Skip to content

 

Door:
Ayaan Abukar

7 september 2016

Tags

BLO11221577_10156067226435122_5297461384058467037_nG – Joana Lamptey is één van de huidige stagiaires van Vice Versa. Ze is geboren in Amsterdam, maar heeft Ghanese ouders. Deze zomer is ze voor haar studie in Ghana geweest om onderzoek te doen naar het stemgedrag van de ‘gewone Ghanees’ richting de verkiezingen van december. In het land van haar ouders wordt ze geconfronteerd met haar ‘Nederlandse’ achtergrond. ‘Lachend moet ik haar in mijn ‘Fantwi’ (een persoonlijke mengeling tussen de twee meest gesproken Akan talen uit Ghana – Fante en Twi) uitleggen dat ik geboren ben in Nederland, geen dubbele nationaliteit draag en dus niet kan stemmen.’

ndc

Verkiezingsposters hangen overal in het land. Als ik zeg overal, bedoel ik ook daadwerkelijk overal. Elke straathoek, container, elke lantaarnpaal, zelfs bruggen en levensgrote uithangborden zijn beplakt met gezichten van deelnemers aan de verkiezingen. Is het niet een presidentskandidaat zelf, dan is het wel iemand die graag de MP (member of parliament) van een district wil worden. Toen ik in mijn vorige stuk zei dat politiek talk of everyday was, bedoelde ik het ook letterlijk zo. Je kan er niet omheen, niet op tv, niet op de radio, nergens niet. Last heb ik er niet van, integendeel, ik geniet van de actieve politieke spirit van de Ghanezen. Mijn eigen naaister is een trotse aanhanger van NPP (New Patriotic Party), één van de twee grootste partijen in Ghana. Ze is niet alleen aanhanger, maar is zelfs ook lid van de partij. Ze gelooft sterk in de change die hun leider, Nana Akuffo-Addo, wil brengen. Ze raakt in eeuwige discussie met m’n neef als het over de verkiezingen gaat en welke partij nu het beste is voor Ghana. Hij is fanatieke aanhanger van de huidige regerende NDC (New Democratic Congress). ‘We weten niet hoe we de economie moeten runnen dat geef ik toe, maar we zorgen tenminste voor wegen. Zie je de weg hier voor de deur? Dat is NDC. ’

Praatjes

De overvloed aan politiek maakt het een eitje om gesprekken erover aan te knopen. Zo ook op de markt. Samen met mijn tante en zusje ben ik er voor de zoveelste keer en inmiddels hebben we al wat vrienden gemaakt. We vallen ook wel op: een vrij brede vrouw en twee jonge meiden die toch meer Europees dan Afrikaans ogen. Net als in Nederland is het ook hier op de markt wie het hardste roept, die krijgt de meeste klanten. De uienverkoopster is mijn persoonlijke favoriet. Ze heeft een aantal verdwaalde haartjes die uit haar kin groeien en samen een klein baardje vormen. Iets waar ze schijnbaar niets aan wil doen, maar ze zorgt wel altijd dat haar kapsel en make-up tip top in orde zijn.

Ik loop voor de derde keer die week in de buurt van haar kraampje en hoor heel hard ‘hello sweetheart’. Ik kijk op en zie haar druk zwaaien. Voor mijn zusje en tante uit loop ik er vast naar toe. Uien hebben we toch wel nodig, dus ze zullen snel volgen. Eenmaal aangekomen vraagt ze hoe het met me gaat en, surprise surprise, of ik nog uien nodig heb. Wetend dat wanneer ik op eigen houtje dingen probeer te kopen ik meestal afgezet word, zeg ik haar dat mijn tante er zo aankomt. Achter haar hangt op een paal een poster van de presidentskandidaat van de NPP. Daarop vraag ik mijn marktmama of ze gaat stemmen. Ze kijkt me glimlachend aan en zegt ja. Ik voel een sprankeltje opwinding opborrelen. ‘Op wie dan, als ik vragen mag?’. Ze glimlacht weer. Op de NPP, vraag ik haar. Ze lacht weer en zegt ja. Vervolgens vraagt ze op wie ik ga stemmen. Lachend moet ik haar in mijn ‘Fantwi’ (een persoonlijke mengeling tussen de twee grootste Akan talen uit Ghana – Fante en Twi) uitleggen dat ik geboren ben in Nederland, geen dubbele nationaliteit draag en dus niet kan stemmen.

Ze is enigszins teleurgesteld, maar spreekt lof uit over het feit dat ik spreek in onze taal. Ons gesprek gaat door. Op de achtergrond hoor ik de buurvrouw aan andere marktdames uitleggen dat ik geboren ben in Nederland, dus dat ik geen Ghanese nationaliteit draag. Lachend zet ik het gesprek met mijn marktmama voort en engageer ook de anderen. De anderen geven aan niet te gaan stemmen. Waarom niet? ‘Omdat het toch niets uitmaakt wie er aan het roer is, om de burgers geven ze toch niets. Wel of niet stemmen, er zit geen verschil in’.

Deze mening heerst niet alleen onder de lageropgeleiden. Ook sommige hoger opgeleiden die ik spreek kijken er hetzelfde tegen aan. Zo ook een oom van mij. Hij woont de ene helft van het jaar in Amerika en de andere helft in Ghana. Hij is accountant van beroep en eigenaar van een privéziekenhuis in Accra. Het is een schat van een mens en we zitten behoorlijk op één lijn, behalve over politiek dan. Hij beschikt over een dubbele nationaliteit, maar is absoluut niet van plan om te gaan stemmen. ‘Waarom zou ik? Verschil komt er toch niet. NDC doet af en toe wat aan de wegen en bevordert de infrastructuur, NPP doet de economie ten goede, maar geen van de twee partijen ziet in dat het een verweven zaak is. Je doet een land niet ten goede door elke 4 of 8 jaar alles weer op de schop te gooien. En waarom gooien ze het op de schop? Alleen omdat het voorgaande beleid van de rivaliserende partij is. Als het – beleid- werkt voor het land, dan werkt het voor het land’.

 

 

Verandering?
nana
Het is een harde realiteit die toch bevat moet worden. De geluiden over het systematisch veranderen van beleid zijn mij inmiddels niet vreemd. Partijaffiliatie is in Ghana iets wat heel sterk heerst. Je komt maar zelden iemand, met name ouderen, tegen die niet voor een specifieke partij is. Dit verklaart volgens mij ook voor een gedeelte waarom er slechts twee dominante partijen zijn in het meerpartijensysteem van Ghana en ook waarom de andere 22 middelgrote/kleinere partijen over het algemeen in de vergetelheid raken. De mensen die zo een sterke affiliatie hebben zijn meestal ook degenen die lid zijn van de partij, geld aan de partij schenken en op komen dagen als de partijleiders publieke bijeenkomsten hebben.

Dit jaar lijkt de favoriet Nana Akuffo-Addo te zijn. Hij leidt de NPP en heeft sinds 1998 al vijfmaal gepoogd president te worden. De meesten die ik spreek zijn allesbehalve kapot van de manier waarop de NDC het land momenteel leidt. Er wordt veel geklaagd over een slecht lopende economie, de aanhoudende dumsor (een fenomeen waarbij elektriciteit zo nu en dan afgesloten wordt. Er is zelfs een Wikipediapagina aan gewijd) en een alom moeilijker leven dan eerst. Ondanks deze geluiden zijn er toch genoeg mensen die ervoor kiezen om niet te stemmen en politiek schijnbaar niet als het antwoord zien. Hoewel ook ik niet geloof dat politiek het antwoord op alles is, breekt het mijn politicologenhart in opleiding toch altijd een beetje als ik mensen hoor die zo weinig burgerlijke plicht voelen om te stemmen.

Als Akuffo-Addo werkelijk de gedoogde winnaar is dan kan hij misschien toch een keer de verandering brengen die hij al vanaf 1998 zo graag voor Ghana wil. De vraag rest dan alleen of Ghanezen tevreden zullen zijn met een potentiële goedlopende economie met als keerzijde een gebrekkige infrastructuur. Het blijft allemaal toch een beetje gek voor mij om te bedenken dat het niet alle twee tegelijk kan, maar goed het is vast weer één van die dingen die ik als verwende Hollandse Ghanees niet snap.

Joana Lamptey

‘Er wordt hier met grote verbazing naar Nederland gekeken’

Door Marc Broere | 27 maart 2020

Voor Kees Blokland, directeur van Agriterra, heeft de coronacrisis grote impact. Hij is er op meerdere lagen bij betrokken: via zijn zoon die op de spoedeisende hulp van het Rijnstate ziekenhuis in Arnhem werkt, via zijn Spaanse echtgenote met wie hij momenteel in Valencia verblijft en via de gevolgen voor de projecten van Agriterra, dat samenwerkt met  boerencoöperaties in Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Een persoonlijk relaas vanuit Spanje waar in sommige media de aanpak in Nederland in één adem genoemd wordt met ‘corona-ontkenners’ als Donald Trump en de Braziliaanse en Mexicaanse  presidenten Bolsonaro en López Obrador. En waar het de marsen op Internationale Vrouwendag (8 maart) waren die voor een explosie en verspreiding van het virus zorgden.

Lees artikel

Het veldkantoor in verandering

Door Manon Stravens | 11 maart 2020

Ontwikkelingsorganisaties reppen aldoor over lokaal eigenaarschap, maar waarom maken Europeanen dan nog steeds de dienst uit in veel veldkantoren? ‘Wij zouden zelf ook vreemd opkijken als er in Nederland een Zimbabwaan wordt ingevlogen om met de vakbond of een ngo te werken.’ Een rondgang langs ICCO, Hivos en de Leprastichting.

Lees artikel

De stilte van Kaag

Door Ellen Mangnus | 10 maart 2020

De situatie aan de buitengrenzen van Europa bereikte deze week een dramatisch dieptepunt. Waarom horen we niets van minister Kaag, vraagt Ellen Mangnus zich af. Was zij immers niet de minister van de veel geroemde Abel Herzberglezing met de titel: ‘Wees niet stil, we zijn met velen.’

Lees artikel
Scroll To Top