Door:
Ayaan Abukar

1 augustus 2016

Categorieën

Nathalie Paarlberg.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De ontwikkelingssector als mecenas van de kunst in conflictgebieden is een mes dat aan twee kanten snijdt, schrijft Nathalie Paarlberg in deze opiniebijdrage. Zonder buitenlandse donoren is er geen kunstscene in Afghanistan, maar deze groep trekt met haar ontwikkelingsagenda Afghaanse kunstenaars ook een creatieve dwangbuis aan.

Rada Akbar (1988) is een jonge en buitengewoon talentvolle fotografe. Met haar verschijning ondermijnt ze elk stereotype dat in publieke discussies over Afghaanse vrouwen overheerst. Op haar hoofd draagt ze een tulband in plaats van een sluier, het zware en zwarte montuur van haar oversized bril omlijst haar sprankelende ogen en steekt af tegen haar mat rood gestifte lippen. In een ruim appartement in Karte Naw, een wijk in het zuidoosten van de hoofdstad Kabul, woont ze samen met een vriendin, een uniek gegeven in dit conservatieve land. Ze verwelkomt me op traditioneel Afghaanse wijze. Op grote kussens en kelims gezeten drinken we granaatappelthee en snoepen we van pistachenoten en reusachtige rozijnen uit Kandahar.

Op de muur in de woonkamer hangt een druk van één van haar meest bekende werken. Afgebeeld in zwart-wit staan twee vrouwen gekleed in donkere gewaden recht tegenover elkaar. Hun gezichten zijn verborgen achter gipsen maskers. ‘Zo worden de vrouwen onbezielde objecten,’ vertelt Rada.

13843407_545550938964445_897363455_oHet werk maakt deel uit van een serie getiteld Onzichtbaar Gevangenschap (2013). Een andere foto toont een vrouw in boerka. Op haar ontblote borst is een grote vingerafdruk zichtbaar. Als je goed kijkt zie je dat de lijnen bestaan uit handgeschreven verzen uit de koran: ‘Oh Profeet! Zeg tegen je vrouwen en dochters, en de vrouwen van de gelovigen dat zij hun overkleden over hun lichamen trekken. Op die manier zullen zij herkend worden als eerbare vrouwen en niet lastiggevallen worden. En Allah is vergevingsgezind en barmhartig’ (Soera al-Ahzab, vers 59). Voor Rada is ‘de boerka als een kooi die een vrouw gevangen houdt. Ik geloof niet dat er ook maar één positief aspect van de boerka is.’

Kunstenaar én activist

Rada is zowel een kunstenaar als een activist. Ze strijdt voor de stem van vrouwen in de publieke sfeer. ‘Dit is de sfeer waarin we met elkaar onderhandelen over normen, waarden, wetten en idealen. Als vrouwen in deze sfeer afwezig zijn wordt de dominantie van mannen alleen maar sterker.’

In de serie Kindertijd in Afghanistan (2015) licht Rada tegen een zwarte achtergrond het lot van straatkinderen in Kabul uit voor UNICEF. Tot haar overige opdrachtgevers behoren UNDP, UNFPA, WHO, Cordaid en Women for Women International. Een fototentoonstelling georganiseerd door UNESCO in Kabul in mei is getiteld Het Afghanistan Waar We Trots Op Zijn en maakt deel uit van een project dat een gevoel van nationale identiteit onder Afghanen moet stimuleren. Rada was jurylid.

De financiële en faciliterende steun van ontwikkelingsorganisaties heeft zonder twijfel bijgedragen aan de kiemende kunstscene in het door oorlog geteisterde land. Ook Nederlandse organisaties dragen bij: het Prins Claus Fonds steunde in samenwerking met het kunstenaarscollectief Berang Arts het eerste graffiti festival in Afghanistan.

Niet gerust stellen

Maar de mecenas rol die buitenlandse en intergouvernementele organisaties zichzelf toe-eigenen stemt niet iedereen gerust. Aman Mojadidi (1971), een Afghaans-Amerikaanse kunstenaar werkzaam in Florida en Kabul, lamenteert dat het leeuwendeel van de artistieke initiatieven van het afgelopen decennium in Afghanistan het product zijn geweest van ontwikkelingsambities.

9440720

Als ‘Jihadi Gangster’ combineert Mojadidi in zijn werk de ‘street cred’ die jihad in Afghanistan geniet met de gangster rap cultuur die hij kent uit de Verenigde Straten, en lanceerde hij een modelijn voor zelfmoordterroristen. Als criticus vreest hij dat kunst dat direct gelierd is aan door buitenlandse organisaties geïnitieerde projecten, met voorafgaand gedefinieerde thema’s, een afhankelijkheid kweekt die de creatieve geest verstikt. ‘In een context waarin artistieke productie is ingelijfd is door de internationale donoren, is het dan nog wel mogelijk om kunst te creëren?’

‘Organiseer een expositie op 8 maart, internationale vrouwendag,’ zegt hij, ‘en je krijgt een ruimte vol met blauwe boerka’s. Doe hetzelfde op 21 september, de dag van de vrede, en drie kwart van de werken laten een witte duif zien.’ Deze dynamiek damt artistieke vrijheid in en schotelt het kunstpubliek van veelal buitenlandse bobo’s enkel voor wat ze verwachten. ‘Afghanistans instabiliteit is een cultureel consumptiegoed geworden. Conflict is chic.’

Gereduceerd tot informatiecampagne

De trend beperkt zich niet tot Afghanistan. Een diepgaande conceptuele verwarring tussen kunst en visuele communicatie domineert het denken van internationale donoren. Het Nederlandse Prins Claus Fonds kent subsidies toe aan cultuurprojecten met een focus op etnische of religieuze minderheden, of vrijheid van meningsuiting in conflictgebieden binnen het kader van ‘Culture in Defiance’. Dit soort thematische afbakeningen dreigen van kunst weinig anders dan een sociaalpolitieke informatiecampagne te maken, en cementeren een oriëntalistische stereotypering door de inhoudelijke beperkingen die zij kunstenaars opleggen. Afghanen engageren met oorlog en vrouwenrechten, Bangladeshis met kinderarbeid en klimaatverandering. Buiten dit soort kwesties om is hun visie en bekwaamheid minder interessant.

Kunstenaars waar ook ter wereld zijn afhankelijk van hun patronen, en worden beïnvloed door de context waarin zij creëren. Een kunstenaar die activist is, is daarom niet een mindere kunstenaar. Maar kunstenaars in Afghanistan kunnen niet anders dan ook activist zijn. Dat is als ze betaald willen worden voor hun werk. Zo wordt hun ook een enorme druk opgelegd: ze moeten de stem zijn van een natie, van een sekse, van een religieuze minderheid. De individuele stem van de kunstenaar is niet voldoende.

Het niet te ontkennen dat de humanitaire interventie heeft bijgedragen aan de opbloei van de kunstscene in Afghanistan, en culturele regeneratie is onmisbaar in de wederopbouw van een land. Maar de kunstscene is idealiter een laboratorium waar wordt geëxperimenteerd met ideeën, intiem gelinkt met publiek debat. Maar zolang internationale organisaties in Afghanistan inhoudelijk de agenda blijven dicteren wordt het kunstpubliek enkel nog platitudes voorgelegd en worden experimenten opgeofferd voor algemeen belang.

Nathalie Paarlberg

Nathalie Paarlberg werkt in Afghanistan als onderzoeker op het gebied van overheidsbeleid en ontwikkelingssamenwerking.

Eerder werkte ze op de Politieke en Culturele Sectie van de Nederlandse ambassade in Bangladesh en als curator en project manager voor een cultureel erfgoed NGO in India. Haar passie voor kunst en cultuur nam ze mee naar de Afghaanse hoofdstad waar ze zich in haar vrije uren verdiept in de kunstscene van het land.

Haar eerste bezoek aan Afghanistan kwam tot stand toen ze veldwerk in het land ondernam in verband met haar Research Master Azië Studies aan de Universiteit van Leiden en onderzoek deed naar het verband tussen cultureel erfgoed en nationale identiteit in Centraal- en Zuid-Azië.
Nathalie ontving eerder een Bachelor in Religie Studies van de Universiteit van Oxford en een Master in Kunstgeschiedenis van The Courtauld Institute of Art in Londen.

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel

Tip 3 aan Kaag: ‘Lever in op je privilege en geef zuidelijke organisaties meer inspraak bij het bepalen van prioriteiten’

Door Lizan Nijkrake | 08 juli 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Carla López Cabrera, directeur van Fondo Centroamericano de Mujeres (FCAM) in Nicaragua, een feministisch fonds dat lokale vrouwenrechtenbewegingen in Centraal Amerika steunt.

Lees artikel

Shifting fundamental power issues in funding relationships

Door Evelijne Bruning Ruerd Ruben en Lau Schulpen | 02 juli 2019

This article claims that the current aid architecture favours clientilism, dependency and short-term projects. The authors Evelijne Bruning (The Hunger Project) Ruerd Ruben (Wageningen University & Research) and Lau Schulpen (Radboud University Nijmegen) are suggesting four possible ways to overcome this in order to shift power closer to the ground.

Lees artikel