Door:
Lys-Anne Sirks

10 mei 2016

Categorieën

Tags

© Suzanne Dhaliwal, Forest People Programme

Agus Sutomo, William Aljure en Franky Samperante bij de haven van Rotterdam © Suzanne Dhaliwal, Forest People Programme

Iedere Nederlander heeft bijna dagelijks met palmolie te maken. Het zit in tandpasta, in lippenstift, in het eten voor de huisdieren. Palmolie productie gaat helaas ook gepaard met maatschappelijke problemen zoals klimaatsverandering, ontbossing en ook landonteigening. Vice Versa sprak met twee lokale vertegenwoordigers uit Colombia en Indonesië die hun inzicht deelden over de negatieve consequenties van palmolie productie en de rol van de internationale gemeenschap.  

U moet het William Aljure vergeven als hij wat wantrouwig overkomt. In augustus 2012 werd hij door Poligrow, de grootste palmolie producent in Colombia, van zijn land gejaagd. Sindsdien is hij op de vlucht voor het bedrijf dat hem nog altijd wilt laten boeten voor de slechte publiciteit die hij ze bezorgt. Recentelijk sprak hij met journalisten in Washington DC, die later agenten bleken te zijn voor Poligrow en hem met de dood bedreigden. Volgens Agus Sutomo, reeds 20 jaar werkzaam bij Link-AR Borneo, een Indonesische ngo gericht op mensenrechten en landonteigening, zijn dit soort verhalen niet uitzonderlijk. ‘Hoewel de bevolking rechten heeft waar ze beroep op kan doen, staat de overheid vaak aan de kant van de macro-economie en faciliteert ze landovernames door bedrijven voor palmolie productie. Mensen kunnen of werker worden voor de producent, of het gebied ontvluchten.’

Op Azië na is Europa de grootste afnemer van palmolie ter wereld. Binnen Europa is Nederland de voornaamste importeur en komt de palmolie via de haven van Rotterdam uiteindelijk terecht in vrijwel ieder Nederlands huishouden. Momenteel reizen Sutomo en Aljure samen met een groep lokale vertegenwoordigers uit o.a. Colombia, Liberia en Indonesië door Europa naar aanleiding van de Amsterdam Declaratie, een verklaring die ondertekend is door vijf Europese landen. De verklaring houdt in dat binnen vier jaar de Europese palmolie industrie 100% duurzaam moet zijn. Ambitieus, gezien het feit dat zelfs bedrijven die aangesloten bij de internationale werkgroep ‘Roundtable for Sustainable Palm Oil’ (RSPO) in 2013 slechts 38% van hun palmolie duurzaam produceerden en leverden. Deze ronde tafel is in 2004 opgezet om de palmolie industrie duurzaam te maken, maar ontvangt veel kritiek vanwege het gebrek aan macht om criteria voor duurzame palmolie af te dwingen bij de leden. Het lidmaatschap van de ronde tafel is vrijwillig en er is geen druk op de bedrijven om de regels na te leven.

Jullie zijn hier vanwege de Amsterdam Declaratie, wat hopen jullie dat er met deze belofte zal gebeuren?

William Aljure: ‘Ik wil heel graag dat de EU, de Nederlandse overheid en beleidsmakers drastische maatregelen nemen om bedrijven die mensenrechtenschendingen begaan, die werkrechten aan de laars hebben gelapt, en die de milieuregels hebben geschonden, daadkrachtige sancties opleggen. Ik ben een slachtoffer van dit conflict, en ik ben hier om directe getuigenis te doen met bewijs en documentatie van de schendingen die dit bedrijf heeft begaan. In mijn eigen land wordt niet naar me geluisterd.’

Agus Sutomo: ‘Mijn hoop is dat de Amsterdam Declaratie goed doorgevoerd kan worden met hard werk van alle belanghebbenden in Europa en natuurlijk ook in Indonesië. De verschillende partijen moeten erkennen dat landonteigening  impact op ons allemaal zal hebben. Landonteigening heeft mondiale consequenties.  Denk bijvoorbeeld aan klimaatverandering. Als we allemaal samenwerken, kunnen we landonteigening en de effecten daarvan tegengaan.’

Hoe kijken jullie naar de RSPO? Is het een behulpzaam orgaan?

Sutomo: ‘De RSPO is een instrument, maar daar blijft het ook bij. Als ze aan de kant van de bevolking zou staan, dan zou ze goed werk kunnen leveren, maar dit lijkt niet waarschijnlijk. Het grote probleem met de RSPO is dat ze niet zelf onderzoek verricht wegens zogenaamd gebrek aan geld. Als wij klachten insturen over bepaalde bedrijven, haalt de RSPO hun informatie uit rapportages die ze direct van die bedrijven krijgen en krijgen dus een compleet eenzijdig beeld van de situatie.’

Aljure: ‘Poligrow is een meester in het greenwashen van hun label. Daar is de RSPO vatbaar voor.  Al hun acties kunnen ze legaal laten blijken op papier, terwijl er in de realiteit puur geweld, intimidatie, uitzetting en moord plaatsvindt. De RSPO en Europese bedrijven storen zich hier niet aan want het label sluit aan op hun criteria. Dus blijven ze niet-duurzame palmolie importeren, inclusief Nederlandse bedrijven.’

Sutomo: ‘We sturen klachten in naar de RSPO over bedrijven die vervolgens belooft dat ze dingen zal  veranderen. Dit is echter nog nooit gebeurd. Er is bijvoorbeeld heel veel speling met het concept van Free, Prior and Informed Consent (FPIC). Zo zijn er 411 palmolie corporaties in West-Kalimantan en op één na voldoen ze allen niet aan deze standaard. Bedrijven interpreteren FPIC als het simpelweg informeren van de bevolking dat een bedrijf hun land zal omzetten tot een oliepalm plantage, terwijl ze alle procedures horen door te lopen en compleet transparant horen te handelen zodat de lokale bevolking goed de voordelen en consequenties van palmolie plantages kan inschatten. En natuurlijk moet er ruimte zijn voor de bevolking om zowel ja als nee te kunnen zeggen op het voorstel.’

In Augustus 2015 publiceerde de Environmental Investigation Agency (EIA) een video over landonteigening door Poligrow in Mapiripán. Naar aanleiding van deze video heeft de RSPO aangekondigd in oktober van datzelfde jaar dat ze Poligrow, momenteel een lid van de RSPO, zullen onderzoeken. Wat denkt u dat hier de uitkomst van zal zijn? Zal dit invloed hebben op de houding van Poligrow?

Aljure: ‘Ten eerste wist ik helemaal niet dat dit gaande was, ik was hierover nooit geïnformeerd. Gebaseerd op het gedrag van Poligrow de afgelopen maanden en de steun die ze ontvangen van de Colombiaanse overheid, vrees ik dat er niet veel verandering zal zijn in de houding van Poligrow. Noch de overheid noch Poligrow hoeven zich iets aan te trekken van extern onderzoek want er zijn nooit consequenties voor hen. Zowel organen als de RSPO als andere landen hebben nooit ingegrepen terwijl de gruwelen doorgingen. Dus waarom zouden ze nu stoppen? Poligrow is al jaren actief op land wat berucht staat om een slachting die daar eind vorige eeuw heeft plaatsgevonden. Een slachting waarbij paramilitairen mijn grootouders, mijn ooms, mijn vader en uiteindelijk ook mijn moeder hebben vermoord. En Poligrow kon daar makkelijk land innemen voor hun eigen productie zonder enig bezwaar van zowel de overheid als buitenlandse partijen. Wat wordt er nu van mij verwacht? Werken onder Poligrow, om een slaaf te worden op land wat aan mij toebehoort?’

Sommige partijen geven het argument dat de industrie welvaart en banen creëert die eerder niet aanwezig waren. Is dit een redelijk argument?

Sutomo: ‘De investering van palmolie bedrijven hebben zeer kleine bijdragen geleverd aan economische gelijkheid in sommige gebieden, maar lang niet genoeg. Laat ik je een voorbeeld geven van het dorp Sentabai in West-Kalimantan. Voordat de investeringen arriveerden was er genoeg vis om te vangen. Dit bracht voldoende geld op om van te leven. Ook was het water schoon, waardoor er rijst verbouwd kon worden. Daarnaast verschafte het bos hout om huizen te bouwen. Per maand was het gemiddeld loon zo’n 5,3 miljoen rupiah (+- 440 euro). Nu zijn de palmolie bedrijven gekomen en zijn de mensen gedwongen om werkers te worden op hun eigen land. De maandelijkse inkomsten zijn gedaald tot 1,3 miljoen rupiah (+- 90 euro), en om rond te kunnen komen kunnen families niet anders dan ook de vrouwen en kinderen te laten werken op de plantage. De vraag is nu wat er wordt bedoeld met het behalen van gelijkheid en welvaart. Het water is vervuild, de vissen sterven uit en kinderen kunnen niet meer naar school. Als dit ontwikkeling wordt genoemd door de Europese en Indonesische bedrijven, moeten de standaarden ernstig worden bijgesteld.’

Aljure: ‘In december 2015 is Poligrow een smaadcampagne gestart tegen mij. Het bedrijf ging naar de lokale gemeente in Mapiripán en vertelde daar dat ik verantwoordelijk ben voor het feit dat er geen werkgelegenheid en zelfs geen elektriciteit zal zijn in de regio als ik doorga met mijn strijd tegen Poligrow. Ook zeiden ze dat ik dit louter doe om geld te verdienen. Ze beweren dat ik anti-ontwikkeling ben. Niets is minder waar. Maar hoe kan ik niet tegen het soort ontwikkeling zijn dat mij mijn land heeft ontnomen dat al jaren in mijn familie-erfgoed was? Hetzelfde land dat nu wordt bezet door paramilitaire kampen? Dit zogenaamde ontwikkelingsmodel moet worden doorbroken, want ik zie niet hoe dit duurzaam is voor iemand behalve voor de inkomsten van bedrijven zelf.’

Sutomo: ‘De inheemse bevolking van West-Kalimantan is niet anti-investering. We zijn niet anti-ontwikkeling. Maar we hebben het land nodig om te leven. De bevolking heeft een gezegde dat het land en het bos gelijk staan aan het leven. Als een daarvan kapot is, is de rest ook kapot. Wat wij verstaan onder ontwikkeling is een methode die samengaat met de wensen van de inheemse bevolking. Het houdt niet in dat ons land wordt afgepakt. Ontwikkeling hoort niet te verwoesten, het hoort niet lokale leiders te corrumperen. Eerlijke ontwikkeling, dát is wat we willen.’

Unaniem aanvaard door de internationale gemeenschap: de zeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SGD’s). Hét kader voor het werken aan economische, ecologische en sociale vooruitgang wereldwijd voor de komende vijftien jaar. Ook Nederland heeft zich uitgesproken voor de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Reden om in het online debat ‘Ready for Change’ het huidige kabinetsbeleid eens kritisch tegen het licht te houden. Hoe draagt Nederland met haar beleid bij aan het behalen van de doelen? En belangrijker nog: welke veranderingen zijn nodig om het beleid ‘SDG-proof’ te maken? In de maand september stond de website van Vice Versa, hét platform over mondiale samenwerking, volop stil bij het belang van een coherente implementatieagenda van de ontwikkelingsdoelen.

,

Unaniem aanvaard door de internationale gemeenschap: de zeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SGD’s). Hét kader voor het werken aan economische, ecologische en sociale vooruitgang wereldwijd voor de komende vijftien jaar. Hoe draagt Nederland met haar beleid bij aan het behalen van de doelen? Wat zijn de ontwikkelingen wereldwijd?

Unaniem aanvaard door de internationale gemeenschap: de zeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SGD’s). Hét kader voor het werken aan economische, ecologische en sociale vooruitgang wereldwijd voor de komende vijftien jaar. Ook Nederland heeft zich uitgesproken voor de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Reden om in het online debat ‘Ready for Change’ het huidige kabinetsbeleid eens kritisch tegen het licht te houden. Hoe draagt Nederland met haar beleid bij aan het behalen van de doelen? En belangrijker nog: welke veranderingen zijn nodig om het beleid ‘SDG-proof’ te maken? In de maand september stond de website van Vice Versa, hét platform over mondiale samenwerking, volop stil bij het belang van een coherente implementatieagenda van de ontwikkelingsdoelen.

,

Unaniem aanvaard door de internationale gemeenschap: de zeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SGD’s). Hét kader voor het werken aan economische, ecologische en sociale vooruitgang wereldwijd voor de komende vijftien jaar. Hoe draagt Nederland met haar beleid bij aan het behalen van de doelen? Wat zijn de ontwikkelingen wereldwijd?

Blog: Gezondheidszorg voor iedereen of alleen de happy few?

Door Remco van der Veen | 12 december 2018

Vandaag is het Universal Health Coverage Day. Ministers van Financiën zien gezondheidszorg helaas vaak slechts als een uitgavenpost en geven prioriteit aan productieve investeringen in landbouw en infrastructuur. Dat moet anders, schrijft Remco van der Veen, director International Offices bij Cordaid.

Lees artikel

‘De oudere generatie heeft kennis, de jongere generatie heeft de energie en de toekomst.’

Door Lys-Anne Sirks | 11 december 2018

In haar beleidsnota ‘Investeren in perspectief’ zet minister Kaag sterk in op jongeren, maar wat vinden die zelf eigenlijk van de nota en de rol die hen daarin wordt opgelegd? Volgens Francis Arinaitwe, een jonge ondernemer uit Kenia,  is het vooral cruciaal om ‘jongeren zeggenschap te geven over hun eigen toekomst’.  

Lees artikel

Bossen: onze krachtigste high-tech klimaatoplossing

Door Han de Groot | 03 december 2018

Als we over klimaat oplossingen praten, gaat het gesprek bijna altijd over de vermindering van fossiele brandstoffen. Maar volgens Han de Groot, CEO van de Rainforest Alliance, is dat maar een deel van de oplossing en zou het veel meer over bossen moeten gaan: de meest krachtige en efficiënte CO2 opnemende technologie die het wereld ooit heeft gezien.

Lees artikel