Door:
Ayaan Abukar

27 juni 2016

Tags

Thorbeckezaal

Het was vooral gezellig tijdens het Algemeen Overleg Bedrijfsleveninstrumentarium afgelopen donderdag. De enige die Minister Ploumen echt kritisch bevroeg was haar partijgenoot Roelof van Laar. Ondanks de conclusie van de Algemene Rekenkamer: Het financieringskanaal bedrijfsleven mist bewijs en focus.

Ondanks een kritisch rapport van de Algemene Rekenkamer en het beperkte succes van het Dutch Good Growth Fund (DGGF) is de sfeer gezellig en haast een beetje melig. De aanwezige Kamerleden Roelof van Laar (PvdA), Agnes Mulder (CDA), Fred Teeven (VVD) en Stientje van Veldhoven (D66) lachen wat af en ook minister Ploumen is in een opperbeste bui. De kritiek van de Rekenkamer is eigenlijk al achterhaald, verzekert zij de Kamer. Ook over de miljoenen die nog op de plank liggen bij het Dutch Good Growth Fund hoeven we ons geen zorgen te maken:  inmiddels zijn er aanvragen genoeg. Maar hoeveel geld is aangevraagd wordt niet duidelijk.

Rekenkamer: Gebrek aan bewijs en focus

Op 31 maart stuurde de Rekenkamer een kritische evaluatie over het financieringskanaal bedrijfsleven. De inzet van het bedrijfsleven voor ontwikkelingssamenwerking biedt weliswaar kansen, maar systematisch bewijs voor de positieve bijdrage ontbreekt volgens de onderzoekers nog. Bovendien komt de Rekenkamer tot de conclusie dat de hulp versnipperd is. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) beheerde in 2014 maar liefst 16 verschillende ODA programma’s. Bovendien kregen bijna 400 bedrijven en organisaties in 67 landen ODA via de RVO. Het beoordelen van al die verschillende projecten en verschillende sectoren en landen is arbeidsintensief en duur. De Rekenkamer adviseert de minister om de Monitoring en Evaluatieprotocollen volledig te door te voeren en meer focus aan te brengen in instrumenten, landen en thema’s.

De conclusies van de Rekenkamer zijn al niet meer actueel omdat het onderzoek tot en met 2014 loopt, zegt de minister. Juist daarna is heel veel gedaan om Monitoring en Evaluatie te verbeteren. De aanbeveling om zich op minder landen en thema’s te richten neemt de minister niet over. Zij wil juist zoveel mogelijk bedrijven de kans geven om bij te dragen aan ontwikkeling. Bovendien geven de conclusies over versnippering een vertekend beeld:  95% van het budget werd door de RVO binnen 5 programma’s uitgegeven.

Ploumen heeft overigens wel actie ondernomen om het aantal instrumenten terug te dringen. ‘Elk kabinet komt met nieuwe instrumenten, maar vergeet de oude op de schorten’, zegt zij. Dat heeft het huidige kabinet wel gedaan, zij zullen verdergaan met vier instrumenten die de grootste knelpunten moeten verhelpen. Voor verbetering van financiering voor het MKB is er het Dutch Good Growth Fund, voor verbetering van infrastructuur is er DRIVE (de opvolger van ORIO), voor verbetering van informatie over investeringskansen zijn er Haalbaarheid en Investeringsvoorbereiding studies (DHI), en voor het verbeteren van innovatieve samenwerkingsverbanden zijn er fondsen voor Publiek Private Samenwerking (PPP’s).

De minister gaat te makkelijk om met de versnippering van landen en projecten, vindt Fred Teeven (VVD). De kosten van beoordeling van al die verschillende projecten en de riante salarissen van Nederlandse consultants en adviseurs zouden volgens hem nooit boven de 10% mogen uitkomen. Zijn hogere kosten een zinvolle besteding, of is het vooral hobbyisme, vraag hij zich af. Ook Agnes Mulder (CDA) hekelt de ongelimiteerde urenschrijverij van de RVO. Wel ziet ze de toegevoegde waarde van meer technische assistentie bij de financiering via het bedrijfsleveninstrumentarium. Maximaal 10% voor uitvoeringskosten is een goede richtlijn, vindt ook de minister. Maar ook hier zijn de conclusies van de Rekenkamer volgens haar weer niet volledig. ‘De conclusies van de Rekenkamer zijn een momentopname’, zegt zij. ‘Het eerste jaar zijn de projectkosten altijd hoger, maar over de hele linie zitten we ruim onder de 10%.’

Miljoenen op de plank

Hoewel het DGGF nog altijd stevig bekritiseerd wordt door vele experts in de ontwikkelingssector, hebben de commissieleden weinig vragen. Mulder (CDA) stelt voor om een deel van het DGGF om te zetten van leningen naar giften, om bedrijven te stimuleren meer te investeren in fragiele staten. Zo kan het fonds flexibeler ingezet worden en sluit het beter aan bij de vraag. De minister ziet geen reden om het revolverende karakter van het DGGF op te schorten. ‘De basis van het DGGF is een goede business-case’, zegt zij. ‘Dat lukt ook in landen als Zuid-Soedan.’

Roelof van Laar (PvdA) is de enige die de minister echt kritisch bevraagt over het DGGF. Hoe kan het dat er nog steeds nauwelijks aanvragen zijn voor het derde spoor binnen het fonds, bedoeld voor ontwikkelingsrelevante exporten van Nederlandse ondernemers naar lage en middeninkomenslanden? Van Laar stelt voor om het geld dat nu ongebruikt op de plank ligt effectiever te besteden. Volgens Ploumen is er geen reden tot zorg. Spoor 3 heeft nu 16 gecontracteerde projecten, terwijl dat er een half jaar geleden nog maar 8 waren. Om welke projecten en om hoeveel geld het gaat, wil de minister echter niet zeggen. Eind 2015 werden er budgettaire wijzigingen doorgevoerd, deze zullen eind 2016 geëvalueerd worden.

Bijdragen aan inclusieve, duurzame groei

Ploumen is trots op de resultaten die tot nu toe bereikt zijn binnen het bedrijfsleveninstrumentarium. In 2015 werden 190.000 eerlijke en duurzame banen gecreëerd. Bovendien gaat 25% van de financiering van het DGGF naar jonge ondernemers en 25% naar vrouwen. ‘Ik geloof dat we op de goede weg zijn in een race to the top’, zegt de minister. ‘Alle investeringen die binnen het bedrijfsleveninstrumentarium gedaan worden, moeten ontwikkelingsrelevant zijn en voldoen aan OESO richtlijnen.’

Van Laar vraagt zich af hoe inclusief de geboekte resultaten daadwerkelijk zijn. Hij heeft hier nog weinig bewijs van gezien. Daarnaast wijst hij op het gebrekkige inzicht in de resultaten van Nederlandse investeerders op het gebied van Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO). Hij verwijst naar de moord op de Hondurese mensenrechtenactiviste Berta Cáceres, naar aanleiding van de investeringen van FMO in de Aqua Zarca dam. Bedrijven en financiële instellingen moeten zich beter bewust worden van het spanningsveld tussen internationale investeringen en de belangen van de lokale bevolking, vindt ook Ploumen. Alleen het volgen van internationale richtlijnen is volgens haar niet voldoende. ‘Ik ben voor een brede dialoog’, zegt zij. ‘FMO moet in gesprek gaan met lokale NGO’s.’ De investeringen leiden zeker tot inclusieve groei, zegt minister Ploumen.

Financiële instellingen als de Rabobank zouden een meer centrale rol kunnen spelen in ontwikkeling van duurzame landbouw, vinden CDA en D66. Stientje van Veldhoven is onder de indruk van de zinvolle bijdrage die de Rabobank levert in het verduurzamen van ketens. ‘Kan de minister deze bank geen steuntje in de rug geven, zodat zij hun nuttige werk uit kunnen breiden naar andere sectoren’ vraagt Van Veldhoven. Het verduurzamen van landbouw via private partners is de kern van het Nederlandse beleid, zegt Ploumen, wijzend op de onmisbare rol die IDH de afgelopen jaren heeft ingenomen. Maar het direct subsidiëren van financiële instellingen gaat haar echt een stap te ver. ‘De overheid wil graag met hen samenwerken, maar banken kunnen prima een eigen risico-inschatting maken’, zegt zij. CDA en VVD vragen om een meer strategische inzet van financiering, waarbij niet alleen de ontwikkelingsrelevantie centraal staat, maar ook het verdienvermogen voor Nederlandse bedrijven onder de loep wordt genomen.

Zo eindigt een gezellig debat zonder veel diepgaande discussies of echte confrontaties. De minister zegt toe de Kamer te informeren over het verdienvermogen van Nederlandse bedrijven, een meer strategische inzet van economische diplomatie, IMVO resultaten en evaluaties binnen het bedrijfsleveninstrumentarium.

Bente Meindertsma

Bente studeerde Internationale Betrekkingen. Na haar studie werkte ze als Supply & Development Manager bij Max Havelaar. Haar interesse ligt bij internationale waardeketens, duurzame landbouw en klimaatverandering.

Deugen de meeste mensen nu wel of niet?

Door Hans Beerends | 31 oktober 2019

Historicus Rutger Bregman stelt in zijn nieuwe boek dat de meeste mensen deugen, verwijzend naar de prehistorie. Daar staat volgens Hans Beerends tegenover dat veel deugende mensen zich ook gemakkelijk laten misleiden.

Lees artikel

Het Raadsel van de ander

Door Vice Versa | 08 oktober 2019

In de nieuwe Vice Versa die komend weekend verschijnt staat ‘de ander’ centraal en zoeken we naar een nieuw, progressief narratief. Angst voor de ander kun je alleen bestrijden met menselijke verhalen, schrijven Ayaan Abukar en Marc Broere.

Lees artikel

Bouwstenen voor een nieuw Latijns-Amerika beleid

Door Vice Versa | 01 oktober 2019

Hoewel Latijns-Amerika al een tijd verdwenen is uit de spotlichten van de Nederlandse politiek, hebben we meer met elkaar te maken dan we denken. Is het niet tijd voor een nieuw en actief Latijns-Amerika beleid? Op maandagmiddag 14 oktober gaan we hierover in Den Haag tijdens de bijeenkomst ‘Het Koninkrijk en zijn buren’ in gesprek met experts en politici.

Lees artikel