiwan, Macau, Xinjiang en Hong Kong – kortom, aan de randen van het land. Opvallend was dat twee jaar geleden twee van die plekken geel kleurden. Taiwan door de zogenaamde ‘zonnebloemrevolutie’ en Hong Kong door de (gele) paraplubeweging. In beide gebieden ging het om felle protesten van meestal jongeren tegen de groeiende invloed van China en het beperken van vrijheden. Inmiddels heeft de bevolking van Taiwan een China-kritische president gekozen en is een groep jonge radicalen, voortkomend uit de paraplubeweging, gekozen in de gemeenteraad van Hong Kong.

Maar niet alleen uit stemgedrag blijkt de wens van de bevolking om vast te houden aan vrijheden en eigen waarden. Ook het enorme succes van de (amateur) lowbudgetfilm “Ten Years”, die vorig jaar in Hong Kong uitkwam, toont dit aan. In de film worden vijf sombere beelden geschetst van een Hong Kong dat die eigen waarden en vrijheden volledig heeft verloren aan China. Niemand, zeker de makers niet, had dit succes verwacht en hoewel de film in China officieel verboden werd, was hij op tal van plekken in het land te zien.

Ook de luxe parfumfabrikant Lancôme heeft ervaren dat de bevolking van Hong Kong de ruimte pakt om tegenmacht te laten voelen. Bij de feestelijke lancering van een nieuw Lancôme-product zou de beroemde cantopopster Densie Ho optreden. Zij staat echter bekend als supporter van de paraplubeweging. En daarom schoot de aankondiging van haar optreden bij Beijing in het verkeerde keelgat. Omdat China een van de grootste afzetmarkten van Lancôme is, annuleerde het Franse bedrijf in allerijl het feestje. Maar Lancôme had niet kunnen vermoeden hoe fel (zeker voor Hongkongse maatstaven) de reacties zouden zijn. Winkels moesten worden gebarricadeerd en massaal werden de producten geboycot, ook in China.

Het zijn vooral de (rafel)randen waar tegenmacht in China zichtbaar is. De vraag is of die sterk genoeg zal zijn om de meer centrale delen van dit onmetelijke land ook te bereiken.

 

[1] China en de barbaren, Henk Schulte Nordholt, 2016.

[2] Elizabeth Stuart (ODI), MO Nieuws 9 september 2015.

 

Over de auteur: Kathleen Ferrier is voormalig CDA Kamerlid en deed daar de portefeuille Ontwikkelingssamenwerking. Ze woont momenteel in Hong Kong en werkt aan zaken gerelateerd aan internationale betrekkingen, mensenrechten en duurzaamheid. Daarnaast is ze lid van de iERG.