Door:
Janneke Juffermans

12 april 2016

Categorieën

Tags

clara 2Binnen ontwikkelingssamenwerking is capaciteitsversterking momenteel een hot item. Uit de grote MSF II evaluatie die recentelijk is uitgevoerd waren een aantal lessen te trekken die stof tot nadenken geven en op de conferentie Learning for the future die Partos op 14 april organiseert eens grondig worden bekeken. Wat volgens Clara Bosco, international networks advisor van Civicus, niet helpt voor capaciteitsversterking is dat internationale ngo’s zich steeds vaker in ontwikkelingslanden gaan vestigen en meedingen naar lokale fondsen. Capaciteitsversterking. Het is een term die bij mensen buiten de ontwikkelingssector tot opgetrokken wenkbrauwen leidt. Maar ook al heeft men binnen de sector er wel een idee bij, of dat dan om hetzelfde idee gaat is nog maar de vraag. Ook denkt men verschillend over het belang ervan of over de samenhang met andere ontwikkelingsdoelen. En dan hebben we het nog niet gehad over de aannames over capaciteitsversterking, waar de meesten het dan weer wél over eens zijn. Juist die aannames mogen wel eens ter discussie mogen worden gesteld, vindt Clara Bosco. Welke aannames zijn dat dan? Bosco: ‘Drie aannames worden gemaakt worden in dit soort financieringsprogramma’s. De eerste is dat Zuidelijke partners capaciteitsversterking nodig hebben. Dat is maar de vraag, en die heeft meerdere lagen. De beginvraag is: wat versta je onder de ontwikkeling van capaciteit? Een andere aanname is dat Nederlandse organisaties de capaciteit hebben om aan deze vraag te voldoen.Maar ook dit is maar de vraag, het hangt ervan af wat er nodig is en ook welke relatie er is tussen de Zuidelijke en de Noordelijke partner. De derde aanname tenslotte gaat ervan uit dat het mogelijk is om onmiddellijk resultaat te verkrijgen in processen van pleiten en beïnvloeden en tegelijkertijd de capaciteit te versterken van de lokale partner. Echter de processen zijn heel verschillend. Je kunt niet via tijdlijnen en deadlines aan pleiten en beïnvloeden doen en tegelijkertijd de capaciteit van de organisatie volgens diezelfde deadlines versterken. Hier speelt een coherentiedilemma.’ Waarom kan dat laatste niet?  ‘Welke visie heb je als organisatie op capaciteitsversterking? Is het een middel versterken om de organisatie in staat te stellen doelen van het programma te halen of is capaciteitsversterking op zich ook al relevant en belangrijk? Capaciteitsversterking moet hoe dan ook worden gezien als een veranderingsproces. Dat proces richt zich niet alleen op formele versterking, maar raakt ook aan ‘zachte vaardigheden’ zoals eigenaarschap, leiderschap en verantwoordelijkheid. Deze dynamische manier van kijken naar capaciteitsversterking waarbij je de Noordelijke en de Zuidelijke partner betrekt én hun onderlinge relatie kan transformerend werken. Voor beide partijen. Dit is relevant voor het nieuwe pleiten en beïnvloeden programma. Dat richt zich op strategische partnerships waarin partijen samenwerken op basis van een gedeelde visie. ‘ Kun je een voorbeeld noemen van zo’n dynamisch en transformerend partnerschap?  ‘Om te verhelderen: er is een verschil tussen een transactioneel en transformatief partnerschap. Ik heb net gehoord van een partnerschap dat volgens mij aan beide criteria voldoet. De Nederlandse Light fot the World en hun partner in Bangladesh: Centre for Disability in Development hadden een partnerschap dat in eerste instantie als transactioneel partnerschap was opgezet, met duidelijke voorwaarden en afspraken en een tijdpad. Maar gedurende de tijd veranderde het in een transformatief partnershap. Light for the World leerde haar partner steeds beter kennen en realiseerde zich dat haar eigen focus en manier van werken niet paste in die situatie. Dus veranderde ze haar manier van werken naar het punt waarop ze nu zijn: veel gezamenlijke acties. De leidende partij is daarin Centre for Disability in Development en Light for the World Nederlandse organisaties geeft alleen nog steun. Het hangt er overigens vanaf welke soort partnerschap nodig is. Een transactioneel partnerschap kan heel goed werken. Maar in de regel zie je dat in een langdurige partnerrelatie een verschuiving naar een transformerende relatie die verder gaat dan een specifiek project beter werkt.’ Vind je ook dat capaciteitsversterking eigenlijk apart gefinancierd zou moeten worden en dus niet gekoppeld aan een ontwikkelingsagenda zoals die van pleiten en beïnvloeden? ‘Zeker weten! Het project format gaat niet goed samen met het proces van het versterken van capaciteit. Bij capaciteitsontwikkeling gaat het om een andere dynamiek die zich constant aanpast aan de veranderende omstandigheden en dat past niet in een traditioneel format van een project met een tijdlijn en gestelde doelen. En capaciteitsversterking is wel hard nodig, ook los van de doelen in een ontwikkelingsprogramma. De meeste partners van Civivus zijn zuidelijke organisaties. Zij trekken steeds vaker aan de bel omdat ze het gevoel hebben dat de houding van sommige internationale ngo’s in hun land ondermijnend werkt. Ze komen en nemen de ruimte om te ageren in. Ze praten namens een maatschappelijk middenveld dat ze niet representeren en ze verstoren de lokale dynamiek. Niet alleen op het gebied van de markt hebben ze een voorsprong: ze huren bijvoorbeeld de beste mensen in omdat ze zich die kunnen veroorloven. Maar vaak hebben de internationale ngo’s ook meer geld, sterkere betrekkingen met anderen internationale ngo’s en meer capaciteit. Ze vestigen zich lokaal en gaan dan bovendien meedingen naar de lokale fondsen die beschikbaar zijn. Ze nemen zo ook de ruimte in voor pleiten en beïnvloeden. Dit helpt de lokale organisaties uiteraard niet. We horen dat steeds meer. Grote organisaties die aan lobby & advocacy doen in een land en die de strategie al hebben uitgedacht en daarin heel voortvarend te werk gaan, maar ook de lokale organisaties ondermijnen. Toen MFS II begon hebben Nederlandse organisaties lokale organisaties uitgezocht die in aanmerking kwamen voor het versterken van hun capaciteit. Ik heb begrepen dat de selectiecriteria zo waren opgesteld dat alleen de sterkere lokale organisaties werden geselecteerd en er eigenlijk niet meer zoveel capaciteit te versterken viel. Van deze mechanismen moeten internationale organisaties zich op zijn minst bewust zijn. Ze moeten op zoek naar aansluiting bij de lokale ngo’s en erkennen dat voor effectieve capaciteitsversterking van een lokale partner diens energie, motivatie, commitment en doorzettingsvermogen cruciaal zijn. Welke capaciteiten hebben lokale ngo’s nodig om op te boksen tegen de internationale ngo’s? ‘Uitgaande van een gedeeld doel zou men überhaupt niet tegen elkaar moeten hoeven opboksen. Extra complex wordt de situatie doordat het maatschappelijk middenveld in het algemeen steeds meer ingeperkt wordt. Daarom is een gedeeld doel heel belangrijk net zoals elkaar geen vliegen afvangen. Globale solidariteit en coördinatie tussen activisten staan voorop. Maar buiten dat zijn er voor alle organisaties enkele elementen nodig. Je moet de context goed begrijpen als organisatie en de machtsverschillen goed kennen. Weten hoe de hazen lopen. Bovendien is omgaan met complexiteit die zich soms onder de oppervlakte van deze context afspeelt van belang en de flexibiliteit om je strategie steeds aan te passen langs de route. Leren en aanpassen, en dat steeds opnieuw. Dan vervolgens zijn er meerdere invalshoeken om te interveniëren en meerdere spelers in het veld. Met hen moet je je strategisch kunnen verhouden. Niet altijd de confrontatie aangaan, maar soms een andere manier kiezen. Zeker bij de eerste eigenschappen kwaliteiten lijkt me dat lokale ngo’s die eerder in huis hebben dan hun internationale evenknieën.  ‘Dat is helemaal waar. Ook daarom is die samenwerking belangrijk. Beide groepen hebben elkaar nodig om iets te bereiken.’ Kader: CIVICUS is een wereldwijde alliantie-organisatie van het maatschappelijk middenveld met leden in meer dan 170 landen. CIVCUS is actief op het gebied van de afnemende ruimte van het maatschappelijk middenveld en (de noodzaak tot) innovatie.   ‘We proberen in internationale samenwerking de visie van gemarginaliseerde stemmen te vertegenwoordigen, met name die van het Zuiden,’ zegt Clara Bosco, international networks advisor bij CIVICUS. Partos is één van de stemmende leden van CIVICUS en Bosco werkt namens nauw samen met Partos aan de leeragenda op het gebied van pleiten en beïnvloeden en capaciteitsversterking. Kijk voor meer informatie over het seminar Learning for the Future van aanstaande donderdag op www.partos.nl

Het Raadsel van de ander

Door Vice Versa | 08 oktober 2019

In de nieuwe Vice Versa die komend weekend verschijnt staat ‘de ander’ centraal en zoeken we naar een nieuw, progressief narratief. Angst voor de ander kun je alleen bestrijden met menselijke verhalen, schrijven Ayaan Abukar en Marc Broere.

Lees artikel

Bouwstenen voor een nieuw Latijns-Amerika beleid

Door Vice Versa | 01 oktober 2019

Hoewel Latijns-Amerika al een tijd verdwenen is uit de spotlichten van de Nederlandse politiek, hebben we meer met elkaar te maken dan we denken. Is het niet tijd voor een nieuw en actief Latijns-Amerika beleid? Op maandagmiddag 14 oktober gaan we hierover in Den Haag tijdens de bijeenkomst ‘Het Koninkrijk en zijn buren’ in gesprek met experts en politici.

Lees artikel

Amsterdam ontmoet Mogadishu

Door Lizan Nijkrake | 28 september 2019

Daily Paper, het Amsterdamse straatmodemerk, maakte een collectie T-shirts met tekeningen van voormalige kindsoldaten in Somalië. Wat begon als een klein project voor het Elman Peace Center, leidde dankzij sociale media tot iets groters: fotografen en filmmakers, muzikanten en klanten bieden hun hulp aan. ‘Jonge mensen zijn vaak zó idealistisch, ze willen betrokken blijven.’ Een profiel.

Lees artikel