Door:
Bente Meindertsma

25 april 2016

Categorieën

Tags

Directeuren Solidaridad           INTERVIEW: ‘Ook Solidaridad ging naar Panama’,  kopten Trouw en het Financieel Dagblad op 9 april 2016. In de berichtgeving werd de ontwikkelingsorganisatie beschuldigd van belastingontwijking en werd het beeld geschetst van een niet-transparante organisatie. Solidaridad noemde de berichtgeving flauwekul en liet in een verklaring weten dat de artikelen onjuist en onvolledig zijn. Vice Versa sprak met Gonzalo la Cruz, de directeur van Solidaridad in Panama en algemeen directeur Nico Roozen. Zij vertellen hun kant van het verhaal. De afgelopen twee weken waren hectisch voor Solidaridad; de organisatie had veel uit te leggen aan media, partners en donateurs. Gonzalo la Cruz verbaast zich over de ophef en het negatieve beeld van Panama in Nederland. Hij is samen met de leiders van de andere regiokantoren van Solidaridad in Nederland voor het halfjaarlijkse directeurenoverleg. In Utrecht vergaderen ze over de resultaten, de strategie en de financiën van de ontwikkelingsorganisatie. Tijdens de lunchpauze leggen de directeuren uitgebreid uit waarom Solidaridad voor een gedecentraliseerde organisatiestructuur heeft gekozen en wat er wel en niet klopt van de berichtgeving in Trouw en FD. Waarom heeft Solidaridad in het buitenland stichtingen opgezet? Gonzalo la Cruz: ‘Solidaridad begon als kleine Nederlandse organisatie, maar heeft vanaf haar ontstaan samenwerkingsverbanden gezocht met partners overal ter wereld. In 2009 besloten we om stichtingen in andere landen op te richten omdat we mensen in ontwikkelingslanden zelf in staat wilden stellen beleid te ontwikkelen dat aansluit bij de lokale omstandigheden. Deze manier van werken vormt voor ons de kern van ontwikkelingssamenwerking. We hebben in Latijns Amerika een continentaal platform opgezet met vijf kantoren van waaruit landenorganisaties zijn ontwikkeld.  De vijf kantoren hebben een bestuur dat beslist over de activiteiten op het hele continent. In het geval van Zuid Amerika hebben we gekozen voor een stichting in Panama.’ Nico Roozen: ‘Solidaridad heeft een compleet nieuwe, innovatieve structuur gecreëerd. Heel veel NGO’s zullen zich in de toekomst zo gaan organiseren. Die manier van werken werpt zijn vruchten af, partners kiezen ervoor om met ons te werken omdat we dichtbij de praktijk zitten. Daarom groeit onze organisatie, in tegenstelling tot veel andere NGO’s. In onze structuur hebben wij een gedeelde verantwoordelijkheid, waarin gelijkwaardige vertegenwoordigers vanuit negen regio’s samen het beleid vormgeven. De tijd dat een team in Utrecht ontwikkelingsprogramma’s kan ontwerpen, laten uitvoeren en evalueren is voorbij.’ Solidaridad heeft geen activiteiten in Panama. Waarom hebben jullie ervoor gekozen om juist in Panama een regiokantoor op te richten? La Cruz: ‘Vanuit Panama had Solidaridad de mogelijkheid om op een efficiënte manier een bestuur op te zetten met leden uit verschillende landen in Latijns Amerika. De financiële structuur van Panama maakte het mogelijk om de transacties van onze verschillende landenkantoren bij te houden in één boekhouding. Daarnaast heeft Panama als één van de weinige landen in Latijns Amerika een harde valuta, waardoor Solidaridad minder kwetsbaar is voor fluctuaties in wisselkoersen. Vanwege deze redenen was Panama de meest geschikte locatie om een stichting op te richten van waaruit een Raad van Toezicht de activiteiten in heel Latijns Amerika controleert.’ Solidaridad wordt in de Nederlandse media beschuldigd van belastingontwijking, maar ontkent zelf dat dit de reden is geweest voor de keuze voor Panama. Waarom is er geen sprake van belastingontwijking? La Cruz: ‘Ontwikkelingsgeld is vrijgesteld van belasting, dus het is ons niet duidelijk welke belasting we hebben ontweken of welke belastingdienst daarmee benadeeld is. Solidaridad heeft Trouw en FD om bewijzen gevraagd, maar heeft daar geen reactie op gekregen.’ Panama staat bekend als belastingparadijs en wordt vanwege haar soepele wetgeving regelmatig door criminelen gebruikt om vermogens te beheren. Heeft Solidaridad het risico op reputatieschade meegenomen in haar keuze voor Panama? La Cruz: ‘Solidaridad heeft haar wettelijke structuur goed op orde en ziet er geen enkel probleem in om een stichting in Panama te hebben. We werken daar met internationale banken die voldoen aan alle internationale eisen op het gebied van due dilligence en transparantie. Onze contracten en financiële transacties worden zorgvuldig gecontroleerd en het is bekend wie deze heeft ondertekend. Solidaridad kan dus volledig legaal en transparant werken in Panama, overigens net als veel andere internationale bedrijven, NGO’s en multilaterale instellingen zoals de VN.’ Roozen: ‘Je kunt een hele economie niet veroordelen omdat een klein deel ervan gelinkt is aan belastingontwijking; dat is sjabloondenken. Nederland staat ook bekend als belastingparadijs, maar 95% van de economie heeft daar niets mee te maken. Wij noemen dat een probleem van de ‘Zuidas’ en het is voor niemand reden om niet in Nederland te gaan zitten. Als je niet wil werken in landen die bekend staan als belastingparadijs, dan vallen er heel wat landen af. Vanuit het perspectief van corruptie wordt die lijst nog langer, dan zijn er wel 80 landen waar je niet kunt werken.’ Volgens Trouw koos Solidaridad voor een type stichting dat over het algemeen gebruikt wordt door rijke particulieren om hun vermogen veilig te stellen. Oprichters en begunstigden van dit soort Panamese stichtingen worden niet bekendgemaakt en de stichtingen hoeven geen jaarrekeningen op te stellen. Waarom koos Solidaridad voor dit type stichting? La Cruz: ‘Sommige mensen gebruiken dit type stichting om geld te verdienen en de begunstigden te verbergen. Wij gebruiken hem voor onze missie om duurzame economische ontwikkeling te stimuleren.  Wij maken in onze statuten, die openbaar zijn, precies bekend wie de begunstigden van onze stichting zijn. Ook over de oprichter van de stichting hoeven we niet geheimzinnig te doen: Dat is Solidaridad Nederland.’ Trouw en FD schrijven dat de organisatiestructuur van Solidaridad niet transparant is.  Wat gaat u doen om de transparantie te verbeteren? La Cruz: ‘We zijn al volledig open en transparant! Onze financiële structuur is open, onze bestuursleden zijn bekend en we geven openheid van zaken in onze statuten.’ Roozen: ‘Qua transparantie bestaat er een algemeen aanvaarde norm voor stichtingen. Daar voldoen wij ruimschoots aan. Wij gaan zelfs verder en maken expliciet tot welke resultaten de investeringen in onze programma’s hebben geleid. Bovendien maken we de informatie over onze structuur ieder jaar bekend in onze jaarverslagen.’ Toch zegt u in Trouw en FD dat  u de enige bent die de internationale structuren nog kan overzien.   Roozen: ‘Dat heb ik nooit gezegd. De journalisten van Trouw en FD hadden de missie om te bewijzen dat de nieuwe organisatiestructuur van Solidaridad is gekoppeld aan belastingontwijking.  Daarom hebben ze ten onrechte het beeld gewekt dat de structuur van Solidaridad complex is.’ Hoe kan het dat het Centraal Bureau Fondsenwerving niet op de hoogte was van de stichting in Panama? Roozen: ‘Het CBF is een keurmerk voor de werkzaamheden in Nederland. Ons internationale werk ligt buiten de scope van hun controle, het is dus heel begrijpelijk dat ze onze stichting in Panama niet kennen. Het CBF had bovendien kunnen weten waar we mee bezig zijn omdat we hen elk jaar ons jaarverslag sturen waarin ieder jaar is bericht over de stichting Solidaridad Latijns Amerika in  Panama. ‘ Wat gaat u doen om vragen en onduidelijkheden over de organisatiestructuur van Solidaridad weg te nemen? Roozen: ‘Mijn persoonlijke conclusie is dat we onze communicatie over dit nieuwe concept van ontwikkelingssamenwerking moeten verbeteren. Als je innovatief bent heb je altijd meer verantwoordelijkheid om uit te leggen wat je doet en wat de relevantie daarvan is. Over onze manier van werken worden vragen gesteld vanuit de oude manier van denken en daardoor ontstaat er misverstand. We moeten meer en beter communiceren over het werk dat we doen, maar ook over de structuur die dat werk faciliteert. Daar geven we zeker opvolging aan, we zijn al bezig om de communicatie op onze website te verbeteren.’  

Je hebt een veilige omgeving nodig om te veranderen

Door Marc Broere | 23 juni 2019

Wat houdt dat nu precies in: meer zeggenschap van het Zuiden in de internationale ontwikkelingsagenda? Flexibel en vrij besteedbaar geld voor zuidelijke organisaties, maar vooral ook: aandacht voor machtsstructuren. ‘Dit gaat niet alleen over geld, maar vooral over mensen in staat stellen te doen wat voor hun op dat moment belangrijk is. Dat is eigenaarschap!’

Lees artikel

Tip 1 aan Kaag: ‘Laat noordelijke organisaties verplicht samenwerken met zuidelijke partners’

Door Lizan Nijkrake | 20 juni 2019

Minister Kaag werkt hard aan een nieuw subsidiekader voor het maatschappelijk middenveld. Ze wil meer eigenaarschap geven aan zuidelijke ngo’s om hen meer legitimiteit te geven, en ziet daarbij een andere rol voor Nederlandse organisaties. Vice Versa vroeg vier zuidelijke organisaties hoe zij dit zien. Wat is hun gouden tip voor onze minister? Met vandaag Hajer Sharief, medeoprichter van Together We Build It, een ngo die werkt aan jongeren-en vrouwenparticipatie in Libië’s vredesproces.

Lees artikel

‘Het gedrag van ontwikkelingsorganisaties lijkt op het orkest van de Titanic: doorspelen en doen alsof er niets aan de hand is’

Door Fons van der Velden | 18 juni 2019

De macht van het geld en van connecties spelen in particuliere ontwikkelingssamenwerking helaas nog steeds een doorslaggevende rol, betoogt Fons van der Velden. Dat belemmert een écht gelijkwaardige relatie met zuidelijke partners, terwijl juist daarin de sleutel tot legitimiteit en succes schuilt.

Lees artikel