Door:
Ayaan Abukar

30 juni 2016

Categorieën

Tags


makken-frans-02whiteDe Nederlandse ontwikkelingshulp aan Kenia stopt in 2021. ‘Verfrissend’, vinden ambassadeur Frans Makken en secretaris voedselzekerheid Melle Leenstra. Samenwerking met de private sector levert veel meer op dan geld storten in de bodemloze put van de Keniaanse overheid.  Ook pleit de ambassadeur voor  ‘de relatieve blik’ als het om zaken als mensenrechten gaat en vindt hij de strategische partnerschappen een eigenaardige constructie.

De economie van Kenia groeit hard. In de hoofdstad Nairobi schieten glazen kantoortorens en moderne shopping malls als paddenstoelen uit de grond. Op het platteland breidt het MKB zich in snel tempo uit en trekt de tuinbouwsector steeds meer buitenlandse investeringen. Kenia kreeg afgelopen jaar de status van laag middeninkomensland. De snelle economische ontwikkeling deed Nederland besluiten om de hulp af te bouwen en in 2021 volledig stop te zetten. De Nederlandse ambassade in Nairobi zit middenin het overgangsproces van hulp naar handel. Welke voordelen levert dat op? Waar loop je tegenaan? Ambassadeur Frans Makken en eerste secretaris voedselzekerheid Melle Leenstra vertellen over hun ervaringen.

Verfrissende focus

In 2013 viel het besluit om de hulp aan Kenia stop te zetten. Dat was het begin van de transitiefase. Melle Leenstra vindt het wel verfrissend. ‘Je hebt een heel duidelijk mandaat om naartoe te werken’, zegt hij. ‘Het is altijd erg verleidelijk om van alles en nog wat te doen. Nu zijn we gedwongen om heel duidelijk te focussen. Al mijn programma’s op het gebied van voedselzekerheid zijn dus sterk gericht op het snijvlak van hulp en handel.’

Volgens ambassadeur  Frans Makken gaat het vooral om het opzoeken van die gebieden waar Nederland een comparatief voordeel heeft. Bij landbouw en water is dat heel duidelijk. ‘Het betekent ook dat we een gebied als onderwijs bijvoorbeeld los moeten laten’, zegt hij. Ook binnen de focusgebieden water en voedselzekerheid kan de ambassade niet meer alles doen. ‘In de allerarmste, marginale gebieden hebben wij geen comparatief voordeel’, zegt Leenstra. Af en toe jeuken zijn vingers wel, vooral in tijden van droogte zoals nu. ‘Maar we richten ons nu echt op wat Nederland te bieden heeft en waar Kenia wat aan heeft.’

Bodemloze put

De belangrijkste verandering zit hem volgens Makken in de partners waar de ambassade mee werkt. ‘In het verleden hielpen we overheidsinstellingen om hun diensten te verbeteren’, zegt Makken. ‘Nu lossen we problemen op door samen te werken met de private sector. We geven de programma’s zo vorm dat ze voor bedrijven winstgevend zijn. Daarmee formuleren we dus een eigenbelang waardoor de private sector er ook iets aan heeft.’

De keuze om geen geld aan de overheid over te maken is een bewuste. ‘Ik zeg het maar gewoon: het is een bodemloze put’, zegt Makken. ‘Ze werken niet efficiënt en als je er steeds weer nieuw geld in stopt blijven ze dat ook. De efficiëntie moet je zoeken in sectoren waar de marge ertoe doet. In de private sector krijgen we dus veel meer waar voor ons geld.’ Makken komt net van de internationale top van het UN Environmental Program, waar hij namens Nederland als EU voorzitter sprak. Ook daar riep hij de UNEP op om meer met de particuliere sector samen te gaan werken.

Dat betekent overigens niet dat de ambassade helemaal niet meer samenwerkt met de Keniaanse overheid. ‘Juist in de overgang van hulp naar handel moeten we weer meer gaan samenwerken’, zegt Makken. ‘Alleen door samen te werken kunnen we een gelijk speelveld voor bedrijven creëren.’

Focus in strategische partnerschappen

Hoe gefocust de ambassade ook mag zijn, in de hulp aan Kenia via Nederlandse NGO’s is de eenheid soms ver te zoeken. In Kenia worden maar liefst 18 verschillende strategische partnerschappen uitgevoerd, ter waarde van zo’n 25 miljoen euro. Bij elk partnerschap zijn 3 á 4 lokale NGO’s betrokken. De strategische partnerschappen richten zich soms op gebieden of sectoren waar de ambassade helemaal niet werkt. ‘Daardoor kunnen wij weinig voor ze doen als ze in de problemen komen, eenvoudigweg omdat we er geen netwerk hebben’, zegt Makken. ‘Wij roepen ontwikkelingsorganisaties op om contact met ons op te nemen voordat ze iets bedenken.’

Hij vindt de strategische partnerschappen een eigenaardige constructie. ‘Organisaties krijgen financiering toegezegd op basis van een plan dat met grote streken is neergezet, de hele invulling moet daarna nog plaatsvinden’, zegt hij. ‘Het komt erop neer dat sommige organisaties nog niet eens weten met welke lokale partners ze gaan samenwerken. Dat klinkt een beetje kritisch en zo is het ook wel bedoeld; tijdens de ambassadeursconferentie, en daarna in Nairobi, is hierover uitgebreid en constructief met hen van gedachte gewisseld.’

Van groot naar klein

Het bilaterale ontwikkelingsbudget gaat van 25,4 miljoen in 2014 naar 14,7 miljoen in 2017. In 2021 moet de hulp volledig vervangen zijn door investeringen uit het bedrijfsleven. Hoe krijg je Nederlandse bedrijven zover om te investeren in sectoren die nog niet zo winstgevend zijn? ‘Ook na 2021 hebben we nog genoeg instrumenten tot onze beschikking om het bedrijfsleven te betrekken’, zegt Makken. ‘We moeten in onze investeringen nog meer op zoek naar het hefboomeffect. Vaak hoeven we alleen maar geld in te zetten om een voorstel financieel haalbaar te maken.’

Bedrijven richten zich van nature op het topje van de piramide, hoe krijg je ze zover om ook met het MKB te werken? ‘Dat is best een uitdaging’, geeft Leenstra toe. ‘In de landbouw bestaat een enorme kloof tussen de hoogstaande moderne Nederlandse technologie en de vraag van het Keniaanse MKB. De Keniaanse manier van boeren is namelijk totaal anders dan de Nederlandse. De boeren hier zijn ondernemend, maar niet zo gefocust. Ze vinden het fascinerend dat Nederlanders hun hele bedrijf in cijfers uit kunnen drukken. Wij ondersteunen hen om boeren als een business te gaan zien.’ Aan de andere kant moeten ook Nederlandse bedrijven overtuigd worden om technologie te ontwikkelen die relevant is voor Keniaanse boeren. ‘Wij proberen hen te verleiden om inclusievere business cases te ontwikkelen, zodat ze ook het MKB op het vizier krijgen. Voor de allerarmste keuterboeren gaat dat helaas moeilijker.’

Het goede voorbeeld geven

‘Daar moet je wel tegenover zetten dat grote Nederlandse bedrijven, zoals in de bloemensector enorm veel werkgelegenheid creëren’, stelt Makken. ‘Bovendien betekent het een grote vooruitgang voor de manier waarop deze werknemers behandeld worden.’ De ambassade hoeft naar eigen zeggen geen enkele moeite te doen om maatschappelijk verantwoord ondernemen te stimuleren. ‘Sommige Nederlandse bedrijven doen veel meer voor hun werknemers dan je zou mogen verwachten’, vindt Makken. Hij doelt op de vergaande sociale en infrastructurele programma’s als het bouwen van huizen, schooltjes en kliniekjes. ‘Het illustreert wel hoe veel ze, naast het geven van redelijke inkomens, aan secundaire arbeidsvoorwaarden doen die hun weerga niet kennen in de Keniaanse samenleving’, zegt Makken.

Als je wil exporteren word je ook wel gedwongen om aan hoge standaarden te voldoen. ‘De exportmarkt is veel kritischer dan de lokale markt’, zegt Leenstra. ‘Dat leidt tot de idiote situatie dat de Keniaanse peultjes en broccoli bij Albert Heijn er fantastisch uitzien en bijna biologisch zijn, terwijl je hier op de markt nauwelijks een fatsoenlijk stuk groente kunt krijgen.’

‘In de Nederlandse maatschappij hebben we altijd waakhonden gehad’, zegt Leenstra. ‘De campagne van Hivos tegen seksueel geweld en uitbuiting van vrouwen in de bloemensector heeft hier voor grote ophef gezorgd. Veel boeren dachten: we zijn al zo goed bezig en nu krijgen we dit nog over ons heen. Tegelijkertijd heeft de campagne wel de ogen geopend voor een aspect dat nog onderbelicht was gebleven.’

In Kenia komen ernstige problemen als verkrachting en uitbuiting helaas nog veel voor op de werkvloer. In dat licht is de discussie over MVO bij Nederlandse bedrijven soms maar relatief en hebben Nederlandse journalisten, NGO’s en sommige parlementariërs de neiging om veel te streng op bedrijven te zijn en met Nederlandse maatstaven te meten, vindt Makken. Hij stoort zich aan de in zijn ogen tendentieuze en eenzijdige berichtgeving over het Ethiopische (en voormalig Keniaanse) bloemenbedrijf Sher en het door FMO gesteunde Turkana Windpower in Noord Kenia. ‘Als je maar lang genoeg zoekt kun je altijd wel iets vinden om je druk over te maken’, zegt Makken. ‘Ik wil pleiten voor de relatieve blik. Nederlandse bedrijven moeten wat mij betreft altijd het goede voorbeeld geven, maar kijk dan ook hoe hun beleid in verhouding staat tot de dagelijkse realiteit in een land als Kenia.’

Ondernemen over de grens brengt nu eenmaal risico’s met zich mee, vindt Leenstra. ‘Alle ogen zijn steeds weer gericht op de Nederlandse bedrijven in de Keniaanse bloemensector’, zegt hij. ‘Als ze in de polder waren blijven zitten hadden ze minder risico’s genomen, maar dan hadden ze ook geen ontwikkeling gebracht. Ik hoop dat er steeds meer bedrijven naar Kenia komen die bewust met de risico’s bezig zijn en een transparant beleid voeren.’

Bente Meindertsma

Bente studeerde Internationale Betrekkingen. Na haar studie werkte ze als Supply & Development Manager bij Max Havelaar. Haar interesse ligt bij internationale waardeketens, duurzame landbouw en klimaatverandering.

Een nieuwe generatie zoekt verandering in Guatemala

Door Edwin Koopman | 12 november 2018

Jong, hoog opgeleid, en vol idealen; een nieuwe generatie in Guatemala zet in op een radicale politieke vernieuwing. Álvaro Montenegro is een van de leiders van een brede beweging tegen corruptie en straffeloosheid. ‘Dit is geen sprint maar een marathon.’

Lees artikel

‘Als je doelgroep de minstbedeelden zijn, is de nota van Kaag niet het juiste instrument.’

Door Lennaert Rooijakkers | 09 november 2018

Als lid van de adviesraad van de Fair, Global and Green Alliance was Ruchi Tripathi deze zomer in Den Haag om op het ministerie te discussiëren over de nota van Kaag. Ze is kritisch op de Nederlandse hulp- en handelagenda. ‘Ik zou het gek vinden als ik onder de noemer “hulp” belasting zou betalen voor bedrijfsinitiatieven.’

Lees artikel

Leren van Evalueren 2018: het complete programma

Door Marc Broere | 08 november 2018

Het complete programma van ‘Leren van Evalueren -bewegen tussen belangen’ op 23 november is bekend. De centrale vraag van de bijeenkomst is: welke belangen spelen er bij evaluaties en hoe ga je hiermee om? Hieronder het complete programma en een overzicht van de acht deelsessies. Aanmelden kan via deze link.

Lees artikel