Door:
Evert-Jan Brouwer

4 mei 2016

Categorieën

Tags

Foto by: Taslima Akhter

Foto by: Taslima Akhter

OPINIE – Nog een dikke twee weken en dan is het zover. Het lang verwachte Ready for Change? rapport over de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) wordt dan gepresenteerd in Amsterdam. Eén van de thema’s uit het rapport is mondiale waardeketens. Nederland zet zich, ook tijdens het lopende EU voorzitterschap, in voor verduurzaming van mondiale waardeketens. Evert-Jan Brouwer is op dit moment op werkbezoek in Bangladesh en kijkt vanuit Bengaals perspectief naar duurzame waardeketens en de SDG’s en probeert een antwoord te vinden op de vraag: hoe kunnen waardeketens écht duurzaam worden? Wat is de sleutel tot succes, en hoe kunnen de SDG’s daaraan bijdragen?

 

Textielfabrieken in Khulna

Ik schrijf dit stukje vanuit het Bengaalse Khulna. Khulna is een flinke stad aan de Rupsha rivier, met verschillende textielfabrieken. Afgelopen zondag was het de Internationale Dag van de Arbeid. Die dag wordt ook in Bangladesh ‘gevierd’. Dat wil zeggen: veel mensen hebben die dag vrij, maar er zijn net zoveel mensen die alleen ’s ochtends vrijaf hebben om in een optocht mee te lopen of een cultureel festival te bezoeken, en ’s middags weer aan de slag moeten. Veel arbeiders in Bangladesh, en dat geldt zeker ook de textielsector, krijgen geen  kans om in het weekend of op nationale feestdagen vrij te nemen.

Daily Star

Op mijn kamer ligt de Daily Star van zondagochtend 1 mei. Op de forumpagina staat een stuk van een halve bladzijde onder de titel ‘May Day and the politics of ‘Made in Bangladesh’. Er prijkt een aangrijpende foto naast van het elf leden tellende gezin van een textielarbeidster. Op een paar vierkante meter liggen ze als muizen in een nest te slapen. Tegen elkaar aan, half over elkaar heen. Elke dag maakt de vrouw des huizes 12 tot 14 werkuren. En dat is in de textielfabrieken de regel, niet de uitzondering.

Waren er begin jaren tachtig nog maar zo’n dertig textielfabrieken in het land, inmiddels zijn dat er volgens de jongste statistieken zo’n 5.800. Door de jaren heen hebben de textielfabrieken arbeidskrachten uit onder meer het arme noorden van Bangladesh aangetrokken. Verslechtering van het natuurlijke milieu, waaronder hevige erosie van rivieroevers, noodzaakte noorderlingen hun inkomsten in de grote steden te zoeken.

Primark in Den Haag

In mijn gedachten probeer ik het bij elkaar te brengen. Het reusachtige, nieuwe pand van Primark op de hoek van het Spui en de Grote Marktstraat in Den Haag, dat ik passeer als ik naar de Tweede Kamer loop. Het elan spat eraf. Op enorme flatscreens tonen modellen de nieuwste kleding opdringerig aan passanten. En dan de grauwe textielfabrieken hier op een steenworp afstand in Khulna. Er zitten duizenden kilometers tussen. Met hetzelfde bedrag waarmee ik later deze week de taxi naar de luchthaven betaal, kan ik probleemloos een shirt of broek bij Primark kopen als ik weer in Den Haag ben. Maar in deze schier grenzeloze wereld is elke transactie wel een daad.

Sleutel tot succes

Hier in Bangladesh realiseer ik me extra hoe relevant de boodschap van ons ‘Ready for Change?’ rapport is. Wij willen de politieke en maatschappelijke steun voor de Duurzame Ontwikkelingsdoelen versterken. De SDG’s leggen de complexiteit van ontwikkelingsvraagstukken bloot. Ze erkennen volop dat werk en economische productiviteit sleutels zijn voor ontwikkeling en armoedebestrijding. Maar ze kaarten ook aan dat zowel consument als producent zich rekenschap moeten geven van de effecten van hun handelen. Wordt er rekening gehouden met mens en milieu? De SDG’s wijzen ook de richting aan naar een antwoord op de vraag: waar ligt de sleutel tot succes? Hoe kan die textielketen écht duurzaam worden? Die sleutel ligt niet simpel bij één partij.

Primark mijden?

Je kunt natuurlijk de last van het probleem volledig op de schouders leggen van de Westerse consument. Dát is de boosdoener. Hij moet Primark, H&M en Zara mijden. Hij moet Mud Jeans of Kuyichi gaan dragen. Dan komt het goed. Maar die redenatie is te kort door de bocht. Ook al is de Europese consument ontzettend machtig.

Rol van de politiek

De SDG agenda vraagt terecht aandacht voor de rol van overheden. In de preambule op de SDG’s wordt aan overheden zelfs een eindverantwoordelijkheid toegekend voor het nastreven van de doelen. Dus ook de doelen over leefbaar loon en betere arbeidsomstandigheden. Daarmee vraagt de SDG agenda zowel van de Bengaalse als de Nederlandse overheid actie als het gaat om de misstanden in de textielsector.

Bengaalse overheid

In Bangladesh zal meer ruimte moeten komen voor arbeiders die zich collectief organiseren en vragen om een fatsoenlijk loon, normale werktijden en veilige werkplaatsen. Bengaalse arbeiders verwachten van hun overheid dat zij niet alleen kijken naar de handelsbalans – de textielsector is goed voor 80% van de buitenlandse reserves van Bangladesh – maar ook naar hun welzijn en dat van hun gezinnen.

Textielconvenant

De SDG agenda vraagt ook van de Nederlandse overheid een overtuigende inzet. Minister Ploumen heeft met bezieling gewerkt aan een convenant met de textielsector. Dat convenant is onlangs tot stand gekomen, maar van een krachtige uitvoering van de afspraken kan pas sprake zijn als volgende maand minstens 35 kledingbedrijven met een minimum marktaandeel van 30% zich aan de afspraken committeren. Vorige week zei de Minister nog op een bijeenkomst in Brussel dat, als dit niet lukt, zij zich genoodzaakt ziet om met wetgeving te komen zodat bedrijven alsnog hun zorgplicht in de hele productieketen nakomen. Dat wordt dus spannend.

19 mei is onze Ready for Change?’ conferentie, op initiatief van Partos, Foundation Max van der Stoel en Woord en Daad. Met onder meer aandacht voor mondiale waardeketens. Mijn verblijf in Bangladesh zet me helemaal op scherp. De agenda van de SDG’s is een behulpzame agenda. De SDG’s dagen ons uit om de handen ineen te slaan. Om verandering na te streven ‘at home and abroad’. Alle hens aan dek. Tot ziens Khulna! Dag Amsterdam.

Minister Wiebes: woordvoerder van Shell of Nederlands Minister voor Economische Zaken en Klimaat?

Door Jurrian Veldhuizen | 25 november 2020

Inmiddels twee maanden geleden stelde Lammert van Raan van de Partij voor de Dieren 25 zeer kritische Kamervragen aan Minister Hoekstra van Financiën en Minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat over de twijfelachtige klimaatplannen van olie- en gasbedrijven. Minister Wiebes had lang de tijd nodig om antwoord te geven. Toen het uiteindelijk kwam, bleek de minister een uitstekende woordvoerder voor Shell en een kampioen in het ontwijken van vragen en daarmee verantwoordelijkheden, schrijft Jurrian Veldhuizen namens Building Change.

Lees artikel
UN Food Systems Summit 2021

Wie niet aan tafel mee mag praten, staat op het menu

Door Vice Versa | 24 november 2020

Oxfam Novib, Hivos, Both Ends en de AgriProFocus Food Security Policy Coalition pleiten voor duurzame en inclusieve voedselsystemen op de VN- wereldtop komend jaar. Tijdens de conferentie ‘Bold Actions for Food as a Source for Good’, op 23 en 24 November georganiseerd door de Wageningen Universiteit, het World Economic Forum en anderen, kan Minister Kaag aandringen op een ambitieuze Summit die harde afspraken maakt over de toekomst van ons voedsel.

Lees artikel

‘Food security policy should focus less on production and more on consumers’

Door Joris Tielens | 22 november 2020

How can the Netherlands contribute to improving nutrition in Africa in the coming decade? Retiring Professor Ruerd Ruben would like to see Dutch government policy informed by a food systems approach – with more focus on consumers, and an active role for Dutch embassies entering into policy dialogue with the government in their African host countries. Minister for Foreign Trade and Development Cooperation Sigrid Kaag agrees: ‘The systems approach, where more priority is given to the environment and consumers, is now widespread. It will be high on the agenda of the UN summit in 2021.’

Lees artikel