Door:
Marc Broere

4 maart 2016

Categorieën

Tags

marc1De moord gisteren op mensenrechtenactiviste Berta Caceres uit Honduras staat symbool voor twee zaken. De wereldwijde trend naar grootschalige infrastructurele projecten én de toegenomen bedreiging van de civil society wereldwijd. Tegen dat laatste is Nederland gelukkig één van de koplopers in de internationale donorwereld, maar aan het eerste werken we met de hulp en handelsagenda van minister Ploumen volop mee. Dat lijkt moeilijk met elkaar te rijmen, schrijft Marc Broere in deze Vrijdagmiddagborrel. Ze was het boegbeeld van de strijd van de lokale indianengemeenschappen tegen de aanleg van de Agua Zarca Dam, een controversieel ontwikkelingsproject dat mede gefinancierd wordt door de Nederlandse ontwikkelingsbank FMO. Gisterochtend drongen gewapende mensen het huis van Berta Caceres binnen en schoten de al slapende activiste dood.  Een laffe en brute moord. Caceres werd al langer bedreigd omdat ze opkwam voor de rechten van de lokale bevolking die door de aanleg van de Dam worden afgesloten van hun waterbronnen en land. Wereldwijd is er een enorme toename van projecten zoals de Agua Zarca Dam. Miljarden worden geïnvesteerd in de bouw van dammen, de uitbreiding van havens en het graven van kanalen. Deze gigantische investeringen vinden hun weg meer en meer naar de meest onaangetaste en kwetsbare gebieden in de wereld. De projecten vernielen niet alleen ongerepte natuurgebieden, maar bedreigen ook lokale boeren, vissers en inheemse volkeren in hun bestaan. Zij worden nog verder de armoede in gedreven omdat ze vaak letterlijk worden afgesneden van hun land, visgronden en waterbronnen. Oproerkraaiers Mensen komen in opstand. Er ontstaan talloze lokale bewegingen, zoals de Council of Indigenous People in Hondurus die mede door Berta Caceres is opgericht. Omdat lokale media vaak worden gecontroleerd door overheid en bedrijven, wordt de stem van de mensen die slachtoffer zijn van deze projecten vaak niet gehoord. Sterker: veel lokale journalisten die onafhankelijk over de situatie schrijven worden belemmerd in de uitvoering van hun werk, en soms zelfs bedreigd. Door staatsmedia, projectontwikkelaars en ontwikkelingsbanken worden protesten vaak gebagatelliseerd en mensen weggezet als oproerkraaiers die tegen de vooruitgang zijn. Voor mensen zoals  Caceres is de situatie enorm prangend. In 2014 werd maar liefst 8 procent van het wereldwijde bruto binnenlands product geïnvesteerd in grootschalige infrastructurele projecten. Die megaprojecten zouden leiden tot economische ontwikkeling en meer werkgelegenheid, en ze zouden buitenlands kapitaal aantrekken en markten ontsluiten.  Voorstanders van deze benadering vind je bij de Wereldbank en andere grote donoren die de nadruk op grootschalige economische ontwikkeling leggen. Onder druk De moord op Caceres past ook in een andere trend, namelijk de toegenomen bedreiging van het maatschappelijk middenveld. In de hele wereld staan mensen die opkomen voor hun rechten en meer democratie onder druk. Civicus, een alliantie van maatschappelijke organisaties in meer dan 150 landen, constateert in haar jaarlijkse rapport ‘the State of Civil Society’ dat de ruimte voor het maatschappelijk middenveld al negen jaar op rij wordt ingeperkt. Volgens de organisatie gaat het om een wereldwijde trend.  ‘We zien het in het Noorden en in het Zuiden, in dictaturen en democratieën’, zegt Maina Kiai, de speciale rapporteur van de VN voor de vrijheid van vergadering en vereniging in een begin dit jaar verschenen artikel in Vrij Nederland. NGO’s die worden bestempeld als ‘buitenlands agent’  en ‘ongewenste organisatie’, of geen fondsen meer mogen ontvangen uit het buitenland.  Wetgeving in Kenia die het functioneren van NGO’s belemmert, de oppositie in Tsjetsjenië die wordt uitgeschakeld met instemming van Poetin, bloggers in Bangladesh of milieuactivisten in Brazilië die worden vermoord. Het zijn allemaal geen uitzonderingen meer. Opmerkelijke trend Het is een opmerkelijke trend, want in het decennium na de val van de Berlijnse Muur werd de kritische stem nog enorm toegejuicht. De civil society floreerde als nooit tevoren en een kritisch maatschappelijk middenveld was een vanzelfsprekend onderdeel van de net verworven vrijheden. Juist de civil society zorgde voor de Rozenrevolutie in Georgië (2003), de Oranjerevolutie in de Oekraïne (2004) en meer recentelijk in 2014 nog via de burgerbeweging Balai Citoyen (burgerbezem)  voor het opstappen van president Blaise Compaoré in Burkina Faso. Maar het succes had een schaduwkant. Juist vanwege haar kracht begon de Russische leider Poetin het werk van mensen en organisaties die de tegenstem vertegenwoordigen als een bedreiging te zien. En onder het mom van de War on Terror van George W Bush zagen westerse bondgenoten in ontwikkelingslanden en de Arabische Wereld hun kans schoon om maatregelen tegen kritische organisaties te nemen en hen te dwarsbomen.  Tussen 2004 en 2010 werden er in meer dan vijftig landen wetten en maatregelen afgekondigd om het functioneren van de civil society te belemmeren. Nieuwe golf van repressie Na de Arabische Revolutie in 2011 begon er een nieuwe golf van repressie.  Sindsdien zijn er wereldwijd negentig wetten en maatregelen bijgekomen om het functioneren van de civil society te belemmeren. De helft daarvan betrof het opwerpen van barrières voor NGO’s om zich te laten registreren, een derde  van de maatregelen was gericht op het laten opdrogen van buitenlandse fondsen en de rest waren maatregelen om de vrijheid van vereniging te beperken. Uit een studie van het Carnegie Endowment bleek overigens dat het vooral landen betrof die daarvoor nog nadrukkelijk steun voor democratie en mensenrechten uitdroegen. De manier waarop de civil society wordt aangepakt is daarbij steeds minder subtiel. In het al eerder genoemde artikel in Vrij Nederland zegt Jan Gruiters, directeur van PAX: ‘Vroeger werd repressie nog afgedekt en bewezen overheden lippendienst aan mensenrechten en democratie, maar steeds vaker is de repressie openlijk en komen de machthebbers ermee weg. Ze zijn assertiever geworden en worden minder tegengesproken in de internationale politieke arena’s.’ Conflict of interest Nederland doet gelukkig veel aan het ondersteunen van human right defenders op de wereld. Bij organisaties als BothENDS, Hivos en vele anderen zit dat bijna in de genen. Daarnaast heeft de Nederlandse overheid via het programma ‘Samenspraak en tegenspraak’  en het Accountability Fonds  subsidielijnen om het lokale maatschappelijk middenveld indirect of direct te ondersteunen. Maar vooral in de hulp en handel agenda van minister Ploumen dreigt soms een conflict of interest. Dammen en kanalen, diep in de tropen van Centraal-Amerika, Azië of Afrika, lijken een ver-van-ons-bedshow. Maar de afstand is veel kleiner dan we denken. Wij als Nederland zijn wel degelijk spelers in dit strijdveld. Nederland heeft in veel infrastructurele projecten een aandeel als financier, brievenbusmaatschappij, baggeraar of projectmanager. Alleen al de grote bouwbedrijven hadden in 2013 voor 12 miljard euro aan contracten uitstaan in projecten die ook vaak financieel gesteund worden door de Nederlandse overheid. Stilzwijgend neemt Nederland door zijn activiteiten en investeringen een positie in waarmee het de toekomst van vele mensenlevens beïnvloedt, en richting geeft aan de wereldorde van morgen. Het is goed om ons hier van bewust te zijn en het debat over te blijven voeren. De moord op Caceres laat nog eens zien zien hoe urgent dit debat is. Minister Ploumen kreeg in 2014 al eens vragen van SP-Kamerlid Jasper van Dijk over de Agua Zarca Dam en de betrokkenheid van de FMO. Ze antwoordde toen dat ze zich zorgen maakte over de protesten en dat ze verwachtte dat de FMO de maatschappelijke protesten ‘goed adresseert.’ Dit heeft de moord op Berta Caceres helaas niet kunnen voorkomen. Ik kan me voorstellen dat FMO-directeur Nanno Kleiterp een slapeloze nacht achter de rug heeft omdat dit ook voor hem een nachtmerrie scenario is. Ook bij de FMO en binnen grootschalige ontwikkelingsprojecten werken vele mensen die oprecht geloven dat hun type interventies tot een betere wereld leiden. Toch zou het goed zijn als Kleiterp nog eens goed nadenkt over de betrokkenheid van zijn bank bij de financiering van deze omstreden Agua Zarca Dam en andere controversiële grootschalige projecten waar de FMO bij betrokken is.

Een klimaatlijst voor Kaag

Door Joris Tielens | 13 september 2019

Stoppen met subsidies en exportkredieten voor fossiele brandstoffen, het beprijzen van CO2 en het tegengaan van belastingontduiking door de fossiele industrie. Het zijn een aantal zaken waarvoor minister Kaag internationaal moet pleiten tijdens de klimaattop in New York op 23 september, volgens de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV).

Lees artikel

De vergeten klimaattafel

Door Joris Tielens | 04 september 2019

Het klimaatakkoord is veelbesproken, maar de helft van de ‘Nederlandse’ CO2-uitstoot blijft onderbelicht: die in het buitenland. Valt klimaatverandering te beperken door geen subsidies meer te geven aan de fossiele industrie, door meer klimaatdiplomatie? Heleen de Coninck en Marcel Beukeboom kijken voorbij de grenzen.

Lees artikel

Opinie: ‘Brief minister Kaag over maatschappelijk middenveld: analytisch zwak en weinig ambitieus’

Door Fons van der Velden | 09 juli 2019

Het is een groot goed dat de Nederlandse overheid zoveel fondsen ter beschikking stelt voor de versterking van maatschappelijke organisaties en maatschappelijk middenveld, schrijft Fons van der Velden in deze opiniebijdrage naar aanleiding van de kamerbrief van minister Kaag. Maar hij vindt de brief analytisch zwak en van weinig ambitie getuigen. Wat had beter gekund?

Lees artikel