Door:
Evert-Jan Brouwer

16 maart 2016

Categorieën

Tags

Evert Jan BrouwerHet was een regenachtige maartse dag, twee weken terug. Samen met een collega was ik in Brussel voor het Ready for Change? project. We waren ’s ochtends goedsmoeds op pad gegaan. Met hoge snelheid bracht de Thalys ons naar de ‘Europese hoofdstad’. Doel van onze reis: praten met de Europese Commissie over de uitvoering van de nieuwe Sustainable Development Goals (SDG’s).We hoopten dat ze daar al druk mee in de weer zijn. Aan het eind van de dag was de goede moed ons toch wel redelijk in de schoenen gezakt. Enigszins mistroostig treinden wij terug naar ons lieve vaderland. Brussel is voor mij geen vreemd gebied. Ik kom er een aantal keren per maand, soms wekelijks. Het blijft imposant. Die enorme gebouwen van Commissie, Parlement en Raad. Veel glas, draaideuren, liften, keurig geklede ambtenaren. Veel verkeer op straat. Dure bolides die hooggeplaatsten in volle vaart door de Europese wijk vervoeren, voorafgegaan en gevolgd door motoren met gillende sirenes en blauwe zwaailichten. Als je daar als klein mannetje loopt, denk je: hoe kan ik hier invloed uitoefenen? Hoe kan ik Europese besluitvormers goede ideeën aanreiken over ontwikkeling en duurzaamheid? Op welke deur moet ik kloppen? Met wie moet ik dealen? Hoe doe ik dat op een effectieve manier? Geen papieren tijger Het dossier waarmee ik nu vaak naar Brussel reis, is dat van de Sustainable Development Goals. Ze zijn in september 2015 in New York vastgesteld. Nederland was een van de enthousiaste ondertekenaars. Waar het nu om gaat is dat die doelen geen papieren tijger blijven. Er moet een goed uitvoeringsplan komen. Zowel op het niveau van de EU lidstaten, als op het niveau van de EU zelf. Laten we hier beginnen met een analyse van het huidige beleid. Is dat al in lijn met de SDG’s? Of zijn we nog lang niet duurzaam genoeg bezig? Daarna kunnen we kijken op welke terreinen er een tandje bij moet, of misschien wel een fundamentele omslag nodig is. En laten we het Nederlandse EU voorzitterschap, eerste halfjaar van 2016, gebruiken als een kans. Nederland kan dan wellicht extra invloed uitoefenen om de EU tot een krachtig uitvoeringsplan te bewegen. Helder verhaal, toch? Hoge ambtenaren Zo gezegd, zo gedaan. Vol goede moed betreden we de enorme gebouwen van de Commissie, om te informeren naar de stand van zaken rondom  hun plannen. We worden keurig ontvangen. Een hooggeplaatste dame praat ons bij over de stand van zaken. ‘Een uitvoeringsplan ligt er nog niet. Nee, de stap die daaraan voorafgaat is het opstellen van een routekaart.’  En die routekaart, wanneer komt die? ‘Kan ik nog niet zeggen, ik houd jullie graag op de hoogte.’ Hebben jullie al een analyse gemaakt in hoeverre het huidige beleid ‘SDG proof’ is? ‘Daar zijn we mee bezig; jullie kunnen  mij altijd vragen naar de stand van zaken.’ Wie is eindverantwoordelijk voor de plannen? ‘Ingewikkelde vraag, hebben we overleg over, ik ben aanspreekpunt.’ Ja, dank u vriendelijk. Lage ambtenaren Een uur later praten we met een paar lagere ambtenaren die alles weten van ontwikkelingssamenwerking. De een gedraagt zich correct, weet wat hij wel en niet zeggen mag. De ander trekt spontaan een zure grimas als we over de SDG’s beginnen: ‘Don’t interpret my smile’, zegt hij. Ze hebben een keurige inventarisatie gemaakt van het bestaande beleid op hun terrein en opgestuurd naar Eurocommissaris Timmermans. Die heeft de zaakjes echter nog niet helemaal op orde en daarom is de zogeheten ‘interservice consultation’ (Brussels jargon) nog niet gestart. De SDG’s, zo leggen ze verder uit, gaan daarnaast over alles: duurzame ontwikkeling binnen Europa zelf en wereldwijd, sociaal beleid, economie en ecologie. Daar moeten verschillende EU Commissarissen met hun ambtenaren een plasje over plegen. En om dat gecoördineerd, samen te doen, dat zijn ze niet zo gewend. Er is voor dit dossier nog geen meneer A, die meneren B, C en D aan het werk kan zetten, zo leggen de lagere ambtenaren ons minzaam uit. Men kijkt afwachtend naar elkaar. Gaande het gesprek krijg ik bewondering voor het taaie geduld van deze beide broeders. Ambtelijke lijzigheid en een eigenwijze Juncker We spreken nog een tweetal informanten. Ambtelijke lijzigheid is een belangrijke verklaring, aldus een atypische diplomaat. De SDG routekaart  komt er misschien zelfs niet eens voor juli, als het Nederlandse EU voorzitterschap voorbij is. Commissievoorzitter Juncker zou mogelijk een blokkerende factor kunnen zijn, vertelt een vertegenwoordigster van het NGO netwerk CONCORD. De SDG’s staan niet op zijn eigen 10-punten lijstje. Hij wil op andere zaken scoren. Goed, dat helpt dus ook niet mee. Een goedwillende Frans Timmermans ten spijt. Hij is in Brussel hoofdverantwoordelijke voor duurzame ontwikkeling. Maar hij kan de zaakjes niet zomaar naar zijn hand zetten. Daar heeft hij andere hotemetoten zoals Juncker, Katainen en Mogherini voor nodig. Nederland moet niet wachten Onze Minister Ploumen, die een ‘lichte coördinerende verantwoordelijkheid’ draagt voor de uitvoering van de SDG’s in Nederland, beloofde  de Kamer een brief over de SDG’s voor februari. Inmiddels is het half maart. Natuurlijk zou onze Minister voor haar Kamerbrief graag kunnen verwijzen naar een heldere Europese routekaart, die ook voor Nederland als uitgangspunt kan dienen. Ondertussen glijdt september 2015 steeds verder weg in de nevels van het korte politieke geheugen. Brexit en de migratiekwestie domineren de Europese agenda. Wachten op ‘Brussel’ heeft dus niet zoveel zin. Initiatief nemen Als ik me niet vergis begint er op de burelen van de Nederlandse Ministeries wat te rommelen rond die SDG’s. Minister Ploumen heeft twee welbespraakte en ervaren oliemannetjes aangewezen om samen met andere Ministeries te werken aan de uitvoering van de SDG’s: SDG ambassadeur Peter van der Vliet en Nationaal Coördinator voor implementatie van de SDG’s Hugo von Meijenfeldt. Laatstgenoemde blogt ook wekelijks over de Global Goals. We vangen signalen op dat het Ministerie van Infrastructuur & Milieu de SDG’s wil integreren in de Toekomstagenda Milieu en Duurzaamheid, en het Ministerie van Economische Zaken in de Groene Groei strategie. Hopelijk komt hierover op korte termijn van officiële zijde meer naar buiten. Wij van ‘Ready for Change?’ zouden het een goede zaak vinden als Nederland niet braaf wacht op de langzaam malende Brusselse molens. Maar de zaak Hollands eigenwijs omdraait: Op welke punten zijn de SDG’s van toegevoegde waarde voor een beleid dat bijdraagt aan mondiale duurzame ontwikkeling? Daarmee aan de slag. En dan Brussel en de andere lidstaten enthousiast maken voor waar je mee bezig bent. Evert-Jan Brouwer, politiek adviseur Woord en Daad

Een klimaatlijst voor Kaag

Door Joris Tielens | 13 september 2019

Stoppen met subsidies en exportkredieten voor fossiele brandstoffen, het beprijzen van CO2 en het tegengaan van belastingontduiking door de fossiele industrie. Het zijn een aantal zaken waarvoor minister Kaag internationaal moet pleiten tijdens de klimaattop in New York op 23 september, volgens de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV).

Lees artikel

De vergeten klimaattafel

Door Joris Tielens | 04 september 2019

Het klimaatakkoord is veelbesproken, maar de helft van de ‘Nederlandse’ CO2-uitstoot blijft onderbelicht: die in het buitenland. Valt klimaatverandering te beperken door geen subsidies meer te geven aan de fossiele industrie, door meer klimaatdiplomatie? Heleen de Coninck en Marcel Beukeboom kijken voorbij de grenzen.

Lees artikel

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel